Catalogus
Omslag van Het dilemma van solidariteit
Achterkant van Het dilemma van solidariteit

Het dilemma van solidariteit de organisatie en het functioneren van de Nederlandse onderlinge ziekenfondsen, 1890-1941

Paperback336 pagina’sNederlands
Door de huidige ingrijpende veranderingen in het zorgverzekeringsstelsel groeit de belangstelling voor de historische achtergrond van het ziekenfondsbestel. In 'Het dilemma van solidariteit' staan de Nederlandse onderlinge ziekenfondsen centraal in de periode 1890-1941. Deze fondsen, die aan het einde van de negentiende eeuw veelvuldig werden opgericht, stelden zich ten doel de gezondheidstoestand van de arbeiders en de kleine middenstand te verbeteren. Tot 1941 opereerden de ziekenfondsen, vanwege het uitblijven van een ziekenfondswet, autonoom als sociale verzekeraars in een relatief vrije markt met veel concurrentie. De kern van de onderlinge ziekenfondsen berustte vanwege deze omstandigheden op wederzijdse afhankelijkheid en solidariteit. De onderlinge structuur bracht echter ook een spanningsveld tussen goede en slechte risico's met zich mee. In deze studie is onderzocht hoe de fondsen omgingen met dit spanningsveld. Aan de hand van een vergelijkende opzet, waarbij vijf verschillende fondsen uit Amsterdam, Deventer, Delft, Ede en het Bisdom Roermond, gedetailleerd worden bestudeerd, schetst de auteur een beeld van de dilemma's waarmee de bestuurders voortdurend geconfronteerd werden. Om te kunnen overleven in de open markt, dienden zij enerzijds het verzekeringssysteem gesloten te houden voor risicogroepen. Anderzijds wilden zij vanuit de onderlinge verbondenheid die aan het fonds ten grondslag lag, de verzekerden die tot de slechte risico's gingen behoren zoveel mogelijk behoeden voor uitsluiting of achteruitgang van hun situatie.Door de huidige ingrijpende veranderingen in het zorgverzekeringsstelsel groeit de belangstelling voor de historische achtergrond van het ziekenfondsbestel. In 'Het dilemma van solidariteit' staan de Nederlandse onderlinge ziekenfondsen centraal in de periode 1890-1941. Deze fondsen, die aan het einde van de negentiende eeuw veelvuldig werden opgericht, stelden zich ten doel de gezondheidstoestand van de arbeiders en de kleine middenstand te verbeteren. Tot 1941 opereerden de ziekenfondsen, vanwege het uitblijven van een ziekenfondswet, autonoom als sociale verzekeraars in een relatief vrije markt met veel concurrentie. De kern van de onderlinge ziekenfondsen berustte vanwege deze omstandigheden op wederzijdse afhankelijkheid en solidariteit. De onderlinge structuur bracht echter ook een spanningsveld tussen goede en slechte risico's met zich mee. In deze studie is onderzocht hoe de fondsen omgingen met dit spanningsveld. Aan de hand van een vergelijkende opzet, waarbij vijf verschillende fondsen uit Amsterdam, Deventer, Delft, Ede en het Bisdom Roermond, gedetailleerd worden bestudeerd, schetst de auteur een beeld van de dilemma's waarmee de bestuurders voortdurend geconfronteerd werden. Om te kunnen overleven in de open markt, dienden zij enerzijds het verzekeringssysteem gesloten te houden voor risicogroepen. Anderzijds wilden zij vanuit de onderlinge verbondenheid die aan het fonds ten grondslag lag, de verzekerden die tot de slechte risico's gingen behoren zoveel mogelijk behoeden voor uitsluiting of achteruitgang van hun situatie.
In het kort
ISBN-13
9789052601953
Verschenen
1 juli 2005

