Catalogus
Omslag van Imam achter tralies
Achterkant van Imam achter tralies

Imam achter tralies casestudie naar de islamitisch geestelijke verzorging in Nederlandse penitentiaire inrichtingen met bouwstenen voor een beroepsprofiel

Paperback504 pagina’sNederlands
Naar de positie van de moskee-imam in Nederland is inmiddels het nodige onderzoek verricht. Over de positie en activiteiten van de imam in het publieke domein weten we nog weinig. In deze leemte voorziet deze studie die zich specifiek richt op de praktijk van de islamitisch geestelijk verzorger bij Justitie. Hoe is deze praktijk ontstaan en hoe ontwikkelt ze zich? Wat is haar identiteit en wat zijn haar theologische fundamenten? Beschikt ze over eigen ‘pastorale werkmodellen’? Wat is het eigene van de islamitisch geestelijk verzorger ten opzichte van de moskee-imam en ten opzichte van zijn christelijke en humanistische collega’s? Hoe gaat hij of zij om met kwesties als schuld, berouw, religieuze diversiteit binnen de islam, secularisme, integratie, loyaliteit, democratie en de rechtstaat? En wie of wat rekent de islamitisch geestelijk verzorger tot zijn aandachtsgebied? Moslims alleen? Wat en wie is een ‘moslim’ dan? Hoe ziet de ‘zorgvraag’ van een moslim (gedetineerde) eruit? Wat verwacht hij of zij van de islamitisch geestelijk verzorger en voldoet deze aan deze verwachtingen?

Al deze vragen en meer komen aan de orde in deze empirische case-studie. Met etnografische benadering brengt Ajouaou een bijzonder complex terrein in kaart. Hij doet daarbij niet alleen verslag van de empirie. Hij werkt ook talloze islamitische theologische noties die in deze empirie voorkomen theoretisch uit. Zijn uitgangspunt is dat de islamitisch theologische noties niet statisch van aard zijn, maar zich in dialoog met de sociale context steeds ontwikkelen.

Deze studie is relevant voor de verdere ontwikkeling van de islamitisch geestelijke verzorging bij Justitie, alsook in de zorginstellingen en bij defensie. Voorts zijn de verkregen inzichten relevant voor de Nederlandse opleidingen islamitische theologie en andere wetenschappelijke disciplines op het gebied van islam- en religiestudies. En voorts voor andere geïnteresseerden in processen van emancipatie van religieuze minderheden. De bevindingen van deze studie kunnen ook de maatschappelijke discussie die de laatste jaren is ontstaan over religie in het publieke domein voeden en van nuttige inzichten voorzien.

