

Bommel Reisgids in de voetsporen van een heer van stand
Hardback207 pagina’sNederlands
Ook verkrijgbaar als
De Bommel Reisgids laat zien hoe het land van heer Bommel en Tom Poes er uit zou kunnen zien.
In de voetsporen van een heer van stand kan de lezer Rommeldam en omgeving verkennen aan de hand van 15 wandelingen door de stad Rommeldam en omgeving en door de landerijen rondom kasteel Bommelstein, voorts een busrit naar de Mergvallei en een boottocht over zee vanuit Rommeldam en tenslotte 8 excursies naar Stuipendrecht, naar de Zwarte Bergen en door het Donkere Bomen Bos. De 25 routekaartjes wijzen de lezer vervolgens de weg. Zijn vele reizen zijn heer Bommel niet altijd goed bekomen. Hij was meestal blij om weer thuis te komen bij zijn haardvuur en zijn oude port. Met deze reisgids en deze kaarten heeft iedereen de gelegenheid om door dit land te dwalen en daarbij met een glas port rustig thuis te blijven zitten.
Een unieke reisgids, rijk geïllustreerd met tekeningen uit de bommelverhalen, met als toevoeging een grote kaart van de stad Rommeldam, een kaart van de omgeving van Rommeldam en Bommelstein, een kaart van de Zwarte Bergen en het Donkere Bomen Bos. Dit alles maakt de reisgids tot een compleet werk. Grote kaart van de stad Rommeldam, een kaart van de omgeving van Rommeldam en Bommelstein, De kaart is ingestoken bij de Bommel Reisgids.
I
In de voetsporen van een heer van stand kan de lezer Rommeldam en omgeving verkennen aan de hand van 15 wandelingen door de stad Rommeldam en omgeving en door de landerijen rondom kasteel Bommelstein, voorts een busrit naar de Mergvallei en een boottocht over zee vanuit Rommeldam en tenslotte 8 excursies naar Stuipendrecht, naar de Zwarte Bergen en door het Donkere Bomen Bos. De 25 routekaartjes wijzen de lezer vervolgens de weg. Zijn vele reizen zijn heer Bommel niet altijd goed bekomen. Hij was meestal blij om weer thuis te komen bij zijn haardvuur en zijn oude port. Met deze reisgids en deze kaarten heeft iedereen de gelegenheid om door dit land te dwalen en daarbij met een glas port rustig thuis te blijven zitten.
Een unieke reisgids, rijk geïllustreerd met tekeningen uit de bommelverhalen, met als toevoeging een grote kaart van de stad Rommeldam, een kaart van de omgeving van Rommeldam en Bommelstein, een kaart van de Zwarte Bergen en het Donkere Bomen Bos. Dit alles maakt de reisgids tot een compleet werk. Grote kaart van de stad Rommeldam, een kaart van de omgeving van Rommeldam en Bommelstein, De kaart is ingestoken bij de Bommel Reisgids.
