

De vervalsers is het autobiografische, in de gevangenis geschreven verhaal over een bijna perfecte misdaad waarin Theo Kars de machtsverhoudingen, spanningen en soms bizarre conflicten binnen de groep daders optekent: jonge intellectuelen, op zoek naar geld en genot, amoreel als een troep wolven.Behalve de psychologische strijd tussen de leiders beschrijft Kars met grimmige ironie hun gezamenlijke pogingen het geestelijk aan hen onderhorige voetvolk 'de bedienden' onder de duim te houden. De groep vormde een kleine samenleving apart, beheerst door regels die vaak strijdig waren met die van de 'grote' maatschappij.In 1965 werd Kars gearresteerd in verband met grootscheepse vervalsingen ten nadele van de PTT (waarvan de rekeninghouders van de Rijkspostspaarbank overigens geen enkel nadeel ondervonden). De opbrengst werd onder meer gebruikt om het literaire tijdschrift Tegenstroom te financieren. In februari 1966 veroordeelde de Rechtbank te Amsterdam hem tot twee jaar en drie maanden gevangenisstraf.Vijftig jaar na de eerste druk verschijnt de jubileumuitgave van deze klassieker, die sinds 1967 vrijwel altijd verkrijgbaar is gebleven.
Recensies
De vervalsers, het romandebuut van Theo - toen nog Theodoor - Kars verscheen in 1967, kort nadat Kars twee jaar in de gevangenis had gezeten in verband met de in zijn boek verschenen vervalsingszaken. Wie meer van De vervalsers wil begrijpen dan in het boek beschreven staat, zal iets moeten weten van de jaren zestig en het literaire klimaat van die dagen. Kort samengevat: de jaren zestig waren een verschrikking en met de letteren viel het niet mee. Als je vandaag de dag over de jaren zestig hoort, hoor je over vrijheid en individualiteit, maar het tegendeel was het geval. In het schemergebied dat het einde van de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig bestrijkt, was er inderdaad sprake van een grote individuele vrijheid. Iedereen ging min of meer zijn eigen gang. De ene hield van rock & roll en droeg een leren jack, de andere van jazz en poëzie en droeg een leren jasje. Nog weer anderen, Wim van der Linden bijvoorbeeld, omarmden alles. Van der Linden deed, ongehoord in die dagen, zelfs aan wielrennen. Met de opkomst van de popmuziek kwam dit alles ten einde. Van de ene dag op de andere trok iedereen dezelfde kleren aan en luisterde naar dezelfde muziek. Niet veel later kwamen daar drugsgebruik en vrije liefde bij, en wee je gebeente als je aan dit alles geen deelnam. Dan was je 'square' en werd onherroepelijk uit de groep gestoten. Je vrijheden waren verplicht, wat heerste was de 'Terreur van de Vrijheid'. De literatuur uit die jaren valt ook niet mee. De poëzie van de vijftigers bevond zich in zijn nadagen, Hermans had zijn beste werk achter zich, Campert en Claus zouden het nooit schrijven. Reve is de grote uitzondering, en dan had je nog de eilandjes van de Nieuwe Stijl en Barbarber, maar verder was het vooral Mulisch, Vinkenoog, en wartaal à la Vogelaar en Polet wat de klok sloeg. En te midden van al deze malaise was daar op 1 juli 1964 ineens Tegenstroom. Redactie T. Kars, B. van Houten, Keller (wie zegt U?), jongeheren die er niet uitzagen en zich in niets gedroegen zoals de tijdgeest dat voorschreef. In hun 'Ter Inleiding' zegt de redactie: 'Het (Tegenstroom) zal een guerrilla gaan voeren om de literaire verhoudingen in Nederland tot de juiste grootte herleiden.' Ze zeiden ook dat ze het blad zelf financierden en van een groot geldelijk verlies uitgingen, maar die mededeling trok nauwelijksaandacht. In het eerste nummer van Tegenstroom pakte Kars uit tegen Harry Mulisch ('De nieuwe kleren van de keizer') en Van Houten tegen Remco Campert ('Slechte chocolade met gratis plakplaatjes') en daarmee was de toon gezet. Er was aandacht voor schrijvers als Montherlant, Vailland, Greene en dat was niet de bedoeling natuurlijk. Tegenstroom werd weggehoond. Aan het oorspronkelijke proza van Kars en Van Houten dat in Tegenstroom verscheen, werd zover ik me herinner geen woord vuil gemaakt. En toen, in augustus 1965, verscheen nummer van 4 van de tweede jaargang dat opende met een stuk van Boudewijn van Houten met de kop 'Het einde van Tegenstroom'. 