Deze studie is het resultaat van promotie-onderzoek.
Recensies
Gedetailleerd en nauwgezet, zo kan de studie van Mohamed Ajouaou over ‘gevangenisimams’ worden gekarakteriseerd. Ajouaou bestudeerde de praktijk van vier islamitisch geestelijk verzorgers die werkzaam zijn in Nederlandse gevangenissen. Zij maken deel uit van een nieuwe groep van rond de dertig geestelijke verzorgers in het justitiepastoraat. Deze islamitische geestelijk verzorgers richten zich op moslimgedetineerden, waar voorheen de christelijke pastors en humanistische raadslieden de honneurs voor hen waarnamen. Aan zulke geestelijke verzorging ligt het principe van vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing ten grondslag. Als mensen niet in staat zijn om zelf vrij hun godsdienst individueel of in gemeenschap te belijden, bijvoorbeeld omdat ze in het ziekenhuis liggen, in het leger dienen of in de gevangenis zitten, dan verplicht de staat zich dit voor hen te verzorgen. De christelijke en humanistische geestelijke verzorging bij Justitie kent inmiddels een traditie van meer dan vijftig jaar. Voor islamitisch geestelijke verzorgers, imams, is dit echter een nieuw werkveld. Eind jaren negentig deden de imams hun intrede als geestelijk verzorger in de gevangenis. De islamitisch geestelijke verzorging is “als het ware geboren in een vreemde omgeving zonder voorgeschiedenis en in afwezigheid van een aantal belangrijke factoren die bij het vak horen, zoals een opleiding met de daarbij behorende theorie en wetenschap, een zendende instantie en een passende rechtspositie en rechtsbescherming… De islamitisch geestelijke verzorging is slechts met hoofdrolspelers geboren: de gevangenisimams en de directe gebruikers” (p. 24). De studie van Ajouaou wil een rol spelen in de professionalisering van het beroep. Daartoe is niet alleen empirische studie nodig, die laat zien wat er gebeurt in de praktijk van de islamitisch geestelijke verzorging, wat zij concreet doen en toont hoe gedetineerden en collega’s zijn rol zien. Er is ook een grondige theologische onderbouwing van de grondbeginselen en de uitwerking van een islamitisch praktische theologie nodig. Met zijn opgebouwde inzichten wil Ajouaou “de beroepsgroep een identiteit geven” (p.32). Ajouaou vertelt over de “dubbele improvisatie” die de vier mannen hebben doorgemaakt, eerst als moskee-imam, en nu als islamitisch geestelijk verzorger. Als moskee-imam moesten zij al in de westerse context improviseren in hun vakuitoefening. Nu moeten ze ook nog eens improviseren in het specifieke, publieke domein van de penitentiaire inrichting, waar geestelijke verzorging voor gedetineerden weer heel specifieke kennis en vaardigheden vraagt. Zo richt een moskee-imam zich op het collectief van de moskeegemeenschap, die doorgaans redelijk homogeen is samengesteld wat betreft etniciteit, taal en religieuze stroming. In de detentiecontext richt de imam zich echter vooral op het individu, die met zijn zorgen naar hem toe komt. De gedetineerde moslims hebben vaak zeer verschillende achtergronden en ook varieert hun kennis van de islam sterk. Kernwoorden vormen luisteren, niet veroordelen en een op de context gerichte geloofsoverdracht. De islamitisch geestelijk verzorger moet in de specifieke detentiecontext met deze en andere spanningen omgaan. De in het boek opgenomen tekeningen van de kerkzaal die voor de vrijdagsdienst wordt omgebouwd tot een gebedsruimte zijn treffend. Over het Maria-icoon wordt een doek gehangen, het kruis gaat in de kast en de paaskaars wordt omgedraaid. De tafel gaat aan de kant en in plaats daarvan worden de gebedskleden neergelegd. De tekeningen zijn op verzoek van Ajouaou door de docent kunstzinnige vorming van de penitentiaire inrichting gemaakt (p. 234-5). Niet alleen wordt in het boek de vraag behandeld wat de islamitisch geestelijk verzorgers feitelijk doen en hoe zij dat theologisch funderen, Ajouaou doet ook aanzetten voor het ontwikkelen van een beroepsprofiel. Als hoofd Islamitisch Geestelijke verzorging bij het Ministerie van Justitie zal Ajouaou bij deze ontwikkeling de komende tijd nauw betrokken blijven. Voor zijn collega’s uit andere religieuze en levensbeschouwelijke stromingen (bij Justitie, maar ook bij Defensie en in zorginstellingen) bevat dit boek bijzonder relevante informatie. Nog te vaak hebben zij een te beperkt beeld van de praktijk van de islamitisch geestelijke verzorging, zo blijkt uit het verslag van Ajouaou. Ajouaou legt dit alles redelijk technisch uit. Hij put zich ook uit in uitleg over de theologische achtergronden. Dit maakt het werk tot stevige kost voor een breder publiek. Maar het wetenschappelijk en ook maatschappelijk belang van deze pogingen om de theologische kant uitgebreid te belichten, en daarmee nu eens écht een laag dieper te gaan dan veel Nederlandstalige studies naar moslims in Nederland, weegt hier tegenop en maakt de inspanning waard.
Welmoet Boender — Nieuwemoskee.nl — 2 augustus 2010
In het kort
ISBN-13
9789490385033
Verschenen
1 juli 2010
Imprint

Lijkt op dit boek

NSTC 500297685 · CB-relatie 9599987 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol → · € 34,95
← Terug naar resultaten
Omslag van Imam achter tralies
Achterkant van Imam achter tralies

