

Boer en heer 'de Groninger boer' 1760-1960
P.Th.F.M. Boekholt red.
"Groninger Historische Reeks, 23
'Wie aan Groningen denkt, denkt vanzelf aan de Groninger boeren en de grote rol die zij in het maatschappelijk leven spelen', schreef de socioloog Hofstee in 1937. De periode van 1800 tot 1950 is zelfs wel 'het boerentijdperk' van de Groninger geschiedenis genoemd.
Hoe konden de Groninger boeren zo'n succesvol en opvallend verschijnsel worden? Welk beeld hadden zij van zichzelf, en hoe werden en worden ze door anderen gezien? Deze vragen komen aan de orde in Boer en heer.
Daarbij moet wel bedacht worden dat niet elke boer in Groningen een 'Groninger boer' was; die aanduiding had uitsluitend betrekking op landbouwers met bedrijven van ten minste 40 tot 50 hectare.
De Groninger boeren waren herenboeren voornamelijk akkerbouwers uit de kleistreken die op grote schaal gebruik maakten van loonarbeid en het overgrote deel van hun producten op de markt verkochten.
Zij beschikten over voldoende geld, tijd, ontwikkeling en belangstelling om lid te worden van bijvoorbeeld de kerkvoogdij, het waterschapsbestuur of de rederijkerskamer, maar ook van het plaatselijk of provinciaal bestuur en zelfs van de Eerste of Tweede Kamer.
De Groninger boer was gewoonlijk liberaal, en op kerkelijk gebied meestal vrijzinnig of onverschillig. Behalve ontwikkeld, ondernemend en welvarend was hij, zeker in de ogen van anderen, standsbewust en materialistisch. Een gering of zelfs ontbrekend sociaal gevoel werd wel als zijn meest negatieve eigenschap beschouwd.
Inmiddels behoort de Groninger boer tot het verleden, maar als begrip leeft hij voort, zeker in het eigen gewest. Monumentale boerderijen herinneren aan zijn levensstijl, polders en dijken aan zijn ondernemingszin. In het Oldambt worden ook nu de politieke verhoudingen nog voor een deel bepaald door de vroegere tegenstellingen tussen boeren en arbeiders. Zijn optreden en rijkdom leveren nog steeds stof voor streekromans, herinneringen, geschiedschrijving en fantastische vertellingen. Kortom, de Groninger boer blijft de gemoederen bezighouden: een bewijs temeer van de bijzondere positie die hij ooit innam."
'Wie aan Groningen denkt, denkt vanzelf aan de Groninger boeren en de grote rol die zij in het maatschappelijk leven spelen', schreef de socioloog Hofstee in 1937. De periode van 1800 tot 1950 is zelfs wel 'het boerentijdperk' van de Groninger geschiedenis genoemd.
Hoe konden de Groninger boeren zo'n succesvol en opvallend verschijnsel worden? Welk beeld hadden zij van zichzelf, en hoe werden en worden ze door anderen gezien? Deze vragen komen aan de orde in Boer en heer.
Daarbij moet wel bedacht worden dat niet elke boer in Groningen een 'Groninger boer' was; die aanduiding had uitsluitend betrekking op landbouwers met bedrijven van ten minste 40 tot 50 hectare.
De Groninger boeren waren herenboeren voornamelijk akkerbouwers uit de kleistreken die op grote schaal gebruik maakten van loonarbeid en het overgrote deel van hun producten op de markt verkochten.
Zij beschikten over voldoende geld, tijd, ontwikkeling en belangstelling om lid te worden van bijvoorbeeld de kerkvoogdij, het waterschapsbestuur of de rederijkerskamer, maar ook van het plaatselijk of provinciaal bestuur en zelfs van de Eerste of Tweede Kamer.
De Groninger boer was gewoonlijk liberaal, en op kerkelijk gebied meestal vrijzinnig of onverschillig. Behalve ontwikkeld, ondernemend en welvarend was hij, zeker in de ogen van anderen, standsbewust en materialistisch. Een gering of zelfs ontbrekend sociaal gevoel werd wel als zijn meest negatieve eigenschap beschouwd.
Inmiddels behoort de Groninger boer tot het verleden, maar als begrip leeft hij voort, zeker in het eigen gewest. Monumentale boerderijen herinneren aan zijn levensstijl, polders en dijken aan zijn ondernemingszin. In het Oldambt worden ook nu de politieke verhoudingen nog voor een deel bepaald door de vroegere tegenstellingen tussen boeren en arbeiders. Zijn optreden en rijkdom leveren nog steeds stof voor streekromans, herinneringen, geschiedschrijving en fantastische vertellingen. Kortom, de Groninger boer blijft de gemoederen bezighouden: een bewijs temeer van de bijzondere positie die hij ooit innam."
In het kort
ISBN-13
9789023238263
Uitgever
Verschenen
16 december 2002
Bibliografisch
ISBN-139789023238263
SerieGroninger historische reeks — deel 23
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s725
GeïllustreerdJa
Uitgave
UitgeverUitgeverij Van Gorcum B.V.
CB-relatie-id6127604
Verschenen16 december 2002
StatusLeverbaar 04
BeschikbaarheidBeschikbaar 20
Adviesprijs (incl. btw)€ 28,90
Vorm & inhoud
ProductvormHardback BB
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Regionalia algemeen 520
NUR (alle)520 Regionalia algemeen
Medewerkers
Auteur A01IJ. Botke
Redacteur B01P.Th.F.M. Boekholt
Herkomst
Werk-id (NSTC)500715930
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500715930 · CB-relatie 6127604 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