Lijkt op dit boek

NSTC 500682196 · CB-relatie 7400597 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol → · € 29,90
← Terug naar resultaten
Omslag van Het dilemma van solidariteit
Achterkant van Het dilemma van solidariteit

Het dilemma van solidariteit

de organisatie en het functioneren van de Nederlandse onderlinge ziekenfondsen, 1890-1941
Paperback336 pagina’sNederlands
Door de huidige ingrijpende veranderingen in het zorgverzekeringsstelsel groeit de belangstelling voor de historische achtergrond van het ziekenfondsbestel. In 'Het dilemma van solidariteit' staan de Nederlandse onderlinge ziekenfondsen centraal in de periode 1890-1941. Deze fondsen, die aan het einde van de negentiende eeuw veelvuldig werden opgericht, stelden zich ten doel de gezondheidstoestand van de arbeiders en de kleine middenstand te verbeteren. Tot 1941 opereerden de ziekenfondsen, vanwege het uitblijven van een ziekenfondswet, autonoom als sociale verzekeraars in een relatief vrije markt met veel concurrentie. De kern van de onderlinge ziekenfondsen berustte vanwege deze omstandigheden op wederzijdse afhankelijkheid en solidariteit. De onderlinge structuur bracht echter ook een spanningsveld tussen goede en slechte risico's met zich mee. In deze studie is onderzocht hoe de fondsen omgingen met dit spanningsveld. Aan de hand van een vergelijkende opzet, waarbij vijf verschillende fondsen uit Amsterdam, Deventer, Delft, Ede en het Bisdom Roermond, gedetailleerd worden bestudeerd, schetst de auteur een beeld van de dilemma's waarmee de bestuurders voortdurend geconfronteerd werden. Om te kunnen overleven in de open markt, dienden zij enerzijds het verzekeringssysteem gesloten te houden voor risicogroepen. Anderzijds wilden zij vanuit de onderlinge verbondenheid die aan het fonds ten grondslag lag, de verzekerden die tot de slechte risico's gingen behoren zoveel mogelijk behoeden voor uitsluiting of achteruitgang van hun situatie.Door de huidige ingrijpende veranderingen in het zorgverzekeringsstelsel groeit de belangstelling voor de historische achtergrond van het ziekenfondsbestel. In 'Het dilemma van solidariteit' staan de Nederlandse onderlinge ziekenfondsen centraal in de periode 1890-1941. Deze fondsen, die aan het einde van de negentiende eeuw veelvuldig werden opgericht, stelden zich ten doel de gezondheidstoestand van de arbeiders en de kleine middenstand te verbeteren. Tot 1941 opereerden de ziekenfondsen, vanwege het uitblijven van een ziekenfondswet, autonoom als sociale verzekeraars in een relatief vrije markt met veel concurrentie. De kern van de onderlinge ziekenfondsen berustte vanwege deze omstandigheden op wederzijdse afhankelijkheid en solidariteit. De onderlinge structuur bracht echter ook een spanningsveld tussen goede en slechte risico's met zich mee. In deze studie is onderzocht hoe de fondsen omgingen met dit spanningsveld. Aan de hand van een vergelijkende opzet, waarbij vijf verschillende fondsen uit Amsterdam, Deventer, Delft, Ede en het Bisdom Roermond, gedetailleerd worden bestudeerd, schetst de auteur een beeld van de dilemma's waarmee de bestuurders voortdurend geconfronteerd werden. Om te kunnen overleven in de open markt, dienden zij enerzijds het verzekeringssysteem gesloten te houden voor risicogroepen. Anderzijds wilden zij vanuit de onderlinge verbondenheid die aan het fonds ten grondslag lag, de verzekerden die tot de slechte risico's gingen behoren zoveel mogelijk behoeden voor uitsluiting of achteruitgang van hun situatie.
In het kort
ISBN-13
9789052601953
Verschenen
1 juli 2005

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500682196 · CB-relatie 7400597 · Bijgewerkt 6 augustus 2026