

Het fotoboek Olifantenpaadjes is een optimistische aanklacht tegen een landschappelijke misstand.Prachtig aangelegde trottoirs, verkeersveilige versperringen en idyllisch georganiseerde voetgangersgebieden worden met nuchter inzicht vermeden. Olifantenpaadjes zijn het bewijs dat mensen zich niet laten dwingen in openbare ruimten. Zo ontstaan er nieuwe routes die maar één doel dienen: de kortste weg van a naar b vinden.
Fotos Jan-Dirk van der Burg, ontwerp Erik Kessels en een voorwoord van Maarten t Hart.
Zie ook www.olifantenpaadjes.nl
Taal: Engels, Nederlands
Aantal pagina's: 164
Illustraties: 77
3e Druk
Fotos Jan-Dirk van der Burg, ontwerp Erik Kessels en een voorwoord van Maarten t Hart.
Zie ook www.olifantenpaadjes.nl
Taal: Engels, Nederlands
Aantal pagina's: 164
Illustraties: 77
3e Druk
Recensies
Gesprek met Maarten 't Hart
De Wereld Draait Door — DWDD/VARA — 11 mei 2011
De eerste druk van het fotoboek Olifantenpaadjes was binnen twee weken uitverkocht. Fotograaf Jan-Dirk van der Burg: Veel mensen vinden het een grappig onderwerp. Uitgesleten monument van verzet FOTOBOEK Jan-Dirk van der Burg: Olifantenpaadjes - desire lines Wie nu nog niet weet wat olifantenpaadjes zijn, heeft de afgelopen weken gewoon niet opgelet. Het woord krijgt 40.000 zoekmachinehits. Maarten t Hart (her)introduceerde het fenomeen waar hij 30 jaar geleden al eerder zijn fascinatie voor uitsprak tijdens een uitzending van De Wereld Draait Door in mei. Peter van Straaten tekende de uitleg op de achterpagina van NRC Handelsblad. De persoon die deze (hernieuwde) populariteit van het afsnijdweggetje heeft aangewakkerd, is fotograaf Jan-Dirk van der Burg, die zijn verzameling fotos van de paadjes bundelde in het in mei verschenen boek Olifantenpaadjes. Ze bleken populair, de paadjes. De eerste druk van het boek was snel uitverkocht. Wat tamelijk opmerkelijk is binnen het genre fotoboek. Wie het boek wilde hebben, moest zich inschrijven op een wachtlijst voor de tweede druk. Deze verscheen vorige week, in eigen beheer. Van der Burg fotografeerde al zijn olifantenpaadjes steeds in gebruik, altijd steekt er net een voetganger of fietser door. We zien de mensen van voren, achter of van boven. Op de linkerpagina, naast de foto, staat de informatie: waar het paadje ligt en de tijdswinst bij doorsteken, in meters. Stuk voor stuk zijn het bewijzen van burgerlijke ongehoorzaamheid tegenover de officiële route Aldus Van der Burg. Hij noemt de paadjes uitgesleten monumenten van stil verzet. Daar zit m wellicht ook de populariteit in. Het is heerlijk om te kijken naar al die fotos waarop ongehoorzaam gedrag in actie is vastgelegd. Hoewel, hoe ongehoorzaam is het nou helemaal, want is zon paadje eenmaal ontstaan, dan houdt iedereen zich eraan, schrijft t Hart in zijn voorwoord. Het boek Olifantenpaadjes bidet 164 paginas van volkomen geaccepteerd stil verzet, soms in romantisch tegenlicht. Door Rolinde Hoorntje Waarom denk jij dat je boek Olifantenpaadjes zo aanslaat? Omdat iedereen zich erin kan herkennen .Ik heb nog nooit een fotoboek gemaakt waar ik zoveel reacties op kreeg. Er zijn zoveel mensen die het een heel grappig onderwerp vinden. Ik krijg ook echt dagelijks berichten van mensen die een foto toesturen met de tekst Kijk een olifantenpaadje op vakantie in IJsland, of iets dergelijks. Niet typisch Nederlands dus? Nee. De paadjes heb ik voor het eerst