Catalogus
Omslag van De medicijnjongen
Achterkant van De medicijnjongen

De medicijnjongen Mijn moeder had Munchausen-by-proxi

Paperback160 pagina’sNederlands
Ik wilde gewoon zijn. Gewoon indiaantje spelen. Erbij horen, mogen zijn wie ik was, ik wilde leven, net als alle andere kinderen. Maar mijn moeder had andere plannen. Voor haar was ik een middel om haar eindeloze behoefte aan aandacht te verwezenlijken. En mijn stiefvader? Die vond mij alleen maar hinderlijk. Niet de moeite waard.Robbie onderging nodeloos talloze diëten, medische behandelingen en ziekenhuisopnames. Hij werd ziek gemaakt. Door zijn eigen moeder. Zijn puberteit markeerde het begin van zijn strijd om zijn eigen identiteit te vinden en te begrijpen wat er werkelijk aan de hand was. Een inzicht dat hem, eenmaal volwassen, in staat stelde om nauwkeurig te beschrijven wat 'Münchhausen-by-proxy' betekent voor het kind dat daarvan het slachtoffer is. Dit is het diep aangrijpende en tegelijk onvoorstelbaar krachtige verhaal van een eenzaam kind. De glasheldere dialogen en de vlijmscherpe beelden tonen niet alleen hoe het was, hoe het eruit kan zien, maar ook hoe diep de schade is die door deze vorm van mishandeling wordt veroorzaakt. Robert Broeils (1968) wil zijn ervaringen delen met zijn lezers en ze daarmee bewust maken van de ziekelijke behoeften van sommige mensen. Hoe iemand vanuit pathologische zelfzucht vrijwel gewetenloos kan handelen. Er bestaan mensen, ook moeders, die heel ver gaan als hun behoefte aan aandacht niet wordt bevredigd. 'Een verhaal dat moet worden gelezen. Door gewone mensen, maar ook door leerkrachten, artsen, verpleegkundigen. Opdat iedereen het voortaan opmerkt als een kind te vaak ziek of gewond is.'
Recensies
‘De medicijnjongen’ van Robert Broeils (1968) is het relaas van een slachtoffer. Broeils beschrijft puntig in een wat onbeholpen stijl en soms van de hak op de tak, zijn opgroeien als ziekelijk kind dat meer artsen, spreekkamers, ziekenhuizen en behandeltafels ziet dan goed voor hem is. Diverse onbegrepen klachten die moeder aan haar zoon koppelt, passeren de revue, diverse medische ingrepen vinden plaats, veel dokters besluiten na aandringen van moeder tot nog maar weer een onderzoek of kijkoperatie. Medicijnen worden ruimschoots verstrekt en zelfverzonnen diëten zijn aan de orde van de dag. Ondertussen snapt de kleine Broeils er zelf helemaal niks van. Hij heeft wel eens last van zijn maag, hij eet op aandringen van moeder met enige regelmaat bouillon blokjes, er wordt hem veel lekker eten ontzegd. Hij heeft ook wel eens hoofdpijn in een thuissituatie waarin een agressieve stiefvader hem regelmatig onheus bejegent. Ondertussen boezemt de medicijnwereld hem in toenemende mate angst in door de soms ingrijpende onderzoeken en bijbehorende handelingen. Tegelijkertijd ervaart hij regelmatig dat hij eigenlijk veel meer aan kan dan er volgens zijn ouders mogelijk zou moeten zijn. Rond zijn twaalfde wekt moeder bij de hulpverleners de indruk dat Robert levensmoe is en naar Jezus zegt te willen. Robert zelf weet van de prins geen kwaad. Direct gevolg is dat hij bij een kinderpsycholoog beland die hem ook zonder moeder erbij wil spreken. Hij krijgt daar de ruimte om dingen wel of niet te zeggen en dat ervaart hij als een bevrijding. Het leidt er uiteindelijk toe dat hij zelf de strijd aangaat met zijn moeder en in een consult bij alweer een dokter weigert door te gaan met het gebruiken van medicijnen en diëten. Uiteindelijk verlaat hij op zijn zeventiende het huis en gaat zelfstandig wonen, eerst nog bij een zuster, later op zichzelf. Gaandeweg is er ruimte om terug te kijken. Dat levert een depressie maar ook inzicht op. Het schrijven van dit boek is daar een direct gevolg van. In het nawoord geeft Broeils een opsomming van de vele gevolgen die hij ondervindt van zijn merkwaardige jeugd, is er een algemene toelichting op het Münchhausen-by-proxy-syndroom door een kinderpsychiater en een prachtige epiloog van Broeils zelf over taal en werkelijkheid. Opnieuw een bijzonder boek van uitgeverij Tobi Vroegh, die zoveel ruimte geeft aan ervaringsdeskundigen om hun eigen, hoogst persoonlijke relaas te doen. Kijk je door de in dit geval wat onbeholpen vorm heen dat tref je een onvoorstelbare, tot nadenken stemmende werkelijkheid aan.
Johan Atsma — GGZ Totaal — 2 augustus 2018
In het kort
ISBN-13
9789078761648
Verschenen
28 maart 2018
Trefwoorden

Lijkt op dit boek

NSTC 500125689 · CB-relatie 6608912 · Laatste CB-bericht 7752 · Bijgewerkt 5 augustus 2026
Bestel bij bol →
← Terug naar resultaten
Omslag van De medicijnjongen
Achterkant van De medicijnjongen

