

Culturele vrijheid en het strafrecht cultural freedom and criminal law
Paperback268 pagina’sNederlands
In het proefschrift wordt ingegaan op de toelaatbaarheid en strafbaarheid van culturele feiten die onder het bereik van de Nederlandse strafwet vallen. Voorbeelden van dergelijke culturele feiten zijn eerwraak, meisjes- en jongensbesnijdenis en polygamie. Het geschetste beoordelingskaderAan de hand van de (voornamelijk) door de filosofen Amartya Sen en Martha Nussbaum ontwikkelde capability-benadering wordt in het proefschrift een kader geschetst waarbinnen culturele feiten op een genuanceerde en afgewogen wijze kunnen worden geëvalueerd. Betoogd wordt dat de toelaatbaarheid van culturele feiten afhankelijk is van de effecten van die feiten op de vrijheden die mensen in hun dagelijkse bestaan genieten. Voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van een specifiek cultureel feit dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds de culturele vrijheid van de pleger en anderzijds de vrijheden van de slachtoffers. In het proefschrift wordt (verder onder meer) beargumenteerd dat culturele feiten die binnen het geschetste kader toelaatbaar worden bevonden, van strafrechtelijke aansprakelijkheid moeten worden uitgesloten. Om dit te bewerkstelligen dient te worden aangesloten bij één van de beginselen die ten grondslag liggen aan het Nederlandse strafrecht: het wederrechtelijkheidsbeginsel. Dit beginsel krijgt binnen het Nederlandse strafrecht op verschillende manieren vorm. Elk van deze manieren vormt een potentieel aanknopingspunt voor het van strafrechtelijke aansprakelijkheid uitsluiten van toelaatbare culturele feiten. Bij welke vorm moet worden aangesloten, is afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval. Evaluatie van concrete culturele feitenIn het proefschrift wordt een aantal concrete culturele feiten geëvalueerd. Geconcludeerd wordt onder meer dat in de geschetste omstandigheden van het geval:-eerwraak, de in Nederland veel voorkomende vorm van jongensbesnijdenis die periah wordt genoemd en de meest ingrijpende vormen van meisjesbesnijdenis (clitoridectomie, excisie en infibulatie) niet toelaatbaar zijn omdat de culturele vrijheid van de plegers niet opweegt tegen de vrijheden van de slachtoffers. De culturele vrijheid van de plegers vormt in deze gevallen geen overtuigende reden om het betreffende culturele feit van strafrechtelijke aansprakelijkheid uit te sluiten;- symbolische meisjesbesnijdenis en polygamie toelaatbaar zijn en op grond van de culturele vrijheid van de plegers van strafrechtelijke aansprakelijkheid dienen te worden uitgesloten. Wat betreft polygamie moet deze uitsluiting worden bewerkstelligd door de strafbaarstelling van bigamie (art. 237 Sr) uit het wetboek van strafrecht te schrappen. Symbolische besnijdenis dient van strafrechtelijk aansprakelijkheid te worden uitgesloten door de delictsomschrijvingen van art. 300 e.v. Sr restrictief te interpreteren. Symbolische meisjesbesnijdenis kwalificeert dan niet langer als strafbare mishandeling.
In het kort
ISBN-13
9789058506788
Uitgever
Verschenen
7 augustus 2011
Bibliografisch
ISBN-139789058506788
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s268
GeïllustreerdNee
Uitgave
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Strafrecht en procesrecht 824
NUR (alle)824 Strafrecht en procesrecht
Medewerkers
Auteur A01Wouter Merijn Limborgh
Herkomst
Werk-id (NSTC)500279981
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek

Grenzen van het strafrecht in de voorfase

Grenzen van het strafrecht in de voorfase

Minderheden in het recht

Verdediging in cluturele strafzaken

Sharia in Nederland

Strafbaarstelling van euthanasie

Huwelijkse gevangenschap in islamitische gemeenschappen

Culturele overwegingen in pro Justitia-rapportages

Als vreemde ogen dwingen

Uitzonderlijke excepties in het strafrecht
NSTC 500279981 · CB-relatie 8037459 · Bijgewerkt 6 augustus 2026