

Gegevensverwerking in het kader van de opsporing toepassing van datamining ten behoeve van de opsporingstaak : afweging tussen het opsporingsbelang en het recht op privacy
Gegevensverwerking is voor de (justiti ) politietaak van essentieel belang. Informatiegaring richt in toenemende mate op elektronische gegevensverzamelingen, hetgeen de mogelijkheid biedt informatie sneller en effici er te verwerken dan voorheen het geval was. Het huidige kabinetsbeleid heeft geresulteerd in een toename van de mogelijkheden en bevoegdheden inzake gegevensverwerking door opsporingsinstanties en veiligheidsdiensten, teneinde in een veranderende maatschappij hun werk te kunnen blijven doen. Hierbij speelt de toepassing van geavanceerde hulpmiddelen als datamining een steeds belangrijker rol.
In het kader van de bestrijding van terroristische acties lijken nauwelijks nog beperkingen te gelden voor het verwerken van informatie over personen, verdacht dan wel onverdacht. Het is de vraag in hoeverre dergelijke ruime mogelijkheden tot de verwerking van informatie en daarmee mogelijk gepaard gapaard gaande inbreuken op de privacy wenselijk en toelaatbaar zijn. De maatschappelijke ontwikkelingen nopen de wetgever tot het vinden van een balans tussen het effectief waarborgen van de veiligheid van de burger enerzijds en de bescherming van de privacy van diezelfde burger anderzijds. Dit onderzoek beoogt duidelijkheid te scheppen omtrent de mogelijkheden en onmogelijkheden van de verwerking van gegevens in het kader van de opsporingstaak. Daartoe is onder meer voor het gebruik van datamining onderzocht wat er binnen de grenzen van de juridische en maatschappelijke kaders wenselijk en mogelijk is.
In het kader van de bestrijding van terroristische acties lijken nauwelijks nog beperkingen te gelden voor het verwerken van informatie over personen, verdacht dan wel onverdacht. Het is de vraag in hoeverre dergelijke ruime mogelijkheden tot de verwerking van informatie en daarmee mogelijk gepaard gapaard gaande inbreuken op de privacy wenselijk en toelaatbaar zijn. De maatschappelijke ontwikkelingen nopen de wetgever tot het vinden van een balans tussen het effectief waarborgen van de veiligheid van de burger enerzijds en de bescherming van de privacy van diezelfde burger anderzijds. Dit onderzoek beoogt duidelijkheid te scheppen omtrent de mogelijkheden en onmogelijkheden van de verwerking van gegevens in het kader van de opsporingstaak. Daartoe is onder meer voor het gebruik van datamining onderzocht wat er binnen de grenzen van de juridische en maatschappelijke kaders wenselijk en mogelijk is.
In het kort
ISBN-13
9789012118262
Uitgever
Verschenen
31 december 2006
Serie
Bibliografisch
Uitgave
UitgeverLefebvre Sdu B.V.
CB-relatie-id7800517
Verschenen31 december 2006
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Adviesprijs (incl. btw)€ 52,39
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Recht algemeen 820
NUR (alle)820 Recht algemeen
Medewerkers
Auteur A01R. Sietsma
Herkomst
Werk-id (NSTC)500674750
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek

Privacy en politiegegevens

Big Data in een vrije en veilige samenleving

Mensenrechten en predictive policing

Hij die gegevens misbruikt wordt gestraft ... of toch niet?

Algoritmische strafvordering

Privacyregulering in theorie en praktijk

Openbaarheid in het internettijdperk

Predictive policing

Wet bescherming Persoonsgegevens en ICT

Verwerking van strafrechtelijke gegevens door het openbaar ministerie
NSTC 500674750 · CB-relatie 7800517 · Bijgewerkt 6 augustus 2026