

Sjef van Dongen Nederlandse Poolheld een reconstructie op basis van brieven en dagboeken
Mark van Schaick red.
HardbackNederlands
In dit boek wordt het ware verhaal verteld van Sjef van Dongen, de Nederlandse poolheld die in 1928 op Spitsbergen de neergestorte generaal Nobile probeerde te redden van het pakijs.Sjef van Dongen, de Nederlandse Poolheld gaat over het leven van een Brabantse jongen in een verlaten mijnbouwdorp op Spitsbergen en zijn heldhaftige poging om de Italiaanse ontdekkingsreiziger Umberto Nobile te redden. Deze stortte in 1928 met zijn zeppelin neer op het pakijs van Spitsbergen tijdens zijn poging op de Noordpool te landen. Maar liefst 26 dagen trok Sjef van Dongen met zijn hondenspan door een witte hel, en maakte deel uit van de grootste reddingsoperatie in het poolgebied ooit. Tijdens zijn barre tocht op het ijs lieten zijn honden het leven en zelf werd Sjef ternauwernood gered. Bij de redding van Nobile werden schepen en vliegtuigen uit tien landen ingezet en verloor de bekende Noorse ontdekkingsreiziger Roald Amundsen het leven. Kranten over de hele wereld volgden het nieuws van dag tot dag. Terug in Nederland werd Sjef als een held onthaald en ontving hij pauselijke en koninklijke onderscheidingen. Maar wie kent hem vandaag de dag nog? Dit boek is een eerbetoon aan een Hollandse poolheld. Op basis van brieven en dagboeken wordt zijn leven en bijzondere reddingspoging op Spitsbergen gereconstrueerd door Michelle van Dijk.Lectura Cultura, ISBN 9789082135428Sjef van Dongen was in 1928 wereldnieuws - De TelegraafMet negen honden en een slee probeerde een poolreiziger uit Tilburg de opvarenden van een neergestorte zeppelin te redden. Toch weten weinig Nederlanders wie hij is - de VolkskrantDe auteur weet hoe de pool eruitziet, ze is expeditieleider op de Noord- en Zuidpool - TrouwNiets is mooier dan de poolavonturen te lezen - NRCIn dit boek wordt het ware verhaal verteld van Sjef van Dongen, de Nederlandse poolheld die in 1928 op Spitsbergen de neergestorte generaal Nobile probeerde te redden van het pakijs. Deze stortte in 1928 met zijn zeppelin neer op het pakijs van Spitsbergen tijdens zijn poging op de Noordpool te landen. De grootste reddingsoperatie op de Noordpool ooit. Maar liefst 26 dagen trok Sjef van Dongen met zijn hondenspan door een witte hel, en maakte deel uit van de grootste reddingsoperatie in het poolgebied ooit. Tijdens zijn barre tocht op het ijs lieten zijn honden het leven en zelf werd Sjef ternauwernood gered. Bij de redding van Nobile werden schepen en vliegtuigen uit tien landen ingezet en verloor de bekende Noorse ontdekkingsreiziger Roald Amundsen het leven. Kranten over de hele wereld volgden het nieuws van dag tot dag. Terug in Nederland werd Sjef als een held onthaald en ontving hij pauselijke en koninklijke onderscheidingen. Maar wie kent hem vandaag de dag nog? Dit boek is een eerbetoon aan een Hollandse poolheld. Een reconstructie aan de hand van zijn eigen dagboeken en brieven, uitgezocht door Michelle van Dijk.Boekontwerp: Beukers ScholmaKoelbloedig - de VolkskrantVergeten Poolheld - De TelegraafKantoorklerk werd poolheld - Noordhollands Dagblad
Recensies
Josephus Maria Andreas Cornelius (Sjef) van Dongen, in 1906 geboren in Haarlem, werd poolheld. Wereldwijd bekend, nationaal beroemd. Maar dat was in 1928. Wie kent die stoere jongen nog, later verzetsman, burgemeester en zelfs Tweede Kamerlid? Met haar eerste boek brengt Michelle van Dijk een ode aan de enige Nederlander die actief was in wat gold als de grootste reddingsoperatie in het poolgebied ooit. slede en geliefde honden in 'de witte hel' - tot de verbeelding, hij stond zelfs op de voorpagina van de New York Times. Het gezin Van Dongen was in september 1923 herenigd op Spitsbergen. Daar werkte vader bij de vestiging van mijnbouwmaatschappij Nederlandsche Spitsbergen Compagnie, kortweg Nespico. Zoon Sjef kreeg er een aanstelling als kantoorbediende én ontpopte zich als pooldeskundige. Op 25 mei 1928 maakte hij zijn slee en negen honden gereed om deel te nemen aan de reddingsoperatie. Uit De Telegraaf van 13 juni: 'Sjef van Dongen staat bij de Nespico in zeer hoog aanzien om zijn moed, zijn energie en zijn betrouwbaarheid. Men kan te allen tijde op de 21- jarigen jongeman rekenen'. Vijf dagen later ging hij om zes uur 's ochtends op pad, met onder anderen de Italiaanse kapitein en Alpenjager Gennaro Sora. Het zou een vier weken lange helletocht worden, waarbij honden dood gingen van ellende of door de mannen moesten worden geslacht om te kunnen overleven. De zwaargewonde Nobile werd gered door de Zweedse vliegenier De Italiaanse dictator Mussolini had zijn succesvolle landgenoot Umberto Nobile weliswaar bevorderd tot generaal, maar toonde weinig interesse voor de volgende onderneming van deze luchtschipontwerper en piloot: wetenschappelijk onderzoek op de Noordpool, onder Italiaanse vlag. Paus Pius XI gaf daarentegen een bijzonder blijk van zendingsdrang, Nobile kreeg een massief en loodzwaar eikenhouten kruis mee om op de Noordpool te plaatsen. De stad Milaan financierde de expeditie met 3,5 miljoen lire en het ministerie van luchtvaart stelde zeppelin 'Italia' kosteloos beschikbaar. Op 15 april 1928 vertrok het luchtschip met twintig man aan boord uit Milaan, op weg naar een tragedie in arctische ijskou. Exploderen Bijna anderhalve maand later, op 25 mei, verdween de Italia ter hoogte van Spitsbergen van de radar. Door ernstige motorproblemen én het gewicht van ijs op het omhulsel was de zeppelin neergestort. Een deel van de bemanning redde zich op het ijs, de anderen kwamen om in het exploderende luchtschip.Wat vervolgens op 28 mei begon, 'mag misschien wel de eerste internationale reddingsoperatie genoemd worden'. Schepen en vliegtuigen uit tien Europese landen werden ingezet.Waaronder een militair watervliegtuig met daarin de bekende Noorse ontdekkingsreiziger Roald Amundsen. Na vertrek op 18 juni werd van vliegtuig en bemanning niets meer vernomen. Ook het lichaam van Amundsen is nooit gevonden. Kranten over de hele wereld volgden het nieuws van dag tot dag. Zo sprak de vermetele jonge Hollander Sjef van Dongen - met zijn Lundborg; voor de andere Italiaoverlevenden kwam uiteindelijk, na zeven weken bivakkeren op een ijsschots, hulp van de Russische ijsbreker 'Krassin'. ,,Van Dongen en Sora hebben de oorspronkelijke plek van neerstorten wél bereikt'', zegt auteur Michelle van Dijk, ,,maar toen waren Nobile en zijn mannen al weggedreven.'' Watervliegtuigen De Nederlander en Italiaan zouden op hun beurt weer door watervliegtuigen worden opgepikt van het drijvend ijs. Ze hoorden het zoemen, herinnerde Van Dongen zich in zijn dagboeken. 