

De aantrekkelijke stad moderne locatietheorieën en de aantrekkingskracht van Nederlandse steden
Nadine van der Berg red.
Paperback414 pagina’sNederlands
Ook verkrijgbaar als
In 'De aantrekkelijke stad. Moderne locatietheorieën en de aantrekkingskracht van Nederlandse steden' komt aan de orde waarom de ene stad aantrekkelijker is dan andere. Waarom doen bijvoorbeeld Groningen en Maastricht het beter dan Heerlen en Emmen? Volgens schrijver en ruimtelijk economisch onderzoeker Dr. Gerard Marlet ligt dat vooral aan bereikbaarheid en beschikbare voorzieningen.Voor wie vanuit professie, studie of enthousiasme een mening wil vormen over de volgende prangende stedelijke kwesties: Volgt wonen werken? Of werken wonen?Welke rol speelt kunst- en cultuuraanbod in steden en hoe groot is die rol?Hoe zorgen bevolkingskenmerken voor meer aantrekkingskracht?Hoe hebben steden zo min mogelijk last van de dreigende bevolkingskrimp? Wat is de rol van bestuurders en beleidsmakers in het streven naar de aantrekkelijke stad? Daarnaast biedt De aantrekkelijke stad aanknopingspunten voor citymarketing, beleid en (stedelijke) ontwikkeling.
Recensies
Spijkenisse en Emmen. Dat zijn de minst aantrekkelijke steden van Nederland, zegt Gerard Marlet, die naar zulke dingen onderzoek doet. Hij doet dit namens 'Atlas voor Gemeenten', dat in zijn jongste editie vijftig Nederlandse gemeenten met elkaar vergeleek. Behalve het rapport publiceerde Marlet ook het boek 'De aantrekkelijke stad'. Naast de aantrekkelijke stad is er dus ook de niet-aantrekkelijke, de lelijke. Daartoe behoren volgens Marlet Spijkenisse en Emmen: daar ontbreekt een mooie historische kern, er is weinig werkgelegenheid en er zijn weinig voorzieningen. Emmen ken ik alleen van de dierentuin, en midden in het inderdaad weinig historische centrum is dat toch een behoorlijke voorziening, al gaat de beestenboel naar de rand van de stad verhuizen. Maar Spijkenisse? Ik keek even op Google-Maps om een eerste indruk te krijgen en dit is wat mijn scherm mij als bijzonderheden meldde: Grieks specialiteiten Restaurant Zorba de Griek, Gasterij het Ganzengors, Bonnie Beer, Restaurant Olijf, Gert's Feestwinkel, Stichting Beheer Derde Gelden en Ristorante Pappagallo. Verder meldde de site van de gemeente zelf nog vijf historische monumenten - een dorpskerk, een gemaal, een hoeve, een molen en een kruisgewelf kelder niet genoeg voor een historische kern vreesde ik. Dat bleek te kloppen. Spijkenisse is vanuit Rotterdam met de metro bereikbaar - en voor die metro betaalde Spijkenisse ook een prijs. Het dorp dat in 1945 nog geen drieduizend inwoners telde is in zestig jaar tijd uitgegroeid tot een gemeente van ruim zeventigduizend oorspronkelijk om havenarbeiders uit het uitdijende Botlekgebied huisvesting te bieden. Om de begeerde metrolijn te krijgen moest de gemeente in korte tijd als een gek woonwijken aanleggen, tot in '85 die lijn er kwam in een gemeente die vormeloos uit zijn krachten was gegroeid. Sinds enige tijd doet men pogingen de stad weer vorm te geven, met een nieuw, verdicht centrum en renovatie van woonwijken. Borden wijzen er vanaf het metrostation de weg. Stadshart staat erop, en Kinderboerderij. En de oproep: Doe gewoon. Hou het veilig en schoon. Je wandelt door het groen, meeuwen, roeken, eenden, tot aan een klont van gebouwen, waarbinnen zich het stadshart bevindt en het stadshart is een winkelcentrum. Het is bevolkt door de usual suspects, in het midden een klein plein omzoomd door Douglas, Mexx, Miss Etam, H & M, Délifrance, Blokker, C & A en Gamestore. In het midden een terras met parasols en een dagschotel van pasta met kip. Mij valt een behoorlijke dichtheid van scootmobielen op en ook in gesprekken om mij heen vang ik tobberigheid op; 'Honderd procent afgekeurd' en 'Welke behandeling krijg je voor je allergie'. Ik blader in de lokale weekkrant en tref op een advertentiepagina vijftien uitvaartverzorgers aan de goedkoopste doet het voor 1250 euro, maar dat is exclusief begrafenis- of crematiekosten. Booming business. Er is veel zorg in Spijkenisse.
