Catalogus
Omslag van Daltononderwijs in Nederland
Achterkant van Daltononderwijs in Nederland

Daltononderwijs in Nederland de geschiedenis vanaf 1924

Paperback256 pagina’sNederlandsLeverbaar
Onder leiding van professor Philip Kohnstamm onderzoekt een onderwijscommissievan de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen in 1924 het daltononderwijs in Engeland. De commissieleden doen enthousiast verslag over de brede persoonsontwikkeling die de onderzochte scholen voorstaan en de flexibele wijze waarop het onderwijs is georganiseerd. Op basis van haar ervaringen stelt de commissie voor het volksonderwijs in Nederland inhoudelijk en organisatorischte vernieuwen. Nog in hetzelfde jaar leidt hun rapportage tot de opzet van de eerste daltonexperimenten in Nederland. Sindsdien maakt het daltononderwijsdeel uit van het Nederlandse onderwijsbestel.Daltononderwijs in Nederland schetst de geschiedenis van het Nederlandse daltononderwijs vanaf de eerste experimenten uit 1924 tot nu. Tegenwoordig blijkt het daltononderwijs zeer succesvol - er zijn ruim 400 daltonscholen in Nederland -, maar dat is in haar 90-jarige historie niet altijd het geval geweest.Daltononderwijs in Nederland beschrijft de ideeënwereld van de daltonpioniersen de pragmatiek van de daltonpraktijk in een viertal periodes (1924-1940,1940-1945, 1945-1979 en 1979-2014) en verklaart de 'ups' en 'downs' vandeze traditionele vernieuwingsbeweging in de tijd aan de hand van een vijftalfactoren: tijdgeest, pioniers en gebruikers, de rol van de overheid, ontwikkelingen in de theorie en wetenschap en opbouw van een organisatie.René Berends en Luuck Sanders zijn werkzaam aan de Academie voor Pedagogiek en Onderwijs van Saxion in Deventer als hoofddocent en onderzoeker. Beiden zijn ook daltonopleider.
Recensies
Bleef het in de jaren 20 van de vorige eeuw bij experimenten, tegenwoordig is daltononderwijs niet meer weg te denken in Nederland. Op ongeveer 400 scholen krijgen bijna 100.000 leerlingen les in de geest van Helen Parkhurst. "Met de westenwind" die zo vaak lage drukgebieden, storm en regen brengt, is in de twintiger jaren ook iets goeds komen overwaaien: daltononderwijs, dat "door haar open houding geneigd is om vernieuwende werkvormen, inzichten en ideeën te omarmen en te adopteren." Berends en Sanders onderzoeken wat er in de praktijk terecht komt (en kwam) van de pragmatische ideeën en werkwijzen van Helen Parkhurst die zij, toen ze al jaren werkte, beschreef in het Dalton Plan. Een andere intrigerende vraag is waarom daltononderwijs in Nederland wel van de grond kwam, maar elders niet. (De belangstelling over de grenzen groeit wel.) Zoals vandaag de dag in menig daltonschool wordt omgegaan met het onderwijs is helemaal in de geest van haar grondlegster; onderzoeken, experimenteren, proberen en het goede behouden. En dat is niet van de ene op de andere dag uit de lucht komen vallen. Reflecteren en evalueren - nu kernwaarden - liggen ten grondslag aan het evolueren. Om het heden beter te begrijpen is kennis van het verleden van waarde. Na inleidende woorden en een schets van Helen Parkhurst als opmaat nemen de auteurs ons mee in de negentigjarige geschiedenis. Die verdelen ze in vier perioden. Eerst de periode van 1924 tot 1940, een tijd waarin internationaal met vernieuwingen in het onderwijs werd geëxperimenteerd, de periode van WOII, waarin het onderwijs in Nederland tamelijk ongemoeid is gelaten door de bezetter, de periode van de jaren 50 tot met 70 waarin de relatie onderwijs en opvoeding een rol ging spelen en daltononderwijs op sterven na dood was en ten slot de jaren vanaf 1980 tot heden waarin daltononderwijs in Nederland explosief groeide van 0,3% (25 scholen) tot 5% (400 scholen) van het totale onderwijsaanbod in Nederland. Elk hoofdstuk geeft een karakterschets van het onderwijs in het algemeen in de behandelde periode, verhaalt over de ontwikkelingen in het daltononderwijs in het bijzonder en meldt over de praktijk. Tot besluit van een hoofdstuk vatten de auteurs het samen en geven ze een analyse. De auteurs onderzoeken hoe tijdgeest, pioniers en gebruikers, de overheid, ontwikkelingen in theorie en wetenschap en organisatie al dan niet samenvielen en er zo voor zorgden dat vernieuwingen werden gestimuleerd of juist afgeremd. Dit 'geschiedenisboek' geeft een beeld van een negentigjarige zoektocht naar de essentie, principes en uitgangspunten van daltononderwijs. We ontdekken dat de zoektocht niet heeft geleid tot een star vastleggen in regels en afspraken hoe het onderwijs geregisseerd moet worden. Net zo goed als de kernwaarden vrijheid/verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en samenwerken gelden voor leerlingen, dienen ze door leraren en scholen beleden te worden. Heden ten dage is daar nog steeds ruimte voor in de Nederlandse daltonscholen. Geschiedenis beschrijven gaat nu eenmaal niet zonder jaartallen te noemen en feiten te benoemen. De auteurs zijn er desondanks in geslaagd 'ons' stukje historie op een leesbare manier te brengen.
Paul Meuwese — Nederlandse Dalton Vereniging — 21 april 2014
In het kort

