Catalogus
Omslag van Hoe gebruik je verkleinwoorden in het Nederlands
Achterkant van Hoe gebruik je verkleinwoorden in het Nederlands

Hoe gebruik je verkleinwoorden in het Nederlands

Paperback71 pagina’sNederlandsLeverbaarDeel 3 →
Inhoudsopgave1.Inleiding2.De basisvorm en de verkleinvorm2.1 Klein, kort, dun, zwak, jong2.2 Met ‘klein’2.3 Fijn, schattig en elegant2.4 Niet zo erg2.5 Negatief2.6 Ironisch2.7 Toon van de zin verandert2.8 Ongeveer3.Verkleinvorm met een andere betekenis dan de basisvorm3.1 Telbaar3.2 Nieuwe, specifieke betekenis3.3 Namen4. De verkleinvorm zonder basisvorm4.1 In de keuken264.2 Flora en fauna274.3 Basisvorm bestaat niet meer5.Verkleinvorm van een zelfstandig naamwoord5.1 Verkleinwoorden op -je5.1.1 Woorden met een onregelmatig meervoud5.1.2 Uitspraak5.2 Verkleinwoorden op -tje5.2.1Na l, n, r en w5.2.2Na een klinker5.2.3 Uitspraak5.3 Verkleinwoorden op -etje5.4Verkleinwoorden op -pje5.5Verkleinwoorden op -kje5.6Meer dan één verkleinvorm5.7Verkleinwoorden op -ie396.Verkleinvorm van bijvoeglijke naamwoorden6.1 Verkleinvormen op -ie6.2 Bijvoeglijke naamwoorden op -jes, -tjes of -pjes7.Verkleinvorm van getallen7.1 Geld7.2 Cijfers op school47.3 Eentje7.4 Met z’n tweetjes8.Verkleinvorm van werkwoorden8.1 Stam met -je of -tje8.2 Stam met -ertje9.Verkleinvorm van voornaamwoorden10.Verkleinvormen van bijwoorden10.1 Het bijwoord wordt een zelfstandig naamwoord10.2 Het bijwoord blijft een bijwoord10.3 Verkleinvormen op -jes, -pjes en -tjes10.4 Uitdrukkingen en idioom11.Samenstellingen met een verkleinvorm12.UitdrukkingenGrammaticale en fonetische termenFonetische tekensBibliografieRegisterMet behulp van meer dan 400 voorbeelden, voorbeeldzinnen en illustraties biedt dit boek een helder overzicht van de vormen en het gebruik van de Nederlandse verkleinwoorden.In het Nederlands worden heel veel verkleinwoorden gebruikt. Ze zijn gemakkelijk te herkennen, maar hoe gebruik je ze eigenlijk? Gebruik je ze alleen voor dingen die klein zijn?Is het ‘zonnetje’ niet even groot als de ‘zon’? Wat is het verschil tussen ‘meisje’ en ‘meid’? Wat zijn een ‘blauwtje’, een ‘groentje’ en een ‘geeltje’? Is ‘netjes’ ook een verkleinwoord? En wat betekent ‘hutjemutje’?Met behulp van meer dan 400 voorbeelden, voorbeeldzinnen en illustraties biedt dit boek een helder overzicht van de vormen en het gebruik van de Nederlandse verkleinwoorden. Aan het eind van het boek weet u niet alleen welke betekenissen verkleinwoorden kunnen hebben, maar ook hoe je ze vormt, welke woordsoorten allemaal verkleinvormen hebben (meer dan u denkt), en welke woorden je altijd in de verkleinvorm gebruikt.
In het kort
ISBN-13
9789082089943
Verschenen
6 juni 2021

Lijkt op dit boek

NSTC 501467477 · CB-relatie 6328647 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol → · € 12,50
← Terug naar resultaten
Omslag van Hoe gebruik je verkleinwoorden in het Nederlands
Achterkant van Hoe gebruik je verkleinwoorden in het Nederlands

Hoe gebruik je verkleinwoorden in het Nederlands

Paperback71 pagina’sNederlandsLeverbaarDeel 3 van NT2-Bibliotheek →
Inhoudsopgave1.Inleiding2.De basisvorm en de verkleinvorm2.1 Klein, kort, dun, zwak, jong2.2 Met ‘klein’2.3 Fijn, schattig en elegant2.4 Niet zo erg2.5 Negatief2.6 Ironisch2.7 Toon van de zin verandert2.8 Ongeveer3.Verkleinvorm met een andere betekenis dan de basisvorm3.1 Telbaar3.2 Nieuwe, specifieke betekenis3.3 Namen4. De verkleinvorm zonder basisvorm4.1 In de keuken264.2 Flora en fauna274.3 Basisvorm bestaat niet meer5.Verkleinvorm van een zelfstandig naamwoord5.1 Verkleinwoorden op -je5.1.1 Woorden met een onregelmatig meervoud5.1.2 Uitspraak5.2 Verkleinwoorden op -tje5.2.1Na l, n, r en w5.2.2Na een klinker5.2.3 Uitspraak5.3 Verkleinwoorden op -etje5.4Verkleinwoorden op -pje5.5Verkleinwoorden op -kje5.6Meer dan één verkleinvorm5.7Verkleinwoorden op -ie396.Verkleinvorm van bijvoeglijke naamwoorden6.1 Verkleinvormen op -ie6.2 Bijvoeglijke naamwoorden op -jes, -tjes of -pjes7.Verkleinvorm van getallen7.1 Geld7.2 Cijfers op school47.3 Eentje7.4 Met z’n tweetjes8.Verkleinvorm van werkwoorden8.1 Stam met -je of -tje8.2 Stam met -ertje9.Verkleinvorm van voornaamwoorden10.Verkleinvormen van bijwoorden10.1 Het bijwoord wordt een zelfstandig naamwoord10.2 Het bijwoord blijft een bijwoord10.3 Verkleinvormen op -jes, -pjes en -tjes10.4 Uitdrukkingen en idioom11.Samenstellingen met een verkleinvorm12.UitdrukkingenGrammaticale en fonetische termenFonetische tekensBibliografieRegisterMet behulp van meer dan 400 voorbeelden, voorbeeldzinnen en illustraties biedt dit boek een helder overzicht van de vormen en het gebruik van de Nederlandse verkleinwoorden.In het Nederlands worden heel veel verkleinwoorden gebruikt. Ze zijn gemakkelijk te herkennen, maar hoe gebruik je ze eigenlijk? Gebruik je ze alleen voor dingen die klein zijn?Is het ‘zonnetje’ niet even groot als de ‘zon’? Wat is het verschil tussen ‘meisje’ en ‘meid’? Wat zijn een ‘blauwtje’, een ‘groentje’ en een ‘geeltje’? Is ‘netjes’ ook een verkleinwoord? En wat betekent ‘hutjemutje’?Met behulp van meer dan 400 voorbeelden, voorbeeldzinnen en illustraties biedt dit boek een helder overzicht van de vormen en het gebruik van de Nederlandse verkleinwoorden. Aan het eind van het boek weet u niet alleen welke betekenissen verkleinwoorden kunnen hebben, maar ook hoe je ze vormt, welke woordsoorten allemaal verkleinvormen hebben (meer dan u denkt), en welke woorden je altijd in de verkleinvorm gebruikt.
In het kort
ISBN-13
9789082089943
Verschenen
6 juni 2021

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 501467477 · CB-relatie 6328647 · Bijgewerkt 6 augustus 2026