← Catalogus

Jens Peter Jacobsen

6 titels in de boekenbase · Auteur · 2012–2019
Vertaalde literaire roman, novellePoëzieMuziek algemeen
Over Jens Peter Jacobsen
Jens Peter Jacobsen staat met 6 titels in de boekenbase als auteur. Het werk valt vooral onder vertaalde literaire roman, novelle, poëzie en muziek algemeen. Verschenen tussen 2012 en 2019 bij Stichting Nationale Opera & Ballet en Uitgeverij Jan Baptist. Over het werk verschenen 2 recensies.
Over het werk gezegd
Deze roman is belangrijk voor de Europese literatuurgeschiedenis. [Het werk van Jacobsen]wordt gerekend het Deense naturalisme en premodernisme. Het is met name belangwekkend dat Jacobsen de conventies, normen en waarden van de toenmalige elite ter discussie stelt, zoals de plaats van de vrouw in de maatschappij, seksualiteit en machtsverhoudingen. Goed leesbare vertaling. Bevat een voorwoord en noten.
G. Brandorff — NBD Biblion · over Mevrouw Marie Grubbe
Jens Peter Jacobsen publiceerde tijdens zijn korte leven slechts zes gedichten. De rest is nagelaten werk. De Nederlands verzameling bestaat uit vier afdelingen: ‘Gurreliederen’, ‘Arabesken’, ‘Hervert Sperring’ en ‘En andere gedichten’. De openingscyclus is gebaseerd op een Deens volksverhaal rond de middeleeuwse koning Valdemar en zijn geliefde Tove. In de eerste gedichten spreken de geliefden elkaar toe in dialogen die bij vlagen zeer aan het bijbelse Hooglied doen denken. En dat klinkt nogal romantisch en lieflijk, maar de verwijzingen naar de dood staan er niet voor niets. Koningin Helvig is minder geporteerd van de relatie van haar man met Tove. Zij laat Tove verdrinken als ze een bad neemt. Toves dood krijgen wij te horen van een derde sprekend personage: een houtduif. De ‘Gurreliederen’ inspireerden Arnold Schönberg tot zijn ‘Gurre-Lieder’. Aardig is ook de cyclus ‘Hervert Sperring’. In de versie die Jacobsen heeft nagelaten, spaart hij zichzelf niet, getuige het soms genadeloze commentaar onder de gedichten. Onder ‘Na op een dag’ staat: ‘De twee laatste strofes [geschreven] in Allinge op Bornholm, ze zien er ook wat hoekig Bornholms uit en komen aanzetten als een paar honden in een kegelspel.’ Veel andere gedichten moeten het met minder omfloerste kritiek doen. Het gedicht ‘Aan mijn moeder’ krijgt mee: ‘De twee eerste strofen zijn goed, de twee laatste te mat’. Ik denk dat ik wel snap wat Jacobsen bedoelde. In die eerste twee strofen toont hij zich in 1868(!) al een beetje de voorloper die latere symbolisten en modernisten in hem zagen. Ze zouden bijvoorbeeld ook niet misstaan in Verzen van Herman Gorter, dat toen overigens nog 22 jaar te wachten had. De laatste strofen doen dan weer een stapje terug. De thematiek is veel negentiende-eeuwser, waarmee ik bedoel dat ze nog erg in het romantisch realisme hangen, waaraan het begin van het gedicht nu juist zo aardig ontstegen leek. In de afdeling ‘En andere gedichten staan behalve enkele fraaie poëticale verzen ook gedichten die Jacobsens belangstelling voor de natuur verwoorden. De combinatie van natuur en klankrijkdom doen soms aan zijn Vlaamse tijdgenoot Guido Gezelle denken, al zoek je bij Jacobsen tevergeefs naar de bij Gezelle alom aanwezige hand van God. Natuurlijk komen complimenten voor tenminste een deel van de schoonheid ook de vertaler toe. Feit blijft dat deze gedichten zichtbaar aan de dageraad van een nieuwe tijd staan en dat Jacobsen – overigens ook met zijn proza – al vroeg de aanzet tot het twintigste-eeuwse modernisme gaf. De bundel ontsluit nu ook voor Nederlandse poëzieliefhebbers deze markante dichter en zijn plaats in de ontwikkeling van de Europese literatuur, als een ‘egelantier langs de gebaande weg’.
Jan de Jong — Tzum.nl · over Gurreliederen en arabesken