

Hoe gebruik je getallen in het Nederlands Tellen, rekenen, meten, wegen en nog veel meer
Deel I Hoe gebruik je getallen in het Nederlands91.Hoofdtelwoorden 111.1 Een121.3 Vier, veertien en veertig 151.4 Zeven 151.5 Elf en twaalf 151.6 Veertig, vijftig, zestig en zeventig 161.7 Tachtig 161.8 Gros 161.9 Honderd, duizend, miljoen, miljard 161.10 Punten en komma’s171.11 En181.12 Alle 181.13 Even, oneven en priemgetallen 191.14 Positieve en negatieve getallen 201.15 Gehele, ronde en gebroken getallen 202.Rangtelwoorden 202.1 -ste of -de212.2 Tweede 212.3 Derde 212.4 Volgorde en opsommingen 222.5 Leeftijden 222.6 Hoeveelste en zoveelste 222.7 Uitdrukkingen 233. Cijfer, nummer en getal 233.1. Cijfer 243.2 Nummer 253.3 Getal 254. Cijfers met achtervoegsels 264.1 -tal 264.2 -voudig 274.3 -dubbel 274.4 -en, -tjes en -tje284.5 -ling 285.Rekenen 295.1 Symbolen 295.2 Breuken 315.3 Geometrische vormen336. Tijd346.1 Digitale klok 356.2 Het kwartier 356.3 Precies of ongeveer356.4 Een uurtje, halfuurtje en kwartiertje 366.5 Middernacht en het middaguur 366.6 Tijdsaanduidingen in het enkelvoud en meervoud 376.7 Uitdrukkingen 387. Leeftijden 388. Data399. Graden 409.1 Temperatuur409.2 Cirkels en hoeken 4110. Gewicht, inhoud en lengte 4110.1 Gewicht 4110.2 Inhoud 4310.3 Lengte, afstand en oppervlakte 4311. Geld 451.1 Bedragen en biljetten 451.2 Uitdrukkingen 4612. Exact en ongeveer 4612.1 Precies en exact 4612.2 Ongeveer4612.3 Iets meer4812.4 Iets minder 4813. Veel en weinig 4913.1 Veel 4913.2 Weinig 5113.3 Een paar en een stel 5113.4 Enkel en enig 5313.5 Genoeg 54Deel II Oefeningen 56Afkortingen 60Omrekenen 61Grammaticale termen 62Fonetische tekens 63Bibliografie 64Register 65Foutloos leren praten over getallen in leeftijden, jaartallen, afstanden, maten, sommen en bedragen? Met uitleg, tips, honderden voorbeeldzinnen, oefeningen, uitdrukkingen en idioom. Vanaf niveau B1.Getallen gebruiken we elke dag: in de supermarkt, op school, bij het sporten, onderweg of bij het kopen van een tafel, een auto of een huis. Maar hoe praat je foutloos over prijzen, aantallen, bedragen, leeftijden en afstanden? Waarom zeg je dat iets ‘twee dagen’ duurt maar niet ‘twee uren’ (correct: ‘twee uur’)? Hoe oud is een ‘peuter’? Waarom is ‘driedubbel’ niet hetzelfde als ‘zes’? Wanneer zeg je ‘drie tientjes’? En hoeveel is ‘elfendertig’?In dit boek leert u hoe u in het Nederlands foutloos getallen in leeftijden, jaartallen, afstanden, maten, sommen en bedragen kunt gebruiken. Ook vindt u er honderden voorbeeldzinnen, oefeningen en uitleg van uitdrukkingen en idioom. Dit boek is geschikt voor halfgevorderden en gevorderden (B1-2, C1-2).
In het kort
ISBN-13
9789082089936
Uitgever
Verschenen
4 april 2021
Serie
Bibliografisch
Uitgave
UitgeverTaalbureau TXT
CB-relatie-id6328647
Verschenen4 april 2021
StatusLeverbaar 04
BeschikbaarheidBeschikbaar 20
Adviesprijs (incl. btw)€ 12,50
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
Trefwoordennt2
Medewerkers
Auteur A01Lijntje Pronk
Herkomst
Werk-id (NSTC)501456907
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Trefwoorden
Lijkt op dit boek

Hoe gebruik je er in het Nederlands

Hoe gebruik je verkleinwoorden in het Nederlands

Verbeter je Nederlands: 100 veelvoorkomende taalfouten

Beter in Nederlands

Een inleiding

Veelgestelde vragen in de NT2-les

Taaltraining Correct Nederlands

Van Dale grammatica Nederlands (NT2)

Let’s Go Dutch – Stap voor Stap Nederlands Leren

Uitspraak en spelling
NSTC 501456907 · CB-relatie 6328647 · Bijgewerkt 6 augustus 2026