H. van der Biezen
13 titels in de boekenbase · Redacteur · Bewerker · Auteur · 2005–2011
Hobby's algemeenNon-fictie informatief/professioneel algemeenGeschiedenis algemeenModerne geschiedenis (1870-heden)
Over H. van der Biezen
H. van der Biezen staat met 13 titels in de boekenbase als redacteur en bewerker en auteur. Bekend van de series ‘Flowbook’ en ‘Houtbouw’. Het werk valt vooral onder hobby's algemeen, non-fictie informatief/professioneel algemeen en geschiedenis algemeen. Verschenen tussen 2005 en 2011 bij April publishers en Lanasta. Over het werk verschenen 2 recensies.
Serie: Scheepshistorie →
10
H. van der Biezen
E-book · 2011
10
H. van der Biezen
10
H. van der Biezen
Paperback · 2010
9
H. van der Biezen
9
H. van der Biezen
Paperback · 2009
7
H. van der Biezen
€ 17,95
7
H. van der Biezen
€ 17,95
6
H. van der Biezen
€ 17,95
5
H. van der Biezen
€ 17,95
5
H. van der Biezen
€ 17,95
4
H. Van der Biezen
€ 17,95
1 geunieerde provintien
C. Emke
€ 17,95
Overige titels
Over het werk gezegd
Het mooie initiatief van Henk van der Biezen betreffende het uitgeven ofwel doen uitgeven van deze serie boekwerkjes verdient in mijn ogen een flinke pluim. Eerst ten aanzien van de historische verantwoording van de behandelde schepen, in deel 4 het raderstoomschip Rembrandt van de KNSM en het Zr.Ms. Bromo (1840). En ten tweede met een goede beschrijving van de bouw van de modellen door de auteurs Jeroen Zuidland en Leon Homburg. De keuze voor deze schepen ligt wel voor de hand, beide zijn gebouwd in een tijdperk waarin de technologische ontwikkelingen van de industriële revolutie het maatschappelijke leven bepaalde. Het was het tijdperk waarin de overgang van zeilschepen naar stoomschepen in volle gang was, maar men ook bij de bouw van houten schepen overstapte op de bouw van stalen schepen. De Rembrandt, één van de eerste schepen van de in 1856 opgerichte KNSM, is een van de vroege schepen als het gaat om de schroefaandrijving en vrachtvervoer per stoomschip. Het stoomschip was in 1876 het eerste schip, dat vanuit zee, door de sluizen van IJmuiden voer. De beschrijving door Jeroen Zuidland van de het model is gebaseerd op het waterlijnmodel dat zich in het IJmuider Zee- en Havenmuseum 'de Visserij school' in IJmuiden bevindt. In het boek wordt daarnaast ook nog een beschrijving gegeven van de bouw van een kerkmodel van de Rembrandt zoals deze te zien is in de Oude Kerk in Amsterdam. De Bromo en de achterliggende geschiedenis van het schip worden door Leon Homburg beschreven aan de hand van een volmodel dat is gebouwd door collegamodelbouwer Jantinus Mulder, die zelf in 2006 begon met het bouwen van dit model. De beide schrijvers zijn geslaagd in het gegeven, dat het (mijns inziens) noodzakelijk is, wil je een goed model ofwel een goede reconstructie vervaardigen, je jezelf eerst moet verdiepen in de geschiedenis van het betreffende schip en daarbij zo ver het mogelijk is alles te pakken te krijgen aan gegevens, zoals tekeningen, foto's, verslagen en wat er maar boven water kan komen ten aanzien van het te bouwen model. Dit heeft mij geleerd dat je een model dan ook als het ware leven inblaast. Met enige scepsis ben ik aan het boek begonnen en naar mate ik vorderde steeg mijn bewondering voor de gedegen aanpak van de schrijvers, temeer dat het niet alleen voor modelbouwers goede handvatten biedt maar zeker ook voor de maritiem geïnteresseerden veel wetenswaardigheden in zich heeft. Het is niet alleen de bouw van de beide modellen maar een goed samenhangend geheel van onderzoek en bouw, waarbij de onderzoeksgegevens op hun plaats vallen bij de bouw van de modellen. Een van de interessantste aspecten van deze uitgave is in mijn optiek, dat het mogelijk ook voor de wat minder ver gevorderde modelbouwer een goede uitgave is. Zij kunnen hier wat mee en mogelijk zien zij ook het nut in van wat historisch onderzoek alvorens zij aan een model gaan beginnen. Ook de Nederlandse Vereniging van Modelbouwers (NVM) zal voldoende ondersteuning kunnen bieden middels hun tekeningenarchief en de lokale modelbouwverenigingen waar ter ondersteuning voldoende goede bouwers aanwezig zijn. De maritiem geïnteresseerden kunnen hun hart ophalen over het uitgebreide historische deel. Dus kunnen de beide doelgroepen hun voordeel doen met deze uitgave, mede door de uitgebreide bronvermelding. Wat betreft de bouw van de modellen heb ik slechts één aanmerking, de volgende maal zou ik graag zien dat er voor de serieus geïnteresseerde modelbouwer een vermelding wordt gedaan van aanbevolen houtsoorten. Vele soorten zijn namelijk per definitie niet geschikt om een model te bouwen, dit vanwege het gegeven dat veel houtsoorten een te groot verschil hebben in hun uitzettingscoëfficiënt en dus ook in hun krimp waardoor er op korte of langere termijn plotseling scheuren, kieren of breuken kunnen ontstaan. Dit slechts als kanttekening ten aanzien van de bouw van de modellen. Samengevat zou dit wel eens een heel interessante serie kunnen worden voor zowel de maritiem geïnteresseerde als voor de modelbouwer.