I
Recensies
Zin in een avontuurlijke wandeling met kerst? Denk dan eens aan het Donkere Bomen Bos, waar in deze tijd de mir wordt geborgen in een boomkring, omdat daar de wieling is. Of aan het dal van de Zwarte bergen, waar de brozalijn en de gele hysok al vroeg in het jaar uitkomen en waar de tronken uit het gebergte zich soms tegoed doen aan de loken die er groeien. het zijn de plaatsten die de grote Marten Toonder, onder de vele andere, bedacht toen hijn tussen 1941 en 1986 zijn talrijke Bommel-verhalen schreef. Kun je er dan wandelen? Dat hangt ervan af. Niet iedere Bommel-liefhebber is een wandelaar, maar hij zal zich wel met gemak kunnen verplaatsen in veel van die 177 prachtige verhalen- en de bijbehorende personages herkennen die het pad van Olivier B. Bommel en Tom Poes zo vaak kruisten; Wammes Waggel, Kwetal, professor Prwlytzkofski, kapitein Wal Rus, terpen Tijn, mevrouw Doddel, Markies de Canteclaer, Bul Super en Hiep Hieper. De Bommelsaga was zo goed, dat er onwillekeurig een ontembaar verlangen bij de lezer opkwam- en dat doet het bij herlezing nog steeds- om erbij te zijn: in Slot Bommelstein, de Schemervallei, de kleine Clun en de Sokkelsteeg in Rommeldam, de bergen bij Gepermuiden, op de Miezervlakte, in de Mergvallei, op de Karmijnberg, in het Zwinmoer. maar hoe kun je daar komen? Jenno Witsen, voormalig directeur-generaal ruimtelijke ordening van het ministerie van VROM, Bommel- liefhebber en cartografanaat, gaat ons voor. Hij schreef de Bommel Reisgids, waarin de lezedr aan de hand van een grote losse kaart, 25 routekaartjes en stripfragmenten, 15 wandelingen, 8 excursies en een boottocht kan maken door Rommeldam en wijde omgeving. Witsen heeft zich grondig in de 177 Bommel-verhalen verdiept, en het moet een monnikenwerk zijn geweest om al die straten, paden, huizen, moerassen, bergen, rivieren, kreken, havens en eilanden in overzichtelijke routes onder te brengen-en alle bijbehorende kaarten te tekenen, want dat deed hij ook. Als sportieve wandelaar heb je er niks aan. Als Bommel-supporter des temeer.
Wim Wirtz — Volkskrant — 21 december 2007
Jenno Witsen moet bij de opmerking dat hij eigenlijk een nutteloze reisgids heeft gemaakt hartelijk lachen. Ja, dat is waar, je kunt geen enkele wandeling nalopen of excursie doen, hooguit in je fantasie. Maar ik heb er geen enkele moeite mee, antwoordt hij nog nagnuivend. De lach en de bijbehorende pretogen stralen intens plezier uit, hetzelfde plezier dat van elke pagina van de Bommel Reisgids afspat. Een prettig en prachtig boek. Voor de liefhebbers van Ollie B.Bommel en zijn jonge vriend Tom Poes een must. Je kunt er uren in dwalen en alle bekende namen en locaties uit de Bommelverhalen tegenkomen. De bijbehorende kaarten die de door Marten Toonder geschapen fantasiewereld vormgeven, zijn met de precisie van een horlogemaker in elkaar gezet en ogen levensecht. Om in de voetsporen van een heer van stand te treden moet je en van Bommel houden en een liefhebber zijn van kaarten. Zelfs een oppervlakkige blik op het boek laat zien dat Witsen beide elementen in zich verenigt.Witsen: Ik kwam met Bommel in aanraking toen ik na mijn huwelijk halverwege dejaren vijftig de NRC ging lezen. Een van de eerste verhalen die ik daar tegenkwam was de Kniphoed. Die hoed van tovenaar Hocus Pas verkleint alles dat erin komt. Zo ontneemt hij mensen hun eigenwaarde door de bijbehorende symbolen in zijn hoed te stoppen: de politiepenning van commissaris Bulle Bas, het familiewapen van markies de Canteclaer, een bundel formulieren