Catalogus
Omslag van Zilte Klets
Achterkant van Zilte Klets

Zilte Klets

Paperback192 pagina’sNederlands
Na de Tweede Wereldoorlog beleefde de Nederlandse koopvaardij een glorietijd, die zich manifesteerde in een stroom snel gelijnde, prachtige schepen. Grote rederijen in Rotterdam en Amsterdam bezaten 30 of 40 schepen en zelfs nog meer. Die moesten allemaal bemand worden. Een flink deel van de Nederlandse bevolking verdiende dan ook zijn brood in de Scheepvaart.
Het leven aan boord was niet altijd even makkelijk want men was maandenlang van huis. Het kwam vaak genoeg voor dat de zeeman zelfs negen maanden of een jaar van huis en haard gescheiden was. De bemanning was op elkaar aangewezen en daardoor ontstond er een familieband tussen de opvarenden onderling. In die tijd waren de bemanningen veel groter dan heden ten dage met dertig, veertig of meer dan vijftig man. Hierdoor deden de samenlevingen aan boord denken aan kleine dorpsgemeenschappen. Hechte vriendschapsbanden werden gesmeed, die vaak maar één reis duurden. En soms waren er best wel eens ruzies of was er onenigheid maar saamhorigheid vierde toch de boventoon. Immers, letterlijk en figuurlijk zat iedereen in hetzelfde schuitje. Er werd gezellig een glaasje met elkaar gedronken, er werden moppen getapt, er werd over serieuze zaken gesproken, er werden spelletjes gespeeld en er werden grappen uitgehaald.

De auteur, Ian Ouwendijk, begon zijn zeemanscarrière in 1961. Hij kijkt terug op een mooie en fijne tijd, die hij koestert en die hij voor geen goud had willen missen. Geïnspireerd door de enthousiaste reacties op zijn boek “Potjestijd” over zijn tijd bij de offshore rederij Smit Lloyd, heeft hij in dit boek nog meer anekdotes opgetekend. Deze beslaan zijn hele zeemanscarrière waarin Smit Lloyd natuurlijk ruim vertegenwoordigd is.

Ouwendijk neemt u mee terug naar een halve eeuw geleden: de tijd van het rechttoe rechtaan schip, vol tradities waarin het handwerk van de zeeman nog centraal stond. De tijd voordat efficiency en hightech ook in de scheepvaart toesloegen.
Recensies
Menig oud-zeeman denkt met weemoed terug aan de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog. Varen was toen nog gezellig, de schepen uit die jaren waren nog echte schepen en de sfeer aan boord was gemoedelijker dan tegenwoordig. Tenminste: zo wordt er over die periode gepraat in onze familie, die talrijke oud-zeelieden kent. Op verjaardagen en andere huiselijke hoogtepunten wordt er dan ook heel wat af gemopperd op de scheepvaart van nu, terwijl die uit de jaren ’50, ’60 en ook wel ’70 juist op een voetstuk wordt geplaatst. Dat waren nog eens tijden! Zo af en toe verschijnt er een boek dat die opvatting bevestigt en dat dan ook snel door onze familie schuift, want iedereen wil het lezen. Opnieuw is er zo’n boek uitgekomen onder de veelzeggende titel ‘Zilte Klets. Verhalen van een grijze zeeman’. Schrijver is Ian Ouwendijk, die een paar jaar geleden ook al eens zo’n bestseller, tenminste voor mijn familie, publiceerde: ‘Potjestijd’ over zijn jaren bij de offshorerederij Smit Lloyd. Mijn recensie-exemplaar daarvan staat nu stukgelezen in de boekenkast. Brood op zee Ouwendijk zal ook met dit boek weer veel succes hebben, daar ben ik zeker van. Het speelt in de tijd waarin mijn bejaarde familieleden voeren, toen de Nederlandse koopvaardij een ware glorietijd beleefde. Gevaren werd op snel gelijnde, prachtige schepen, waarover Arne Zuidhoek ooit een boek schreef onder de titel ‘Het leken wel jachten’. De grote rederijen waren allemaal in Rotterdam en Amsterdam gevestigd en bezaten soms wel 40 of meer schepen. Op al die schepen waren veel bemanningsleden nodig, veel meer dan nu, zodat een groot deel van de Nederlandse bevolking toen zijn brood op zee verdiende. Het leven aan boord in die tijd wordt nu dan wel geromantiseerd, maar was in feite lang niet altijd gemakkelijk. Soms was men maandenlang van huis. Kom daar als reder nu eens mee aan. De opvarenden, soms voeren op een schip meer dan 50 man, waren helemaal op elkaar aangewezen waardoor er een nauwe band tussen hen ontstond. Soms kon op een reis vriendschap voor het leven ontstaan. Natuurlijk, er gebeurde ook wel eens iets dat leidde tot onenigheid of ruzie, maar saamhorigheid voerde meestal de boventoon. Want iedereen zat immers letterlijk en figuurlijk in hetzelfde schuitje. Rooie oortjes Ian Ouwendijk begon zijn zeemansloopbaan in 1961 als stuurmansleerling bij de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd en de Verenigde Nederlandse Scheepvaartbedrijven. Na een loopbaan bij diverse andere rederijen als derde, tweede en eerste stuurman kwam hij in 1974 bij Smit Lloyd terecht, waar hij voer als stuurman en kapitein. In 2000 trad hij vervroegd uit. Momenteel is hij in de offshore nog actief als marine consultant. Intussen kijkt hij terug op een mooie en fijne tijd, zo meldt de flaptekst op zijn nieuwe boek. Geïnspireerd door de vele positieve reacties op ‘Potjestijd’ heeft hij ‘Zilte Klets’ nog meer anekdotes uit zijn varenstijd opgetekend.Die beslaan zijn hele zeemansloopbaan, waarin natuurlijk Smit Lloyd weer ruim is vertegenwoordigd. Ouwendijk neemt de lezer ook in zijn nieuwe boek mee terug naar de tijd van een halve eeuw geleden. De tijd van het rechttoe-rechtaan-schip, vol van tradities waarin het eerlijke handwerk van de zeeman nog centraal stond. De tijd vóór ook in de scheepvaart efficiency en hightech toesloegen. Over de inhoud van deze kostelijke anekdotes vertel ik niets, dat zou het plezier van de lezer in deze prachtige zeemansverhalen alleen maar vergallen. Maar ik kan u verzekeren dat het, vaak proestend van het lachen, met rooie oortjes heb gelezen. Het wachten is nu op de vraag van al die oud-zeelieden in de familie of ze het boek ‘misschien eventjes mogen lenen’. Ik denk dat ik het maar goed opberg.
Johan van der Wal — Schuttevaer — 3 juni 2011
In het kort
ISBN-13
9789086160877
Uitgever
Verschenen
1 april 2011
Imprint
NSTC 500290250 · CB-relatie 7600021 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol →
← Catalogus
Omslag van Zilte Klets
Achterkant van Zilte Klets