'Met den anderen sok in de rechterhand en mijn broek in de linkerhand stond ik te zwaaien en te schreeuwen! (-) Ook Sora zwaaide met een van zijn kledingstukken... mijn god, mijn god, zouden ze ons zien?' Hoewel Van Dongen destijds wegens zijn heldhaftige prestaties uitgroeide tot BN'er en er op Spitsbergen nog altijd een speciale afdeling over hem is in het Airship Museum, stelde Van Dijk verbaasd vast dat hij in eigen land in de vergetelheid is geraakt. Nu is er dan haar eerbetoon, over een man die ook 'na Spitsbergen' van zich deed spreken als iemand met sterke overtuiging. Eind 1929 kreeg hij de uitnodiging om in Italië - waar men vol lof over hem sprak - Sora te bezoeken en een feest van Alpenjagers bij te wonen. De poolheld zag er volgens Van Dijk echter van af 'vanwege het daar heersende fascisme'. Van Dongen werd verkoper bij Philips, vertegenwoordiger bij Liga en weerde zich tijdens de oorlog in het Zeeuwse verzet. Mede dankzij het laatste werd hij waarnemend burgemeester van Aardenburg, het oudste stadje in Zeeland. Van Dijk: ,,Daar verwelkomde hij koningin Wilhelmina, toen zij vlak na de oorlog terugkwam uit Engeland.'' Het geld dat hij verdiende met lezingen overal in het land besteedde Van Dongen geheel aan de totstandkoming van het sportpark in 'zijn' Aardenburg. 'Sportpark Burgemeester van Dongen' bestaat nog, zo ook lokale tennisclub SJEF ('Steeds jong en fit'). De zoon beschrijft hoe bepalend de heldendaad is geweest. Zo kon vader niet meer leven zonder hond. 'Honden die stierven door uitputting, die als voedsel moesten dienen; voor mijn vader zijn dit de moeilijkste en meest gênante details van zijn reddingstocht gebleven.' En: 'Zijn ervaringen als jonge man aldaar hebben beslist bijgedragen aan zijn dienstbare opstelling naar de medemens toe in zijn latere leven'. Sjef van Dongen senior kreeg in 1928 'ter zake van zijn moedig gedrag in de Poolstreken'' twee koninklijke onderscheidingen; in 1958 volgden de Gregorius medaille en oorkonde uit handen van paus Johannes XXIII. De populariteit bleek verder uit allerlei koopwaar, zoals ijspepermunt met zijn naam. Van Dongen overleed op 15 maart 1973 in Vlissingen.
Ton de Lange — Noordhollands Dagblad — 17 oktober 2015
De opmaat tot het heldendom schuilt in een brief die hij op 28 februari 1928 vanuit Spitsbergen naar zijn ouders schrijft. 'Nu hebben we Godzijdank de zon weer. Gisteren kregen we ze voor het eerst te zien. Nu is het weer spoedig dag en nacht licht. Deze zomer komt hier een Italiaans luchtschip, dat naar de pool gaat. In Kingsbay is een luchtschiphal.' Sjef van Dongen, een jongeman van 21 uit Tilburg, verblijft dan al 4,5 jaar in Barentsburg, een rommelige mijnwerkersnederzetting aan de Green Harbour. Eerst werkte hij er als kantoorbediende voor de mijnmaatschappij Nespico (Nederlandsche Spitsbergen Compagnie). Met zijn moeder en twee broers en twee zussen was hij in 1923 zijn vader nagereisd. Die was er magazijnmeester en had een betrekking voor hem geregeld. Sinds de winter van 1926/1927 zit hij er nagenoeg in z'n eentje, als wachtman. Het gezin is teruggegaan naar Nederland. Nespico had de pogingen steenkool te winnen gestaakt. De prijzen waren ingestort, de transportkosten te hoog. Sjef heeft nu als opdracht het bewaken en onderhouden van de installaties, samen met een handjevol Noren en Duitsers. Hij vecht tegen heimwee en verveling in de donkerte en de vrieskou van de poolnacht. Uit zijn brieven: 'Het dorp is totaal doods en verlaten.' 'Het is hier bijzonder stil en saai'. Er wordt stevig gezopen tegen de ledigheid. Sjef traint sledehonden om de tijd te doden. Hij weet nog niet dat de komst van de zeppelin Italia een eind zou maken aan zijn kleurloze bestaan tussen de 77e en 81e noorderbreedtegraad. Het is het luchtschip van Umberto Nobile. Deze poolreiziger en luchtvaartingenieur wil eind mei met de zegen van paus Pius XI landen op de Noordpool - een nooit eerder vertoond kunststukje. Hoewel hij inmiddels onbekend is, zou Sjef van Dongen, in mei '28 nog held in wording, decennia later nog met ruime tussenpozen aandacht krijgen. Hij was in oktober 1957 de eerste gast van het tv-programma Anders dan anderen. Het VPRO-radioprogramma OVT wijdde in 2008 twee uitzendingen aan hem. Dat jaar was op een tentoonstelling in het Zeeuws Maritiem Museum Vlissingen over poolgebieden plek voor hem ingeruimd. Maar sinds de nabestaanden zijn documentatie hebben overgedragen aan het Zeeuws Archief brandt het zoeklicht weer volop. Filmmaker Frans Mouws maakte in 2014 de documentaire De vergeten held, Sjef van Dongen. Eind vorige week verscheen het boek Sjef van Dongen, Nederlandse Poolheld van Michelle van Dijk, zelf gids, expeditieleider en campingeigenaar op Spitsbergen. Begin volgend jaar wordt Terug uit de witte hel van Adwin de Kluyver verwacht - hij is de maker van het radioprogramma. In mei '28 gaat het mis met de missie van poolreiziger Nobile. Als gevolg van het slechte weer kan van een landing geen sprake zijn. De bemanningsleden werpen de Italiaanse vlag naar beneden en op verzoek van de paus een reusachtig kruis. Op de terugweg, op 25 mei, verongelukt de Italia. De motor hapert en het gevaarte begint te dalen. De zeppelin raakt het ijs, de commandogondel scheurt los, de ballon met nog zes inzittenden in een ander verblijf, schiet weer omhoog en vliegt verderop in