van ambtenaar Dorknoper. Hocus Pas heeft al die eigenwaarden nodig om zijn eigen levenskracht te voeden. Iemand die zijn eigenwaarde kwijt is wordt kleiner. In het verhaal gebeurt dat ook letterlijk. Tom Poes is echter niet te koop en ontdekt dat de ongelukkigen hun eigenwaarde en hun juiste grootte weer terug kunnen krijgen als zij het bijbehorende symbool opeten. Een verrukkelijk verhaal op de grens van magie en psychotherapie. Het zit zo knap in elkaar. Nog steeds vind ik dit een van de beste Bommels. Kaarten fascineerden Witsen als kind al. Hij werkte lang als planoloog bij het ministerie van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening, hoewel hij aanvankelijk als jurist was opgeleid. Ik heb veel gereisd, ook voor mijn werk. Ik heb rijen reisgidsen en kaarten. Na mijn 75ste, ik ben nu bijna 81, ishet van grote reizen niet meer gekomen. Maar als arm chair adventurer blijf ik genieten vanuit mijn luie stoel. Laatst heb ik nog reisgidsen gekocht van Nepal en Oezbekistan. Ik ben er nooit geweest en zal er ook nooit meer komen, maar ik kan maanden genieten van die gidsen en kaarten. Ik doe alsof ik op reisga. Ik stel me dan voor hoe ik aankom en een auto huur. Kan ik van het vliegveld makkelijk naar de hoofdstad komen en hoe dan? De stap naar een Bommel Reisgids is dan niet meer zo groot, hoewel de dagelijkse gekte voor de Bommels aanvankelijk wat geluwd werd door de toenemende drukte thuis en bij zijn werk op het ministerie. Pas een jaar of vier geleden besloot ik alle Bommelknipsels in te plakken. Toen bleek dat ik maar 55 van de 177 verhalen bij elkaar had. Ik heb geprobeerd de rest erbij te kopen maar dat was niet gemakkelijk. Na veel zoeken had ik in totaal 79 verhalen. Het vuurtje werd verder opgestookt door de uitgave van het Bommellexicon in 2005. Vijfduizend lemmas met personen en plekken. Een schat aan gegevens, zo schitterend. Toen rijpte het idee om een reisgids met kaarten te gaan maken. Het lexicon ging ik zeven op geografie, maar ik miste toch heel veel. Ik had toch alle verhalen nodig om ze uit te pluizen op aanwijzingen. En gelukkig blijk ik een zwager te hebben die alle Bommelverhalen bezit en hij wilde ze wel maandenlang uitlenen. Met 23 verschillende kleurenpotloden toog Witsen aan het werk om drie landkaarten te fabriceren. Verhaal na verhaal werd uitgeplozen en voortdurend moesten de kaarten gecorrigeerd worden omdat er steeds nieuwe aanwijzingen naar boven kwamen die de eerdere preciseerden. Bommelstein, het kasteeltje van heer Bommel, is voor mij het epicentrum van de kaart van de omgeving van Rommeldam. In een van de verhalen staat dat Bommelstein op een uurtje lopen van Rommeldam ligt. Daar heb ik op de kaart 4 kilometer van gemaakt, want heer Bommel lijkt me geen snelle loper. Marten Toonder heeft de landschappen over het algemeen uiterst beeldend beschreven. Daar heb je veel aan,maar soms zijn de aanwijzingen niet consequent en moest ik toch ingrijpen, wat cement aanbrengen. Het buiten van markies de Canteclaer bij voorbeeld is zeer tot diens ongenoegen binnen zicht afstand van die bouwval Bommelstein. Maar in een verhaal is Bommelstein te zien vanuit de oostvleugel en in een ander verhaal vanuit de westvleugel. Dat heb ik opgelost door het buiten van de markies pal ten zuiden van Bommelstein te situeren. Dan kun je met enige moeite vanuit beide vleugels Bommelstein zien liggen, hoewel in het verhaal De Grootdoener het onderkomen van de markies weer ten oosten van Bommelstein ligt. Marten Toonder is geografisch dus