in Tsjechië gefotografeerd. De hoofdstad van Brazilië ligt ook helemaal vol. De stadsarchitecten daar dachten echt, iedereen gaat hier met de auto. In Oost-Europese wijken met blokken betonnen flats ligt het ook helemaal vol. Eigenlijk is het in Nederland nog best moeilijk om ze te vinden, de ruimtelijke ordening is hier zo goed. Hoe kwam je op het idee? Ik kwam de term tegen toen ik met een fotoserie bezig was over inspraakavonden. De bekendheid van de term is wel met 40 procent toegenomen na het verschijnen van het boek. Ik probeer meestal van het alledaagse een andere foto te maken. Een onderwerp wat iedereen kan zien, nog een keer te fotograferen. Dat heeft ook te maken met je eigen omgeving wat leuker te maken. Mensen zien ineens iets wat er altijd al was. Waarom olifantenpaadjes en niet iets anders? Als je het bijvoorbeeld vergelijkt met graffiti is dit burgerlijke ongehoorzaamheid in zijn meest onschuldige vorm. Je hebt van die ambtelijke regelingen dat er twee hekjes bij een voetpad dicht bij elkaar worden gezet zodat fietsers er niet langs kunnen. Maar die worden heel vaak bij een vlakke berm neergezet. Ik snap niet dat niemand dan zegt, ze gaan er omheen. Het heeft eigenlijk niets te maken met een groots maatschappelijk engagement, maar het zit er wel onder. Het is een geintje met een seintje. Waarom toch die burgerlijke ongehoorzaamheid? In al mijn werk speur ik eigenlijk naar grote en kleine ergernissen. Dingen in het leven die op microniveau toch overlast geven. Hiervoor heb ik een serie gemaakt over hondenpoep, de grootste kleine ergernis in Nederland. Ik noem het zelf een optimistische aanklacht. Als ik overregulering zie, werkt dat op mijn lachspieren. Vanuit mijn standpunt als fotograaf kan er echt niet genoeg worden gereguleerd. Dat we ons zo druk kunnen maken over kleine dingen, is eigenlijk luxe. Wat moet er dan gebeuren met de paadjes? Als je ze officieel gaat maken, gaat de charme er wel af. Er is een aantal voorbeelden, zoals in Leusden, waar de gemeente heeft geprobeerd de paadjes te blokkeren, maar de drang van het menselijke instinct om de kortste weg van A naar B te zoeken is te groot. Zelden is er een technische of esthetische reden om zon pad te blokkeren. Dat kost bovendien heel veel geld en inspanning. Zon paadje verharden kost ook geld. Als de gemeente het instelt als officiële route moeten ze het namelijk ook ijsvrij houden. De oplossing is eigenlijk een soort gedoogbeleid. Neem je zelf ook olifantenpaadjes? Jazeker. Waar ik ze zie, probeer ik ze altijd te nemen. Mijn favoriet ligt in de Bijlmer tegenover metrostation Ganzenhoef, dat splitst zich in een drietand uit. Dat zie je ook in mijnboek, drie mensen kiezen een andere richting . Hoe kwam je aan de paadjes? Deels kwam ik ze tegen tijdens mijn werk als freelance fotograaf. En soms kreeg ik goede tips via Twitter en Facebook. Hoe ging je te werk? Ik vond het heel belangrijk om het als foto interessant te maken. Dus heb ik toch wel vaak vrij lang gewacht tot er iemand voorbij kwam. Anders werd het echt zon verzameling paadjes in plaats van een fotoserie. Tweeëneenhalf uur is het langst wat ik heb moeten wachten, in Voorhout. Daar kwam ook een man naar buiten die vroeg waar ik in godsnaam mee bezig was. Maar ja, als je een uur staat te wachten is het ook zonde om weg te gaan. Bij sommige paadjes zie je ook dat het wat meer avontuurlijk