Catalogus
Omslag van Wie de jeugd heeft kan wel janken
Achterkant van Wie de jeugd heeft kan wel janken

Wie de jeugd heeft kan wel janken

Paperback182 pagina’sNederlands
'Wie de jeugd heeft kan wel janken' is een autobiografische verhalenroman waarin de auteur zijn jeugd schetst met vlijmscherpe pen en de zelfspot die we al van hem kennen uit zijn vorige boeken. Hij vertelt openhartig over haat en jaloezie binnen het gezin dat langzaam maar zeker uiteen valt. Toxopeus beschrijft een langdurig verblijf in een sanatorium voor tbc-patiëntjes en bij een steenrijke oom. Hij laveert tussen eigendunk en hopeloosheid. Eerst tijdens zijn kantoorbaan in de binnenstad van Amsterdam en daarna in Den Haag waar hij te maken krijgt met de hypocriete wereld van het politiek vormingswerk.Dit derde boek van John Toxopeus geeft op een originele manier een sfeerbeeld uit de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw dat voor vele ouderen herkenbaar en voor de jongere generaties beslist een eyeopener zal zijn.
Recensies
Een jongetje is vanwege open tbc opgenomen in ‘Paviljoen 10’. Afgesneden van de buitenwereld en het grootste deel van zijn familie. Maar hij herstelt en kan het gewone leven weer oppakken. Hij groeit op, wordt volwassen en zet zijn verhaal op schrift. ‘Wie de jeugd heeft kan wel janken’ is het derde boek van auteur John Toxopeus. Ik ken hem van zijn eerdere verhalenbundel ‘Desnoods met harde hand’. Intelligente, bizarre verhalen die bleven boeien. Ik was dan ook benieuwd naar dit nieuwe boek met intrigerende titel. In deze autobiografische roman vertelt Toxopeus over zijn jeugd. Zijn verblijf in het sanatorium, maar ook over het gezinsleven waar steeds meer barsten in verschijnen. Zijn reis naar volwassenheid en zijn eerste werkervaringen. Het verhaal speelt in de jaren ‘50/’60. Voor mij geen persoonlijke herkenning in deze, maar ik vond het wel interessant om te lezen over de tijd waarin mijn moeder opgroeide en die ik dus een beetje ken door haar verhalen. John Toxopeus heeft een scherpe pen, dat wist ik al van zijn andere boek. Ook in dit verhaal zie je dat duidelijk terug. Ingetogen humor, zelfspot, maar ook emotie. Vooral zijn beschrijvingen over het twee jaar durende sanatoriumverblijf waren raak en indrukwekkend. Als een film zag ik dat jongetje liggen, wachtend op zijn vader die niet kwam… Verlangend naar zijn broer en zus, die ook niet naar binnen mochten… Wat mij betreft had het hele boek wel over die periode en de gevolgen daarvan op de rest van zijn leven mogen gaan. “Mijn moeder was er iedere dag. Mijn vader kwam nooit. Aan de overkant van het water heb ik mijn broer en zus een keer zien staan. Ze mochten niet naar binnen vanwege besmettingsgevaar.” ‘Wie de jeugd heeft kan wel janken’ is geschreven in een zeer nuchtere stijl, zonder poespas. Over zijn ziekte vertelt de auteur zonder zelfmedelijden. Ook het huwelijk van zijn ouders en het effect daarvan op het gezin wordt droog en nuchter gebracht. De bijbehorende gevoelens en emoties lees je eigenlijk tussen de regels door. Ik zag een opgroeiende jongen, die last heeft van de sfeer thuis. Die veel moeite heeft met de ruzies tussen vader en moeder. Een jongen voor wie zijn plek in het gezin toch al niet vanzelfsprekend was door zijn lange verblijf in het sanatorium. Een jongen die aan de ene kant betutteld en vertroeteld wordt vanwege zijn medische achtergrond, waarover met name moeder lang bezorgd blijft, maar die aan de andere kant niet gezien wordt in het gezin. “Als mijn vader en moeder ruzie maakten, ging ik onder de kapstok zitten en huilde met lange uithalen, net zo lang tot iemand me kwam troosten.” Conclusie: autobiografisch verhaal, geschreven met humor, zelfspot en een scherpe pen. ***
Monique Dijkgraaf — Wie schrijft blijft — 6 juli 2015
In het kort
ISBN-13
9789078905844
Verschenen
1 september 2015
Trefwoorden

