
Wie heeft God gemaakt? Op zoek naar een allesverklarende theorie
E-bookNederlandsLeverbaar
Ook verkrijgbaar als
Een boek van een vermaard wetenschapper over het bestaan van God, met hoofdstuktitels als 'Sooty en het universum', 'Met een stoommachine naar de sterren' en 'De nette dikhuid', moet wel anders zijn. En dat is het ook. Het boek behandelt moeilijke vragen over wetenschap, filosofie en geloof met verbazingwekkende eenvoud. Edgar Andrews ontmaskert de pretenties van het 'nieuwe atheïsme' van Richard Dawkins en anderen, waarbij hij scherpe argumenten op een vriendelijke en humoristische wijze weet over te brengen.De auteur wil echter niet alleen het huidige agressieve atheïsme bestrijden, maar ook een logisch samenhangend en over het geheel meer bevredigend alternatief bieden. Hij beschrijft hoe zijn collega-natuurkundigen ervan dromen een 'theorie van alles' te vinden die alle natuurkundige processen en verschijnselen in het universum omvat. Maar hij wijst erop dat 'het bestaan' uit meer bestaat dan alleen de materiële wereld - de dingen die het leven de moeite waard maken, zijn doorgaans immaterieel van aard. Zou er dan een allesverklarende theorie kunnen bestaan die niet alleen ruimte, tijd, materie en energie omvat, maar ook hart en verstand, geweten en geest? Ja, die theorie bestaat, zoals dit boek aantoont. Het is de Godhypothese, een 'theorie' die, ondanks zijn tegenstanders, nog steeds hoog uitsteekt boven het barre landschap van atheïsme en wanhoop.
Recensies
De auteur is emeritus hoogleraar materiaalkunde aan de Universiteit van Londen. Je zou verwachten dat een natuurkundige het bestaan van een God zou betwijfelen. Maar niets is minder waar. Voor Andrews is de godhypothese ruimschoots bewezen. Dat is zijn conclusie aan het einde van het boek. Hij keert zich daarbij tegen de vrij gangbare evolutietheorie. Wie het daarbij vooral moet ontgelden is Richard Dawkins, de bekende auteur over dit onderwerp. Andrews noemt hem, 'met zijn consorten', de nieuwe atheïst. De auteur gaat daarbij vrij ver in het aanhalen van argumenten om zijn gelijk te bewijzen. Zo heeft hij antwoorden op de theorie van de oerknal. Ook gaat hij in op de door wetenschappers aangehaalde mutaties van genen, maar uiteindelijk keert hij terug naar het bijbelboek Genesis waarin God als Schepper van alles wordt beschreven. Voor velen zal dit een intrigerend boek zijn, zowel voor degenen die in God geloven als voor degenen die Zijn bestaan ontkennen. De vraag is wel of dit uitgebreide betoog veel lezers zal aanspreken. Voorzien van voetnoten, eindnoten en een register.
