

Tot hier en niet verder een leven in woorden
PaperbackNederlands
Ook verkrijgbaar als
Tot hier en niet verder
een leven in woorden
Ik vind z'n boekje Een goot met uitzicht zo goed dat ik niet eens flauwe grappen ga maken over 's schrijvers naam (al heb ik er een paar schitterende in m'n hoofd zitten). (Herman Brusselmans, Weg met de literatuur!, blz. 17)
Adriaan Bontebal was een Haags fenomeen, maar hij kreeg in de jaren negentig ook landelijk steeds meer bekendheid - door zijn rauwe straatpoëzie, zijn heel korte verhalen en zijn blog. Door een gruwelijk motorongeluk ging Bontebal sinds 1975 met een houten been door het leven, een gegeven waarover hijzelf de grootste grappen maakte. (Dossier Adriaan Bontebal, Koninklijke Bibliotheek
)
Met de dood van Adriaan Bontebal is de Nederlandse literatuur een hoop rocknroll armer. (TZUM literaire weblog)
De Carmiggelt van de kraakbeweging, de dichter met het houten been, de schrijver die zo droevig kon voorlezen dat het publiek het niet meer kon houden van het lachen (Erik Lindner Groene Amsterdammer)
Adriaan Bontebal (1952-2012) bracht de bundel Uitverkocht in eigen beheer uit in 1972. Veertig jaar later is zijn leven in woorden voltooid met deze laatste bundel. Tot hier en niet verder bevat een bloemlezing van eerder gepubliceerd werk, blogs en niet eerder verschenen proza en poëzie.
een leven in woorden
Ik vind z'n boekje Een goot met uitzicht zo goed dat ik niet eens flauwe grappen ga maken over 's schrijvers naam (al heb ik er een paar schitterende in m'n hoofd zitten). (Herman Brusselmans, Weg met de literatuur!, blz. 17)
Adriaan Bontebal was een Haags fenomeen, maar hij kreeg in de jaren negentig ook landelijk steeds meer bekendheid - door zijn rauwe straatpoëzie, zijn heel korte verhalen en zijn blog. Door een gruwelijk motorongeluk ging Bontebal sinds 1975 met een houten been door het leven, een gegeven waarover hijzelf de grootste grappen maakte. (Dossier Adriaan Bontebal, Koninklijke Bibliotheek
)
Met de dood van Adriaan Bontebal is de Nederlandse literatuur een hoop rocknroll armer. (TZUM literaire weblog)
De Carmiggelt van de kraakbeweging, de dichter met het houten been, de schrijver die zo droevig kon voorlezen dat het publiek het niet meer kon houden van het lachen (Erik Lindner Groene Amsterdammer)
Adriaan Bontebal (1952-2012) bracht de bundel Uitverkocht in eigen beheer uit in 1972. Veertig jaar later is zijn leven in woorden voltooid met deze laatste bundel. Tot hier en niet verder bevat een bloemlezing van eerder gepubliceerd werk, blogs en niet eerder verschenen proza en poëzie.
Recensies
Tot hier en niet verder (uitgesproken in Het Woordenrijk 11-9-2012) Tot hier en niet verder is een postume bundel met gedichten en verhalen van Adriaan Bontebal. Aangezien dit een poëzierecensie is, wilde ik mij beperken tot de poëzie in deze bundel. Maar ik kende de dichter Bontebal niet. Wel kende ik Bontebal de columnist en Bontebal de verhalenschrijver. Eind jaren '90 maakte Bontebal onderdeel uit van mijn favoriete radioprogramma, Music Hall, elke dinsdagavond, uurtje of negen, gepresenteerd door Wim Noordhoek of Wim Brands. Daar las hij voor tussen collega's als Thomas Verbogt, A.L. Snijders, L.H. Wiener, Jan Mulder, Remco Campert, Jaap Blonk, Wim de Bie en nog een groot aantal anderen. Bontebal droeg veelvuldig voor uit zijn Haags dagboek, maar trapte daarbij niet in de valkuil, waar veel Bekende Hagenezen instinken. Hij zette zijn Haagse accent niet extra vet aan om de lachers op zijn hand te krijgen. Die lachers kwamen vanzelf als hij zijn droogkomische stukken voorlas in de café-achtige studio in Amsterdam. En thuis in Den Haag lachte ik bij de speakers van mijn radio. Beluister hier voordrachten van Adriaan Bontebal in Music Hall. De eerste keer dat ik