

Jens Peter Jacobsen schreef de Gurreliederen tussen 1867 en 1870, maar ze werden pas na zijn dood in 1885 gepubliceerd, zoals veel van zijn gedichten. Tijdens zijn leven, slechts 38 jaar, verschenen er zes van zijn gedichten in tijdschriften. Na zijn dood werden de gedichten uit zijn nalatenschap verzameld en in 1886 uitgegeven.De Gurreliederen zijn beroemd geworden door de muziek die Arnold Schönberg componeerde bij de Duitse vertaling.Jacobsens dichtwerk bereikt een hoogtepunt in zijn arabesken, een dichtvorm die zich in de eerder geschreven Gurreliederen al aankondigt.Jacobsen werd begin 1900 beschouwd als een van de grote Europese auteurs. Ook nu nog wordt zijn werk gelezen en wordt het beschouwd als een hoogtepunt in de Deense en Europese literatuur.Jacobsen heeft tijdens zijn leven zes gedichten gepubliceerd in vier verschillende tijdschriften. Tot meer publicaties kwam het pas na zijn dood. In 1886 kwam er een uitgave van nagelaten gedichten, verzorgd door Jacobsens vrienden Edward Brandes en Vilhelm Møller.In de jaren 1924-1929 is in vijf delen het verzameld werk van Jacobsen verschenen, inclusief het werk dat werd gevonden in zijn nalatenschap. De delen zijn raadpleegbaar op www.adl.dk. Voor deze bundel is gebruik gemaakt van deze site. GurreliederenDe Gurreliederen zijn gebaseerd op een oud Deens volksverhaal over koning Valdemar. Het volksverhaal heeft in zijn overlevering twee koningen Valdemar samengevoegd: Valdemar I (1131-11823) en Valdemar IV (1321-1375).Gurre is een nog steeds bestaand dorp op Noord-Sjælland, Denemarken. Van het vroegere Gurreslot is een ruïne over. Valdemar trok zich hier graag terug en de overlevering zegt dat hij heeft verklaard dat God zijn hemel mocht houden als hij Gurreslot mocht houden. In de cyclus komt deze uitspraak tot uiting in de beschreven spooktocht van Valdemar en zijn mannen. Het verhaal vertelt de liefdesrelatie tussen Valdemar en Tove en over de jaloerse koningin Hedvig die de minares van de koning in haar bad laat verdrinken, waarna verhaalt wordt over de waanzin en vertwijfeling bij Valdemar die daarop volgen.De gedichtencyclus Gurreliederen was door Jacobsen opgenomen in een tweede bundel, een raamvertelling waarbinnen een aantal verhalen en gedichten waren opgenomen en waaraan hij heeft gewerkt van 1867 tot 1870.Gurreliederen is bekend geworden door de muziek die de Duitse componist Arnold Schönberg componeerde bij de Duitse vertaling van R.F. Arnold uit 1897. De premiere van Schönbergs cantate was in 1913.ArabeskenJacobsen bereikte een hoogtepunt in de gedichten die hij als arabeske typeerde, een vrije, associërende dichtvorm. Het woord arabeske is afkomstig uit het Arabisch en verwijst naar de slingerende patronen die werden toegepast in mozaieken.Jacobsens eerste publicatie van een gedicht was de Arabeske bij een tekening van Michelangelo in 1874.Hervert SperringHervert Sperring is de eerste cyclus van gedichten waaraan Jacobsen in verschillende stadia van 1865 tot 1868 heeft geschreven. In 1868 heeft hij geprobeerd een uitgever te vinden voor deze cyclus, maar er bleek geen belangstelling bij uitgevers.In de nagelaten versie heeft Jacobsen zijn eigen commentaar toegevoegd.Overige gedichtenJacobsen was in zijn jongere jaren sterk geïnteresseerd in middeleeuwse verhalen. Dat heeft zijn weerslag gevonden in een aantal gedichten die als pastiche zijn vormgegeven, zoals Irmelijn Roos en Genrestuk. Zijn liefde voor de natuur komt tot uiting in verschillende gedichten in deze afdeling en ook in Hervert Sperring.