Dr. H. Chr. van Bemmel — NBD Biblion — 12 oktober 2012
Boekbespreking in Groei Magazine (augustus 2012) Wanneer we nadenken over het bestaan van God of anderen horen spreken over God, dan worden we vaak bepaald bij de vraag welke plaats God eigenlijk in ons denken heeft. De Brit Edgar H. Andrews schreef, als emeritus hoogleraar materiaalkunde aan de universiteit van Londen en als internationaal expert op het gebied van grote moleculen, het boek Wie heeft God gemaakt? Hij schreef het als christen en is zich daarbij bewust dat het geloof in God als Schepper, die alles gemaakt heeft en door wie wij bestaan, altijd spanningen zal opleveren ten aanzien van het wetenschappelijk bedrijf. De titel van het boek is ontleend aan een favoriete vraag van sceptici: ‘Als God alles gemaakt heeft, wie heeft God dan gemaakt?’ Het is voor de auteur geen vraag dat God (er) is, maar hij wil in dit boek het serieuze gesprek aangaan met hedendaagse wetenschappers die het bestaan van God ontkennen. Hij doet dit vanuit de ‘Godhypothese’, de bijbelse aanname van het bestaan van God. Citaat: ‘Ik zal niet alleen de bevindingen van de moderne natuurkunde (mijn eigen vakgebied) bespreken, maar ook de diepgaande vragen over de oorsprong van het universum. We zullen onder andere nadenken over het ontstaan van het universum, de tijd, de natuurwetten en al hun aspecten, het leven, het menselijk verstand en de moraal. Dit boek wil onderzoeken hoe de bijbelse Godhypothese voorziet in een begrijpelijke, intellectueel consistente en geestelijk bevredigende visie op het bestaan,die zowel het menselijk leven als het universum en al wat daarin is, omvat.’ Daarbij gaat de auteur in op verkeerde beelden van God die een objectief onderzoek in de weg staan, want om te weten wie God is moeten we immers eerst weten wie Hij niet is. Daarbij komen ook aspecten aan de orde zoals eeuwigheid, schepping en openbaring. God, die zich in Genesis 1 openbaart als de God die aan de schepping voorafging. ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde (…).’ Citaat: ‘De stelling in Genesis gaat veel verder dan enkel de bewering dat het universum werd veroorzaakt door een eerste oorzaak die zelf geen oorzaak heeft. Waar komt die extra informatie dan vandaan? Die komt tot ons door openbaring. Omdat wij er niet bij waren, moet God, die er wel was, ons over die dingen vertellen. Anders zouden we het nooit kunnen weten.’ Ook stelt hij: ‘De Bijbel bevat wat theologen ‘voortschrijdende openbaring’ noemen – een geleidelijke onthulling van het wezen en de bedoelingen van God. Na Genesis 1 volgt meer openbaring, bijvoorbeeld dat God de mens schiep als beelddrager en dat deze zondigde. En dat God met de komst van de beloofde Messias, Jezus Christus, Zijn voornemen bekendmaakt om de mens met Zich te verzoenen. De auteur verwijst hierbij naar Hebreeën 1, waarin staat (NBG51): ‘Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft. Deze, de afstraling Zijner heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge’. Het boek is voor een leek pittig om te lezen, maar de hoofdlijn geeft wel meer inzicht in vragen en ontwikkelingen binnen de wetenschap. Daarbij is de vrijmoedigheid en helderheid van de auteur vanuit zijn geloof en respect voor God als Schepper aansprekend. Hij laat Gods Woord aan het woord, bijvoorbeeld Jesaja 40 vanaf vers 18 en Handelingen 17:22-31. Ook benadrukt Hij de waarde die de mens voor God heeft (Psalm 8). De mens kreeg niet alleen verstand maar ook moraliteit. Hierover ter afsluiting nog een citaat: ‘Het zondige hart kan alleen veranderd worden door een ‘nieuwe geboorte’, waarbij de Geest van God zelf woning maakt in ons hart en verstand, waarin de Geest van God Zijn morele wet ‘optekent’ en de ontvanger ervan in staat stelt God lief te hebben en Hem te gehoorzamen (pag. 342).
