

Geadopteerd, en dan? persoonlijke verhalen van geadopteerden, afstandsmoeders en adoptieouders
Han Ernest ill.
Paperback192 pagina’sNederlands
Er zijn ongeveer 55.000 geadopteerden in Nederland. De meesten hiervan komen van verre continenten met andere culturen: Azië, Zuid-Amerika en Afrika. De adoptie van Nederlandse kinderen is de afgelopen jaren flink afgenomen. Er worden nu per jaar in Nederland nog twintig kinderen ter adoptie aangeboden.
De één groeit op als enig geadopteerd kind, de ander met meerdere geadopteerde of biologische kinderen van de adoptieouders. In een aantal adoptiesituaties merkt of voelt het kind zich anders dan de leden van zijn of haar adoptiefamilie. Voor de één is dat moeilijk terwijl de ander dat als een vaststaand gegeven accepteert. Lang niet alle geadopteerden gaan op zoek naar hun 'roots'. De geadopteerden die voor dit boek zijn geïnterviewd hebben vrijwel allemaal de stap gezet naar een zoektocht, één denkt erover en één andere geadopteerde zegt totaal geen behoefte te hebben aan contact. Loyaliteit jegens de adoptieouders en onzekerheid over wat je te wachten staat als je je biologische familie gevonden hebt, komen in de verhalen naar voren. Vooral de band met broers en/of zussen blijkt belangrijk te zijn.
De adoptieouders die zijn geïnterviewd geven allen aan dat het uiteindelijk goed is dat hun kind contact krijgt met de biologische familie. Zij vinden het belangrijk dat hun kind in ieder geval weet waar hij of zij vandaan komt. Ze realiseren zich dat het contact een desillusie kan zijn voor hun kind en bespreken dat ook.
Uit de verhalen van twee afstandsmoeders die inmiddels contact hebben met hun kind, kun je opmaken dat het contact met een afgestaan kind niet automatisch soepel verloopt. Dat gaat met pieken en dalen. Er is veel verdriet bij de afstandsmoeders en boosheid omdat ze hun kind 'moesten' afstaan. Daarnaast moeten ze antwoorden vinden op de vragen van het kind dat ze afgestaan hebben.
Het boek bevat niet alleen heftige ervaringsverhalen; ook een vertegenwoordiger van de Fiom en hoogleraar Adoptiestudies Femmie Juffer komen aan het woord. Daarnaast heeft em. hoogleraar adoptie René Hoksbergen een proloog geschreven. Hij besluit deze met: "Cornelie van Well heeft met haar boekje gevoelige snaren van de gehele adoptiedriehoek weten te raken. Dit boekwerk bevat een schat aan relevante, waardevolle informatie."
Met een voorwoord door Peter Benders van Stichting Adoptievoorzieningen.
De één groeit op als enig geadopteerd kind, de ander met meerdere geadopteerde of biologische kinderen van de adoptieouders. In een aantal adoptiesituaties merkt of voelt het kind zich anders dan de leden van zijn of haar adoptiefamilie. Voor de één is dat moeilijk terwijl de ander dat als een vaststaand gegeven accepteert. Lang niet alle geadopteerden gaan op zoek naar hun 'roots'. De geadopteerden die voor dit boek zijn geïnterviewd hebben vrijwel allemaal de stap gezet naar een zoektocht, één denkt erover en één andere geadopteerde zegt totaal geen behoefte te hebben aan contact. Loyaliteit jegens de adoptieouders en onzekerheid over wat je te wachten staat als je je biologische familie gevonden hebt, komen in de verhalen naar voren. Vooral de band met broers en/of zussen blijkt belangrijk te zijn.
De adoptieouders die zijn geïnterviewd geven allen aan dat het uiteindelijk goed is dat hun kind contact krijgt met de biologische familie. Zij vinden het belangrijk dat hun kind in ieder geval weet waar hij of zij vandaan komt. Ze realiseren zich dat het contact een desillusie kan zijn voor hun kind en bespreken dat ook.
Uit de verhalen van twee afstandsmoeders die inmiddels contact hebben met hun kind, kun je opmaken dat het contact met een afgestaan kind niet automatisch soepel verloopt. Dat gaat met pieken en dalen. Er is veel verdriet bij de afstandsmoeders en boosheid omdat ze hun kind 'moesten' afstaan. Daarnaast moeten ze antwoorden vinden op de vragen van het kind dat ze afgestaan hebben.
Het boek bevat niet alleen heftige ervaringsverhalen; ook een vertegenwoordiger van de Fiom en hoogleraar Adoptiestudies Femmie Juffer komen aan het woord. Daarnaast heeft em. hoogleraar adoptie René Hoksbergen een proloog geschreven. Hij besluit deze met: "Cornelie van Well heeft met haar boekje gevoelige snaren van de gehele adoptiedriehoek weten te raken. Dit boekwerk bevat een schat aan relevante, waardevolle informatie."
Met een voorwoord door Peter Benders van Stichting Adoptievoorzieningen.