Recensies
Jens Peter Jacobsen publiceerde tijdens zijn korte leven slechts zes gedichten. De rest is nagelaten werk. De Nederlands verzameling bestaat uit vier afdelingen: ‘Gurreliederen’, ‘Arabesken’, ‘Hervert Sperring’ en ‘En andere gedichten’. De openingscyclus is gebaseerd op een Deens volksverhaal rond de middeleeuwse koning Valdemar en zijn geliefde Tove. In de eerste gedichten spreken de geliefden elkaar toe in dialogen die bij vlagen zeer aan het bijbelse Hooglied doen denken. En dat klinkt nogal romantisch en lieflijk, maar de verwijzingen naar de dood staan er niet voor niets. Koningin Helvig is minder geporteerd van de relatie van haar man met Tove. Zij laat Tove verdrinken als ze een bad neemt. Toves dood krijgen wij te horen van een derde sprekend personage: een houtduif. De ‘Gurreliederen’ inspireerden Arnold Schönberg tot zijn ‘Gurre-Lieder’. Aardig is ook de cyclus ‘Hervert Sperring’. In de versie die Jacobsen heeft nagelaten, spaart hij zichzelf niet, getuige het soms genadeloze commentaar onder de gedichten. Onder ‘Na op een dag’ staat: ‘De twee laatste strofes [geschreven] in Allinge op Bornholm, ze zien er ook wat hoekig Bornholms uit en komen aanzetten als een paar honden in een kegelspel.’ Veel andere gedichten moeten het met minder omfloerste kritiek doen. Het gedicht ‘Aan mijn moeder’ krijgt mee: ‘De twee eerste strofen zijn goed, de twee laatste te mat’. Ik denk dat ik wel snap wat Jacobsen bedoelde. In die eerste twee strofen toont hij zich in 1868(!) al een beetje de voorloper die latere symbolisten en modernisten in hem zagen. Ze zouden bijvoorbeeld ook niet misstaan in Verzen van Herman Gorter, dat toen overigens nog 22 jaar te wachten had. De laatste strofen doen dan weer een stapje terug. De thematiek is veel negentiende-eeuwser, waarmee ik bedoel dat ze nog erg in het romantisch realisme hangen, waaraan het begin van het gedicht nu juist zo aardig ontstegen leek. In de afdeling ‘En andere gedichten staan behalve enkele fraaie poëticale verzen ook gedichten die Jacobsens belangstelling voor de natuur verwoorden. De combinatie van natuur en klankrijkdom doen soms aan zijn Vlaamse tijdgenoot Guido Gezelle denken, al zoek je bij Jacobsen tevergeefs naar de bij Gezelle alom aanwezige hand van God. Natuurlijk komen complimenten voor tenminste een deel van de schoonheid ook de vertaler toe. Feit blijft dat deze gedichten zichtbaar aan de dageraad van een nieuwe tijd staan en dat Jacobsen – overigens ook met zijn proza – al vroeg de aanzet tot het twintigste-eeuwse modernisme gaf. De bundel ontsluit nu ook voor Nederlandse poëzieliefhebbers deze markante dichter en zijn plaats in de ontwikkeling van de Europese literatuur, als een ‘egelantier langs de gebaande weg’.
Jan de Jong — Tzum.nl — 2 januari 2020
In het kort
ISBN-13
9789082974706
Uitgever
Verschenen
1 november 2019
NUR
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789082974706
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s164
GeïllustreerdNee
Uitgave
UitgeverUitgeverij Jan Baptist
ImprintUitgeverij Jan Baptist
CB-relatie-id7830484
Verschenen1 november 2019
StatusLeverbaar 04
BeschikbaarheidBeschikbaar 20
Adviesprijs (incl. btw)€ 15,00
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Poëzie 306
NUR (alle)306 Poëzie
Medewerkers
Auteur A01Jens Peter Jacobsen
Vertaler B06Jan Baptist
Herkomst
Werk-id (NSTC)500311548
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500311548 · CB-relatie 7830484 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









