
De gin-kast
Tilly is een verloren ziel: ze verliet het ouderlijk huis voordat ze echt volwassen was, op zoek naar het echte leven. In plaats daarvan belandde ze in de holle onderwereld van Nevada, waar ze enkel slechte gewoontes opdeed. Ze sloeg zich bijna dertig jaar zonder familie door het leven, om ten slotte in een woonwagen aan de rand van de woestijn te belanden met een stevige alcoholverslaving.
Op een dag staat haar nichtje Stella op de stoep, die op haar manier een leven van lege beloftes heeft geleid in de stad New York. Hoewel Stella op het eerste gezicht een redder in nood lijkt, blijken beide vrouwen aan de afgrond te wankelen.
De gin-kast legt de vreemde, krachtige intimiteit die tussen hen ontstaat bloot. Met een fijnzinnig oor voor dialoog en geestige, vrijmoedige beschrijvingen van seks, liefde en macht herinnert Leslie Jamison ons eraan dat we ongeacht alle onverwachte wendingen alleen het leven hebben dat we krijgen.
Zoutvlaktes, lange snelwegen, motelkamers, schaars bemeubelde appartementen in naamloze steden, gore bars vol goedkope bourbon, zwervers en prostituees: dit is het Amerika dat Raymond Carver, Richard Ford en John Updike zo rauw beschreven hebben. Debutante Leslie Jamison mag meteen aan dezelfde toog aanschuiven.
Haar roman zit vol personages die het oprecht goed bedoelen (...) maar telkens falen, alsof de weg naar de hel echt geplaveid is met goede voornemens. En die hel beschrijft Jamison in messcherpe zinnen (...) Helder als een shot wodka, en met een even bittere nasmaak.