ingestelde type het paadje neemt en de bravere het fietspad. De meeste fotos zijn ook individueel gezien interessante fotos. Komen de winnaars van het fotoproject ook in je boek? Nee. In de eerste druk hadden we een oproep geplaatst of mensen hun mooiste paadje wilden insturen. Dan kreeg ik echt jaloersmakend materiaal toegestuurd. Je mist er natuurlijk altijd een paar. In de tweede druk zitten twee paadjes extra, van mezelf. Ik heb het boek verder gelaten zoals het is, ook uit zelfbescherming want je kan je er natuurlijk eindeloos in verliezen. Waarom heb je de tweede druk in eigen beheer uitgebracht? De uitgever wilde lang geen tweede druk. Maar ik had er voldoende vertrouwen in dat ik een tweede druk ook kon wegzetten en ik wilde niet te lang wachten. Dus ben ik zelf op zoek gegaan naar een drukker. Dat was ook direct een spannend avontuur. Levert dat nou ook flink meer op? De fotoboekenmarkt is moeilijk, maar dit boek spreekt een grotere doelgroep aan dan fotoliefhebbers. Als deze druk uitverkoopt, hou ik wel meer over dan 11 procent.
Rolinde Hoorntje — NRC Next — 11 augustus 2011
Hij heeft uren en uren voor paal gestaan, op zn keukentrapje, gehuld in zon fluorescerende wegwerkerovergooier, wachtend op de geschikte voorbijganger met haast. Mijn vriend Jan-Dirk van der Burg stelt zich kwetsbaar op bij het omarmen van de hogere fotografiekunst. Het huis, tuin en keukenwerk doet hij om de rekeningen te kunnen betalen, het excentrieke fotograferen om als beeldend artiest aan zijn gerief te komen. Waar ben je mee bezig Jan-Dirk? Met een serie over de inspraakcultuur in Nederland. Tuurlijk, en waar brengt je die zoal naar toe? Naar zalencentrum Concordia in Katwijk. Jan-Dirk van der Burg heeft speciale ogen. Zij zien het detail waar anderen blind voor zijn, het minieme onderdeel van een groot geheel dat er bij nadere bestudering uitspringt, omdat het verrassend is, mooi of juist lelijk, ontroerend of om te lachen. Ben je nu dan aan het doen Jan-Dirk? Olifantenpaadjes aan het fotograferen. Pardon? Olifantenpaadjes, bij jullie in de buurt is er één die behoorlijk populair is, langs het spoor, bij Unicum, als je het fietstunneltje uitkomt. Ik zag het afsteekweggetje waar Jan-Dirk op doelde meteen voor me, een lichtbruine streep door het hoge gras, aan de Leidse kant van het spoor, rechtsaf richting de stad. Dit typische geval van afsnijden met de fiets is door de atypische fotograaf nauwkeurig bekeken en uiteindelijk ongeschikt bevonden voor zijn kostelijk boek Olifantenpaadjes. Deze bloemlezing van binnendoortjes in het groen werd twee weken geleden door Matthijs van Nieuwkerk als een zeer bijzonder fotoboek tegen het spotlicht gehouden. Terecht, want het olifantenpad is als woord spitsvondig in zijn eenvoud en dat geldt ook voor de fotografie van Jan-Dirk van der Burg. Deze beeldend kunstenaar is wars van aanstellerij en heeft de natuurgetrouwe uitvergroting van het detail tot zijn handelsmerk gemaakt. Kon de mens net zon natuurgeweld ontketenen als een olifant dan zou ook hij voortdurend via de kortste weg van A naar B denderen, net als zon grijze kolos. Maar omdat ons lijf heel wat zwakker is dan onze geest hebben we de gebaande weg verzonnen en afgesproken dat we ons daar met zn alleen netjes over begeven. Behalve als de natuur geen al te grote belemmering opwerpt en ons een kortere weg biedt. Dan speelt het instinct