brand. Nobile en het resterende deel van de bemanning blijven gehavend en ontredderd achter op het pakijs, in de buurt van Foyneiland. En dan komt Sjef van Dongen, inmiddels 22 jaar, in beeld. Als hondenmenner met slee wordt zijn hulp ingeroepen. Hij zou het wereldnieuws halen. Op 13 juni, vlak voor het begin van de reddingsoperatie, voelt hij het kennelijk al aankomen. Hij schrijft: 'Zeg pa, stuur me geregeld de couranten, waar onze expeditie in komt.' Wie naar sporen zoekt in Van Dongens laatste woonplaats Aardenburg moet wat ingewijd zijn. Ja, het sportpark draagt zijn naam, hij was er na de oorlog burgemeester, maar de verbintenis wortelt ook in 1928: hij heeft de aanleg deels zelf betaald, 13 duizend gulden, uit de opbrengst van lezingen. De tennisvereniging heet er niet toevallig Sjef, Steeds Jong en Fit. En er prijkt een opvallend begrip boven de voordeur van een woning: Svalbard. Noren duiden er Spitsbergen mee aan. Hier woont zijn zoon, Sjef van Dongen jr (78). Het opschrift zat eerst op de ouderlijke woning, maar staat nu op de eigen voorpui. Gidsen die bezoekers rondleiden in het stadje houden er wel eens halt en als voorbijgangers hem ernaar vragen, doet junior met alle liefde nog eens het verhaal. Sjef van Dongen gaat op 18 juni 1928, met negen honden en een slede, bijeengehouden door riemen en touwen, op zoek naar Nobile, die een noodsignaal heeft uitgezonden: 'SOS Italia Generale Nobile Isola Foyn.' Van Dongen heeft gezelschap van een ervaren Italiaanse alpenjager, kapitein Gennaro Sora, en een Deense ingenieur, Ludvig Varming. Ze hebben als voedsel vooral pemmikan bij zich, een mengsel van vet en proteïnen, en cacaodrank. Van Dongen maakt deel uit van een zoektocht die in het poolgebied nog altijd zijn weerga niet kent: 16 schepen, 23 vliegtuigen en 1400 personen speuren naar de tent waarin de luchtschipbreukelingen proberen te overleven. Koekjesfabrikant Liga stuurt tienduizend Ho-Ha beschuiten. De eerste dagen legt de hondenslee van Van Dongen een enorme afstand oostwaarts af, meer dan 200 kilometer in twee dagen, er wordt elke dag 19 uur gelopen. Er is wel een eerste tegenslag. Varming moet terug: hij is sneeuwblind geraakt. Van Dongen noteert optimistisch in zijn dagboek: 'Nog twee dagen reizen en we hebben Nobile.' Maar dan gaat de vaart er dramatisch uit. Het weer slaat om. Het pakijs tussen Kaap Bruun en het Schübelereiland is nagenoeg onbegaanbaar. Ze maken de slee lichter door proviand achter te laten. Van Dongen en Sora zetten de honden één voor één over van schots na schots, in een geïmproviseerd vaartuig van gummiblazen en houten latjes. Ze trekken de slee dikwijls zelf verder, ze waden geregeld tot het middel in het ijskoude water. Onder de kletsnatte jassen ontstaan blaren op de schouders. Sora gaat met zijn ski's aan een keer helemaal kopje onder, maar wordt door Van Dongen opgevist. Het wordt uiteindelijk een nog Arctischer versie van de toch al vrieskoude Dodenrit van Drs. P.: één voor één gaan de honden eraan. Eerst sterven Prins en Bruno, uitgeput. Bij het Broch-eiland legt Polle het loodje. Vigo bezwijkt een dag later. Sora schiet vervolgens Hans dood, diens kadaver dient als voer voor de andere honden. Op 4 juli zetten ze gesloopt voet aan wal op Foyn. Bernard wordt geslacht, dit keer is het vlees voor de kapitein en de menner zelf. Enkele dagen later zetten ze de tanden in de gekookte resten van Tiger. Dan hebben ze hun grootste teleurstelling al moeten incasseren. Op 8 juli gingen ze het pakijs oostelijk van Foyn op, naar de plek waar Nobile op zijn redding zou wachten. Van Dongen schrijft later in zijn boek Vijf jaar in sneeuw en ijs: 'Daar stonden we dan, in de Witte Hel, zoover als we zien konden was er niets dan sneeuw en dansende, tegen elkaar stootende ijskoppen (...) Uitgehongerd, afgemat en daarbij kletsnat.' Van Umberto Nobile geen spoor. Ze keren ontmoedigd terug naar Foyn. Aan tafel in Aardenburg ging het zelden over die vier helse weken in de zomer van 1928. Meer nooit dan wel eens, zegt Sjef van Dongen jr. Zijn vader had het boek na een royaal onthaal in eigen land wel zo'n beetje afgesloten. Hij was in de oorlog commandant geweest in een lokale afdeling van de Ordedienst, hij was burgemeester geworden, lid van Provinciale Staten en Tweede Kamerlid voor de KVP; voor zijn zoon was zijn vader de man die op zondag het vlees kwam snijden. Maar nu hij erover nadenkt, herinnerde nog wel meer het verblijf op Spitsbergen dan alleen de letters Svalbard aan de gevel. Telkens een lapje op het oog als de lucht scherp was - hij was aan één oog sneeuwblind geraakt. Er heeft lang een opgezette zwarte panter in huis gestaan, een geschenk van een Egyptische prinses, die als toerist op de eilanden verbleef en wel gecharmeerd was van die lange jongeling met donkere krullen. Het was de Russische ijsbreker Krassin die enkele dagen later de overlevenden van de Italia zou oppikken. In de zeven weken waarin de generaal en de zijnen op hun redding wachtten, waren ze wat afgedreven. Ook de kaarten met hun positie bleken onnauwkeurig. De Italiaanse kapitein en de Hollandse hondenmenner worden door twee watervliegtuigjes opgehaald. De dodenrit wordt voltooid: de honden Izaak en Nero blijven achter op het ijs. Sjef stuurt op 13 juli een telegram naar zijn ouders in Arnhem. 'Alles apperbest, viel grueten, Sjef.' Dat moet een opluchting zijn geweest. Dagen eerder was er al in kranten gespeculeerd over zijn dood in het ijs. Een verslaggever van het Rotterdamse blad Het leven is hem tegemoet gereisd en ontmoet hem in Bergen, Noorwegen. Hij noteert: 'In de poolzon op 't schitterend-flakkerend ijs van de Poolzon is hij tot brons gebruind, maar 't staat hem goed onder den ietwat-gekroesden zwarte kop.' Hij krijgt die augustusmaand een uitbundig onthaal. Er was, blikt zijn zoon terug, misschien wel behoefte aan een held, toen de Nederlandse sporters op de Olympische Spelen dat jaar in Amsterdam, zo teleurstelden. Duizenden mensen wachten hem op in Arnhem, waar hij met de trein aankomt. Hij wordt koninklijk onderscheiden. Jaren later volgt Italiaans en pauselijk eerbetoon. Er wordt een mars voor hem gecomponeerd, een nieuwe pepermunt krijgt zijn naam. In 1929 verschijnt zijn Vijf jaar in sneeuw en ijs, gevolgd door een voor de jeugd aangepaste versie: Een Hollandsche jongen in het hooge noorden. Na zijn mars door de lokale, provinciale en landelijke politiek overleed Sjef van Dongen op 15 maart 1973 in Vlissingen, 66 jaar oud. Volgens Sjef van Dongen jr. hebben de vier weken in de witte hel zijn vader gevormd. 'Als iemand met een probleem zat, dacht hij altijd meteen aan een oplossing.' Misschien is deze herinnering aan toen, bedenkt hij nu, wel het veelzeggendst: er waren thuis altijd honden geweest, een airedale terriër, een Duitse herder, een poedel en ze droegen steevast namen van de gestorven husky's, Prins, Tiger - Sjef van Do