inconsistent. Hij was ook niet de man om die consistentie nate streven. Witsen heeft zich dat goed gerealiseerd. Dat blijkt met name uit zijn voorwoord waarin Witsen, geheel in de stijl van Toonder, een spel van schijn en wezen opvoert. Toonder hield van mysteries, zaken die niet verklaard kunnen worden. Daarom heb ik ook in mijn voorwoord bewust de vraag opgeworpen of de wereld van heer Bommel en Tom Poes ook werkelijk bestaat. Toonder zou het bestaan er van niet ontkend hebben, maar een bevestiging zou ook zijn instemming niet hebben gekregen. Daarom is het maken van kaarten gebaseerd op de Bommelverhalen enigszins t r i c k y, met name naar de erven Toonder toe die hun nalatenschap als een Cerberus bewaken. Kaarten leggen vast en ontmythologiseren daarmee de wereld van Toonder. Daarom schrijf ik dat de wereld van heer Bommel en Tom Poes er zo uit kan zien. Maar het kan ook heel anders. Dat die wereld nu op de kaart staat is nog geen garantie dat hij ook echt bestaat. En als hij wel bestaat hoeft hij er niet zo uit te zien. Witsen is daarom bij het benoemen van plekken zo dicht mogelijk bij de terminologie van Toonder gebleven. Alle namen komen uit de verhalen en waar dorpen, rivieren, bergen of cafes en hotels geen naam hebben, hebben ze er op de kaart ook geen gekregen. Voor de plattegrond van Rommeldam geldt dat ook. In de verhalen staan 25 straatnamen vermeld. Hoewel een stad met de grootte van Rommeldam er meer moet hebben, zijn de overige straten niet vernoemd. De kaarten zijn ook zeer kleurrijk. Toonder schrijft beeldend. Dat heb ik in de kaarten laten terugkomen. Bergen zijn altijd dreigend en het Donkere Bomen Bos heb ik ook donker gemaakt. Maar het is iets wat ik zelf ook zou willen. Ik mis op vele kaarten beleving. Ik moet van een kaart kunnen aflezen hoe dat land voelt. Dat Witsen daarin is geslaagd, bleek toen de kaart naar de drukker ging. Toen een medewerker, die geen idee had wat hij ging drukken, de kaart zag zei hij onmiddellijk: Wa a r is dat land. Daar wil ik naartoe. Dat gaf mij een grote voldoening. Bommel Reisgids van Jenno Witsen is verschenen bij uitgeverij Ton Paauw in Bilthoven, prijs 39,95. Bij het boek wordt een losse kaart geleverd met een plattegrond van Rommeldam van 1:10.000, de omgeving van Bommelstein en Rommeldam van 1:25.000 en de wijde omgeving met het Donkere Bomen Bos en de Zwarte Bergen van 1:400.000. In het boekje staan 15 wandelingen, 8 excursies, een busrit en een boottocht beschreven. Bij elke trip staat een kaartje met de route. De teksten zijn gelardeerd met tekeningen uit de bijbehorende Bommelstrips en verwijzen regelmatig naar de verhalen.
Kees Rotteveel — Trouw — 22 januari 200
Dat lukt je nooit, zeiden de Bommelliefhebbers. Toch had Jenno Witsen het zich in zijn hoofd gehaald, om een reisgids te maken, met kaart en al, van de wereld waarin de verhalen rond Olivier B. Bommel en Tom Poes zich afspeelden. Want onder het verzorgde uiterlijk van Jenno Witsen gaat een avonturier schuil, die zich niet door beuzelarijen laat weerhouden. Hij kende, als liefhebber van de rijke strips van Marten Toonder, de oude stad Rommeldam, met daar in de omgeving de Zwarte Bergen en het Donkere Bomen Bos. Maar als planoloog vroeg hij zich af, waar liggen die precies? En dorpjes als Heksterzwaag of Siddewier, die in een enkel verhaal opduiken? Waar was het inmiddels gezonken eiland Raap, waar eilanders namen hebben als Kobbe Kobbema? Hoe kom je het snelst bij Slot Bommelstein waar de avonturiers een eenvoudige, doch voedzame maaltijd wacht? De