Zilte Klets

Onno Ouwendijk illustrator
Paperback192 pagina’sNederlands
Na de Tweede Wereldoorlog beleefde de Nederlandse koopvaardij een glorietijd, die zich manifesteerde in een stroom snel gelijnde, prachtige schepen. Grote rederijen in Rotterdam en Amsterdam bezaten 30 of 40 schepen en zelfs nog meer. Die moesten allemaal bemand worden. Een flink deel van de Nederlandse bevolking verdiende dan ook zijn brood in de Scheepvaart.
Het leven aan boord was niet altijd even makkelijk want men was maandenlang van huis. Het kwam vaak genoeg voor dat de zeeman zelfs negen maanden of een jaar van huis en haard gescheiden was. De bemanning was op elkaar aangewezen en daardoor ontstond er een familieband tussen de opvarenden onderling. In die tijd waren de bemanningen veel groter dan heden ten dage met dertig, veertig of meer dan vijftig man. Hierdoor deden de samenlevingen aan boord denken aan kleine dorpsgemeenschappen. Hechte vriendschapsbanden werden gesmeed, die vaak maar één reis duurden. En soms waren er best wel eens ruzies of was er onenigheid maar saamhorigheid vierde toch de boventoon. Immers, letterlijk en figuurlijk zat iedereen in hetzelfde schuitje. Er werd gezellig een glaasje met elkaar gedronken, er werden moppen getapt, er werd over serieuze zaken gesproken, er werden spelletjes gespeeld en er werden grappen uitgehaald.

De auteur, Ian Ouwendijk, begon zijn zeemanscarrière in 1961. Hij kijkt terug op een mooie en fijne tijd, die hij koestert en die hij voor geen goud had willen missen. Geïnspireerd door de enthousiaste reacties op zijn boek “Potjestijd” over zijn tijd bij de offshore rederij Smit Lloyd, heeft hij in dit boek nog meer anekdotes opgetekend. Deze beslaan zijn hele zeemanscarrière waarin Smit Lloyd natuurlijk ruim vertegenwoordigd is.

