

In het belang van het dier over het welzijn van dieren in de veehouderij
Paperback130 pagina’sNederlandsLeverbaar
"In 1999 besloot de Europese ministerraad om de legbatterij af te schaffen en te vervangen door een huisvestingsysteem waarin kippen meer ruimte krijgen. Hun leefoppervlak is daarmee vergroot tot iets meer dan één vel A4. In dit boek stellen de auteurs zich de vraag of het dierenwelzijn met dergelijke maatregelen eigenlijk wel verbetert. Is dit het welzijn wat door de maatschappij wordt gewenst?
De Jonge en Goewie laten zien dat de problematiek rond dierenwelzijn en gezondheid in de intensieve veehouderij de afgelopen tien jaar is toegenomen, terwijl het wetenschappelijk onderzoek rond dierenwelzijn zich in de laatste twintig jaar heeft kunnen ontwikkelen tot een internationaal erkend vakgebied, dat veel kennis en nieuwe inzichten heeft opgeleverd.
De auteurs laten zien dat de wetenschap in staat is aan te geven wanneer het welzijnsniveau van dieren boven een (binnen het wetenschappelijk forum aanvaarde) minimum drempelwaarde komt. Desondanks halen veehouderijbedrijven die veel produceren tegen lage winstmarges, deze minimum drempelwaarde niet. De ontwikkelde regelgeving door de overheid leidt alleen tot marginale verbeteringen in de bedrijven (kleine aanpassingen die tot welzijnswinst leiden en daarmee als economisch en maatschappelijk acceptabel worden beschouwd).
Als de overheid het dierenwelzijn structureel wil verbeteren zal zij onder andere haar beleid moeten concentreren op de afbouw van intensieve industriële bedrijven en op de ontwikkeling van instrumenten om de wetenschappelijke kennis te institutionaliseren, zo schrijven de auteurs. De biologische sector is tenslotte gebaat bij meer wetenschappelijk onderzoek dat erop gericht is om fundamentele kennis over dierenwelzijn in te brengen in de praktijk van de bedrijfsvoering."
De Jonge en Goewie laten zien dat de problematiek rond dierenwelzijn en gezondheid in de intensieve veehouderij de afgelopen tien jaar is toegenomen, terwijl het wetenschappelijk onderzoek rond dierenwelzijn zich in de laatste twintig jaar heeft kunnen ontwikkelen tot een internationaal erkend vakgebied, dat veel kennis en nieuwe inzichten heeft opgeleverd.
De auteurs laten zien dat de wetenschap in staat is aan te geven wanneer het welzijnsniveau van dieren boven een (binnen het wetenschappelijk forum aanvaarde) minimum drempelwaarde komt. Desondanks halen veehouderijbedrijven die veel produceren tegen lage winstmarges, deze minimum drempelwaarde niet. De ontwikkelde regelgeving door de overheid leidt alleen tot marginale verbeteringen in de bedrijven (kleine aanpassingen die tot welzijnswinst leiden en daarmee als economisch en maatschappelijk acceptabel worden beschouwd).
Als de overheid het dierenwelzijn structureel wil verbeteren zal zij onder andere haar beleid moeten concentreren op de afbouw van intensieve industriële bedrijven en op de ontwikkeling van instrumenten om de wetenschappelijke kennis te institutionaliseren, zo schrijven de auteurs. De biologische sector is tenslotte gebaat bij meer wetenschappelijk onderzoek dat erop gericht is om fundamentele kennis over dierenwelzijn in te brengen in de praktijk van de bedrijfsvoering."
In het kort
ISBN-13
9789023235545
Uitgever
Verschenen
1 augustus 2000
Bibliografisch
ISBN-139789023235545
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s130
GeïllustreerdJa
Uitgave
UitgeverUitgeverij Van Gorcum B.V.
CB-relatie-id6127604
Verschenen1 augustus 2000
StatusLeverbaar 04
BeschikbaarheidBeschikbaar 20
Adviesprijs (incl. btw)€ 13,50
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Dierwetenschappen 942
NUR (alle)942 Dierwetenschappen
Medewerkers
Auteur A01F.H. de Jonge
Auteur A01E.A. Goewie
Herkomst
Werk-id (NSTC)500740498
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500740498 · CB-relatie 6127604 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









