
De verklaring voor recht
Ook verkrijgbaar als
In art. 3:302 BW is de mogelijkheid opgenomen om een verklaring voor recht te vorderen. Toewijzing van die vordering leidt ertoe dat de rechtsverhouding tussen partijen wordt vastgesteld. Dat gebeurt ook als een vordering die strekt tot veroordeling tot eenprestatie wordt toegewezen. Een verschil tussen beide is dat een veroordeling tot prestatie vatbaar is voor tenuitvoerlegging en een verklaring voor recht niet. Aangezien de rechtsverhouding in beide gevallen wordt vastgesteld, lijkt het niet zinvol om naast eenveroordeling tot prestatie een verklaring voor recht te vorderen. Toch blijkt de verklaring voor recht vaak in combinatie met een veroordeling tot prestatie te worden gevorderd. Zouden partijen met de verklaring voor recht dan toch iets anders bewerkstelligendan met de veroordeling tot prestatie? Op die vraag wordt in dit boek antwoord gegeven. Daarnaast komt in dit boek aan de orde wanneer een partij mag volstaan met het vorderen van een verklaring voor recht. En wanneer een partij is aangewezen op eenverklaring voor recht omdat geen veroordeling tot prestatie kan worden gevorderd. Het antwoord op die vragen is wetenschappelijk relevant en zeer van belang voor de praktijkjurist met een civiele procespraktijk. Onduidelijkheid over de vraag wanneerhet zinvol (of juist zinloos) is om een verklaring voor recht te vorderen, kan ertoe leiden dat een partij onnodig een verklaring voor recht vordert of de vordering instelt terwijl er een beter alternatief voor handen was.De verklaring voor recht heeft in de Nederlandse literatuur nauwelijks aandacht gehad. De wetgever heeft evenmin veel aandacht besteed aan de verklaring voor recht. De toelichting op art. 3:302 en 3:303 BW beslaat gezamenlijk één pagina. Regels over de toepassingvan art. 3:302 en 3:303 BW zijn vooral te herleiden uit arresten van de Hoge Raad. In dit boek wordt dan ook veel rechtspraak van de Hoge Raad besproken. Daarnaast komt regelmatig het Duitse recht aan de orde. Het Duitse recht is relevant omdathet erop lijkt dat de wetgever zich bij de codificatie van de verklaring voor recht in art. 3:302 BW heeft laten inspireren door de Duitse Feststellungsklage ex § 256 ZPO.
In het kort
ISBN-13
9789013131598
Uitgever
Verschenen
29 juni 2015
Bibliografisch
ISBN-139789013131598
SerieBurgerlijk Proces & Praktijk — deel XVIII
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s217
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverWolters Kluwer Nederland B.V.
CB-relatie-id7100484
Verschenen29 juni 2015
StatusOnbekend 00
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 151,00
Vorm & inhoud
ProductvormE-book ED
VormdetailE101 EPUB
SamenstellingLos product
EPUB-versie2
Beveiliging e-bookDigitaal watermerk 02
Classificatie
NUR (hoofd)Privaatrecht 822
NUR (alle)822 Privaatrecht
Medewerkers
Auteur A01N.E. Groeneveld-Tijssens
Herkomst
Werk-id (NSTC)100033246
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 100033246 · CB-relatie 7100484 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









