
Non-dualiteit de grondeloze openheid
Hardback215 pagina’sNederlands
Ook verkrijgbaar als
Non-dualiteit. De grondeloze openheid
Non-dualiteit is de kern en voleinding van elke spiritualiteit en mystiek, maar wat is non-dualiteit precies? Het woord komt steeds meer voor in gesprekken en teksten. Het verwijst naar een zijnservaring waarin niets gescheiden is van jezelf. Als er ontspanning optreedt, verdwijnen de scheidingen tussen jezelf en het andere en de anderen. Daardoor verdwijnen ook de conflicten. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen. In de Advaita Vedânta, de Indiase stroming die teruggaat op de oude Upanishaden van de 8e 6e eeuw is de non-dualistische (a-dvaita) visie uitgewerkt tot een filosofie. Ook in het boeddhisme en daoïsme en in de joodse, christelijke en islammystiek is de non-dualistische visie aanwezig als de hoogste waarheid.
De teksten van dit boek verwijzen naar de non-dualiteitservaring en laten de diverse aspecten van non-dualiteit zien. In de eigen zijnservaring kan een directe herkenning plaatsvinden van de ongescheiden openheid.
Het boek is ontstaan uit inleidingen en gesprekken met mensen die inzicht in non-dualiteit zochten en om een beschrijving en verduidelijking vroegen. De gespreksopnames werden uitgetypt tot de teksten die het belangrijkste materiaal van dit boek vormen.
Non-dualiteit is de kern en voleinding van elke spiritualiteit en mystiek, maar wat is non-dualiteit precies? Het woord komt steeds meer voor in gesprekken en teksten. Het verwijst naar een zijnservaring waarin niets gescheiden is van jezelf. Als er ontspanning optreedt, verdwijnen de scheidingen tussen jezelf en het andere en de anderen. Daardoor verdwijnen ook de conflicten. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen. In de Advaita Vedânta, de Indiase stroming die teruggaat op de oude Upanishaden van de 8e 6e eeuw is de non-dualistische (a-dvaita) visie uitgewerkt tot een filosofie. Ook in het boeddhisme en daoïsme en in de joodse, christelijke en islammystiek is de non-dualistische visie aanwezig als de hoogste waarheid.
De teksten van dit boek verwijzen naar de non-dualiteitservaring en laten de diverse aspecten van non-dualiteit zien. In de eigen zijnservaring kan een directe herkenning plaatsvinden van de ongescheiden openheid.
Het boek is ontstaan uit inleidingen en gesprekken met mensen die inzicht in non-dualiteit zochten en om een beschrijving en verduidelijking vroegen. De gespreksopnames werden uitgetypt tot de teksten die het belangrijkste materiaal van dit boek vormen.
Recensies
Er is alweer een nieuw boek over non-dualiteit uit van Douwe Tiemersma. Het boek bestaat voornamelijk uit spontane inleidingen en gesprekken met mensen die geïnteresseerd waren in advaita en om verduidelijking vroegen. Deze gesprekken worden prachtig aangevuld met korte poëtische stukjes. In deze uitgave legt Douwe stap voor stap uit wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Openheid is accepteren van wat zich aandient, zonder verzet, zonder eigenbelang en zonder onderscheid. De weg ernaar is direct, omdat de openheid je authentieke en meest eigen zijnswijze is. Deze grondeloze openheid manifesteert zich vanzelf als je je meningen over jezelf en je identificaties loslaat, als je je volledig ontspant in bewustzijn. Iedereen blijkt die ervaring van openheid te kennen en te waarderen. Het is een zijnservaring waarin niets gescheiden is van jezelf. Hierbij kan een directe herkenning plaatsvinden. Non-dualiteit is ook aanwezig in verschillende levenssituaties. De non-duale openheid, waarin alle situaties een plaats hebben, blijkt de hoogste waardering te krijgen. Het belangrijkste criterium om een standpunt en een werkelijkheid als hoger te kwalificeren dan een ander is de ruimte van het eigen