

De taal van dingen in huis en andere verhalen
De nieuwe verhalen van Lydia Davis zijn soms letterlijk oneliners. Zoals 'Bloomington', dat in zijn geheel luidt: 'Nu ik hier een tijdje ben, kan ik met een gerust hart zeggen dat ik hier nooit eerder ben geweest.' Ook kan het verhaal een nauwgezette observatie zijn, of een klaagbrief; het kan ontleend zijn aan de correspondentie van Flaubert, of zijn inspiratie vinden in een droom. Wat niet varieert in 'De taal van dingen in huis' is de kracht van het subtiel getoonzette proza. Davis is een scherp waarnemer; ze is ironisch, geestig of bijtend, maar vooral verfrissend. Ze schrijft met een verkwikkende onbevangenheid en geslepen humor over de alledaagse dingen en onthult het mysterieuze, het vervreemdende en het plezierige van het dagelijks leven.
‘In het laconiek, observerend proza van deze verhalen knetteren de woorden alsof ze onder stroom staan.’ – **** NRC Handelsblad
‘De verhalen zijn altijd volstrekt origineel’ – Opzij
‘Grappig en spitsvondig, diepgaand en luchtig, dat zijn de verhalen in De taal van dingen in huis’ – De Standaard
‘(…) een nieuw boek vol parels van miniatuurtjes.’ – De Morgen
‘Davis is op haar best in observaties van terloops en toevallig – cursiefjes haast, waarin de bijzondere banaliteit een halve minuut op de troon mag.’ – Humo
‘Deze bundel is een ware goudmijn voor lezers die in literatuur een laag zoeken, die alledaagse dingen in een bijzonder licht zet.’ – Leeuwarder Courant