Charles Sanders — De Telegraaf — 24 oktober 2015
Sjef van Dongen Michelle van Dijk Spitsbergen. Nu het ontdekt is, in kaart gebracht en men er gemakkelijk kan komen is de belangstelling verflauwd. Maar in het begin van de negentiende eeuw appelleerde het gebied rond de Noordpool aan de harten van avonturiers. Op de Zuidpool was de eer van de eerste betreder naar Roald Amundsen gegaan, maar de Noordpool bood nog kans op eeuwige roem. Bovendien waren er grondstoffen: steenkool. En er waren walvissen. In Nederland was men steeds meer overgegaan op graanteelt, en minder oliehoudende gewassen, dus walvisolie was gewenst. Na afloop van de Eerste Wereldoorlog was er een soort herverdeling van land. Ook Spitsbergen viel daaronder. Kandidaten waren Noorwegen, Rusland, Zweden, Engeland en Nederland. Denk aan Willem Barentsz! Noorwegen werd aangewezen als wetgever en handhaver, maar wie het Spitsbergenverdrag mede ondertekende hield recht op economische exploitatie. Dat deed Nederland. Zo kwam het dat er Nederlanders op Spitsbergen waren in de jaren twintig van de negentiende eeuw, in dienst van het bedrijf Nespico. In 1923 was er een Nederlands gezin naar Spitsbergen gegaan: Frans van Dongen, met vrouw en kinderen. Toen in 1926 de steenkoolprijs kelderde verlieten velen, waaronder het gezin van Dongen, de nederzetting Barentsburg. Maar Nespico wilde graag enkele oppassers ter plaatse houden en wees Sjef van Dongen (1906) aan. Intussen was de Noordpool nog steeds niet bereikt. Met een schip zou dat niet lukken, wist men. Dus een ballon. Solomon August Andrée probeerde het al in 1897, maar slaagde niet. In 1926 wilde Roald Amundsen een poging wagen, en vroeg om de zeppelin van de Italiaan Umberto Nobile. Op 11 mei 1926 vertrok het luchtschip de Norge en vloog over de Noordpool. Ze lieten er hun vlaggen vallen. Nobile was niet tevreden, en besloot de reis nog eens te doen, maar dan zonder de Noren. Het luchtschip Italia vertrok op 23 mei 1928 uit Kings Bay voor een vlucht naar de Noordpool. Het houten kruis van Paus Pius XI werd gedropt, en het was de bedoeling dat het luchtschip zou landen. Dat lukte niet, men moest terug naar Spitsbergen. Ergens onderweg ging het mis. De ballon verongelukte met een aantal bemanningsleden. Enkele overlevenden waren terecht gekomen op het ijs. Nobile was een van hen. Twee uur nadat het laatste bericht vernomen was van de Italia, werd aan Sjef van Dongen - toen een jongeman van tweeëntwintig jaar! - gevraagd om een hulpexpeditie op te zetten met zijn hondenslee. Het eerste stuk deed hij per schip, en op 16 juni vertrok hij met zijn vriend Ludvig Varming, de Italiaan Gennaro Sora en negen honden. Het verhaal van deze expeditie leest als een spannend jongensavontuur, maar als je af en toe stilstaat bij de ontberingen die de mannen geleden hebben, voel je alleen maar bewondering voor deze jongeman en zijn vrienden. Dat voelde Nederland ook: hij werd bij terugkeer in Nederland uitgeroepen tot nationale held. Hij gaf overal in het land lezingen over zijn belevenissen. De kranten stonden er vol mee. Maar zoals dat gaat, nu kent niemand Sjef van Dongen meer. En toen was er gelukkig Michelle van Dijk. In het kader van haar studie aan het Arctisch Centrum van de Universiteit van Groningen deed zij in 2013 onderzoek naar het leven van Van Dongen. Daarvoor onderzocht ze de archieven in meerdere musea, en maakte onder andere gebruik van de persoonlijke briefwisseling van Van Dongen - terug te vinden als citaten in het boek. Naast de persoon Van Dongen beschrijft zij ook de achtergrond van de tijd, met name over de nederzetting Barentsburg en dan natuurlijk de expeditie die hij ondernam. Het geheel vormt een boeiend relaas van een vergeten held. Met mooie foto's, kaarten, brieven en krantenartikelen, en nog veel meer. ISBN 9789082135428 | Hardcover | 120 pagina's | Uitgeverij Lectura Cultura | oktober 2015 © Marjo, 5 oktober 2015
Marjo van Turnhout — Leestafel — 5 oktober 2015
De opmaat tot het heldendom schuilt in een brief die hij op 28 februari 1928 vanuit Spitsbergen naar zijn ouders schrijft. 'Nu hebben we Godzijdank de zon weer. Gisteren kregen we ze voor het eerst te zien. Nu is het weer spoedig dag en nacht licht. Deze zomer komt hier een Italiaans luchtschip, dat naar de pool gaat. In Kingsbay is een luchtschiphal.' Sjef van Dongen, een jongeman van 21 uit Tilburg, verblijft dan al 4,5 jaar in Barentsburg, een rommelige mijnwerkersnederzetting aan de Green Harbour. Eerst werkte hij er als kantoorbediende voor de mijnmaatschappij Nespico (Nederlandsche Spitsbergen Compagnie). Met zijn moeder en twee broers en twee zussen was hij in 1923 zijn vader nagereisd. Die was er magazijnmeester en had een betrekking voor hem geregeld. Sinds de winter van 1926/1927 zit hij er nagenoeg in z'n eentje, als wachtman. Het gezin is teruggegaan naar Nederland. Nespico had de pogingen steenkool te winnen gestaakt. De prijzen waren ingestort, de transportkosten te hoog. Sjef heeft nu als opdracht het bewaken en onderhouden van de installaties, samen met een handjevol Noren en Duitsers. Hij vecht tegen heimwee en verveling in de donkerte en de vrieskou van de poolnacht. Uit zijn brieven: 'Het dorp is totaal doods en verlaten.' 