Cor Hardonk — TIJDSCHRIFT VOOR ZEEGESCHIEDENIS 27 (2008) 2 · over 4
Je hebt modelbouwers en modelbouwers. ,Er zijn er die op zondagmiddag een plastic kitje in elkaar lijmen, maar er zijn er ook die jarenlang informatie bij elkaar zoeken teneinde hun favoriete scheepstype zo historisch verantwoord mogelijk te kunnen reproduceren. En die zo een unieke bijdrage leveren aan de industriële archeologie, mits ze er ooit aan toe komen om hun bevindingen op schrift te zetten. Tot die laatste categorie behoorde Jo PIoeg. Zijn interesse ging speciaal uit naar de verdwenen visschuiten uit Middelharnis, Zwartewaal, Brielle en Pernis. Aan de hand van archiefstukken, schetsen, gravures en een bewaard gebleven model uit 1804 reconstrueerde de Vlaardinger tot in detail hoe deze 'bezanen' en 'gaffelaars' (de bijnamen verwijzen naar alternatieve tuigages) eruit moeten hebben gezien. Maar Ploeg was geen schrijver, zoals dat heet. In 1977 verscheen een beknopte bouwbeschrijving in het tijdschrift 'De Modelbouwer', en daar bleef het bij. Na Ploegs overlijden hebben twee medeliefhebbers, Henk van der Biezen en Bob Hendriks, zijn archief alsnog omgewerkt tot een volwaardig boek. Zodat nu voor altijd is vastgelegd hoe wantputtingijzers, bunroosters, kuifhoutringen en ingenaaide kikkers eruit zagen, maar ook wat voor netten er werden gebruikt en hoe de visserij economisch in elkaar stak. De leek zal er misschien om glimlachen, maar voor serieuze modelbouwers en historici is dit werk van onschatbare waarde.
AD — Maritiem Nederland · over Bezanen en gaffelaars
In het laatste nummer, aflevering zeven, van de door uitgeverij Lanasta uitgegeven serie Scheepshistorica dit keer veel aandacht voor Rotterdamse schepen en modellen uit het Maritiem Museum Rotterdam (MMR). Het hoofdartikel gaat over het vermoedelijk oudste Europese schaalmodel, het Mataró-model van een vrachtschip uit de late Middeleeuwen. Dit model is onlangs uitvoerig historisch onderzocht en MMR-conservator Sjoerd de Meer doet daarvan uitgebreid verslag. Zijn collegas Wouter Heijveld en en Michiel Germans doen verslag van de restauratie van één van de mooiste werfmodellen in de collectie van het MMR, de Insulinde van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd die in 1914 in de vaart kwam. Dit schip vertegenwoordigt de hoogtijdagen, tussen de twee wereldoorlogen, van de passagiersvaart vanuit Nederland op het toenmalige Nederlands-Indië. Andere bijdragen gaan over de volledig gerestaureerde motorredingsboot Prins Hendrik die tegenwoordig voor de deur ligt van het Nationaal Reddingsmuseum Dorus Rijkers in Den Helder. Tussen 1951 en 1996 ondernam de Prins Hendrik vanuit Den Helder en later Schevingen, Lauwersoog, West-Terschelling en IJmuiden maar liefst 427 reddingsacties waarbij 728 schipbreukelingen konden worden gered.
Antoon Oosting — De recensie over jullie boeken in de bijlage Wereldhaven, verschijnt bij AD Rotterdams Dagblad en AD Dordtenaar en AD Rivierenland. · over 7