Wim Boevink — Trouw — 24 juni 2010
Gerard Marlet licht in het actualiteitenprogramma Nieuwsuur toe waarom kunst en cultuur en hogeropgeleiden positief zijn voor de aantrekkelijkheid van steden.
NOS-NTR — Nieuwsuur — 24 september 2010
Radio-interview met Gerard Marlet over 'De aantrekkelijke stad' op radio 1.
Felix Meurders — Radio 1 — 3 december 2009
Werken volgt wonen. In steden waar mensen graag willen wonen neemt ook de werkgelegenheid toe. Aan de aantrekkelijkste woonsteden van Nederland gaat niet alleen de bevolkingskrimp voorbij, ze doen het ook economisch beter. Uiteindelijk maakt een gunstige ligging in combinatie met goede stedelijke voorzieningen een stad aantrekkelijk. Wat maakt een stad tot een aantrekkelijke stad? Het boek De Aantrekkelijke Stad van Gerard Marlet geeft antwoord. Steden in de Randstad doen het beter dan steden in de periferie van Nederland. Met de Noordvleugel van die Randstad gaat het weer beduidend beter dan met de Zuidvleugel. En in de grensregios doen steden als Groningen en Maastricht het opvallend veel beter dan Emmen en Heerlen. De vraag is hoe dat komt. Het onderzoek naar de aantrekkelijke stad combineerde inzichten uit de stedelijke economie (urban economics) met inzichten uit de geografische economie (de New Economic Geography van Nobelprijswinnaar Paul Krugman). Dat maakte het mogelijk om met één empirische analyse zowel het belang van de kenmerken van de stad zelf, als dat van de ligging van die stad aan te tonen. Steden die een gunstige ligging, ten opzichte van werk én natuur, combineren met een gevarieerd aanbod stedelijke voorzieningen blijken de grootste aantrekkingskracht te hebben op verhuizende huishoudens. Dat zijn (veilige) steden met veel historie, cultuur, horeca en mogelijk zelfs een eredivisievoetbalclub. Die locatiegebonden attracties (amenities) hebben mensen graag in de buurt van hun huis, zodat ze er op ieder moment spontaan van kunnen genieten. Restaurants serveren dus niet alleen eten, en theaters verzorgen niet alleen optredens, maar horeca, cultuur en andere stedelijke attracties trekken ook mensen naar de stad. Werken volgt wonen Succesvolle steden zijn echter ook steden van waaruit die mensen hun carrièrekansen kunnen optimaliseren. Het gaat daarbij hoewel vaak gedacht niet om werk in de stad, maar de bereikbaarheid van werk vanuit de stad. Aantrekkelijke steden zijn met andere woorden steden met veel woonattracties naast de deur, natuur in de buurt en werk op acceptabele reisafstand. Niet (alleen) de plek van het werk, maar (vooral) de kwaliteit van de woonomgeving geeft de doorslag bij de woonbeslissing van huishoudens. Steden die een aantrekkelijke woonomgeving kunnen bieden slagen erin kansrijke mensen aan te trekken, én vast te houden. Die steden doen het ook economisch beter. Want wonen volgt niet alleen werken, werken volgt ook wonen. In steden met veel hoogopgeleide, creatieve mensen is de voorraad human capital groter. Bedrijven komen daar op af, omdat ze er productievere medewerkers vinden. Ook besteden die hoogopgeleide, creatieve mensen meer geld in de lokale economie, en starten ze eerder een eigen bedrijf. Allemaal redenen waarom in de aantrekkelijke woonsteden niet alleen de bevolkingssamenstelling verandert, maar ook de werkgelegenheid groeit. Steden met de grootste attractiewaarde Amsterdam, Haarlem, Utrecht, Groningen en Maastricht zijn de steden met de grootste attractiewaarde. Spijkenisse heeft haar inwoners het minst bieden. Ook de andere nieuwe steden hebben een lage attractiewaarde, en de bereikbaarheid van banen vanuit die steden verslechtert er in rap tempo. Amstelveen ligt voor wat betreft de bereikbaarheid van banen op de meest gunstige plek in het land. Emmen ligt het minst gunstig ten opzichte van grote concentraties werkgelegenheid. Door die ongunstige ligging en/of lage attractiewaarde hebben