'Het is hier bijzonder stil en saai'. Er wordt stevig gezopen tegen de ledigheid. Sjef traint sledehonden om de tijd te doden. Hij weet nog niet dat de komst van de zeppelin Italia een eind zou maken aan zijn kleurloze bestaan tussen de 77e en 81e noorderbreedtegraad. Het is het luchtschip van Umberto Nobile. Deze poolreiziger en luchtvaartingenieur wil eind mei met de zegen van paus Pius XI landen op de Noordpool - een nooit eerder vertoond kunststukje. Hoewel hij inmiddels onbekend is, zou Sjef van Dongen, in mei '28 nog held in wording, decennia later nog met ruime tussenpozen aandacht krijgen. Hij was in oktober 1957 de eerste gast van het tv-programma Anders dan anderen. Het VPRO-radioprogramma OVT wijdde in 2008 twee uitzendingen aan hem. Dat jaar was op een tentoonstelling in het Zeeuws Maritiem Museum Vlissingen over poolgebieden plek voor hem ingeruimd. Maar sinds de nabestaanden zijn documentatie hebben overgedragen aan het Zeeuws Archief brandt het zoeklicht weer volop. Filmmaker Frans Mouws maakte in 2014 de documentaire De vergeten held, Sjef van Dongen. Eind vorige week verscheen het boek Sjef van Dongen, Nederlandse Poolheld van Michelle van Dijk, zelf gids, expeditieleider en campingeigenaar op Spitsbergen. Begin volgend jaar wordt Terug uit de witte hel van Adwin de Kluyver verwacht - hij is de maker van het radioprogramma. In mei '28 gaat het mis met de missie van poolreiziger Nobile. Als gevolg van het slechte weer kan van een landing geen sprake zijn. De bemanningsleden werpen de Italiaanse vlag naar beneden en op verzoek van de paus een reusachtig kruis. Op de terugweg, op 25 mei, verongelukt de Italia. De motor hapert en het gevaarte begint te dalen. De zeppelin raakt het ijs, de commandogondel scheurt los, de ballon met nog zes inzittenden in een ander verblijf, schiet weer omhoog en vliegt verderop in brand. Nobile en het resterende deel van de bemanning blijven gehavend en ontredderd achter op het pakijs, in de buurt van Foyneiland. En dan komt Sjef van Dongen, inmiddels 22 jaar, in beeld. Als hondenmenner met slee wordt zijn hulp ingeroepen. Hij zou het wereldnieuws halen. Op 13 juni, vlak voor het begin van de reddingsoperatie, voelt hij het kennelijk al aankomen. Hij schrijft: 'Zeg pa, stuur me geregeld de couranten, waar onze expeditie in komt.' Wie naar sporen zoekt in Van Dongens laatste woonplaats Aardenburg moet wat ingewijd zijn. Ja, het sportpark draagt zijn naam, hij was er na de oorlog burgemeester, maar de verbintenis wortelt ook in 1928: hij heeft de aanleg deels zelf betaald, 13 duizend gulden, uit de opbrengst van lezingen. De tennisvereniging heet er niet toevallig Sjef, Steeds Jong en Fit. En er prijkt een opvallend begrip boven de voordeur van een woning: Svalbard. Noren duiden er Spitsbergen mee aan. Hier woont zijn zoon, Sjef van Dongen jr (78). Het opschrift zat eerst op de ouderlijke woning, maar staat nu op de eigen voorpui. Gidsen die bezoekers rondleiden in het stadje houden er wel eens halt en als voorbijgangers hem ernaar vragen, doet junior met alle liefde nog eens het verhaal. Sjef van Dongen gaat op 18 juni 1928, met negen honden en een slede, bijeengehouden door riemen en touwen, op zoek naar Nobile, die een noodsignaal heeft uitgezonden: 'SOS Italia Generale Nobile Isola Foyn.' Van Dongen heeft gezelschap van een ervaren Italiaanse alpenjager, kapitein Gennaro Sora, en een Deense ingenieur, Ludvig Varming. Ze hebben als voedsel vooral pemmikan bij zich, een mengsel van vet en proteïnen, en cacaodrank. Van Dongen maakt deel uit van een zoektocht die in het poolgebied nog altijd zijn weerga niet kent: 16 schepen, 23 vliegtuigen en 1400 personen speuren naar de tent waarin de luchtschipbreukelingen proberen te overleven. Koekjesfabrikant Liga stuurt tienduizend Ho-Ha beschuiten. De eerste dagen legt de hondenslee van Van Dongen een enorme afstand oostwaarts af, meer dan 200 kilometer in twee dagen, er wordt elke dag 19 uur gelopen. Er is wel een eerste tegenslag. Varming moet terug: hij is sneeuwblind geraakt. Van Dongen noteert optimistisch in zijn dagboek: 'Nog twee dagen reizen en we hebben Nobile.' Maar dan gaat de vaart er dramatisch uit. Het weer slaat om. Het pakijs tussen Kaap Bruun en het Schübelereiland is nagenoeg onbegaanbaar. Ze maken de slee lichter door proviand achter te laten. Van Dongen en Sora zetten de honden één voor één over van schots na schots, in een geïmproviseerd vaartuig van gummiblazen en houten latjes. Ze trekken de slee dikwijls zelf verder, ze waden geregeld tot het middel in het ijskoude water. Onder de kletsnatte jassen ontstaan blaren op de schouders. Sora gaat met zijn ski's aan een keer helemaal kopje onder, maar wordt door Van Dongen opgevist. Het wordt uiteindelijk een nog Arctischer versie van de toch al vrieskoude Dodenrit van Drs. P.: één voor één gaan de honden eraan. Eerst sterven Prins en Bruno, uitgeput. Bij het Broch-eiland legt Polle het loodje. Vigo bezwijkt een dag later. Sora schiet vervolgens Hans dood, diens kadaver dient als voer voor de andere honden. Op 4 juli zetten ze gesloopt voet aan wal op Foyn. Bernard wordt geslacht, dit keer is het vlees voor de kapitein en de menner zelf. Enkele dagen later zetten ze de tanden in de gekookte resten van Tiger. Dan hebben ze hun grootste teleurstelling al moeten incasseren. Op 8 juli gingen ze het pakijs oostelijk van Foyn op, naar de plek waar Nobile op zijn redding zou wachten. Van Dongen schrijft later in zijn boek Vijf jaar in sneeuw en ijs: 'Daar stonden we dan, in de Witte Hel, zoover als we zien konden was er niets dan sneeuw en dansende, tegen elkaar stootende ijskoppen (...) Uitgehongerd, afgemat en daarbij kletsnat.' Van Umberto Nobile geen spoor. Ze keren ontmoedigd terug naar Foyn. Aan tafel in Aardenburg ging het zelden over die vier helse weken in de zomer van 1928. Meer nooit dan wel eens, zegt Sjef van Dongen jr. Zijn vader had het boek na een royaal