De medicijnjongen

Mijn moeder had Munchausen-by-proxi
Paperback160 pagina’sNederlands
Ik wilde gewoon zijn. Gewoon indiaantje spelen. Erbij horen, mogen zijn wie ik was, ik wilde leven, net als alle andere kinderen. Maar mijn moeder had andere plannen. Voor haar was ik een middel om haar eindeloze behoefte aan aandacht te verwezenlijken. En mijn stiefvader? Die vond mij alleen maar hinderlijk. Niet de moeite waard.Robbie onderging nodeloos talloze diëten, medische behandelingen en ziekenhuisopnames. Hij werd ziek gemaakt. Door zijn eigen moeder. Zijn puberteit markeerde het begin van zijn strijd om zijn eigen identiteit te vinden en te begrijpen wat er werkelijk aan de hand was. Een inzicht dat hem, eenmaal volwassen, in staat stelde om nauwkeurig te beschrijven wat 'Münchhausen-by-proxy' betekent voor het kind dat daarvan het slachtoffer is. Dit is het diep aangrijpende en tegelijk onvoorstelbaar krachtige verhaal van een eenzaam kind. De glasheldere dialogen en de vlijmscherpe beelden tonen niet alleen hoe het was, hoe het eruit kan zien, maar ook hoe diep de schade is die door deze vorm van mishandeling wordt veroorzaakt. Robert Broeils (1968) wil zijn ervaringen delen met zijn lezers en ze daarmee bewust maken van de ziekelijke behoeften van sommige mensen. Hoe iemand vanuit pathologische zelfzucht vrijwel gewetenloos kan handelen. Er bestaan mensen, ook moeders, die heel ver gaan als hun behoefte aan aandacht niet wordt bevredigd. 'Een verhaal dat moet worden gelezen. Door gewone mensen, maar ook door leerkrachten, artsen, verpleegkundigen. Opdat iedereen het voortaan opmerkt als een kind te vaak ziek of gewond is.'
Recensies
‘De medicijnjongen’ van Robert Broeils (1968) is het relaas van een slachtoffer. Broeils beschrijft puntig in een wat onbeholpen stijl en soms van de hak op de tak, zijn opgroeien als ziekelijk kind dat meer artsen, spreekkamers, ziekenhuizen en behandeltafels ziet dan goed voor hem is. Diverse onbegrepen klachten die moeder aan haar zoon koppelt, passeren de revue, diverse medische ingrepen vinden plaats, veel dokters besluiten na aandringen van moeder tot nog maar weer een onderzoek of kijkoperatie. Medicijnen worden ruimschoots verstrekt en zelfverzonnen diëten zijn aan de orde van de dag. Ondertussen snapt de kleine Broeils er zelf helemaal niks van. Hij heeft wel eens last van zijn maag, hij eet op aandringen van moeder met enige regelmaat bouillon blokjes, er wordt hem veel lekker eten ontzegd. Hij heeft ook wel eens hoofdpijn in een thuissituatie waarin een agressieve stiefvader hem regelmatig onheus bejegent. Ondertussen boezemt de medicijnwereld hem in toenemende mate angst in door de soms ingrijpende onderzoeken en bijbehorende handelingen. Tegelijkertijd ervaart hij regelmatig dat hij eigenlijk veel meer aan kan dan er volgens zijn ouders mogelijk zou moeten zijn. Rond zijn twaalfde wekt moeder bij de hulpverleners de indruk dat Robert levensmoe is en naar Jezus zegt te willen. Robert zelf weet van de prins geen kwaad. Direct gevolg is dat hij bij een kinderpsycholoog beland die hem ook zonder moeder erbij wil spreken. Hij krijgt daar de ruimte om dingen wel of niet te zeggen en dat ervaart hij als een bevrijding. Het leidt er uiteindelijk toe dat hij zelf de strijd aangaat met zijn moeder en in een consult bij alweer een dokter weigert door te gaan met het gebruiken van medicijnen en diëten. Uiteindelijk verlaat hij op zijn zeventiende het huis en gaat zelfstandig wonen, eerst nog bij een zuster, later op zichzelf. Gaandeweg is er ruimte om terug te kijken. Dat levert een depressie maar ook inzicht op. Het schrijven van dit boek is daar een direct gevolg van. In het nawoord geeft Broeils een opsomming van de vele gevolgen die hij ondervindt van zijn merkwaardige jeugd, is er een algemene toelichting op het Münchhausen-by-proxy-syndroom door een kinderpsychiater en een prachtige epiloog van Broeils zelf over taal en werkelijkheid. Opnieuw een bijzonder boek van uitgeverij Tobi Vroegh, die zoveel ruimte geeft aan ervaringsdeskundigen om hun eigen, hoogst persoonlijke relaas te doen. Kijk je door de in dit geval wat onbeholpen vorm heen dat tref je een onvoorstelbare, tot nadenken stemmende werkelijkheid aan.
Johan Atsma — GGZ Totaal — 2 augustus 2018 ·
In het kort
ISBN-13
9789078761648
Verschenen
28 maart 2018

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500125689 · CB-relatie 6608912 · Laatste CB-bericht 7752 · Bijgewerkt 5 augustus 2026