
Esperanto, een taal om van te houden
Ook verkrijgbaar als
Oratie UvA/ Taalkunde van vrijdag 4 september 2009
De interlinguïstiek bestudeert door de mens gemaakte internationale verkeerstalen. Het Esperanto (1887) is hiervan de bekendste en de enige die is uitgegroeid tot een taal van een wereldwijde gemeenschap die haar eigen literatuur, radioprogramma's en internetverkeer heeft, en in deze taal congressen organiseert. De ontwikkeling van de taal wordt niet gedirigeerd, maar is in handen van de verspreid wonende sprekers. Wim Jansen beschrijft in zijn oratie enkele spontane taalevoluties en gaat ook in op de attitude van taalgebruikers tegenover vermeende kunstgrepen'. De affectie die veel Esperanto-sprekers voor hun taal tonen en die voor een vreemde taal uitzonderlijk genoemd kan worden, wordt vaak verklaard uit het gevoel van gelijkwaardigheid dat het Esperanto aan iedereen geeft. Beter wetende moedertaalsprekers ontbreken immers in het Esperanto-verkeer. Jansen stelt dat elementen in de taalstructuur, zoals de bovengenoemde kunstgrepen, deze affectie ook voeden. Verschillende mondiaal weinig of niet voorkomende structuren en/of processen dragen volgens hem hieraan ook bij.
Dhr. prof. dr. W.H. Jansen, bijzonder hoogleraar Interlinguïstiek en Esperanto
De interlinguïstiek bestudeert door de mens gemaakte internationale verkeerstalen. Het Esperanto (1887) is hiervan de bekendste en de enige die is uitgegroeid tot een taal van een wereldwijde gemeenschap die haar eigen literatuur, radioprogramma's en internetverkeer heeft, en in deze taal congressen organiseert. De ontwikkeling van de taal wordt niet gedirigeerd, maar is in handen van de verspreid wonende sprekers. Wim Jansen beschrijft in zijn oratie enkele spontane taalevoluties en gaat ook in op de attitude van taalgebruikers tegenover vermeende kunstgrepen'. De affectie die veel Esperanto-sprekers voor hun taal tonen en die voor een vreemde taal uitzonderlijk genoemd kan worden, wordt vaak verklaard uit het gevoel van gelijkwaardigheid dat het Esperanto aan iedereen geeft. Beter wetende moedertaalsprekers ontbreken immers in het Esperanto-verkeer. Jansen stelt dat elementen in de taalstructuur, zoals de bovengenoemde kunstgrepen, deze affectie ook voeden. Verschillende mondiaal weinig of niet voorkomende structuren en/of processen dragen volgens hem hieraan ook bij.
Dhr. prof. dr. W.H. Jansen, bijzonder hoogleraar Interlinguïstiek en Esperanto
In het kort
ISBN-13
9789048511242
Uitgever
Verschenen
4 september 2009
Serie
Bibliografisch
Uitgave
UitgeverAmsterdam University Press
CB-relatie-id7400597
Verschenen4 september 2009
StatusOnbekend 00
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Zonder prijsPrijs volgt
Vorm & inhoud
ProductvormE-book ED
VormdetailE107 PDF
SamenstellingPakket (meerdelig)
Beveiliging e-bookGeen 00
Classificatie
NUR (hoofd)Taalkunde 616
NUR (alle)616 Taalkunde
Medewerkers
Auteur A01W. Jansen
Herkomst
Werk-id (NSTC)500201834
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500201834 · CB-relatie 7400597 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