Redactie — Groei Magazine — 14 augustus 2012
Elke ideologie heeft behoefte aan een simpel vijandsbeeld. Bij communisten was dat 'fascist', bij darwinisten is het 'creationist'. In feite bedoelen ze daarmee al wie durven af te wijken van de partijlijn. Dat neemt niet weg dat echte creationisten ook bestaan. Met het juist verschenen Science and Human Origins van Ann Gauger, Douglas Axe en Casey Luskin (wetenschappers die zich rekenen tot Intelligent Design) krijgen zij zelfs weer grond onder de voeten, want dat boek laat zien hoe DNA-onderzoek de afstamming van het mensengeslacht uit één eerste mensenpaar onderbouwt. Schrijf intussen die creationisten (de 'echte', bedoel ik nu, die Genesis als pure historie opvatten) niet te snel af. Dit boek van Edgar Andrews (het heeft een eigen website) is een van de beste, scherpzinnigste én toegankelijkste kritieken op het sciëntisme (de ideologisering van natuurwetenschap) die ik de laatste tijd gelezen heb. Zéér Brits in zijn verdraagzaamheid en vriendelijke humor, en tegelijk voortdurend ter zake. Deze oud-hoogleraar is dan ook zeer competent: hij voert zeven wetenschappelijk titels. Hoewel ik zijn creationistische uitgangspunt niet deel, is mijn waardering voor de wijze waarop hij de gangbare academische clichés doorprikt, er niet minder om. Als u zich voor deze materie interesseert, mag u het niet missen. Rode lijn bij Andrews is de vraag voor even het uitgangspunt aan te nemen dat de God van de Bijbel werkelijk bestaat. De rest van zijn boek rolt het materiaal uit op een manier die zonneklaar maakt dat dit een coherentere en intellectueel consistentere visie oplevert dan het oppervlakkige sciëntisme voor de massa's van 'nieuwe atheïsten' als Dawkins. Zo bewijst de kreet dat mensen 96 procent van hun DNA delen met chimpansees slechts dat het niet alleen om genen kan gaan, aldus Andrews. En inderdaad blijkt inmiddels het junk DNA, dat voorheen door darwinisten werd aangevoerd als 'afval', en dus 'bewijs' van de evolutie, juist een creatieve hoofdrol te spelen. Het spelt vitale informatie uit. Hoeveel intelligenter wou je het ontwerp nog hebben? De kleine letters van intelligent ontwerp zijn bij Andrews niet toevallig. Hij prijst immers Intelligent Design vanwege haar belangrijke bijdragen, maar beschouwt deze beweging van wetenschappers niet als wetenschap, maar als een visie daarop, net zoals zijn eigen God-hypothese. Hij ervaart het daarnaast als een bezwaar dat ID de gepostuleerde intelligentie niet identificeert als de God van de Bijbel. Een echte creationist dus, die Andrews, maar ook een heel boeiende!
Henk Rijkers. — Katholiek Nieuwsblad — 20 juli 2012
Wie heeft God gemaakt? Boekrecensie door Pieter de Boer Enige tijd geleden stond er in dit blad een bespreking van het boek 'Wie heeft God verzonnen?' dat inging op vragen van kinderen over God. Het boek 'Wie heeft God gemaakt?' richt zich op volwassenen die hun denken over God willen aanscherpen. De auteur is (emeritus) professor Edgar Andrews, een vooraanstaand Brits wetenschapper die op een bijbelgetrouwe manier de wetenschap wil bevragen. Hij zegt dat tegenwoordig veel wetenschappers uitgaan van een multiversum in plaats van een universum. Hierdoor denken ze het probleem van het ontstaan van de tijd en de eeuwigheid van God te kunnen omzeilen. Maar dat is alleen een verplaatsing van het probleem, want waar komen die andere universa vandaan? Je zou kunnen zeggen: het is ‘een wetenschap van de gaten’-verklaring. Drie soorten wetten Veel scheikundeboeken houden jongeren voor dat de meeste elementen zijn ontstaan onder invloed van de zwaartekracht. Daarbij wordt er gemakshalve van uitgegaan dat de materie uit het niets is ontstaan (big bang) en dat de zwaartekracht blijkbaar al bestond. Maar de natuurwetten bepalen juist de grenzen en geven de mogelijkheden van het geschapene aan. Uit wetten kun je niets verklaren over de oorsprong van het heelal. Naast de natuurwetten zijn er de morele