eerste krabbeltjes die Jenno Witsen als jongetje maakte waren plattegrondjes. Hij had rechten gestudeerd, maar kwam in 1964 in dienst bij de Rijksplanologische Dienst en was tot zijn pensioen in 1990 directeur-generaal bij het ministerie van VROM. Dankzij een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam mag hij zich ook echt planoloog noemen, meldt hij trots. De liefde voor de Bommelverhalen begon in 1955, na zijn huwelijk, want ze stonden in de NRC, de krant die zijn vrouw meebracht. Hij las het verhaal, De kniphoed, waarin magister Hocus Pas de inwoners van Rommeldam verkleint door ze van hun eigenwaarde te beroven, en Witsen was om, Het was een mengeling van psychotherapie en magie, echt een fantastisch verhaal.Iedere Bommelliefhebber heeft zo zijn favorieten en bij Witsen is dat de dwerg Kwetal, een natuurwezen dat het bos verzorgt en af en toe zegt dat het tijd is om te ipsen. Ik loop graag over over de hei en door de bossen, waar je Kwetal zo tegen zou kunnen komen. Vroeger reisde Witsen veel, maar dat staat zijn leeftijd, hij is tachtig, niet meer toe. Ik ben nu een armchair traveller, vertelt hij. Dat wil zeggen, hij bedenkt waar hij wel heen zou willen, bijvoorbeeld Nepal, koopt daar dan ten miste twee reisgidsen over en kaarten, waarna hij thuis wekenlang puzzelt alsof hij er echt op reis is. Waar is de autoverhuur, wat is er onderweg voor interessants, hoe dicht kun je bij Mount Everest komen. Zo trok hij ook de bedachte wereld van Marten Toonder binnen. Een bloknoot vulde hij met straatnamen, dorpjes, eilandjes, plekken waar een rivier moet worden overgestoken, zelfs het mysterieuze metrostation Tater, dat er zomaar was en ook zomaar weer verdween. Hij kent de wereld nu zo goed, dat hij nog voor de kaart op tafel ligt al met zijn vinger aanwijst hoe een rivier loopt of waar de weg hem kruist.Die kaart, daar kan ik blind in reizen, zegt hij. Hij maakte hem in eerste instantie met kleurpotloden en ontelbare wijzigingen. De kaart is eigenlijk het hart van de reisgids, alles klopt. Ongeveer, want soms was het gissen. Mijn zwager, die met Bommel opgegroeid is, was uiteindelijk verbaasd dat ik met iets kwam dat toch een zekere consistentie heeft, zegt Witsen. Of het de consistentie heeft van Marten Toonder is een tweede.Want Toonder maalde niet zo om wat waar precies lag, al gaan de meeste reizen die Bommel maakt naar het Noorden en het Oosten, merkte de oud-planoloog. Van Rommeldam maakte hij een oud stadje, dat door andere kaartenmakers inmiddels al met Dordrecht is vergeleken, met een oud gedeelte, een slechte buurt, nieuwbouwwijken. Omdat er een plein in is, dat Grote Brink heet, beredeneerde hij dat de stad als dorp is begonnen. Een dorp aan de rivier de Rommel, redeneerde hij verder, dat aan de weg van Krabbezijl, waar de haven is, naar Heksterzwaag is ontstaan. Dus aan die route zijn de oude stadspoorten te vinden. En zo voort. Zelf iets verzinnen stond hij zich niet toe. Daarom staan er wel hotels en herbergen in de reisgids, maar niet van die lijstjes waarop staat wat ze kosten of wat men er goed kan eten. Alleen de gegevens die bij Marten Toonder voorkomen, zegt Witsen. Om een tijdje later te bekennen dat hij zich twee, speelsheden, veroorloofde, het riviertje de Stuipe en het plaatsje Acht, die in de verhalen niet voorkomen. Maar waar heeft anders Stuipendrecht zijn naam vandaan, zegt Witsen. En Acht ligt tussen de Achterlandse Slingerweg en het Achterpad.Marten Toonder zal daar geen slag om draaien in zijn graf, denkt hij. Het boekje bestaat