steden als Emmen en Spijkenisse moeite om economisch kansrijke mensen aan zich te binden, en nieuwe werkgelegenheid aan te trekken. Dat voorpelt niet veel goeds voor de toekomst van die steden. Ligging en attractiewaarde zijn dé belangrijke voorspellers voor de aantrekkingskracht van een stad, en dus ook voor (het uitblijven van) toekomstige bevolkingskrimp. Wat kunnen beleidsmakers doen? De geografische ligging van een stad is niet of alleen met grote infrastructurele ingrepen met beleid te beïnvloeden. Op de attractiewaarde van een stad hebben lokale beleidsmakers meer grip. Zo kunnen steden investeren in de kwaliteit van de woningvoorraad, een veilige woonomgeving en stedelijke voorzieningen zoals cultuur, architectuur, horecafaciliteiten, sport, etc. Voordat het lokale bestuur van een stad succesvol aan dergelijke knoppen tegen krimp kan draaien is het vaak eerst nodig om af te rekenen met hardnekkige gewoontes en misverstanden uit het verleden. Zo bestaat vaak nog steeds het idee dat er nog nieuwe sociale huurwoningen nodig zijn, worden bouwrestricties in de groene ruimte kost wat kost in stand gehouden en is hoogbouw in de binnenstad vaak onbespreekbaar. Ook zijn bestuurders geneigd om achter hypes zoals broedplaatsen en glasvezel aan te lopen, en lijken ze het voorkomen van gezichtsverlies en een ordentelijk verlopen van het lokale referendum soms belangrijker te vinden, dan de kwaliteit van de plannen om de aantrekkingskracht van hun stad mee te vergroten. Het onderzoek naar de aantrekkelijke stad biedt handvatten om met die contraproductieve gewoontes af te rekenen, en stedelijk beleid exclusief en effectief te richten op de punten die een stad meetbaar aantrekkelijker maken. Dergelijke investeringen betalen zich uit, want de aantrekkelijke woonsteden zijn ook de economisch succesvolle steden. Nu, én in de toekomst. Bron: VOC uitgevers/Gerard Marlet, De Aantrekkelijke Stad
Dick de Jong — Placemarketing.nl — 7 januari 2010
'Een volle stad is juist aantrekkelijk' INTERVIEW, Door Machteld van Hulten op 23 juni '10, 00:00, bijgewerkt 22 augustus '10, 00:00 Wat maakt een stad aantrekkelijk? Onderzoeker Gerard Marlet vergeleek er vijftig in Nederland. Steden moeten meer bouwen. Gerard Marlet van Atlas voor Gemeenten, dat voor gemeenten en ministeries onderzoek doet naar ontwikkeling van steden en wijken, schreef onlangs het boek De Aantrekkelijke Stad. Inmiddels is het boek hot onder beleidsmakers. Marlet onderzocht en vergeleek de aantrekkelijkheid van de Nederlandse steden, vijftig in totaal. Wat maakt steden aantrekkelijk? Waardoor vestigen mensen zich er? Waardoor neemt de werkgelegenheid toe? En dientengevolge de bedrijvigheid en levendigheid? Tien stellingen: 1. Dé aantrekkelijke stad in Nederland bestaat niet. Ja dat klopt, de optimaal aantrekkelijke stad bestaat niet. Want dat is een stad waar én veel werk is én veel voorzieningen, én veel mensen wonen, en waar het toch veilig is, geen leefbaarheidsproblemen zijn en geen files. Amsterdam heeft wat aantrekkelijkheid betreft een soort optimum bereikt. Maar de voordelen van de aantrekkelijke stad leiden automatisch tot nadelen. Want een gemêleerde bevolking betekent vaak ook leefbaarheidsproblemen en onveiligheid. En veel werk: files, milieu- en luchtvervuiling. Steden als Emmen en Spijkenisse behoren tot de minst aantrekkelijke steden: geen mooie historische kern, weinig werkgelegenheid en voorzieningen. 2. Hoge huizenprijzen maken een stad aantrekkelijk. Jazeker. Aantrekkelijke steden zijn vaak dure steden. Het is een misverstand dat hoge huizenprijzen zomaar uit de lucht komen vallen, ze zijn juist een teken dat het goed gaat met een stad: mensen willen er graag wonen. Toch moeten steden oppassen dat ze niet ten onder gaan aan hun succes. Wat je in de binnensteden ziet, van bijvoorbeeld Amsterdam en Utrecht, is dat mensen met een hoge opleiding en een daarbij behorend hoger inkomen de middengroep verdrijven. Ze hebben meer te besteden en zijn vaak ook bereid meer te betalen voor hun woonlocatie. De mensen uit de middengroep kunnen de aantrekkelijke stad niet meer betalen en worden gedwongen te verhuizen naar een tweede keuze. Ze vallen daarbij tussen wal en schip: te arm voor dure koopwoningen maar te rijk voor sociale huurwoningen. 