Lijkt op dit boek

NSTC 500061624 · CB-relatie 9503441 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol → · € 18,95
← Terug naar resultaten

Wie de jeugd heeft kan wel janken

Henriette Faas redacteur
Paperback182 pagina’sNederlands
'Wie de jeugd heeft kan wel janken' is een autobiografische verhalenroman waarin de auteur zijn jeugd schetst met vlijmscherpe pen en de zelfspot die we al van hem kennen uit zijn vorige boeken. Hij vertelt openhartig over haat en jaloezie binnen het gezin dat langzaam maar zeker uiteen valt. Toxopeus beschrijft een langdurig verblijf in een sanatorium voor tbc-patiëntjes en bij een steenrijke oom. Hij laveert tussen eigendunk en hopeloosheid. Eerst tijdens zijn kantoorbaan in de binnenstad van Amsterdam en daarna in Den Haag waar hij te maken krijgt met de hypocriete wereld van het politiek vormingswerk.Dit derde boek van John Toxopeus geeft op een originele manier een sfeerbeeld uit de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw dat voor vele ouderen herkenbaar en voor de jongere generaties beslist een eyeopener zal zijn.
Recensies
Een jongetje is vanwege open tbc opgenomen in ‘Paviljoen 10’. Afgesneden van de buitenwereld en het grootste deel van zijn familie. Maar hij herstelt en kan het gewone leven weer oppakken. Hij groeit op, wordt volwassen en zet zijn verhaal op schrift. ‘Wie de jeugd heeft kan wel janken’ is het derde boek van auteur John Toxopeus. Ik ken hem van zijn eerdere verhalenbundel ‘Desnoods met harde hand’. Intelligente, bizarre verhalen die bleven boeien. Ik was dan ook benieuwd naar dit nieuwe boek met intrigerende titel. In deze autobiografische roman vertelt Toxopeus over zijn jeugd. Zijn verblijf in het sanatorium, maar ook over het gezinsleven waar steeds meer barsten in verschijnen. Zijn reis naar volwassenheid en zijn eerste werkervaringen. Het verhaal speelt in de jaren ‘50/’60. Voor mij geen persoonlijke herkenning in deze, maar ik vond het wel interessant om te lezen over de tijd waarin mijn moeder opgroeide en die ik dus een beetje ken door haar verhalen. John Toxopeus heeft een scherpe pen, dat wist ik al van zijn andere boek. Ook in dit verhaal zie je dat duidelijk terug. Ingetogen humor, zelfspot, maar ook emotie. Vooral zijn beschrijvingen over het twee jaar durende sanatoriumverblijf waren raak en indrukwekkend. Als een film zag ik dat jongetje liggen, wachtend op zijn vader die niet kwam… Verlangend naar zijn broer en zus, die ook niet naar binnen mochten… Wat mij betreft had het hele boek wel over die periode en de gevolgen daarvan op de rest van zijn leven mogen gaan. “Mijn moeder was er iedere dag. Mijn vader kwam nooit. Aan de overkant van het water heb ik mijn broer en zus een keer zien staan. Ze mochten niet naar binnen vanwege besmettingsgevaar.” ‘Wie de jeugd heeft kan wel janken’ is geschreven in een zeer nuchtere stijl, zonder poespas. Over zijn ziekte vertelt de auteur zonder zelfmedelijden. Ook het huwelijk van zijn ouders en het effect daarvan op het gezin wordt droog en nuchter gebracht. De bijbehorende gevoelens en emoties lees je eigenlijk tussen de regels door. Ik zag een opgroeiende jongen, die last heeft van de sfeer thuis. Die veel moeite heeft met de ruzies tussen vader en moeder. Een jongen voor wie zijn plek in het gezin toch al niet vanzelfsprekend was door zijn lange verblijf in het sanatorium. Een jongen die aan de ene kant betutteld en vertroeteld wordt vanwege zijn medische achtergrond, waarover met name moeder lang bezorgd blijft, maar die aan de andere kant niet gezien wordt in het gezin. “Als mijn vader en moeder ruzie maakten, ging ik onder de kapstok zitten en huilde met lange uithalen, net zo lang tot iemand me kwam troosten.” Conclusie: autobiografisch verhaal, geschreven met humor, zelfspot en een scherpe pen. ***
Monique Dijkgraaf — Wie schrijft blijft — 6 juli 2015
In het kort
ISBN-13
9789078905844
Verschenen
1 september 2015

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500061624 · CB-relatie 9503441 · Bijgewerkt 6 augustus 2026