Lijkt op dit boek

NSTC 500263033 · CB-relatie 9380161 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol → · € 27,95
← Terug naar resultaten
Omslag van Daltononderwijs in Nederland
Achterkant van Daltononderwijs in Nederland

Daltononderwijs in Nederland

de geschiedenis vanaf 1924
Paperback256 pagina’sNederlandsLeverbaar
Onder leiding van professor Philip Kohnstamm onderzoekt een onderwijscommissievan de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen in 1924 het daltononderwijs in Engeland. De commissieleden doen enthousiast verslag over de brede persoonsontwikkeling die de onderzochte scholen voorstaan en de flexibele wijze waarop het onderwijs is georganiseerd. Op basis van haar ervaringen stelt de commissie voor het volksonderwijs in Nederland inhoudelijk en organisatorischte vernieuwen. Nog in hetzelfde jaar leidt hun rapportage tot de opzet van de eerste daltonexperimenten in Nederland. Sindsdien maakt het daltononderwijsdeel uit van het Nederlandse onderwijsbestel.Daltononderwijs in Nederland schetst de geschiedenis van het Nederlandse daltononderwijs vanaf de eerste experimenten uit 1924 tot nu. Tegenwoordig blijkt het daltononderwijs zeer succesvol - er zijn ruim 400 daltonscholen in Nederland -, maar dat is in haar 90-jarige historie niet altijd het geval geweest.Daltononderwijs in Nederland beschrijft de ideeënwereld van de daltonpioniersen de pragmatiek van de daltonpraktijk in een viertal periodes (1924-1940,1940-1945, 1945-1979 en 1979-2014) en verklaart de 'ups' en 'downs' vandeze traditionele vernieuwingsbeweging in de tijd aan de hand van een vijftalfactoren: tijdgeest, pioniers en gebruikers, de rol van de overheid, ontwikkelingen in de theorie en wetenschap en opbouw van een organisatie.René Berends en Luuck Sanders zijn werkzaam aan de Academie voor Pedagogiek en Onderwijs van Saxion in Deventer als hoofddocent en onderzoeker. Beiden zijn ook daltonopleider.
Recensies
Bleef het in de jaren 20 van de vorige eeuw bij experimenten, tegenwoordig is daltononderwijs niet meer weg te denken in Nederland. Op ongeveer 400 scholen krijgen bijna 100.000 leerlingen les in de geest van Helen Parkhurst. "Met de westenwind" die zo vaak lage drukgebieden, storm en regen brengt, is in de twintiger jaren ook iets goeds komen overwaaien: daltononderwijs, dat "door haar open houding geneigd is om vernieuwende werkvormen, inzichten en ideeën te omarmen en te adopteren." Berends en Sanders onderzoeken wat er in de praktijk terecht komt (en kwam) van de pragmatische ideeën en werkwijzen van Helen Parkhurst die zij, toen ze al jaren werkte, beschreef in het Dalton Plan. Een andere intrigerende vraag is waarom daltononderwijs in Nederland wel van de grond kwam, maar elders niet. (De belangstelling over de grenzen groeit wel.) Zoals vandaag de dag in menig daltonschool wordt omgegaan met het onderwijs is helemaal in de geest van haar grondlegster; onderzoeken, experimenteren, proberen en het goede behouden. En dat is niet van de ene op de andere dag uit de lucht komen vallen. Reflecteren en evalueren - nu kernwaarden - liggen ten grondslag aan het evolueren. Om het heden beter te begrijpen is kennis van het verleden van waarde. Na inleidende woorden en een schets van Helen Parkhurst als opmaat nemen de auteurs ons mee in de negentigjarige geschiedenis. Die verdelen ze in vier perioden. Eerst de periode van 1924 tot 1940, een tijd waarin internationaal met vernieuwingen in het onderwijs werd geëxperimenteerd, de periode van WOII, waarin het onderwijs in Nederland tamelijk ongemoeid is gelaten door de bezetter, de periode van de jaren 50 tot met 70 waarin de relatie onderwijs en opvoeding een rol ging spelen en daltononderwijs op sterven na dood was en ten slot de jaren vanaf 1980 tot heden waarin daltononderwijs in Nederland explosief groeide van 0,3% (25 scholen) tot 5% (400 scholen) van het totale onderwijsaanbod in Nederland. Elk hoofdstuk geeft een karakterschets van het onderwijs in het algemeen in de behandelde periode, verhaalt over de ontwikkelingen in het daltononderwijs in het bijzonder en meldt over de praktijk. Tot besluit van een hoofdstuk vatten de auteurs het samen en geven ze een analyse. De auteurs onderzoeken hoe tijdgeest, pioniers en gebruikers, de overheid, ontwikkelingen in theorie en wetenschap en organisatie al dan niet samenvielen en er zo voor zorgden dat vernieuwingen werden gestimuleerd of juist afgeremd. Dit 'geschiedenisboek' geeft een beeld van een negentigjarige zoektocht naar de essentie, principes en uitgangspunten van daltononderwijs. We ontdekken dat de zoektocht niet heeft geleid tot een star vastleggen in regels en afspraken hoe het onderwijs geregisseerd moet worden. Net zo goed als de kernwaarden vrijheid/verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en samenwerken gelden voor leerlingen, dienen ze door leraren en scholen beleden te worden. Heden ten dage is daar nog steeds ruimte voor in de Nederlandse daltonscholen. Geschiedenis beschrijven gaat nu eenmaal niet zonder jaartallen te noemen en feiten te benoemen. De auteurs zijn er desondanks in geslaagd 'ons' stukje historie op een leesbare manier te brengen.
Paul Meuwese — Nederlandse Dalton Vereniging — 21 april 2014 ·
In het kort

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500263033 · CB-relatie 9380161 · Bijgewerkt 6 augustus 2026