op en verlaten we het pad van de beschaving voor een gangetje door de wildernis. De brutalen onder ons banen het olifantenpad waarna de kudde volgt om het te effenen. Zo ontstaan de in het groen uitgesleten diagonalen die Van der Burg inspireerden tot een studie in weer en wind. Maar staand op een keukentrap werd hij zo vreemd aangekeken dat hij de reflecterende outfit van een wegwerker aanschafte. Pas toen hij voor landmeter werd aangezien kon de fotograaf betrekkelijk ongestoord aan zijn kunstzinnige project werken. En route ontdekte deeltijd-Leidenaar Van der Burg dat Maarten t Hart is geobsedeerd door olifantenpaadjes zonder ze zo te noemen. Op de uitnodiging van de fotograf om een boek over afsteekgangetjes in te leiden, ging de schrijvende bioloog gretig in waardoor een optreden bij De Wereld Draait Door zo was gepiept. Dat Van Nieuwkerk daarbij hoofdzakelijk tegen de beroemdheid t Hart aanschurkte, nam de schepper van Olifantenpaadjes voor lief, want het kwam de promotie van zijn boek alleen maar ten goede. Jan-Dirk van der Burg kent Leiden kent als zijn broekzak, maar dat hij om het werk en de kunst naar Amsterdam is uitgeweken, valt af te lezen aan het aantal hoofdstedelijke olifantenpaden dat het boek heeft gehaald, een overdreven vijftig procent. Deze voorkeursbehandeling voor zijn huidige woonplaats is het enige dat ik op Jan-Dirks fijne beeldverslag heb aan te merken. Het olifantenpad nabij het tennispark bij ons in de buurt heeft het daardoor niet gered. Resteren vier andere Leidse onverharde weggetjes plus één aardige in Voorhout. Ik verklap ze niet, op één na, de favoriet van Van der Burg, van t Hart en van mij, ook langs het spoor, bij de afdaling van het fietspad naar het station, ter hoogte van de Oegstgeesterweg. Een heerlijke afsteek voor waaghalzen op de fiets, zij het uitsluitend bij droog weer. Want wie hier bij nattigheid wordt gegrepen door overmoed, kan rekenen op een verschrikkelijke val. Jaap Visser
Jaap Visser — Leidsch Dagblad — 17 mei 2011
Fotograaf Jan-Dirk van der Burg week af van het rechte pad en liet zich leiden door de poëzie van meanderende lijnen in het gras. 'Olifantenpaden zijn bewijzen van stil verzet.' LENNIE STINISSEN 'Dus u bent een echte fotograaf ?', vraagt een jongetje. 'Maar waarom fotografeert u dan geen supermodellen?' Jan-Dirk van der Burg staat al een half uur op een wankele keukenladder, midden op een kruispunt in Schalkwijk. Hij draagt een fluo landmetersjasje om minder op te vallen en wacht geduldig tot iemand over het paadje in zijn vizier wandelt of fietst. Van der Burg weet niet meteen een antwoord. 'Nou, ik ga wat leuks doen!' Het jongetje stapt weg, Van der Brug drukt af, en begint na te denken. 'Tijdens een vakantie in Tsjechië vielen ze me voor het eerst op', vertelt de freelancefotograaf. 'Op een grasveld tussen strakke Oostblokarchitectuur zag ik plots een spinnenweb van onofficiële paden. Dat was dankbaar materiaal om mee te spelen als fotograaf. Eenmaal thuis, begon ik de Nederlandse paden op te zoeken via Google Streetview. Ik ging plots heel anders naar de openbare ruimte kijken. Saaie industrieterreinen werden plots fascinerende plekken.' Olifantenpaden heten ze, verwijzend naar de kolossale lastdieren die zich in het oerwoud de kortste weg door het groen banen. Ook mensen vertonen dat instinct. 