wetten, die God heeft gegeven, en de wetten die mensen hebben bedacht om over de aarde te heersen. Veel mensen zien tegenwoordig geen verband meer tussen deze drie soorten wetten, maar vanuit de Bijbel weten we dat ze allemaal vallen onder Gods heerschappij. Andrews gaat uitgebreid in op de verschillen en verbanden. Dat veel wetenschappers God niet ontdekken met hun wetenschappelijke waarnemingen, zegt eerder iets over de wijze van meten dan over Gods bestaan. Een voorbeeld: al zijn er geen wetten voor liefde en haat, daarom bestaan ze nog wel. Vooral Andrews opmerking dat veel wetenschappers God op een verkeerde plek zoeken is veelzeggend. God laat zich namelijk het beste vinden in Zijn Woord, niet in allerlei wiskundige vergelijkingen en berekeningen. Andrews gaat fel in discussie met een aantal hedendaagse atheïstische wetenschappers. Frappant is zijn stelling dat Victor Stengers verklaring over het ontstaan van de natuurwetten in zijn boek 'God, een onhoudbare hypothese' zelf een van de meest onhoudbare hypotheses is. In het laatste hoofdstuk geeft Stenger een reactie op het boek van Andrews. Zondeval Volgens de auteur houden veel evolutiebiologen bij hun onderzoek naar DNA geen rekening met een cruciale gebeurtenis, namelijk de zondeval. Vanaf dat moment is er sprake van verval en achteruitgang van zowel het genetisch materiaal als het leven van dieren. Voor de zondeval aten de dieren geen andere dieren, toen trad de dood in en veranderde het eetpatroon van mens en dier. Al met al een pittig boek, maar niet puur voor filosofen. Het is voor ieder christen de moeite van het lezen meer dan waard om allerlei drogredeneringen over het ‘niet bestaan’ van God te kunnen ontzenuwen.
Pieter de Boer — De Oogst — 1 september 2012
Een mooi boek, bestemd voor mensen met een wetenschappelijke belangstelling. Ingewikkelde materie weet Edgar Andrews in toegankelijke taal uit te leggen. Het boek is uitstekend vertaald en heeft een woord vooraf van Kees Roos, emeritus hoogleraar wiskunde aan de TU Delft. De auteur heeft de titel van zijn boek ontleend aan een favoriete vraag van sceptici: ‘Als God alles heeft gemaakt, wie heeft God dan gemaakt?’ Edgar Andrews stelt vooraf de hypothese dat God bestaat. Vervolgens bekijkt hij in hoeverre deze hypothese door wetenschappelijk onderzoek wordt bevestigd. In zijn debat kruist Edgar Andrews de degens met bekende coryfeeën zoals Richard Dawkins en Stephen Hawking, die juist het tegenovergestelde beweren (‘God bestaat niet’). Alhoewel God via de Godhypothese niet kan worden bewezen, blijkt het uitstekend verdedigbaar, veel beter zelfs dan de veronderstelling dat God ‘niet bestaat’. Nog altijd zoekt de wetenschap naar de allesomvattende theorie. Krampachtig wordt iedere indicatie naar God uitgeband, zelfs als de logica duidelijk wijst op (goddelijk) ontwerp. Voor de Godhypothese, en zo is ook de opzet van dit boek, gaat de schrijver uit van vier dingen die wetenschappelijk onverklaarbaar zijn: 1) de oorsprong van het heelal, 2) de oorsprong van de natuurwetten, 3) de oorsprong van het leven en 4) de oorsprong van het verstand en de gedachten. Deze vier ‘ongerijmdheden’ werkt hij op sublieme wijze uit. Ik noem het derde punt, de oorsprong van het leven. Hier gaat hij in op de basisblokken van het leven zoals die zijn vastgelegd in onze genetische code. Nog nooit heb ik over dit aspect zo’n goed onderbouwd betoog gezien. Edgar Andrews stelt dat chemie, of biochemie nooit informatie op zichzelf heeft; DNA is informatie-drager. Er is dus iemand nodig geweest, een macht, om die informatie via de chemische verbindingen toe te voegen en werkzaam te maken, want in de oersoep - toen alles begon - vallen aminozuren uiteen (het celvocht is een universum apart). Volgens het chemisch script van het DNA ontstaat het leven in welhaast oneindige variatie en geeft het zich op die manier door aan volgende generaties. Het DNA is de taal van God. Daarom: God sprak ... en