uit twee delen: de reisgids zelf, met verschillende rondwandelingen en reizen, en een verantwoording. Want Witsen bekeek deze wereld met een planologenoog en vroeg zich er van alles bij af. De snelweg Y11, die in een van de verhalen voorkomt, waarom zou die eigenlijk zijn aangelegd, vraagt hij zich af. Hij denkt dat het met de Bovenbazen te maken heeft, de Bovenste Tien die alles bezitten en met de weg een gerieflijke verbinding met hun enorme buitenhuizen hebben.Dat deel heb ik in de ik-vorm geschreven, licht hij nog toe. Had hij als planoloog Rommeldam ook anders, beter aangelegd? Nou nee, zegt Witsen.Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik dat heel anders had willen doen. Zo nu en dan roept burgemeester Dickerdack dat het tijd is om de oude rommel op te ruimen, bijvoorbeeld dit stuk bij de Sofsteeg, maar dat is mislukt. In zo n oude stad moet je niet te veel veranderen. En de omgeving dan? Dat blijkt een moeilijke vraag. Witsen staart geruime tijd naar de kaart, mompel, dan zou ik hier... maar vervalt dan in zwijgen. Ik moet er zo lang over denken dat het duidelijk is dat het niet voorop staat, stelt hij uiteindelijk vast. Kijk, Rommeldam groeit niet erg, dat doet vermoeden (hij wijst) dat Stuipendrecht meer zal groeien, daar is ook een groot station. Misschien moet Rommeldam zich meer richten op bedrijven uit de ICT sector voor de werkgelegenheid, hier in de buurt van de luchthaven bijvoorbeeld. De stad ligt heel aangenaam in een prachtige omgeving, dus er zijn best vestigingsmogelijkheden. Ook al is er nu een reisgids voor deze stad en het winderige, maar o zo pittoreske land eromheen, we kunnen er alleen heen als armchair traveller. Moet ons dat spijten? Daarover is Bommel zelf in deze gids geciteerd: Vakantie is goed en wel maar het is gekkenwerk als men zelf een prettig huis heeft. Illustraties © Stichting het Toonder Auteursrecht
Asing Walthaus — Leeuwarder Courant — 25 januari 2008
Tussen 1941 en 1986 maakte Marten Toonder 177 Bommelverhalen, dat wil zeggen 11.762 afleveringen met elk drie plaatjes over de belevenissen van Heer Bommel en Tom Poes. Jenno Witsen bestudeerde alle verhalen en bracht de wereld van Olivier Bommel in kaart. Letterlijk, hij tekende drie kaarten van Rommeldam en omgeving,waaronder de hier afgedrukte De Stad Rommeldam, als illustraties bij een reisgidsje dat hij maakte over het gebied. Witsen heeft ongeveer 1200 aanwijzingen uit de teksten van Toonder verwerkt. Zo is bijvoorbeeld een uurtje lopen geïnterpreteerd als een kilometer of vier. Terecht gaat Witsen er namelijk vanuit dat Heer Bommel geen snelle loper is. De constructie van het kaartbeeld vereist volgens Witsen soms wel enige cartografische lenigheid. De teksten van Toonder bevatten namelijk tegenstrijdige gegevens, misschien zelfs opzettelijk. Hoe groot is Rommeldam? Of beter gezegd: hoe groot moest Rommeldam volgens Witsen worden? De vaststelling van de juiste schaal bleek een lastige opgave. Zo had Witsen aanvankelijk de omgevingskaart ontworpen op een schaal van 1:200.000. Maar toen realiseerde hij zich dat het bergcomplex dan een gebied van slechts 35 bij 35 kilometer zou beslaan. En dan zou dat complex niet veel groter dan de Veluwe zijn, een beetje klein voor een echt bergcomplex. Daarom is de schaal naar 1:400.000 gebracht en werd het berggebied aldus twee keer zo groot. Dat had natuurlijk wel gevolgen voor de grootte van Rommeldam. Op de hier getoonde kaart van 1:10.000 kan worden afgelezen dat de stad ongeveer een gebied van vier bij vijf kilometer