hem zag optreden was waarschijnlijk rond de eeuwwisseling in Bordelaise, het Haagse literaire café aan het Huygenspark. Zijn lange, donkere, sluike haar en zijn bril deden mij direct denken aan de zanger van The Amazing Stroopwafels, de groep van 'Oude Maasweg' en 'Ik ga naar Frankrijk'. Een stupide vergelijking - een flauwe humorist zou zelfs zeggen dat de vergelijking compleet mank loopt. Stupide, vooral omdat de podiumpresentatie van beide heren nogal verschilt. Waar de Vlaardingse zanger, Wim Kerhof genaamd, altijd hyperactief tegen zijn contrabas staat te schoppen en fel zijn liedteksten in de microfoon spuugt, sleept Bontebal zich in alle rust het podium op om al even rustig voor te dragen. Althans zo kwam hij over, hij wist - de blijkbaar alom aanwezige - zenuwen goed te maskeren. Bij het lezen van één van de verhalen in de bundel komt de onzinnige Stroopwafel-vergelijking weer boven drijven. In het verhaal stelt Bontebal zich voor dat hij naar het Scheveningse strand gaat - prothese uit, zwembroek aan - zich in een rijdend jaren '20 kleedhokje in zee laat duwen en... ik citeer: 'Dan zal ik zwemmen, de LOM-schoolslag, en na verloop van tijd zal ik hinkend uit de golven komen. Links-links-links het strand op, terwijl ik schreeuw: 'Haaien, haaien!' En zongen de Stroopwafels niet ooit: 'Ome Kobus, heeft z'n linkerbeen verloren, aan een haai, op hawaii.' Maar nu hou ik er echt over op. Verkeerde strand. Verkeerde been. Verkeerde vergelijking. Over naar de poëzie. Terwijl ik dacht geen gedichten van de man te kennen, herkende ik toch enkele Bontebal-klassiekers zoals het mooie, met Sjaak Bral geschreven lange vers over De Haagse Beek, het zelfrelativerende De dichter (met zijn houten poot) en de ode aan de vuilnisman: De vuilnisman komt in elke straat vertilt zich aan de zakken handschoen aan want de meute laat zijn hond ertussen kakken Naast de humoristische toon en de straat als inspiratiebron, ontbreekt nog één ander Bontebal-kenmerk in dit korte gedicht. Het vuilnisman-gedicht kun je nog light-verse noemen, maar Bontebal heeft overduidelijk ook een donkere kant. Zoals in Overleven: Iedere dag denk ik aan de dood Aan ziektes, aan honger geweld, terreur en oorlog het einde der tijden Het weerhoudt me Van peinzen Die laatste twee regels: Het weerhoudt me / Van peinzen geven aan dat Bontebal het niet kan laten ook aan dit mooie, maar zeer donkere gedicht, een licht komische draai te geven. Sowieso is de sfeer in de gedichten, maar ook in de verhalen, behoorlijk overeenkomstig. Bontebal begeeft zich altijd ergens tussen diepzinnig gepeins en opgewekte humor in. Vaak brengt hij beide kanten van zichzelf samen in één gedicht, alsof het denken aan de dood niet zonder de humor van de straat kan. Alsof het donker niet zonder het licht kan. Zoals in Boksbal, waarin hij met een flauw woordgrapje lucht brengt in een gedicht over de letterlijke en figuurlijke gevechten in het leven: Wanneer ik buiten fiets - ik fiets altijd buiten, ik ben klein behuisd - en de regen me doorweekt terwijl ruk- en valwinden op me inbeuken zodat ik slalom als een beschonkene bedenk ik me Zolang ik tegen de elementen vecht vecht ik niet tegen mezelf Tot hier en niet verder is een prachtige postume bundeling. Aangezien zijn oude werk moeilijk verkrijgbaar is, maar voornamelijk omdat zijn werk het waard is, is dit - wat mij betreft - pas zijn eerste postume bundeling en volgen er meer Bontebal-verzamelingen. Soms de diepte in, filosoferend over leven en dood, maar altijd terugkerend aan de oppervlak, de realiteit van het dagelijkse leven. Altijd terugkerend met een tragikomische zin die het leven en de treurigheid in perspectief zet. Altijd keerde Adriaan Bontebal terug - groots, maar een beetje slepend - Altijd. Tot afgelopen februari dan.