onthaal in eigen land wel zo'n beetje afgesloten. Hij was in de oorlog commandant geweest in een lokale afdeling van de Ordedienst, hij was burgemeester geworden, lid van Provinciale Staten en Tweede Kamerlid voor de KVP; voor zijn zoon was zijn vader de man die op zondag het vlees kwam snijden. Maar nu hij erover nadenkt, herinnerde nog wel meer het verblijf op Spitsbergen dan alleen de letters Svalbard aan de gevel. Telkens een lapje op het oog als de lucht scherp was - hij was aan één oog sneeuwblind geraakt. Er heeft lang een opgezette zwarte panter in huis gestaan, een geschenk van een Egyptische prinses, die als toerist op de eilanden verbleef en wel gecharmeerd was van die lange jongeling met donkere krullen. Het was de Russische ijsbreker Krassin die enkele dagen later de overlevenden van de Italia zou oppikken. In de zeven weken waarin de generaal en de zijnen op hun redding wachtten, waren ze wat afgedreven. Ook de kaarten met hun positie bleken onnauwkeurig. De Italiaanse kapitein en de Hollandse hondenmenner worden door twee watervliegtuigjes opgehaald. De dodenrit wordt voltooid: de honden Izaak en Nero blijven achter op het ijs. Sjef stuurt op 13 juli een telegram naar zijn ouders in Arnhem. 'Alles apperbest, viel grueten, Sjef.' Dat moet een opluchting zijn geweest. Dagen eerder was er al in kranten gespeculeerd over zijn dood in het ijs. Een verslaggever van het Rotterdamse blad Het leven is hem tegemoet gereisd en ontmoet hem in Bergen, Noorwegen. Hij noteert: 'In de poolzon op 't schitterend-flakkerend ijs van de Poolzon is hij tot brons gebruind, maar 't staat hem goed onder den ietwat-gekroesden zwarte kop.' Hij krijgt die augustusmaand een uitbundig onthaal. Er was, blikt zijn zoon terug, misschien wel behoefte aan een held, toen de Nederlandse sporters op de Olympische Spelen dat jaar in Amsterdam, zo teleurstelden. Duizenden mensen wachten hem op in Arnhem, waar hij met de trein aankomt. Hij wordt koninklijk onderscheiden. Jaren later volgt Italiaans en pauselijk eerbetoon. Er wordt een mars voor hem gecomponeerd, een nieuwe pepermunt krijgt zijn naam. In 1929 verschijnt zijn Vijf jaar in sneeuw en ijs, gevolgd door een voor de jeugd aangepaste versie: Een Hollandsche jongen in het hooge noorden. Na zijn mars door de lokale, provinciale en landelijke politiek overleed Sjef van Dongen op 15 maart 1973 in Vlissingen, 66 jaar oud. Volgens Sjef van Dongen jr. hebben de vier weken in de witte hel zijn vader gevormd. 'Als iemand met een probleem zat, dacht hij altijd meteen aan een oplossing.' Misschien is deze herinnering aan toen, bedenkt hij nu, wel het veelzeggendst: er waren thuis altijd honden geweest, een airedale terriër, een Duitse herder, een poedel en ze droegen steevast namen van de gestorven husky's, Prins, Tiger - Sjef van
Rob Gollin — de Volkskrant — 12 oktober 2015
We gaan terug naar de jaren 20 van de vorige eeuw. In Spitsbergen werd de grootste reddingsoperatie in het poolgebied ooit op touw gezet. Een van de hoofdrolspelers is de Nederlander Sjef van Dongen. Zijn avontuur werd in 1928 wereldnieuws. Maar wie kent tegenwoordig het heldenverhaal van Sjef van Dongen nog? Michelle van Dijk is gids op Spitsbergen, runt daar 's werelds noordelijkste camping, en tekende het verhaal van Sjef van Dongen opnieuw op.
EenVandaag Jan Mom — Radio1 — 8 oktober 2015
De opmaat tot het heldendom schuilt in een brief die hij op 28 februari 1928 vanuit Spitsbergen naar zijn ouders schrijft. 'Nu hebben we Godzijdank de zon weer. Gisteren kregen we ze voor het eerst te zien. Nu is het weer spoedig dag en nacht licht. Deze zomer komt hier een Italiaans luchtschip, dat naar de pool gaat. In Kingsbay is een luchtschiphal.' Sjef van Dongen, een jongeman van 21 uit Tilburg, verblijft dan al 4,5 jaar in Barentsburg, een rommelige mijnwerkersnederzetting aan de Green Harbour. Eerst werkte hij er als kantoorbediende voor de mijnmaatschappij Nespico (Nederlandsche Spitsbergen Compagnie). Met zijn moeder en twee broers en twee zussen was hij in 1923 zijn vader nagereisd. Die was er magazijnmeester en had een betrekking voor hem geregeld. Sinds de winter van 1926/1927 zit hij er nagenoeg in z'n eentje, als wachtman. Het gezin is teruggegaan naar Nederland. Nespico had de pogingen steenkool te winnen gestaakt. De prijzen waren ingestort, de transportkosten te hoog. Sjef heeft nu als opdracht het bewaken en onderhouden van de installaties, samen met een handjevol Noren en Duitsers. Hij vecht tegen heimwee en verveling in de donkerte en de vrieskou van de poolnacht. Uit zijn brieven: 'Het dorp is totaal doods en verlaten.' 'Het is hier bijzonder stil en saai'. Er wordt stevig gezopen tegen de ledigheid. Sjef traint sledehonden om de tijd te doden. Hij weet nog niet dat de komst van de zeppelin Italia een eind zou maken aan zijn kleurloze bestaan tussen de 77e en 81e noorderbreedtegraad. Het is het luchtschip van Umberto Nobile. Deze poolreiziger en luchtvaartingenieur wil eind mei met de zegen van paus Pius XI landen op de Noordpool - een nooit eerder vertoond kunststukje. Hoewel hij inmiddels onbekend is, zou Sjef van Dongen, in mei '28 nog held in wording, decennia later nog met ruime tussenpozen aandacht krijgen. Hij was in oktober 1957 de eerste gast van het tv-programma Anders dan anderen. Het VPRO-radioprogramma OVT wijdde in 2008 twee uitzendingen aan hem. Dat jaar was op een tentoonstelling in het Zeeuws Maritiem Museum Vlissingen over poolgebieden plek voor hem ingeruimd. Maar sinds de nabestaanden zijn documentatie hebben overgedragen aan het Zeeuws Archief brandt het zoeklicht weer volop. Filmmaker Frans Mouws maakte in 2014 de documentaire De vergeten held, Sjef van Dongen. Eind vorige week verscheen het boek Sjef van Dongen, Nederlandse Poolheld van Michelle van Dijk, zelf gids, expeditieleider en campingeigenaar op Spitsbergen. Begin volgend jaar wordt Terug uit de witte hel van Adwin de Kluyver verwacht - hij is de maker van het radioprogramma. In mei '28 gaat het mis met de missie