beslaat, de rastermaat is 500 bij 500 meter. Dit gebied omvat de binnenstad en Zuid, maar ook de haven en het groengebied, De Heuvels. Zo lijkt Rommeldam dus veel op Dordrecht. De binnenstad van Dordrecht, de Eerste Merwedehaven, het Wantijpark, het Dortse station, de woonwijk Krispijn in zuid, de Oude Maas, ze zouden binnen de twintig vierkante kilometer zomaar deel kunnen uitmaken van Rommeldam. De legenda is conventioneel. De bouwblokken zijn bruinrood of lichter rood als het om jonge bebouwing gaat. Het park is groen gekleurd, het water blauw en de straten in wit springen er mooi uit. Zon legenda is logisch want op die manier wordt de illusie versterkt dat Rommeldam werkelijk bestaat. Alle aardrijkskundige namen op de kaarten en in de reisgids zijn ontleend aan de verhalen van Toonder. Dat geldt ook voor de namen van straten. Als iets in een verhaal van Toonder geen naam heeft, dan heeft het op de kaart van Witsen ook geen naam. Het blijkt trouwens dat in de avonturen van Heer Bommel en Tom Poes slechts 25 straten met naam genoemd worden. Dat is natuurlijk veel te weinig voor een echte stad.Witsen heeft er daarom meer op zijn kaart getekend. Slot Bommelstein staat niet op de stadskaart. Volgens de omgevingskaart ligt deze verblijfplaats van Heer Bommel ruim twee kilometer ten zuiden van De Heuvels. Naar dat park van de stad is het echter zeker een uur lopen, omdat pas bij Heksterzwaag een brug over de rivier de Rommel toegang verschaft tot het park. Hier vandaan is de stad zelf ook bereikbaar via de weg langs de gevangenis en het stadslaboratorium. Rommeldam is per spoor verbonden met omliggende plaatsen. Witsen heeft nauwgezet de verhalen doorgenomen op tal van railverbindingen, waarvan sommige in de loop van de tijd zijn opgeheven. Het station ligt excentrisch ten westen van de wijk Zuid, vergeleken met Dordrecht is dat wel een wat onhandige ligging, wat mogelijk komt doordat dit station er tot voor kort uitzag als een landelijk stationnetje, zie aflevering 826. Maar het zou natuurlijk in het echt best zo kunnen zijn. Dat geldt voor alles wat verder nog op de kaart staat: de Kleine en de Nieuwe Rommelbrug, het Raadhuisplein en de Grote Brink in de oude binnenstad, het Stadhuisplein, het duistere pand van Bul Super, of De Kleine Club waar heren van stand met elkaar spreken over veranderende tijden, zie aflevering 5192. Witsen is uiteindelijk hard geconfronteerd met wat ontwerpers wel de medium switch noemen, de omslag van een in geschreven taal uitgedrukt stedelijk programma naar het getekende stedenbouwkundig ontwerp. Om die vertaalslag te maken is eigen ruimte voor interpretatie en creativiteit nodig.Witsen heeft zijn eigen ruimte inderdaad genomen, en wel op zeer overtuigende wijze. Rommeldam is door hem meer dan aannemelijk gemaakt. De stad naar het idee van Marten Toonder en uiteindelijk volgens de creatieve ingreep van Jenno Witsen is niet alleen qua grootte maar ook qua werkelijkheid te vergelijken met echte steden als Dordrecht. Bommel Reisgids, In de voetsporen van een heer van stand, door Jenno Witsen. Uitgeverij Ton Paauw, Bilthoven 2007. www.olivierbbommel.nl. Witsen maakte drie kaarten: de stadskaart van Rommeldam 1:10.000, een kaart vande directe omgeving van Rommeldam en Bommelstein 1:25.000 en een kaart van de Zwarte Bergen en het Donkere Bomen Bos 1:400.000. Het boekje bevat verder wandelingen door Rommeldam en in Bommelstein en omgeving, een boottocht en een busrit vanuit Rommeldam, alsmede excursies naar Stuipendrecht, de bergen en het bos.
