Mijn boeken
Catalogus
Omslag van De stilte die volgt op het woord
Achterkant van De stilte die volgt op het woord

De stilte die volgt op het woord

N. Roos ill.
Hardback122 pagina’sNederlandsLeverbaar
In De stilte die volgt op het woord, na Noirette (2003) Gouts tweede boek bij In de Knipscheer, laat de auteur zich leiden door de zintuiglijke speldenprikjes van alledag. Maar hij brengt een schifting aan. Een beeld, een droom, een kleur of een geluid dat een mens aanvankelijk niet kan thuisbrengen, weet Gout om te zetten in literaire miniatuurtjes van het fijnere soort. Hij doet dat door zijn personages in situaties te plaatsen waarin ze uiterst vatbaar zijn voor deze dagelijkse onbestemde indrukken. Situaties waarin een mens plots opgeschrikt wordt uit wat hem vertrouwd is, en op dát moment de wereld even anders waarneemt.
Nina Roos heeft de bundel van bijzondere tekeningen voorzien; geen illustraties in strikte zin, maar eigen interpretaties van de sferen die Cor Gouts verhalen oproepen.

Beeld en geluid komen in De stilte die volgt op het woord letterlijk samen. Evenals in Noirette maakt een cd een onverbrekelijk deel uit van het boek. Op de cd van het duo Gergelijzer (geluidskunstenaar Robert Kroos en Cor Gout), draagt Cor Gout enkele verhalen uit de bundel en enkele nog niet gepubliceerde schetsen voor tegen een achtergrond van Robert Kroos' samplecomposities.

Over Noirette:
«Fascinerend en van hoge kwaliteit.» – NBD/Biblion

«Kunstzinnige cross-overs waarin het proza van zijn verhalen bijna poëzie wordt. De diepste indruk maakt de bundel wanneer hij balanceert op de rand van realisme en groteske. Dat gebeurt in het beklemmende verhaal ‘Weder heeft gebeld’, met de bijbehorende schets ‘Weders dode lichaam volgens Bacon’ die alleen op de cd staat. En het gebeurt opnieuw in het Scheveningse verhaal ‘Vrolijk en Dood’, dat wellicht een uitdaging aan Herman Heijermans’ meedogenloze realisme wil zijn.» – De Groene Amsterdammer
Recensies
Cor Gout heeft weer een geweldige verhalenbundel geschreven: ‘De stilte die volgt op het woord’. Net als in zijn eerste bundel ‘Noirette’ (zie Gonzo 60) is dit boek een werveling van droombeelden en herinneringen aan een wereld die tot het verleden behoort en waarin de kindertijd, het ouder worden en de dood overheersen. Stel je een statige villa uit het einde van de negentiende eeuw voor, in de nabijheid van een groot, bekoorlijk park. Een villa die de tand des tijds doorstaan heeft en waarin, doorheen de ruime, met antiek gemeubileerde kamers, de geesten van afgestorven voorvaderen rondwaren. Als een schim zit de schrijver aan zijn rommelige tafel en haalt hij nostalgisch herinneringen op aan een voor immer voorbije kindertijd. De verrukking voor een kerstgeschenk, het kleine verdrietje bij het verlies van enkele knikkers, de huivering voor een lege, zonovergoten plek in het midden van een duister bos, een kikker in een verwilderd grasperk, de stem van een oom die een sprookje voorleest... het zijn even zovele herinneringen die de magie van de kindertijd oproepen en ons vervullen met een diepe melancholie. De moeder die verhaalt over de oorlogstijd, Russische balalaikaspelers in het Scala van Den Haag, de herinnering aan een vroegere medestudent die aan de drank geraakt is, aan een levenslustig tienermeisje dat dezelfde weg opgegaan is, aan een psychiaterszoon die schilder wilde worden, aan een fotograaf die fout was in de oorlog, aan de grootvader die tussen de twee wereldoorlogen aan het hof van Wilhelmina diende... het zijn stuk voor stuk kleine miniaturen die, waren het schilderijen, ingelijst mochten worden. Als een droom in een droom, stapt de schrijver van de ene vertelling in de andere, die er achter verborgen lag. Zoals in het verhaal ‘De klepel’, dat de geest van Kafka oproept. Als de schrijver tijdens een Beckettfestival, geschminkt en gekleed als Dr. Caligari’s somnambulist, tijdens een leeg moment terecht komt in een donker rommelhok in de kelders van een jeugdcentrum, ontwaart hij er een piepklein meisje, niet groter dan een pink, dat hem vertelt van de tijd in een meisjesinternaat in de jaren zestig. In een ander verhaal droomt de schrijver dat Mies Bouwman, tv-diva van weleer, op zijn schoot komt zitten, en de woorden die dan uit zijn mond vliegen “rukken het azuur van de hemel los” - als in een verbale hallucinatie. Ook in deze bundel vloeien werkelijkheid en fantasie in elkaar over, en weet de schrijver een heel eigen universum op te roepen waarin de ruimte en de tijd buitengewone eigenschappen toegemeten krijgen. Maar het is bovenal een poëtisch universum waarvan we, met de woorden van Raoul Vaneigem, kunnen zeggen: “De poëzie weerklinkt zodra de stemmen verstommen.”
Johny Lenaerts — Gonzo #89 november-december — 7 november 2008
In het kort
ISBN-13
9789062656295
Verschenen
6 juni 2008

Lijkt op dit boek

NSTC 500620570 · CB-relatie 7700624 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol · € 29,50
← Catalogus
Omslag van De stilte die volgt op het woord
Achterkant van De stilte die volgt op het woord