'Het Engelse desire path zegt dat zoveel mooier. Het is de weg die de mens zelf uitstippelt, de weg waar hij naar verlangt.' Van der Burg werd aangetrokken door de zachte rebellie die uit de paden spreekt. 'Het zijn bewijzen van stil verzet. Ik vind het mooi als mensen die vernuftig aangelegde lus in het fietspad niet accepteren, en die weerstand visueel zichtbaar wordt in het landschap. Het zijn monumentjes van burgerlijke ongehoorzaamheid.' 'Eigenlijk vertonen al die lijnrecht aangelegde paden een kromme gedachtegang', gaat Van der Burg verder. 'De mens heeft geen hoekigheid van lopen in zich. We wandelen niet lijnrecht en slaan niet loodrecht af. Zelfs op een zebrapad vertoont onze route een natuurlijke kromming. Maar in Nederland is er helaas geen plaats voor organisch gegroeide wegen. Elk weg wordt zorgvuldig uitgestippeld.' Kuddegedrag De spontaan ontstane paden zijn niet per se beter dan hun verharde broertjes. Ze zijn gewoon korter. In zijn boek vermeldt Van der Burg daarom bij elke foto de terreinwinstten opzichte van de officiële weg. 'Die bedraagt somsmaar 1,5 meter, maar toch kiezen mensen voor het zanderige in plaats van het verharde pad. Dat hebben we gemeen met de olifanten. Waarom een omweg nemen als het korter kan?' In de regel houden stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten weinig rekening met het verlangen naar de kortste weg. 'De architecten die ik sprak, zagen het niet als vandalisering van hun ontwerp, maar juist als een waardevolle menselijke aanvulling.' Het meest komen de lijnen voor in de buurt van benzinestations, bushaltes, stations en kantoorruimtes. 'Een verkeersdeskundige legde me uit dat langzame weggebruikers het wel accepteren om de officiële, uitgestippelde route te volgen aan het begin van hun verplaatsing. Maar zodra de eindbestemming in zicht komt, maken ze geen omwegen meer en gaan ze recht op hun doel af.' Schrijver Maarten 't Hart verbaast zich in het boek over het kuddegedrag dat uit de olifantenpaden spreekt. 'Is zo'n paadje eenmaal ontstaan, dan houdt iedereen zich eraan. Niemand heeft dan kennelijk nog de neiging om ernaast te gaan lopen of fietsen.' Ook Van der burg wil graag meer weten over de psychologie achter de paadjes. 'Wie neemt het initatitief om het gras plat te leggen? Wie zijn de volgers? En wie kiest toch voor het officiële pad?' De Nederlandse gemeente Leusden probeerde vorig jaar nog een olifantenpad tegen te gaan, maar tevergeefs. Ze groeven een greppel dwars over het pad, wierpen een zanddijk op en plaatsten een bord als barricade. Maar de buurtbewoners stapten gewoon van hun fiets, wandelden door de greppel, klommen over de dijk en glipten langs het bord. 'Eens ingesleten kan je als gemeente weinig ondernemen. Inzaaien helpt niet, want iedereen kent het als de kortste weg. Gemeenten die tegen dat menselijke instinct willen ingaan, wens ik veel succes. Zo lang er gras is, zullen er olifantenpaadjes zijn.'
Lennie Stinissen — De Standaard — 15 december 2011
In het kort
Bibliografisch
ISBN-139789081760706
Editie2
TaalMeertalig mul
GeïllustreerdJa
Uitgave
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Fotoboeken 653
NUR (alle)653 Fotoboeken
Medewerkers
Auteur A01Jan-Dirk van der Burg
Auteur A01Maarten 't Hart
Herkomst
Werk-id (NSTC)500294207
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500294207 · CB-relatie 7844504 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