Rob van der Bijl — De Blauwe Kamer — 2 februari 2008
Voor de vele liefhebbers van de verhalen van Marten Toonder en voor liefhebbers van landkaarten en reisgidsen is het boekwerk een must. Loop een van de wandelingen door Rommeldam, ga op excursie naar het Donkere Bomen Bos, reis naar het hol van de Zwadderneel of het atelier van Terpen Tijn en je gaat de Bommelverhalen, waarnaar uitvoerig wordt verwezen, meteen weer lezen. Planoloog en jurist Witsen, tot zijn pensioen in 1990 directeur-generaal op het ministerie van VROM, begon te reizen door de wereld van Bommel, toen hij met Sinterklaas 2005 de zojuist verschenen Bommellexicon cadeau kreeg. Al bladerend werd mijn planologische belangstelling onmiddellijk geprikkeld door de constatering dat de Zwarte Bergen de noordelijke begrenzing vormen van het Donkere Bomen Bos en dat de rivier de Drens in de Miezervlakte in zee uitmondt. Ik las over de havenstad Reigersbek, over de Upsterwoldse Heide, de Sofsteeg in Rommeldam en ik wilde daar naar toe. Het herlezen van de 177 Bommelverhalen was niet genoeg. De wereld van heer Bommel en Tom Poes moest ook letterlijk in kaart worden gebracht. Witsen begon in januari 2006 met drie kaarten, een stadskaart van Rommeldam schaal 1:10.000, een kaart van de omgeving van Rommeldam en Bommelstein 1:25.000 en een kaart van de Zwarte Bergen en het Donkere Bomen Bos 1:40.000. In het najaar 2006 schreef hij in een moeite door een reisgids voor het gebied. Witsen: Het was een eindeloos geploeter door de teksten en tekeningen van 177 verhalen, 11.762 afleveringen en driemaal zoveel plaatjes. De velletjes papier en proefkaarten stapelden zich op. Ik heb naar schatting 1.200 aanwijzingen verwerkt in de kaarten die ik uiteindelijk met 23 verschillende kleurpotloden getekend heb. Witsen had veel steun aan zijn zwager Erik de Leede, die van kinds af aan alle Bommelverhalen had gespaard. Bommelkenners zeiden me: dat lukt je niet. Toonder was er de man niet naar om in zijn verhalen naar geografische consistentie te streven. In detail is dat zeker waar. Waar Toonder zich planologisch tegensprak, hakte Witsen met enige cartografische lenigheid de knoop door. Het is niet meer dan een poging om Toonder te vertalen. Toonder is niet in een greep te vangen. Als de straten in het stadje Rommeldam geen naam hadden, liet hij dat zo. Rommeldam, dat wel wat weg heeft van Delft, stikt van de cafes, restaurants en hotels. Zij kregen op de plattegrond een oranje schildje. Uitgever Ton Paauw, gespecialiseerd in Heer Bommel, was onmiddellijk geinteresseerd in het project. Hij legde de reisgids voor aan de Stichting Toonders Auteursrecht, waarvan de medewerking cruciaal is. Oud-minister Pieter Winsemius, de voormalige baas van Witsen schreef het voorwoord: Te weten over welke wegen de Oude Schicht zich bewoog. Te begrijpen waar de zon achter het kasteel verdween en waar Markies de Canteclaer zijn bloemen bewaterde. Ons leven wordt er door verrijkt! Voor Olivier B. Bommel heeft prof. dr. mr. Jenno Witsen zijn Bommel Reisgids niet geschreven. De heer van stand mag zich dan voortdurend in de Oude Schicht naar kille, dorre en mistroostige oorden spoeden, het liefst zit hij toch in Slot Bommelstein met een goed glas port bij de warme haard. En Tom Poes dan? Ach, die is inmiddels al op zoek naar nieuwe avonturen.
Tom Scherder — De Gooi en Eemlander — 22 november 2007
In het kort
ISBN-13
9789071959127
Uitgever
Verschenen
4 december 2007
Bibliografisch
ISBN-139789071959127
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s207
GeïllustreerdJa
Uitgave
UitgeverUitgeverij Ton Paauw
CB-relatie-id8045874
Verschenen4 december 2007
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 15,00
Vorm & inhoud
ProductvormHardback BB
SamenstellingPakket (meerdelig)
Classificatie
NUR (hoofd)Literaire fictie algemeen 300
NUR (alle)300 Literaire fictie algemeen
Medewerkers
Herkomst
Werk-id (NSTC)500052625
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500052625 · CB-relatie 8045874 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