3. Hoe meer nerds, kunstenaars en journalisten, hoe beter. Ja, maar het is wel een bredere groep. In de jaren negentig in Amerika waren dat inderdaad nerds, maar in onze economie gaat het meer om hogeropgeleiden met creatiefachtige beroepen: ook reclamemensen, ingenieurs, architecten, mediamensen of mensen in de zakelijke dienstverlening. In elk geval mensen die productiever en innovatiever dan gemiddeld zijn. Daardoor vergroten bedrijven hun winst, neemt de werkgelegenheid toe, gaan de lonen omhoog, hebben mensen meer te besteden, en dat is weer goed voor de detailhandel, en het voorzieningenpeil. 4. Wonen in een aantrekkelijke stad is vooral weggelegd voor creatieve, hoogopgeleide mensen. Niet mee eens. Als de stad productiever wordt, profiteren de lageropgeleiden daar ook van: de schoonmakers, de cateraars et cetera. Het heeft dus duidelijk een sociale kant; het is niet alleen een elitair verhaal. Wel is het de taak van de overheid om, door goed onderwijs, te voorkomen dat de sociaal-economische ongelijkheid nog groter wordt, zodat zoveel mogelijk mensen van de stad profiteren. 5. Steden zouden meer moeten durven bouwen in de binnenstad. Mee eens. Nederland heeft, behalve Rotterdam, een soort fobie voor hoogbouw in het centrum. Als je burgers in een referendum vraagt wat ze willen, kiezen ze altijd voor de groene variant. Dat zag je ook bij het stationsgebied in Utrecht. De mening ook onder politici is toch om de stad ruim en groen te houden. Terwijl dichtheid juist zorgt voor aantrekkelijkere steden. Dan hou je genoeg mensen in de stad om de voorzieningen rendabel te houden. En werken volgt wonen, zo blijkt. Meer woningen betekent een grotere voorraad human capital. In veel binnensteden kun je niet bouwen. Maar in Utrecht ligt een enorme kans om een misser uit het verleden recht te zetten. 6. Een toneelvoorstelling maakt de onveiligheid in een stad goed. Ja dat klopt. Het is wel een beetje een karikatuur natuurlijk, maar in feite is het zo dat bij de keuze voor een woning of een stad, goede horeca, een rijk cultureel aanbod of een mooi historisch centrum fungeert als goedmaker voor een kleine woning of meer onveiligheid. Wat dat betreft, voorzie ik voor Almere problemen. Daar is ook onveiligheid in de woonomgeving maar daar wordt het niet gecompenseerd door voorzieningen. Ondanks de nieuwe plannen is het voorzieningenniveau per persoon nog heel laag. Almere staat voor een groot dilemma. Ooit was het natuurlijk de forensenstad van Amsterdam, een veilige groene omgeving met grotere relatief goedkopere huizen. Maar inmiddels zijn door de files de banen in de stad onbereikbaar geworden. Almere moet de komende jaren een keuze maken. Wil het een satelliet van Amsterdam blijven? Dan moet men vol inzetten op de leefbaarheid en het wegwerken van de files, meer dan op voorzieningen en cultuur. Of wil het echt een zelfstandige stad worden? 