Ouwendijk neemt u mee terug naar een halve eeuw geleden: de tijd van het rechttoe rechtaan schip, vol tradities waarin het handwerk van de zeeman nog centraal stond. De tijd voordat efficiency en hightech ook in de scheepvaart toesloegen.
Recensies
Menig oud-zeeman denkt met weemoed terug aan de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog. Varen was toen nog gezellig, de schepen uit die jaren waren nog echte schepen en de sfeer aan boord was gemoedelijker dan tegenwoordig. Tenminste: zo wordt er over die periode gepraat in onze familie, die talrijke oud-zeelieden kent. Op verjaardagen en andere huiselijke hoogtepunten wordt er dan ook heel wat af gemopperd op de scheepvaart van nu, terwijl die uit de jaren ’50, ’60 en ook wel ’70 juist op een voetstuk wordt geplaatst. Dat waren nog eens tijden! Zo af en toe verschijnt er een boek dat die opvatting bevestigt en dat dan ook snel door onze familie schuift, want iedereen wil het lezen. Opnieuw is er zo’n boek uitgekomen onder de veelzeggende titel ‘Zilte Klets. Verhalen van een grijze zeeman’. Schrijver is Ian Ouwendijk, die een paar jaar geleden ook al eens zo’n bestseller, tenminste voor mijn familie, publiceerde: ‘Potjestijd’ over zijn jaren bij de offshorerederij Smit Lloyd. Mijn recensie-exemplaar daarvan staat nu stukgelezen in de boekenkast. Brood op zee Ouwendijk zal ook met dit boek weer veel succes hebben, daar ben ik zeker van. Het speelt in de tijd waarin mijn bejaarde familieleden voeren, toen de Nederlandse koopvaardij een ware glorietijd beleefde. Gevaren werd op snel gelijnde, prachtige schepen, waarover Arne Zuidhoek ooit een boek schreef onder de titel ‘Het leken wel jachten’. De grote rederijen waren allemaal in Rotterdam en Amsterdam gevestigd en bezaten soms wel 40 of meer schepen. Op al die schepen waren veel bemanningsleden nodig, veel meer dan nu, zodat een groot deel van de Nederlandse bevolking toen zijn brood op zee verdiende. Het leven aan boord in die tijd wordt nu dan wel geromantiseerd, maar was in feite lang niet altijd gemakkelijk. Soms was men maandenlang van huis. Kom daar als reder nu eens mee aan. De opvarenden, soms voeren op een schip meer dan 50 man, waren helemaal op elkaar aangewezen waardoor er een nauwe band tussen hen ontstond. Soms kon op een reis vriendschap voor het leven ontstaan. Natuurlijk, er gebeurde ook wel eens iets dat leidde tot onenigheid of ruzie, maar saamhorigheid voerde meestal de boventoon. Want iedereen zat immers letterlijk en figuurlijk in hetzelfde schuitje. Rooie oortjes Ian Ouwendijk begon zijn zeemansloopbaan in 1961 als stuurmansleerling bij de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd en de Verenigde Nederlandse Scheepvaartbedrijven. Na een loopbaan bij diverse andere rederijen als derde, tweede en eerste stuurman kwam hij in 1974 bij Smit Lloyd terecht, waar hij voer als stuurman en kapitein. In 2000 trad hij vervroegd uit. Momenteel is hij in de offshore nog actief als marine consultant. Intussen kijkt hij terug op een mooie en fijne tijd, zo meldt de flaptekst op zijn nieuwe boek. Geïnspireerd door de vele positieve reacties op ‘Potjestijd’ heeft hij ‘Zilte Klets’ nog meer anekdotes uit zijn varenstijd opgetekend.Die beslaan zijn hele zeemansloopbaan, waarin natuurlijk Smit Lloyd weer ruim is vertegenwoordigd. Ouwendijk neemt de lezer ook in zijn nieuwe boek mee terug naar de tijd van een halve eeuw geleden. De tijd van het rechttoe-rechtaan-schip, vol van tradities waarin het eerlijke handwerk van de zeeman nog centraal stond. De tijd vóór ook in de scheepvaart efficiency en hightech toesloegen. Over de inhoud van deze kostelijke anekdotes vertel ik niets, dat zou het plezier van de lezer in deze prachtige zeemansverhalen alleen maar vergallen. Maar ik kan u verzekeren dat het, vaak proestend van het lachen, met rooie oortjes heb gelezen. Het wachten is nu op de vraag van al die oud-zeelieden in de familie of ze het boek ‘misschien eventjes mogen lenen’. Ik denk dat ik het maar goed opberg.
Johan van der Wal — Schuttevaer — 3 juni 2011
In het kort
ISBN-13
9789086160877
Uitgever
Verschenen
1 april 2011
Imprint
NSTC 500290250 · CB-relatie 7600021 · Bijgewerkt 6 augustus 2026