creëerde. Ik zou graag eens met professor Andrews over verschillende onderwerpen van gedachten willen wisselen. Eén punt wens ik nu reeds te bespreken. Hij beweert dat wiskunde (en dus ook getallen) ‘alleen het product is van het menselijk verstand’ (p. 171). Daarmee schaart hij zich achter Richard Dedekind. In een geschrift uit 1887 - Wat zijn getallen en wat betekenen ze? - legt de laatste uit dat getallen een product zijn van het menselijk vernuft. Deze opvatting is sindsdien binnen de wetenschap leidend geweest. Deze opinie is gerechtvaardigd indien God ‘niet bestaat’. De atheïst Bertrand Russell stelde dan ook: ‘Natuurkunde is wiskunde, niet omdat wij zoveel over de materiële wereld weten, maar omdat wij er zo weinig van weten: alleen haar wiskundige eigenschappen kunnen wij ontdekken.’ Ik neem daar stelling tegen. Indien God ‘bestaat’, zou wiskunde de taal van God kunnen zijn waarmede het universum in zijn natuurwetten cohesie krijgt. Aldus zijn de wiskundige formules de ultieme verklaring voor de fenomenen die zich aan ons voordoen, zelfs als die formules weinig raakpunten schijnen te hebben met onze zintuiglijke ervaring en ons voorstellingsvermogen. O ja, u hebt het reeds begrepen, mijn advies is goudomrand. Een uitstekend boek!
Hubert Luns — Profetisch Perspectief — 5 oktober 2012
Als God bestaat, dan moeten daar ook sporen van te vinden zijn in de natuur. Met deze hypothese start Edgar Andrews zijn studie in zijn nieuwe boek. Andrews, doctor in de toegepaste natuurkunde, heeft dagelijks met allerlei hypothesen gewerkt. Hij weet dat je eerst je definities helder moet maken, voordat je een hypothese kunt opstellen. Zo werkt het ook als je een ‘Godhypothese’ opstelt. Wat bedoel je dan met God? Andrews komt tot de conclusie dat het juiste Godsbeeld in de Bijbel is te vinden. Maar hoe zit het dan met de wetenschap? Kun je daar God in vinden? Gods woord en de werkelijkheid kunnen niet met elkaar in tegenspraak zijn. God is alomtegenwoordig. Volgens Andrews woont God niet in een tempel die bestaat uit een onverklaarbaar gat in de menselijke kennis. De wetenschap dient als hulpmiddel om meer van God te ontdekken en laat volgens hem zien dat de Godhypothese juist is. Met enkele voorbeelden illustreert hij dit: Andrews gelooft dat de oerknal heeft plaatsgevonden. Volgens hem wijst het begin door een oerknal op het bestaan van God. Andrews laat de lezer in zijn boek ontdekken dat modellen als Big Bang ‘wijzen op een oorsprong waarin ruimte, tijd en energie voortkwamen uit niets - precies zoals de bijbelse Godhypothese aangeeft’. Hij vraagt zich af waarom natuurwetten door de mens te begrijpen zijn in wiskundige formules. Zijn antwoord is niet moeilijk: ‘Wanneer God dit universum inclusief de wetten gemaakt heeft, dan is het voor de mens, die naar Gods beeld geschapen is, mogelijk om Gods werken te overdenken en dat kan door wiskundige vergelijkingen te maken. Maar als er geen God is, dan is het onverklaarbaar waarom het universum een wiskundige structuur heeft.’ De complexiteit van cellen en het genoom is een argument voor het bestaan van God. Het ontstaan van leven uit niet-leven is niet mogelijk, omdat zelfs de meest simpele cel ontzettend complex in elkaar zit. Het bestaan van moreel gedrag pleit voor het bestaan van de schepper. Volgens Andrews is macro-evolutie (van microbe tot microbioloog) niet mogelijk. De verklarende kracht van natuurlijke selectie en mutaties schiet volgens hem tekort. Natuurlijke selectie selecteert op bestaande eigenschappen en kan daarom geen nieuwe, niet-bestaande informatie voortbrengen. Het gros van de mutaties zijn neutraal of pakken zelfs negatief uit. De positieve mutaties die er zijn, brengen geen nieuwe biologische structuren voort, of blijken, bij nadere bestudering, toch negatief (degeneratief qua informatie) te zijn. Andrews betoogstijl is helder en begrijpelijk, met af en toe een vleugje humor. Ingewikkelde natuurkundige begrippen legt hij