

Race tussen recht en technologie opsporing via hacken en decryptiebevel juridische analyse van het wetsvoorstel Computercriminaliteit III in relatie tot het privacyrecht
Paperback52 pagina’sNederlands
Het spanningsveld tussen de toenemende vastlegging van gegevens en privacy bestaat al langer dan de dag van gisteren. Strafvordering moet zijn grenzen hebben, maar er zijn ook uitzonderingen waarbij men een geoorloofde inbreuk moet kunnen maken op de vrijheden van burgers. Het gebruik van nieuwe technologieën in de informatiemaatschappij maakt het moeilijk om te bepalen waar deze grens ligt en leidt bovendien tot nieuwe gevaren.
Over dit boek:
In mei 2013 werd het wetsvoorstel Computercriminaliteit III ter consultatie aangeboden. In het wetsvoorstel worden een aantal nieuwe bevoegdheden besproken die de opsporingsinstanties meer mogelijkheden geven om de computercriminaliteit van tegenwoordig aan te pakken. Van deze bevoegdheden zijn er twee in het bijzonder die zeer ingrijpend zijn voor burgers. Het gaat om de bevoegdheid om op afstand binnen te dringen in computers (het 'terug-hacken') en de bevoegdheid om ook aan de verdachte het bevel te kunnen geven om versleutelde gegevens te ontsleutelen (het decryptiebevel). In deze studie is onderzocht in hoeverre de bestrijding van computercriminaliteit, met de voorgestelde opsporingsbevoegdheden, de daarmee gepaard gaande beperking van het privacyrecht en andere fundamentele rechten van burgers rechtvaardigt. Door het normatieve kader van de grondrechten van burgers te schetsen, is aan de hand van het EVRM en Europese jurisprudentie gekeken in hoeverre de beperking van fundamentele rechten gerechtvaardigd kan worden. Daarnaast wordt gekeken of deze bevoegdheden noodzakelijk en effectief zijn voor de handhaving van cybersecurity. Aan de hand van onder andere de Memorie van Toelichting wordt gekeken naar de voorwaarden van de bevoegdheden en de manier waarop ze worden ingezet. Is het mogelijk om met deze nieuwe bevoegdheden de rechtsbescherming en rechtshandhaving in balans te houden?
Over dit boek:
In mei 2013 werd het wetsvoorstel Computercriminaliteit III ter consultatie aangeboden. In het wetsvoorstel worden een aantal nieuwe bevoegdheden besproken die de opsporingsinstanties meer mogelijkheden geven om de computercriminaliteit van tegenwoordig aan te pakken. Van deze bevoegdheden zijn er twee in het bijzonder die zeer ingrijpend zijn voor burgers. Het gaat om de bevoegdheid om op afstand binnen te dringen in computers (het 'terug-hacken') en de bevoegdheid om ook aan de verdachte het bevel te kunnen geven om versleutelde gegevens te ontsleutelen (het decryptiebevel). In deze studie is onderzocht in hoeverre de bestrijding van computercriminaliteit, met de voorgestelde opsporingsbevoegdheden, de daarmee gepaard gaande beperking van het privacyrecht en andere fundamentele rechten van burgers rechtvaardigt. Door het normatieve kader van de grondrechten van burgers te schetsen, is aan de hand van het EVRM en Europese jurisprudentie gekeken in hoeverre de beperking van fundamentele rechten gerechtvaardigd kan worden. Daarnaast wordt gekeken of deze bevoegdheden noodzakelijk en effectief zijn voor de handhaving van cybersecurity. Aan de hand van onder andere de Memorie van Toelichting wordt gekeken naar de voorwaarden van de bevoegdheden en de manier waarop ze worden ingezet. Is het mogelijk om met deze nieuwe bevoegdheden de rechtsbescherming en rechtshandhaving in balans te houden?
In het kort
Bibliografisch
ISBN-139789462951105
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s52
GeïllustreerdNee
Uitgave
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Recht algemeen 820
NUR (alle)820 Recht algemeen
Medewerkers
Auteur A01R.L.D. Pool
Herkomst
Werk-id (NSTC)500442926
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek

Privacy en politiegegevens

Het decryptiebevel en het nemo-teneturbeginsel

Gegevensverwerking in het kader van de opsporing

De grondslagen van de cyberspace

Strafrecht en ICT

Ethisch hacken

Openbaarheid in het internettijdperk

Strafrechtspleging in een digitale samenleving

Verkenning Cybercrime in Nederland 2009

De wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens
NSTC 500442926 · CB-relatie 9580114 · Bijgewerkt 6 augustus 2026