Imam achter tralies

casestudie naar de islamitisch geestelijke verzorging in Nederlandse penitentiaire inrichtingen met bouwstenen voor een beroepsprofiel
Paperback504 pagina’sNederlands
Naar de positie van de moskee-imam in Nederland is inmiddels het nodige onderzoek verricht. Over de positie en activiteiten van de imam in het publieke domein weten we nog weinig. In deze leemte voorziet deze studie die zich specifiek richt op de praktijk van de islamitisch geestelijk verzorger bij Justitie. Hoe is deze praktijk ontstaan en hoe ontwikkelt ze zich? Wat is haar identiteit en wat zijn haar theologische fundamenten? Beschikt ze over eigen ‘pastorale werkmodellen’? Wat is het eigene van de islamitisch geestelijk verzorger ten opzichte van de moskee-imam en ten opzichte van zijn christelijke en humanistische collega’s? Hoe gaat hij of zij om met kwesties als schuld, berouw, religieuze diversiteit binnen de islam, secularisme, integratie, loyaliteit, democratie en de rechtstaat? En wie of wat rekent de islamitisch geestelijk verzorger tot zijn aandachtsgebied? Moslims alleen? Wat en wie is een ‘moslim’ dan? Hoe ziet de ‘zorgvraag’ van een moslim (gedetineerde) eruit? Wat verwacht hij of zij van de islamitisch geestelijk verzorger en voldoet deze aan deze verwachtingen?

Al deze vragen en meer komen aan de orde in deze empirische case-studie. Met etnografische benadering brengt Ajouaou een bijzonder complex terrein in kaart. Hij doet daarbij niet alleen verslag van de empirie. Hij werkt ook talloze islamitische theologische noties die in deze empirie voorkomen theoretisch uit. Zijn uitgangspunt is dat de islamitisch theologische noties niet statisch van aard zijn, maar zich in dialoog met de sociale context steeds ontwikkelen.

Deze studie is relevant voor de verdere ontwikkeling van de islamitisch geestelijke verzorging bij Justitie, alsook in de zorginstellingen en bij defensie. Voorts zijn de verkregen inzichten relevant voor de Nederlandse opleidingen islamitische theologie en andere wetenschappelijke disciplines op het gebied van islam- en religiestudies. En voorts voor andere geïnteresseerden in processen van emancipatie van religieuze minderheden. De bevindingen van deze studie kunnen ook de maatschappelijke discussie die de laatste jaren is ontstaan over religie in het publieke domein voeden en van nuttige inzichten voorzien.