eenvoudig uit. Een minpunt is dat hij het Big Bang-model accepteert zonder daar kritisch naar te kijken. Dit doet echter weinig af van de verdere inhoud van dit boek. Aanvulling uitgever: Andrews beschrijft de oerknal in hoofdstuk 7 inderdaad als een scheppingsdaad. De lezer zou zich kunnen afvragen waarom hij niets zegt over de ideeën van creationistische astronomen als Hartnett, Humphreys, Lisle en Setterfield. Andrews: ‘Ik ben op deze en andere zaken niet ingegaan omdat het een boek is voor ‘de man in de straat’, en het zou averechts werken als ik een impasse creëer door dieper in te gaan op allerlei moeilijke (maar ongetwijfeld waardevolle) creationistische theorieën die door de meeste kosmologen niet aanvaard worden. Ik wil met dit boek laten zien dat de reguliere wetenschap ook middelen heeft die de Godhypothese kunnen bevestigen. Anders zou ik mij schuldig maken aan het houden van een pleidooi voor een specifieke richting. Ik ga dus niet verder op deze dingen in omdat het de gemiddelde lezer zal afleiden van het hoofdthema van het boek, namelijk dat naast de theorie van de macro-evolutie, de bijbelse wereldvisie heel goed kan samengaan met de huidige wetenschappelijke consensus.’
Jan van Meerten — Weet Magazine — 1 oktober 2012
Recensie in het blad Uitdaging door Ds. Frits Jongboom (mei 2012). Wat was er eerder, de kip of het ei? In die vraag ligt veel meer besloten dan je zou denken. Je zou met net zoveel recht de vraag kunnen stellen: Wat was er eerder, niets of iets? De huidige natuurkunde leert immers dat alles uit niets is ontstaan. Maar de vraag zou ook kunnen luiden: Wie was er eerder, God of...? Want als alles door God is gemaakt, zoals het christelijk geloof leert, wie heeft God dan gemaakt? Dat soort vragen is niet flauw, om iemand vast te praten. Het zijn hele serieuze vragen waar wetenschappers hun hersenen over pijnigen. Als alles, letterlijk alles, een begin heeft, waar ligt dat beginpunt van God dan? God was er altijd al, zegt u? Maar waar was God dan? Waar ‘woonde’ Hij? Niet in het heelal, want dat was er nog niet, dat heeft namelijk een beginpunt. Wat was er voor dat beginpunt? Het zijn vragen die je, als je er werkelijk over nadenkt, doen duizelen. Toch worden ze gesteld. En heel serieus bekeken en behandeld. Het zijn vragen ook die voor de gemiddelde intelligente mens nauwelijks te bevatten laat staan te beantwoorden zijn. Gevolg is dan wel dat atheïsten er mee aan de haal gaan. Hebben christenen dan helemaal geen antwoord, behalve dat God nu eenmaal de Schepper is van alles? Dat is te simpel gesteld. Ook christenen buigen zich over die indringende vragen. Ook zij zoeken antwoorden. Ook zij zijn op zoek naar een ‘theorie van alles’, een verklaring die alle natuurkundige processen en verschijnselen omvat. Maar anders dan bij niet-christenen, die bij zo’n theorie alleen de materiële wereld in ogenschouw nemen, wijzen christenen er op dat een dergelijke theorie volstrekt onvolledig is als zij niet ook de immateriële dingen omvat. Bestaat zo’n theorie, die niet alleen zaken als ruimte, tijd, materie en energie omvat, maar ook het hart en het verstand, het geweten en de geest? Ja, zegt professor Edgar H. Andrews, emeritus hoogleraar materiaalkunde aan de Universiteit van Londen en auteur van het lijvige Wie heeft God gemaakt? Hulde voor Eddy Maatkamp die het heeft aangedurfd dit boek, 407 pagina’s dik, in een Nederlandse vertaling op de markt te brengen. Het is niet het eenvoudigste boek om te lezen, hoewel Andrews zijn best doet om allerlei moeilijke termen begrijpelijk uit te leggen, Het is daardoor een boek geworden dat voor iedereen leesbaar is. Maar in zijn poging de lezer met zich mee te nemen, vliegt Andrews af en toe wat te wijd uit de bocht. Hij schrijft langdradig en wil af en toe zozeer tot het veronderstelde niveau van zijn lezers afdalen, dat het soms wat al te joviaal wordt. Laat dat je echter niet afschrikken. Het boek is zeer zeker aan te bevelen.