Recensies
"Geadopteerd, en dan?" is een boek met persoonlijke verhalen over afstand doen, afgestaan zijn en hoe adoptieouders omgaan met de herkomst van hun adoptiekinderen. Er staan negentien openhartige verhalen in het boek van afstandsmoeders, adoptiekinderen en adoptieouders. Uit die verhalen blijkt dat het lang niet altijd eenvoudig is om adoptie een plaats te geven. Zo valt in sommige interviews van adoptiekinderen te lezen dat hun adoptieouders aandacht schenken aan hun geboorteland, maar dat de kinderen dat zelf helemaal niet willen. Aan de andere kant zijn er verhalen van adoptiekinderen die van jongs af aan al denken aan hun geboorteouders. Wat wel duidelijk wordt, is dat de relatie tussen biologische ouders/adoptieouders/adoptiekinderen veel mensen in de adoptiedriehoek heel sterk bezighoudt. In het boek staat ook een bijdrage van Femmie Juffer, hoogleraar adoptiestudies aan de universiteit van Leiden. Zij pleit voor een open adoptie: een permanent lijntje naar de afstandsouder(s). René Hoksbergen (em. Hoogleraar adoptie) heeft de proloog geschreven en Tom Hendriks van de Stichting Fiom vertelt hoe vanuit de stichting het in contact brengen van geadopteerden met hun afstandsouder begeleid wordt. Peter Benders van Stichting Adoptievoor- zieningen heeft het voorwoord voor het boek geschreven. Voor adoptiekinderen die overwegen om een rootsreis te maken, is het boek zonder meer aan te bevelen. Meerdere adoptiekinderen vertellen namelijk over hun reis naar hun geboorteland. De meesten realiseren zich dat, nadat ze hun biologisch eigen ouder(s) hebben ontmoet, ze zich rustiger voelen. Voor hen is weten waar ze vandaan komen een (bijna) 'helend' proces waarbij ze zichzelf 'hervinden' in het land waar ze er net zo uit zien als de mensen op straat, terwijl ze zich bijna allemaal ook realiseren dat ze toch wel erg Westers zijn. Schrijfster Comelie van Well heeft gestudeerd aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Zij heeft meerdere boeken op haar naam staan waarin levensverhalen belangrijk zijn waaronder: 'Dat doe je gewoon' met verhalen van (ex)mantelzorgers. Achterin staat een adressenlijst van organisaties voor geadopteerden.
Jorine de Vries — LAVAContact 2012-3 — 1 oktober 2012
Het proqramma Spoorloos gaat al vele jaren op zoek naar families- en achtergronden van adoptiekinderen. Het is, gezien de kijkcijfers, een populair programma dat telkens opnieuw weet te boeien door zijn grote verscheidenheid aan cases. Die verscheidenheid valt ook op bij het lezen van dit boek waarin concrete personen via een diepteinterview hun levensverhaal vertellen: geadopteerden, afstandsmoeders en adoptieouders. Culturele en religieuze verschillen resp. individuele omstandigheden maken dat elke casus uniek is. Niet uniek is de confrontatie tussen adoptieouders en biologische ouders die soms kunnen leiden tot een loyaliteitsconflict tussen het Nederlandse Nu en het oosterse of Zuid -Amerikaanse verleden. Het zijn soms heftige verhalen. Met de eigentijdse en interessante adressenlijst kunnen betrokkenen en geïnteresseerden desgewenst hun eigen levensweg vervolgen.
L. Leclercq — NBD — 1 augustus 2012
Een bundel persoonlijke verhalen van geadopteerden, afstandsmoeders en adoptieouders. Het gaat om heel verschillende verhalen, elk vanuit het eigen gezichtspunt. Bijvoorbeeld kinderen die wel of niet willen zoeken naar hun biologische ouders en waarom. Moeders die gedwongen zijn hun kind af te staan en adoptieouders die na jaren pas het ware verhaal horen. Een boek vol emoties, met ook bijdragen van een Fiom medewerker, professor Hoksbergen en professor Juffer. De laatste pleit voor open adoptie, zodat kind en ouders van elkaars bestaan weten en contact kunnen blijven houden. Eigenlijk geeft iedere geadopteerde wel aan te willen weten op wie hij of zij lijkt, maar belangrijker lijken eventuele broers en zussen te zijn. Het boek geeft ook een inkijk in de loyaliteitsbeleving van alle betrokkenen. Soms is elkaar een- of tweemaal zien voldoende om het plaatje compleet te krijgen. Dat geeft dan rust en ruimte. Echt een band opbouwen blijkt veel tijd en energie te kosten. Veel uit dit boek is ook voor pleegzorg herkenbaar.
FW — Mobiel. Tijdschrift voor pleegzorg — 6 september 2012
In het kort
ISBN-13
9789077024416
Uitgever
Verschenen
12 mei 2012
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789077024416
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s192
GeïllustreerdJa
Uitgave
UitgeverGraaff, Uitgeverij de
ImprintUitgeverij De Graaff
CB-relatie-id7000935
Verschenen12 mei 2012
StatusOnbekend 00
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Psychologie algemeen 770
NUR (alle)770 Psychologie algemeen
Medewerkers
Auteur A01Cornelie van Well
Illustrator A12Han Ernest
Herkomst
Werk-id (NSTC)500284756
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500284756 · CB-relatie 7000935 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