De stilte die volgt op het woord

N. Roos illustrator
Hardback122 pagina’sNederlandsLeverbaar
Bestel bij bol · € 29,50 →
In De stilte die volgt op het woord, na Noirette (2003) Gouts tweede boek bij In de Knipscheer, laat de auteur zich leiden door de zintuiglijke speldenprikjes van alledag. Maar hij brengt een schifting aan. Een beeld, een droom, een kleur of een geluid dat een mens aanvankelijk niet kan thuisbrengen, weet Gout om te zetten in literaire miniatuurtjes van het fijnere soort. Hij doet dat door zijn personages in situaties te plaatsen waarin ze uiterst vatbaar zijn voor deze dagelijkse onbestemde indrukken. Situaties waarin een mens plots opgeschrikt wordt uit wat hem vertrouwd is, en op dát moment de wereld even anders waarneemt.
Nina Roos heeft de bundel van bijzondere tekeningen voorzien; geen illustraties in strikte zin, maar eigen interpretaties van de sferen die Cor Gouts verhalen oproepen.

Beeld en geluid komen in De stilte die volgt op het woord letterlijk samen. Evenals in Noirette maakt een cd een onverbrekelijk deel uit van het boek. Op de cd van het duo Gergelijzer (geluidskunstenaar Robert Kroos en Cor Gout), draagt Cor Gout enkele verhalen uit de bundel en enkele nog niet gepubliceerde schetsen voor tegen een achtergrond van Robert Kroos' samplecomposities.

Over Noirette:
«Fascinerend en van hoge kwaliteit.» – NBD/Biblion

«Kunstzinnige cross-overs waarin het proza van zijn verhalen bijna poëzie wordt. De diepste indruk maakt de bundel wanneer hij balanceert op de rand van realisme en groteske. Dat gebeurt in het beklemmende verhaal ‘Weder heeft gebeld’, met de bijbehorende schets ‘Weders dode lichaam volgens Bacon’ die alleen op de cd staat. En het gebeurt opnieuw in het Scheveningse verhaal ‘Vrolijk en Dood’, dat wellicht een uitdaging aan Herman Heijermans’ meedogenloze realisme wil zijn.» – De Groene Amsterdammer
Recensies
Cor Gout heeft weer een geweldige verhalenbundel geschreven: ‘De stilte die volgt op het woord’. Net als in zijn eerste bundel ‘Noirette’ (zie Gonzo 60) is dit boek een werveling van droombeelden en herinneringen aan een wereld die tot het verleden behoort en waarin de kindertijd, het ouder worden en de dood overheersen. Stel je een statige villa uit het einde van de negentiende eeuw voor, in de nabijheid van een groot, bekoorlijk park. Een villa die de tand des tijds doorstaan heeft en waarin, doorheen de ruime, met antiek gemeubileerde kamers, de geesten van afgestorven voorvaderen rondwaren. Als een schim zit de schrijver aan zijn rommelige tafel en haalt hij nostalgisch herinneringen op aan een voor immer voorbije kindertijd. De verrukking voor een kerstgeschenk, het kleine verdrietje bij het verlies van enkele knikkers, de huivering voor een lege, zonovergoten plek in het midden van een duister bos, een kikker in een verwilderd grasperk, de stem van een oom die een sprookje voorleest... het zijn even zovele herinneringen die de magie van de kindertijd oproepen en ons vervullen met een diepe melancholie. De moeder die verhaalt over de oorlogstijd, Russische balalaikaspelers in het Scala van Den Haag, de herinnering aan een vroegere medestudent die aan de drank geraakt is, aan een levenslustig tienermeisje dat dezelfde weg opgegaan is, aan een psychiaterszoon die schilder wilde worden, aan een fotograaf die fout was in de oorlog, aan de grootvader die tussen de twee wereldoorlogen aan het hof van Wilhelmina diende... het zijn stuk voor stuk kleine miniaturen die, waren het schilderijen, ingelijst mochten worden. Als een droom in een droom, stapt de schrijver van de ene vertelling in de andere, die er achter verborgen lag. Zoals in het verhaal ‘De klepel’, dat de geest van Kafka oproept. Als de schrijver tijdens een Beckettfestival, geschminkt en gekleed als Dr. Caligari’s somnambulist, tijdens een leeg moment terecht komt in een donker rommelhok in de kelders van een jeugdcentrum, ontwaart hij er een piepklein meisje, niet groter dan een pink, dat hem vertelt van de tijd in een meisjesinternaat in de jaren zestig. In een ander verhaal droomt de schrijver dat Mies Bouwman, tv-diva van weleer, op zijn schoot komt zitten, en de woorden die dan uit zijn mond vliegen “rukken het azuur van de hemel los” - als in een verbale hallucinatie. Ook in deze bundel vloeien werkelijkheid en fantasie in elkaar over, en weet de schrijver een heel eigen universum op te roepen waarin de ruimte en de tijd buitengewone eigenschappen toegemeten krijgen. Maar het is bovenal een poëtisch universum waarvan we, met de woorden van Raoul Vaneigem, kunnen zeggen: “De poëzie weerklinkt zodra de stemmen verstommen.”
Johny Lenaerts — Gonzo #89 november-december — 7 november 2008 ·
In het kort
ISBN-13
9789062656295
Verschenen
6 juni 2008

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500620570 · CB-relatie 7700624 · Bijgewerkt 6 augustus 2026