Ricco van Nierop — www.derecensent.nl — 11 september 2012
Uitgeverij LetterRijn opgericht door Theo van Rijn, brengt Tot hier en niet verder uit van Adriaan Bontebal, pseudoniem van Aad van Rijn en broer van Theo. Bontebal was van plan om mee te werken aan de samenstelling van deze bundel, maar overleed voordat hij zijn eigen selectie had kunnen maken. Nu hebben broer Theo en Sandra Salome die taak op zich genomen. Die selectie heeft een bundel opgeleverd met gedichten, korte verhalen, columns en blogs. Columns en blogs hebben de neiging om snel te verouderen, want wie weet over een tijdje nog wie Jolande Sap of de Benidorm Bastards waren? Toch gedaan omdat anders het overzicht niet compleet zou zijn, aldus Theo van Rijn. Tot hier en niet verder is een soort grabbelton. Je steekt je hand in het zaagsel en haalt er een pakketje uit. Elk pakketje bevat een verrassing. De overeenkomsten tussen de pakketjes ontdek je al snel. Bontebal heeft zelfspot, zet je steeds op het verkeerde been, maar kan zich ook ergeren aan de medemens. Aan die ergernis geeft hij dan wel weer een humoristische draai. De achterflapfoto toont de schrijver met zijn lange haar en zijn bril, die een hijs van een shaggie neemt. Hij zou een broer van Herman Brusselmans kunnen zijn, die ook wordt geciteerd en lovend is over Bontebals boek Een goot met uitzicht. Brusselmans merkt op dat hij zo een paar flauwe grappen over Bontebals naam zou kunnen maken, maar dat niet doet uit bewondering voor het boek. Brusselmans en Bontebal hebben ook gemeen dat beiden humoristische vertellers zijn. Is Brusselmans er een van de lange baan, dan is Bontebal er een van de korte. 'De Carmiggelt van de kraakbeweging' was volgens de achterflap ook een bijnaam. Korte verhalen en humor zijn de overeenkomsten tussen de twee, maar verder zijn de verschillen groot. Bontebals uiterlijk en gedrag en de reactie van mensen daarop is vaak onderwerp van zijn verhalen. Carmiggelt was meer een beschouwer. Bontebals verhalen zijn verrassender dan die van Carmiggelt. Net als je denkt dat je weet hoe het zit, geeft hij toch weer een wending aan het verhaal die je niet verwacht. Bij Bontebal schiet je bijna op elke bladzijde in de lach. Het kan een grinnik zijn, een glimlach of een bulder, maar lachen doe je. En Bontebal doet niet grappig, hij ìs grappig! Maar er is meer. Bontebal weet de dingen vaak op een bijzondere manier te typeren. Zo is een agent in een verhaal een 'mannetjessmeris'. Er zijn natuurlijk ook 'vrouwtjessmerissen' - hij zegt dit niet, maar dat denk je dan - en samen vormen ze een aparte diersoort die je, zeker als je Adriaan Bontebal bent, beter uit de weg kunt gaan. Bontebals poëzie is makkelijk te volgen. De meeste gedichten vallen onder de noemer 'light verse'. Bij hem geen hoogdravende zinnen, of zweverige formuleringen, maar woorden die duidelijk op hun plaats vallen. Hier niet alleen humor en ironie, maar ook sarcasme, zoals te lezen valt in het gedicht 'NATO filosofie' dat zo eindigt: 'Pooiers zijn verstokte feministen negen weken vroeger is te laat soldaten zijn dé vredesactivisten en raketten voor die vrede zeer probaat' Om nog één keer terug te komen op de vergelijking met Simon Carmiggelt; van hem vlogen vroeger de boeken als warme broodjes over de toonbank. Hoeveel mensen zijn er niet blij gemaakt met een bundel Kronkels op een verjaardag of met Sinterklaas? Bontebals bundel verdient het ook om als een warm broodje te worden verkocht. Geef Tot hier en niet verder cadeau en laat je vrienden en vriendinnen om Bontebal lachen. Een bijzondere schrijver is niet meer onder ons. Het literaire landschap is een stukje stiller geworden, een unieke stem is verstomd. Gelukkig is er nu dit papieren monument. Lees het en geniet! Pieter Feller
Pieter Feller — www.boekenbijlage.nl — 22 september 2012
De klare taal van Adriaan Bontebal klinkt na in zijn postume bundel Aad van Rijn heette hij eigenlijk, maar hij noemde zich Adriaan Bontebal (1952-2012) en was de allerbeste eenbenige dichter van het Westen: 'Links/ Links/ Links/ Het lijkt onbeholpen/ maar ook hij marcheert/ de eenbenige'. Bontebal was een lange Haagse gozer, met zwart wapperend hippiehaar, zware shag bij de hand. Zijn houten been had hij gekregen na een motorongeluk. Hij werd 'de Carmiggelt van de kraakbeweging' genoemd, vanwege zijn grappige observaties, druipend van de vette randjes van het trottoir, en drijvend op zelfspot. Bovendien woonde hij zelf in een kraakpand, dat hielp mee. Van het postuum verschenen Tot hier en niet verder beklijven zijn gedichten. Klare taal, recht op de man af, nooit saai, en geen blad voor de mond. Als je naar hem luisterde kon je hem verstaan, inclusief Haags accent. Uit 'Hercules': 'En 's avonds val ik/ moe maar vol/ van gedane zaken/ voor een laatste/ soloperformance/ in mijn tweepersoonsbed/ terwijl ik denk:/ morgen krijgt/ de keuken een beurt.' Op 11 februari dit jaar ging Bontebal dood: longkanker. Hij had nog een laatste wens, en zo heet dit gedicht ook: 'Als ik dood ben/ wil ik worden/ geplastificeerd/ in vlammend rood/ En worden bijgezet/ tegen de/ donkerblauwe wand met de helwitte spot/ in de noordoosthoek/ van de zitkuil/ en een overlijdensbericht/ in Avenue/ en VT/ Wonen.'
John Schoorl — Boekenbijlage Volkskrant — 17 november 2012
In het kort
Bibliografisch
ISBN-139789081954303
Editie1
TaalNederlands dut
GeïllustreerdNee
Uitgave
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Verhalenbundels 303
NUR (alle)303 Verhalenbundels
Medewerkers
Herkomst
Werk-id (NSTC)100006833
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 100006833 · CB-relatie 6002541 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