van poolreiziger Nobile. Als gevolg van het slechte weer kan van een landing geen sprake zijn. De bemanningsleden werpen de Italiaanse vlag naar beneden en op verzoek van de paus een reusachtig kruis. Op de terugweg, op 25 mei, verongelukt de Italia. De motor hapert en het gevaarte begint te dalen. De zeppelin raakt het ijs, de commandogondel scheurt los, de ballon met nog zes inzittenden in een ander verblijf, schiet weer omhoog en vliegt verderop in brand. Nobile en het resterende deel van de bemanning blijven gehavend en ontredderd achter op het pakijs, in de buurt van Foyneiland. En dan komt Sjef van Dongen, inmiddels 22 jaar, in beeld. Als hondenmenner met slee wordt zijn hulp ingeroepen. Hij zou het wereldnieuws halen. Op 13 juni, vlak voor het begin van de reddingsoperatie, voelt hij het kennelijk al aankomen. Hij schrijft: 'Zeg pa, stuur me geregeld de couranten, waar onze expeditie in komt.' Wie naar sporen zoekt in Van Dongens laatste woonplaats Aardenburg moet wat ingewijd zijn. Ja, het sportpark draagt zijn naam, hij was er na de oorlog burgemeester, maar de verbintenis wortelt ook in 1928: hij heeft de aanleg deels zelf betaald, 13 duizend gulden, uit de opbrengst van lezingen. De tennisvereniging heet er niet toevallig Sjef, Steeds Jong en Fit. En er prijkt een opvallend begrip boven de voordeur van een woning: Svalbard. Noren duiden er Spitsbergen mee aan. Hier woont zijn zoon, Sjef van Dongen jr (78). Het opschrift zat eerst op de ouderlijke woning, maar staat nu op de eigen voorpui. Gidsen die bezoekers rondleiden in het stadje houden er wel eens halt en als voorbijgangers hem ernaar vragen, doet junior met alle liefde nog eens het verhaal. Sjef van Dongen gaat op 18 juni 1928, met negen honden en een slede, bijeengehouden door riemen en touwen, op zoek naar Nobile, die een noodsignaal heeft uitgezonden: 'SOS Italia Generale Nobile Isola Foyn.' Van Dongen heeft gezelschap van een ervaren Italiaanse alpenjager, kapitein Gennaro Sora, en een Deense ingenieur, Ludvig Varming. Ze hebben als voedsel vooral pemmikan bij zich, een mengsel van vet en proteïnen, en cacaodrank. Van Dongen maakt deel uit van een zoektocht die in het poolgebied nog altijd zijn weerga niet kent: 16 schepen, 23 vliegtuigen en 1400 personen speuren naar de tent waarin de luchtschipbreukelingen proberen te overleven. Koekjesfabrikant Liga stuurt tienduizend Ho-Ha beschuiten. De eerste dagen legt de hondenslee van Van Dongen een enorme afstand oostwaarts af, meer dan 200 kilometer in twee dagen, er wordt elke dag 19 uur gelopen. Er is wel een eerste tegenslag. Varming moet terug: hij is sneeuwblind geraakt. Van Dongen noteert optimistisch in zijn dagboek: 'Nog twee dagen reizen en we hebben Nobile.' Maar dan gaat de vaart er dramatisch uit. Het weer slaat om. Het pakijs tussen Kaap Bruun en het Schübelereiland is nagenoeg onbegaanbaar. Ze maken de slee lichter door proviand achter te laten. Van Dongen en Sora zetten de honden één voor één over van schots na schots, in een geïmproviseerd vaartuig van gummiblazen en houten latjes. Ze trekken de slee dikwijls zelf verder, ze waden geregeld tot het middel in het ijskoude water. Onder de kletsnatte jassen ontstaan blaren op de schouders. Sora gaat met zijn ski's aan een keer helemaal kopje onder, maar wordt door Van Dongen opgevist. Het wordt uiteindelijk een nog Arctischer versie van de toch al vrieskoude Dodenrit van Drs. P.: één voor één gaan de honden eraan. Eerst sterven Prins en Bruno, uitgeput. Bij het Broch-eiland legt Polle het loodje. Vigo bezwijkt een dag later. Sora schiet vervolgens Hans dood, diens kadaver dient als voer voor de andere honden. Op 4 juli zetten ze gesloopt voet aan wal op Foyn. Bernard wordt geslacht, dit keer is het vlees voor de kapitein en de menner zelf. Enkele dagen later zetten ze de tanden in de gekookte resten van Tiger. Dan hebben ze hun grootste teleurstelling al moeten incasseren. Op 8 juli gingen ze het pakijs oostelijk van Foyn op, naar de plek waar Nobile op zijn redding zou wachten. Van Dongen schrijft later in zijn boek Vijf jaar in sneeuw en ijs: 'Daar stonden we dan, in de Witte Hel, zoover als we zien konden was er niets dan sneeuw en dansende, tegen elkaar stootende ijskoppen (...) Uitgehongerd, afgemat en daarbij kletsnat.' Van Umberto Nobile geen spoor. Ze keren ontmoedigd terug naar Foyn. Aan tafel in Aardenburg ging het zelden over die vier helse weken in de zomer van 1928. Meer nooit dan wel eens, zegt Sjef van Dongen jr. Zijn vader had het boek na een royaal onthaal in eigen land wel zo'n beetje afgesloten. Hij was in de oorlog commandant geweest in een lokale afdeling van de Ordedienst, hij was burgemeester geworden, lid van Provinciale Staten en Tweede Kamerlid voor de KVP; voor zijn zoon was zijn vader de man die op zondag het vlees kwam snijden. Maar nu hij erover nadenkt, herinnerde nog wel meer het verblijf op Spitsbergen dan alleen de letters Svalbard aan de gevel. Telkens een lapje op het oog als de lucht scherp was - hij was aan één oog sneeuwblind geraakt. Er heeft lang een opgezette zwarte panter in huis gestaan, een geschenk van een Egyptische prinses, die als toerist op de eilanden verbleef en wel gecharmeerd was van die lange jongeling met donkere krullen. Het was de Russische ijsbreker Krassin die enkele dagen later de overlevenden van de Italia zou oppikken. In de zeven weken waarin de generaal en de zijnen op hun redding wachtten, waren ze wat afgedreven. Ook de kaarten met hun positie bleken onnauwkeurig. De Italiaanse kapitein en de Hollandse hondenmenner worden door twee watervliegtuigjes opgehaald. De dodenrit wordt voltooid: de honden Izaak en Nero blijven achter op het ijs. Sjef stuurt op 13 juli een telegram naar zijn ouders in Arnhem. 