Deze studie is het resultaat van promotie-onderzoek.
Recensies
Gedetailleerd en nauwgezet, zo kan de studie van Mohamed Ajouaou over ‘gevangenisimams’ worden gekarakteriseerd. Ajouaou bestudeerde de praktijk van vier islamitisch geestelijk verzorgers die werkzaam zijn in Nederlandse gevangenissen. Zij maken deel uit van een nieuwe groep van rond de dertig geestelijke verzorgers in het justitiepastoraat. Deze islamitische geestelijk verzorgers richten zich op moslimgedetineerden, waar voorheen de christelijke pastors en humanistische raadslieden de honneurs voor hen waarnamen. Aan zulke geestelijke verzorging ligt het principe van vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing ten grondslag. Als mensen niet in staat zijn om zelf vrij hun godsdienst individueel of in gemeenschap te belijden, bijvoorbeeld omdat ze in het ziekenhuis liggen, in het leger dienen of in de gevangenis zitten, dan verplicht de staat zich dit voor hen te verzorgen. De christelijke en humanistische geestelijke verzorging bij Justitie kent inmiddels een traditie van meer dan vijftig jaar. Voor islamitisch geestelijke verzorgers, imams, is dit echter een nieuw werkveld. Eind jaren negentig deden de imams hun intrede als geestelijk verzorger in de gevangenis. De islamitisch geestelijke verzorging is “als het ware geboren in een vreemde omgeving zonder voorgeschiedenis en in afwezigheid van een aantal belangrijke factoren die bij het vak horen, zoals een opleiding met de daarbij behorende theorie en wetenschap, een zendende instantie en een passende rechtspositie en rechtsbescherming… De islamitisch geestelijke verzorging is slechts met hoofdrolspelers geboren: de gevangenisimams en de directe gebruikers” (p. 24). De studie van Ajouaou wil een rol spelen in de professionalisering van het beroep. Daartoe is niet alleen empirische studie nodig, die laat zien wat er gebeurt in de praktijk van de islamitisch geestelijke verzorging, wat zij concreet doen en toont hoe gedetineerden en collega’s zijn rol zien. Er is ook een grondige theologische onderbouwing van de grondbeginselen en de uitwerking van een islamitisch praktische theologie nodig. Met zijn opgebouwde inzichten wil Ajouaou “de beroepsgroep een identiteit geven” (p.32). Ajouaou vertelt over de “dubbele improvisatie” die de vier mannen hebben doorgemaakt, eerst als moskee-imam, en nu als islamitisch geestelijk verzorger. Als moskee-imam moesten zij al in de westerse context improviseren in hun vakuitoefening. Nu moeten ze ook nog eens improviseren in het specifieke, publieke domein van de penitentiaire inrichting, waar geestelijke verzorging voor gedetineerden weer heel specifieke kennis en vaardigheden vraagt. Zo richt een moskee-imam zich op het collectief van de moskeegemeenschap, die doorgaans redelijk homogeen is samengesteld wat betreft etniciteit, taal en religieuze stroming. In de detentiecontext richt de imam zich echter vooral op het individu, die met zijn zorgen naar hem toe komt. De gedetineerde moslims hebben vaak zeer verschillende achtergronden en ook varieert hun kennis van de islam sterk. Kernwoorden vormen luisteren, niet veroordelen en een op de context gerichte geloofsoverdracht. De islamitisch geestelijk verzorger moet in de specifieke detentiecontext met deze en andere spanningen omgaan. De in het boek opgenomen tekeningen van de kerkzaal die voor de vrijdagsdienst wordt omgebouwd tot een gebedsruimte zijn treffend. Over het Maria-icoon wordt een doek gehangen, het kruis gaat in de kast en de paaskaars wordt omgedraaid. De tafel gaat aan de kant en in plaats daarvan worden de gebedskleden neergelegd. De tekeningen zijn op verzoek van Ajouaou door de docent kunstzinnige vorming van de penitentiaire inrichting gemaakt (p. 234-5). Niet alleen wordt in het boek de vraag behandeld wat de islamitisch geestelijk verzorgers feitelijk doen en hoe zij dat theologisch funderen, Ajouaou doet ook aanzetten voor het ontwikkelen van een beroepsprofiel. Als hoofd Islamitisch Geestelijke verzorging bij het Ministerie van Justitie zal Ajouaou bij deze ontwikkeling de komende tijd nauw betrokken blijven. Voor zijn collega’s uit andere religieuze en levensbeschouwelijke stromingen (bij Justitie, maar ook bij Defensie en in zorginstellingen) bevat dit boek bijzonder relevante informatie. Nog te vaak hebben zij een te beperkt beeld van de praktijk van de islamitisch geestelijke verzorging, zo blijkt uit het verslag van Ajouaou. Ajouaou legt dit alles redelijk technisch uit. Hij put zich ook uit in uitleg over de theologische achtergronden. Dit maakt het werk tot stevige kost voor een breder publiek. Maar het wetenschappelijk en ook maatschappelijk belang van deze pogingen om de theologische kant uitgebreid te belichten, en daarmee nu eens écht een laag dieper te gaan dan veel Nederlandstalige studies naar moslims in Nederland, weegt hier tegenop en maakt de inspanning waard.
Welmoet Boender — Nieuwemoskee.nl — 2 augustus 2010
In het kort
ISBN-13
9789490385033
Verschenen
1 juli 2010
Imprint

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500297685 · CB-relatie 9599987 · Bijgewerkt 6 augustus 2026