'Op 24 april,' schreef Van Houten, '-zijn mijn medewerkers T. Kars en K.Brants gearresteerd. Zij worden verdacht van de fraude die op 27 november 1964 de Rijkspostspaarbank 78.000 gulden heeft gekost.' Theo Kars werd tot twee jaar en drie maanden gevangenisstraf veroordeeld. Moordenaars krijgen vaak minder. Hij zat zijn straf uit in gevangenis aan de Weteringsschans en schreef in die periode De vervalsers. In zijn 'Waarschuwing aan de lezer' noemt Kars zijn boek 'een autobiografische roman die niet is bedoeld als een brochure ter rechtvaardiging van mijzelf-zo ik daar al behoefte aan mocht hebben.' Ik heb De vervalsers meteen na verschijnen gekocht en gelezen en het boek heeft mij sindsdien altijd vergezeld. Voor de gelegenheid heb ik het herlezen en het beviel me zoals het me vijftig jaar geleden beviel. In even kaal als tijdloos proza vertelt Kars de geschiedenis van een groepje jonge mannen, een clubje noemt hij het, dat op zijn eigen eiland een eigen leven leidt. Ze weigeren zich te voegen naar de wereld om hen heen, maar binnen de groep dient iedereen zich te conformeren aan de leider, Sax, in wie we de jonge Kars kunnen herkennen. Storm, die trekken van Van Houten toont is zijn adjudant, Mutsaert zijn vriend. De andere leden van de groep worden als 'bedienden' gezien. De bedienden gedragen zich zoals hun meesters dat willen, en proberen hun bazen in alles te imiteren. De aandacht in De vervalsers gaat in de eerste plaats uit naar de door de groep gepleegde misdaden, maar de groep zelf is minstens zo interessant. Het hoogtepunt van de groepsdynamiek komt als Sax tijdens voorbereidingen van de postwisselaffaire ruzie krijgt met zijn vriend Mutsaert. Sax trekt zich terug uit de zaak, maar eist wel zijn aandeel in de buit. Als hij zijn deel niet krijgt, zal hij de anderen aangeven, laat hij weten. In het taalgebruik van de groep kan je dit 'ignobel' noemen, maar Sax komt er mee weg. Kars weet zelfs aannemelijk te maken dat dit niet ten onrechte is. Het lijkt erop dat Kars zich, net als Sax, zo boven de anderen verheven voelde, dat hij het recht had zich op te stellen zoals hij deed. Deze hooghartigheid ten opzichte van vriend en vijand is wat het boek zo aantrekkelijk maakt. Je hebt te maken met romanpersonages die hun publiek niet naar de mond praten, die geen pretentieuze kletspraatjes verkopen en die weten waarover ze het hebben. Een mindere schrijver dan Kars zou allicht gesuggereerd hebben, dat de vervalsingszaak zonder zijn leiding, de leiding van Sax meen ik, in moei- lijk vaarwater kwam, maar in De vervalsers is daar geen sprake van. De groep haalt het geld met bakken binnen en deelt het keurig met Sax. Die als dank een tweede zaak opzet, nu met spaarbankboekjes en zonder de groep zodat hij niet te delen hoeft. Hoe schandelijk allemaal, en hoe heerlijk om te lezen. De vervalsers staat na vijftig jaar nog altijd recht overeind, net als De verleider trouwens, Kars' tweede roman. Het proza is even kaal als van alle tijden en in de intrige ijzersterk.De vervalsers is nooit een bestseller geweest, maar is zoals een klassieker betaamt sinds zijn verschijnen vrijwel altijd in druk gebleven. Zie deze uitgave die De vervalsers een welverdiend nieuw leven brengt. Guus Luijters
Guus Luijters — De vervalsers — 28 november 2017
In het kort
ISBN-13
9789492830005
Uitgever
Verschenen
30 november 2017
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789492830005
TaalNederlands dut
Pagina’s272
GeïllustreerdJa
Uitgave
UitgeverMMPublications
ImprintMMPublications
CB-relatie-id6372336
Verschenen30 november 2017
StatusOnbekend 00
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Zonder prijsPrijs volgt
Vorm & inhoud
ProductvormHardback BB
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Literaire non-fictie algemeen 320
NUR (alle)320 Literaire non-fictie algemeen
Medewerkers
Auteur A01Theo Kars
Herkomst
Werk-id (NSTC)500043931
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500043931 · CB-relatie 6372336 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