7. Niet elke stad heeft het in zich om een aantrekkelijke stad te worden. Klopt. In het algemeen kun je zeggen dat de Randstad aantrekkelijker is dan de rest van het land. De steden trekken meer mensen aan, en er zijn meer banen en voorzieningen. Aantrekkelijke steden in perifere gebieden als Groningen en Maastricht zuigen de regio leeg. Tegelijkertijd doet een minder aantrekkelijke stad als Haarlemmermeer het alleen maar goed omdat die in de Randstad ligt. 8. Citymarketing heeft zijn beste tijd gehad. Geen ja en geen nee. In een stad als Emmen zou ik niet weten waar ze zich op zouden moeten richten: geen historisch centrum, weinig werkgelegenheid, jongeren trekken er weg. Citymarketing heeft geen zin als je kwaliteiten probeert te verkopen die er niet zijn. En dat gebeurt wel vaak; elke stad heeft wel een slogan die huishoudens, bedrijven en toeristen moet trekken. Maar kijk naar kleinere steden als Zutphen, Deventer. Die hebben mooie historische centra, een centrale ligging ten opzichte van de Randstad en een goede bereikbaarheid, maar veel mensen weten dat niet. Dan helpt citymarketing wel. Het valleidenken, geïnspireerd op het succes van Silicon Valley, is wel passé. In Nederland heb je Health Valley Arnhem, Nijmegen en Food Valley Wageningen maar de aanleg van dit soort grote bedrijvenparken brengt niet de gehoopte spin off; in de praktijk is het vooral het verplaatsen van werkgelegenheid. De gedachte van als er maar banen zijn, volgen de mensen vanzelf, is achterhaald. 9. De crisis stuurt uw hele theorie in de war. Nee dat denk ik niet. Gemeenten moeten nu strenger afwegen wat ze wel en niet doen. Maar het zou een grote fout zijn om te stoppen met investeren in aantrekkelijke steden. Dat zou kortetermijndenken zijn en direct leiden tot werkloosheid en minder arbeidsparticipatie. Woningcorporaties en lagere overheden hebben bovendien genoeg reserves om mee te helpen investeren. 10. Steden hebben grotere aantrekkingskracht dan rust en groen. Ja, dat klopt. Sinds de jaren negentig is de suburbanisatiegolf voorbij. Steden hanteren in dat opzicht nog steeds een veel te restrictief bouwbeleid. Door die krapte op de woningmarkt is het nu nog niet goed te zien wat aantrekkelijke locaties zijn en wat niet. Pas als de bevolking gaat krimpen, wat overigens nog steeds niet zeker is, zal dat duidelijk worden. Dan zijn er meer huizen en valt er meer te kiezen.
Machteld van Hulten — Volkskrant — 23 juni 2010
Aantrekkelijke stad Aan de aantrekkelijkste woonsteden van Nederland gaat niet alleen de bevolkingskrimp voorbij, ze doen het ook economisch beter. Dat concludeert Gerard Marlet in zijn proefschrift De aantrekkelijke stad. Steden die een gunstige ligging, ten opzichte van grote concentraties werk én natuur, combineren met een gevarieerd aanbod aan stedelijke voorzieningen, zoals theaters, blijken de grootste aantrekkingskracht te hebben op verhuizende huishoudens, zo blijkt uit Marlets onderzoek. Amsterdam, Haarlem, Utrecht, Groningen en Maastricht hebben de hoogste attractiewaarde. Veel nieuwe steden, zoals Spijkenisse, hebben hun inwoners het minst te bieden. Marlet ontwikkelde een index om de aantrekkelijkheid van steden te meten. Beleids makers kunnen met deze index berekenen wat hun stad aan (toekomstige) inwoners te bieden heeft en waar zij in zouden moeten investeren. De aantrekkelijke stad wordt uitgegeven door VOC Uitgevers in Nijmegen, ISBN-nummer 978-90-79812-04-2.
Onbekend — De Groene stad Nieuwsbrief — 3 december 2010
De aantrekkelijke stad wordt genoemd als bron in dit officiele stuk dat Staatssecretaris van OCW (Halbe Zijlstra, VVD) naar de Tweede Kamer zond op 6 december.
Staatssecretaris Halbe Zijlstra — Ministerie OCW — 6 december 2010
In het kort
ISBN-13
9789079812042
Uitgever
Verschenen
1 december 2009
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789079812042
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s414
GeïllustreerdJa
Uitgave
UitgeverVOC Uitgevers
ImprintVOC Uitgevers
CB-relatie-id9397336
Verschenen1 december 2009
StatusInactief 08
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Zonder prijsPrijs volgt
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
Medewerkers
Auteur A01Gerard Marlet
Redacteur B01Nadine van der Berg
Herkomst
Werk-id (NSTC)500067951
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500067951 · CB-relatie 9397336 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