'Alles apperbest, viel grueten, Sjef.' Dat moet een opluchting zijn geweest. Dagen eerder was er al in kranten gespeculeerd over zijn dood in het ijs. Een verslaggever van het Rotterdamse blad Het leven is hem tegemoet gereisd en ontmoet hem in Bergen, Noorwegen. Hij noteert: 'In de poolzon op 't schitterend-flakkerend ijs van de Poolzon is hij tot brons gebruind, maar 't staat hem goed onder den ietwat-gekroesden zwarte kop.' Hij krijgt die augustusmaand een uitbundig onthaal. Er was, blikt zijn zoon terug, misschien wel behoefte aan een held, toen de Nederlandse sporters op de Olympische Spelen dat jaar in Amsterdam, zo teleurstelden. Duizenden mensen wachten hem op in Arnhem, waar hij met de trein aankomt. Hij wordt koninklijk onderscheiden. Jaren later volgt Italiaans en pauselijk eerbetoon. Er wordt een mars voor hem gecomponeerd, een nieuwe pepermunt krijgt zijn naam. In 1929 verschijnt zijn Vijf jaar in sneeuw en ijs, gevolgd door een voor de jeugd aangepaste versie: Een Hollandsche jongen in het hooge noorden. Na zijn mars door de lokale, provinciale en landelijke politiek overleed Sjef van Dongen op 15 maart 1973 in Vlissingen, 66 jaar oud. Volgens Sjef van Dongen jr. hebben de vier weken in de witte hel zijn vader gevormd. 'Als iemand met een probleem zat, dacht hij altijd meteen aan een oplossing.' Misschien is deze herinnering aan toen, bedenkt hij nu, wel het veelzeggendst: er waren thuis altijd honden geweest, een airedale terriër, een Duitse herder, een poedel en ze droegen steevast namen van de gestorven husky's, Prins, Tiger - Sjef van
Rob Gollin — de Volkskrant — 12 oktober 2015
Sjef van Dongen: Nederlandse Poolheld - Een reconstructie op basis van brieven en dagboeken - Michelle van Dijk - Voorwoord van Maarten Loonen - Epiloog door Sjef van Dongen Jr. - Lectura Cultura - 120 blz. sjef-van-dongen-de-nederlandse-poolheld-michelle-van-dijk-Michelle van Dijk (1973) is gids, expeditieleider, auteur, spreker, campingeigenaar en tuinder. Ze is geboren in Nederland, maar Scandinavië heeft haar altijd getrokken. Ze woonde en werkte in Zweden en IJsland, maar dit was haar nog niet noordelijk genoeg. In 2001 ging ze voor het eerst naar Spitsbergen. In 2004 begon ze er te werken als gids. Sinds 2007 is ze eigenaar van Longyearbyen Camping, 1300 kilometer van de noordpool. In 2013 volgde ze een minor Arctische en Antarctische studies aan het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen, waar ze onderzoek deed naar de Nederlandse poolheld Sjef van Dongen(1906 - 1973). Door de opbouw en toon van het onderzoek te veranderen, is dit boek over de Nederlandse poolheld tot stand gekomen. "Als gids op Spitsbergen viel mij op dat slechts weinig mensen van deze opmerkelijke man gehoord hadden. Daar moest verandering in komen." Sjef van Dongen: Nederlandse Poolheld gaat over het leven een Brabantse jongen in een verlaten mijnbouwdorp op Spitsbergen en zijn heldhaftige poging om de Italiaanse ontdekkingsreiziger Umberto Nobile te redden. Nobile stortte in 1928 met zijn zeppelin neer op het pakijs van Spitsbergen tijdens zijn poging op de Noordpool te landen. Maar liefst 26 dagen trok Sjef van Dongen met zijn hondenspan door een witte hel, en maakte deel uit van de grootste reddingsoperatie in het poolgebied ooit. Tijdens zijn barre tocht op het ijs lieten zijn honden het leven en zelf werd Sjef ternauwernood gered. Bij de redding van Nobile werden schepen en vliegtuigen uit tien landen ingezet en verloor de bekende Noorse ontdekkingsreiziger Roald Amundsen het leven. Kranten over de hele wereld volgden het nieuws van dag tot dag. Terug in Nederland werd Sjef als een held onthaald en ontving hij pauselijke en koninklijke onderscheidingen. Maar wie kent hem vandaag de dag nog? Dit boek is een eerbetoon aan een Nederlandse poolheld. Het boek is van A4-formaat, hierdoor komen de oude foto's die Van Dijk gebruikt, om het boek aantrekkelijk te maken voor het grote publiek, goed uit de verf. Maar dit is niet de enige methode die Van Dijk heeft toegepast om haar verhaal voor iedereen geschikt te maken. Het verhaal is begonnen als een wetenschappelijk onderzoek, bedoeld voor studenten en geïnteresseerden. Van Dijk heeft de tekst versimpeld, waardoor het boek Sjef van Dongen: Nederlandse Poolheld voor iedereen toegankelijk is. Ondanks dat de tekst vrij gedetailleerd is, is het niet ingewikkeld. "Samen met zijn vriend, de Deense ingenieur Ludvig Varming, en negen honden, stapte Sjef op 16 juni aan boord van het schip Braganza, dat hen zo ver mogelijk naar het noorden zou brengen. Onderweg werden allerlei plannen gemaakt; een vliegtuig zou hen dagelijks in de gaten houden. Ook wilden een aantal Italianen mee, maar Sjef en Varming gingen het liefste samen." Het Poolgebied was dan een onderwerp waar mijn eigen interesse lag tijdens mijn studie. Ik heb dan ook de meer wetenschappelijke stukken gelezen over de Arctische onderwerpen. Maar een boek als dit maakt de verhalen rondom een poolreiziger als Sjef van Dongen een stuk toegankelijker. Met name de mooie, vaak paginagrote foto's geven het boek net dat beetje extra. Felice Beekhuis
Felice Beekhuis — Boekenbijlage — 22 oktober 2015
In het kort
Bibliografisch
ISBN-139789082135428
Editie1
TaalNederlands dut
GeïllustreerdJa
Uitgave
UitgeverLectura Cultura B.V.
CB-relatie-id6537043
Verschenen31 mei 2015
StatusOnbekend 00
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Zonder prijsPrijs volgt
Vorm & inhoud
ProductvormHardback BB
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Reisverhalen 508
NUR (alle)508 Reisverhalen
320 Literaire non-fictie algemeen
680 Geschiedenis algemeen
402 Waargebeurde verhalen
410 Natuur populair algemeen
500 Reizen algemeen
320 Literaire non-fictie algemeen
680 Geschiedenis algemeen
402 Waargebeurde verhalen
410 Natuur populair algemeen
500 Reizen algemeen
Trefwoordenspitsbergen · noordpool · reddingsoperatie · luchtballon · klimaat · witte hel · nobile · svalbard · poolheld · sjef van dongen
Medewerkers
Auteur A01Michelle van Dijk
Redacteur B01Mark van Schaick
Herkomst
Werk-id (NSTC)500061913
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Trefwoorden
Lijkt op dit boek
NSTC 500061913 · CB-relatie 6537043 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









