

Delen van bedrijfsmiddelen in de telecommunicatie verplichtingen tot medegebruik van kabels, antennes, opstelpunten en apparatuurruimten
Telecommunicatiedienstverlening is niet mogelijk zonder dat fysieke infrastructurele voorzieningen (kabels, antennes, apparatuur) worden aangelegd. Onbeperkte aanleg daarvan stuit af op bezwaren van praktische, technische of economische aard en op aspecten van ruimtelijke ordening. Medegebruik van voorzieningen ligt voor de hand, maar de belangen van marktpartijen zijn niet gelijk. In een aantal gevallen bestaan er wettelijke verplichtingen tot medegebruik van voorzieningen.
In dit onderzoek worden verplichtingen tot het delen van kabels, kabelgoten, antennes, antenne-opstelpunten en apparatuurruimten naast elkaar behandeld. Voor het verplicht delen van kabels en antenne-opstelpunten bestaan afzonderlijke wettelijke regelingen. Het ter beschikking stellen van apparatuurruimten kan een bijkomende verplichting zijn in het kader van interconnectie of toegang tot netwerken. De Nederlandse wetgeving wordt geanalyseerd tegen de achtergrond van de Europese regelgeving. De regelingen worden - waar mogelijk aan de hand van jurisprudentie - besproken op hun praktische consequenties. Daarbij wordt naast de analyse van de Telecommunicatiewet ook bezien welke rol het algemene mededingingsrecht speelt bij het opleggen van verplichtingen tot medegebruik, of juist het beperken van mogelijkheden daartoe.
Deze studie is tot stand gekomen in het kader van het Nationaal Programma voor Informatietechnologie en Recht (ITeR). Het onderzoek is uitgevoerd binnen eLaw@Leiden, het centrum voor recht in de informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden.
In dit onderzoek worden verplichtingen tot het delen van kabels, kabelgoten, antennes, antenne-opstelpunten en apparatuurruimten naast elkaar behandeld. Voor het verplicht delen van kabels en antenne-opstelpunten bestaan afzonderlijke wettelijke regelingen. Het ter beschikking stellen van apparatuurruimten kan een bijkomende verplichting zijn in het kader van interconnectie of toegang tot netwerken. De Nederlandse wetgeving wordt geanalyseerd tegen de achtergrond van de Europese regelgeving. De regelingen worden - waar mogelijk aan de hand van jurisprudentie - besproken op hun praktische consequenties. Daarbij wordt naast de analyse van de Telecommunicatiewet ook bezien welke rol het algemene mededingingsrecht speelt bij het opleggen van verplichtingen tot medegebruik, of juist het beperken van mogelijkheden daartoe.
Deze studie is tot stand gekomen in het kader van het Nationaal Programma voor Informatietechnologie en Recht (ITeR). Het onderzoek is uitgevoerd binnen eLaw@Leiden, het centrum voor recht in de informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden.
In het kort
ISBN-13
9789012120890
Uitgever
Verschenen
2 mei 2007
Serie
Bibliografisch
Uitgave
UitgeverLefebvre Sdu B.V.
CB-relatie-id7800517
Verschenen2 mei 2007
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 40,00
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Recht algemeen 820
NUR (alle)820 Recht algemeen
Herkomst
Werk-id (NSTC)500664325
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek

Telecommunicatie en ruimtelijke omgeving

Overige regelgeving telecommunicatie

Openbaarheid in het internettijdperk

Inleiding Telecommunicatierecht. Editie 2022

Effectieve rechtsbescherming bij de verdeling van schaarse publieke rechten

Inleiding telecommunicatierecht

De regulering van media in internationaal perspectief

Geschilbeslechting door de OPTA

2011/2012

Inleiding ICT en recht
NSTC 500664325 · CB-relatie 7800517 · Bijgewerkt 6 augustus 2026