

Inburgeren in de praktijk persoonlijk verslag van een docente
PaperbackNederlands
Op een onbevooroordeelde en ontwapenende manier beschrijft Roos Friesland positieve en negatieve voorvallen die ze zich herinnert uit haar inmiddels tienjarige loopbaan als docent inburgeren en Nederlands als tweede taal (NT2). Haar naïviteit verruilt ze uiteindelijk in voor ervarenheid en een scherp inzicht in de tekortkomingen van zichzelf, maar vooral van het beleid en de praktijk van inburgeronderwijs én die van veel Nieuwe Nederlanders.
Bij docenten inburgering en NT2 en andere dienstverleners die veel te maken hebben met Nieuwe Nederlanders, roept dit zeer toegankelijke boek waarschijnlijk een groot gevoel van herkenning op, of maakt het zoals Marja Rang, coördinator voor- en vroegschoolse educatie, het in het nawoord beschrijft in ieder geval de diepe kloof tussen de goede bedoelingen van de beleids- en plannen-makers en de weerbarstige realiteit en de onmacht, maar ook de onwil waarmee de mensen in het veld soms te maken krijgen zichtbaar. Rang schrijft ook: Ik heb vaak geroepen: Ik zou er wel een boek over kunnen schrijven. Dat het er nooit van gekomen is dat te doen, heeft vooral te maken met het feit dat het geen gemakkelijke opgave is. Want je gaat je al snel een verrader voelen. Een verrader van je eigen idealen, een verrader van het mooie doel dat je voor ogen stond. Maar ook een verrader van de doelgroep, mensen in een afhankelijke positie die vaak weinig mogelijkheden hebben en vaak weinig kansen krijgen.
Journalist en schrijver Joost Niemöller, die vanaf de eerste letter die Roos Friesland op papier zette, een stimulans voor haar was om verder te schrijven, omschrijft het boek als volgt:
Een Somaliër riep boos: Ik wil Sinterklaas niet! Het was niet grappig bedoeld. De man straalde agressieve ontevredenheid uit.
Tien jaar was Roos Friesland docent inburgering en Nederlands als tweede taal. Ze schreef haar ervaringen op. Het zijn ontluisterende, ontroerende, grappige verhalen over de onmogelijke opdracht die Nederland zich gesteld heeft: mensen uit achtergebleven gebieden in een cultuur te persen die zichzelf nauwelijks kent.
Ze moest werken met een Turkse imam die vond dat hij vooral die docent iets te leren had. Zag zichzelf tot haar eigen verbazing s ochtends een bord schapenvlees eten, omdat ze niet uit de toon wilde vallen. Zag ook de psychische en fysieke pijn van moslimas, onder de plak van hun mannen. Ze ging met haar klas naar een voor de inburgering bedoeld theaterstuk dat de zuinigheid en botheid van Nederlanders etaleerde.
Ze had te maken met aardige, intelligente, bazige, agressieve, zielige, goedwillende, luie en gulle allochtonen, die vaak moeite hadden de taal te leren en daarbij ook nog moesten inburgeren.
Roos Friesland vergrootte niets uit. Ze schreef het op zoals zij het meemaakte. Helder. Nuchter. En soms een beetje bitter.
Bij docenten inburgering en NT2 en andere dienstverleners die veel te maken hebben met Nieuwe Nederlanders, roept dit zeer toegankelijke boek waarschijnlijk een groot gevoel van herkenning op, of maakt het zoals Marja Rang, coördinator voor- en vroegschoolse educatie, het in het nawoord beschrijft in ieder geval de diepe kloof tussen de goede bedoelingen van de beleids- en plannen-makers en de weerbarstige realiteit en de onmacht, maar ook de onwil waarmee de mensen in het veld soms te maken krijgen zichtbaar. Rang schrijft ook: Ik heb vaak geroepen: Ik zou er wel een boek over kunnen schrijven. Dat het er nooit van gekomen is dat te doen, heeft vooral te maken met het feit dat het geen gemakkelijke opgave is. Want je gaat je al snel een verrader voelen. Een verrader van je eigen idealen, een verrader van het mooie doel dat je voor ogen stond. Maar ook een verrader van de doelgroep, mensen in een afhankelijke positie die vaak weinig mogelijkheden hebben en vaak weinig kansen krijgen.
Journalist en schrijver Joost Niemöller, die vanaf de eerste letter die Roos Friesland op papier zette, een stimulans voor haar was om verder te schrijven, omschrijft het boek als volgt:
Een Somaliër riep boos: Ik wil Sinterklaas niet! Het was niet grappig bedoeld. De man straalde agressieve ontevredenheid uit.
Tien jaar was Roos Friesland docent inburgering en Nederlands als tweede taal. Ze schreef haar ervaringen op. Het zijn ontluisterende, ontroerende, grappige verhalen over de onmogelijke opdracht die Nederland zich gesteld heeft: mensen uit achtergebleven gebieden in een cultuur te persen die zichzelf nauwelijks kent.
Ze moest werken met een Turkse imam die vond dat hij vooral die docent iets te leren had. Zag zichzelf tot haar eigen verbazing s ochtends een bord schapenvlees eten, omdat ze niet uit de toon wilde vallen. Zag ook de psychische en fysieke pijn van moslimas, onder de plak van hun mannen. Ze ging met haar klas naar een voor de inburgering bedoeld theaterstuk dat de zuinigheid en botheid van Nederlanders etaleerde.
Ze had te maken met aardige, intelligente, bazige, agressieve, zielige, goedwillende, luie en gulle allochtonen, die vaak moeite hadden de taal te leren en daarbij ook nog moesten inburgeren.
Roos Friesland vergrootte niets uit. Ze schreef het op zoals zij het meemaakte. Helder. Nuchter. En soms een beetje bitter.
In het kort
Bibliografisch
ISBN-139789081474023
Editie1
TaalNederlands dut
GeïllustreerdNee
Uitgave
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Multiculturalisme 763
NUR (alle)763 Multiculturalisme
Medewerkers
Auteur A01R. Friesland
Herkomst
Werk-id (NSTC)500544870
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek

Inburgering en verder - in 7 stappen

De inburgeringscursus voor witte mensen

Interculturele communicatie in de NT2-les

Handboek Nederlands als tweede taal in het volwassenenonderwijs

Nieuw in Nederland

Intercultureel onderwijs in de praktijk

Sociaal met taal

2010

Praktijkboek NT2

Niet je moerstaal. Anderstaligen in Nederland
NSTC 500544870 · CB-relatie 7117857 · Bijgewerkt 6 augustus 2026