Ds. Frits Jongboom — Uitdaging — 3 mei 2012
In het kort
ISBN-13
9789081950817
Uitgever
Verschenen
14 augustus 2012
Oorspr. titel
Who made God?
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789081950817
Oorspronkelijke titelWho made God?
Editie1
TaalNederlands dut
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverUitgeverij Maatkamp
ImprintUitgeverij Maatkamp
CB-relatie-id6801966
Verschenen14 augustus 2012
StatusLeverbaar 04
BeschikbaarheidBeschikbaar 20
Adviesprijs (incl. btw)€ 12,00
Vorm & inhoud
ProductvormE-book ED
VormdetailE101 EPUB
SamenstellingLos product
EPUB-versie2
Beveiliging e-bookGeen 00
Classificatie
NUR (hoofd)Theologie algemeen 700
NUR (alle)700 Theologie algemeen
924 Natuurkunde algemeen
949 Evolutie
911 Algemene natuurwetenschappen
924 Natuurkunde algemeen
949 Evolutie
911 Algemene natuurwetenschappen
Trefwoordenschepping, evolutie, wetenschap, creationisme · bloch, biopolymeren, behe, asimov · genexpressie, god, geocentrisme · mitochondriën, searle, minsky, apobetiek · morfologie, newton, multiversum, altruïsme · oersoep, ontologie, neodarwinisme, oerknal · reductionisme, puntmutatie, paleontologie · teleologie, stenger, dawkins · kwantummechanica, kwantumtheorie, kernkracht · huxley, haldane, gravitonen, kepler · natuurwetten, eddington, creationisme, broglie · fasetransities, eratosthenes, entropie · feynman, freud, gamow, faraday · genfunctie, galapagos, fenotype · kondrashov, veldentheorie, metafysica · vitalisme, thermodynamica, terravorming · spinoza, relativiteitstheorie, rna, dna
Medewerkers
Herkomst
Werk-id (NSTC)500185145
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Trefwoorden
schepping, evolutie, wetenschap, creationismebloch, biopolymeren, behe, asimovgenexpressie, god, geocentrismemitochondriën, searle, minsky, apobetiekmorfologie, newton, multiversum, altruïsmeoersoep, ontologie, neodarwinisme, oerknalreductionisme, puntmutatie, paleontologieteleologie, stenger, dawkinskwantummechanica, kwantumtheorie, kernkrachthuxley, haldane, gravitonen, keplernatuurwetten, eddington, creationisme, brogliefasetransities, eratosthenes, entropiefeynman, freud, gamow, faradaygenfunctie, galapagos, fenotypekondrashov, veldentheorie, metafysicavitalisme, thermodynamica, terravormingspinoza, relativiteitstheorie, rna, dna
Lijkt op dit boek
NSTC 500185145 · CB-relatie 6801966 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