bestaan en de helderheid van het bewustzijn. Bij een grotere ruimte en helderheid kan het bestaan zich ontplooien wat leidt tot meer lichtheid, ontspanning, zachtheid, vreugde, geluk. Bij het volledig opengaan blijken deze kwaliteiten zich volledig te manifesteren. De werelden die bij de diverse standpunten horen, worden opengebroken en krijgen een plaats in de ongescheiden openheid. De openheid zoals deze van buiten komend wordt ervaren en de openheid zoals deze innerlijk wordt herkend als de kern van zelf-zijn, zijn niet verschillend van elkaar. De ervaring van de grondeloze openheid is een eerste-persoons zijnservaring die inclusief, intern en direct is. Bij een continue oriëntatie op je hoogste zijnservaring van zelf-zijn kan de bevrijdende realisatie dat deze grondeloze openheid de werkelijkheid is, ineens openbreken. Het boek heb ik met veel enthousiasme gelezen. Het biedt vakkundig antwoord op tal van vragen, zoals : Wat is advaita?, Hoe herken je de oorspronkelijke staat?, Is een leraar noodzakelijk?, Wanneer spreekt men van verlichting?, Hoe kan je een echte leraar onderscheiden? Je kunt het boek niet alleen van begin tot eind lezen, je kunt het ook gebruiken om op een bepaald thema of een specifieke vraag te mediteren. Er staan ook een aantal interessante meditaties in. Deze nieuwe uitgave is bijzonder toegankelijk. Ook voor gevorderden is dit een aanrader omdat moeilijke en subtiele kwesties uitgediept worden, zoals het vrijkomen van de getuige, de droomloze slaap, de diverse niveaus van zelf-zijn, de situaties in een V-model. Dit boek is werkelijk een pareltje, omdat het veel helderheid en duidelijkheid schept over de directe weg.
Danny Senesael — InZicht 11 nr. 1 (februari 2009), p. 28 — 22 december 2009
Douwe Tiemersma is van huis uit bioloog, promoveerde als filosoof en is al decennia als yoga- en advaita-leraar verbonden aan onder andere zijn eigen Stichting Openheid (openheid = non-dualiteit, a-dvaita) en de Stichting Filosofie Oost-West. Hij heeft in dit mooie boek teksten bijeengebracht uit een periode van meer dan twintig jaar: artikelen of delen daarvan, en uitgeschreven gesprekken, aangevuld met korte, poëtische stukjes. Ondanks het sobere en heldere taalgebruik is niet alles meteen toegankelijk, daarvoor is het onderwerp soms te moeilijk. Het kan helpen om de moeilijker passages hardop aan jezelf voor te lezen. Niet alleen uiterlijk maar ook in andere opzichten doet dit boek me denken aan Tiemersma's pranayamaboek uit 2003, naar mijn smaak het beste dat ik ken over dit onderwerp: een degelijk leerboek, met een goed uitgekiend lesplan, dat helder uitlegt hoe pranayama te leren, te beoefenen en al doende te groeien in zelfkennis. Ook nu, in 'Non-dualiteit', heeft Tiemersma de moeite genomen zijn teksten zo te rangschikken dat ze een didactische samenhang krijgen en een meerwaarde die ze als losstaande stukken niet hebben. Het boek begint met een inleiding tot het non-dualisme, waarin het universele en democratische van advaita wordt aangeduid: Iedereen blijkt een besef en een zekere ervaring van de non-duale openheid te hebben. Vaak kijkt men er overheen of vergeet men de ervaring zoals die er was. Als deze ervaring zo belangrijk wordt gevonden dat de aandacht hierbij blijft, dat die dimensie open blijft, is er een spontane ontplooiing van die ervaringsinhoud. Dan manifesteert de openheid zich vanzelf op volledige wijze. Het tweede hoofdstuk is min of meer autobiografisch. Tiemersma vertelt over zijn vroege spontane spirituele ervaringen, hoe hij in de zestiger jaren oefeningen deed aan de hand van het enige yogaboek dat hij kon vinden, over zijn eerste yogalessen en hoe hij zich een houding gaf in zijn omgeving: Soms uitte zich dat in een naïviteit waar anderen schamper over deden. Deze naïviteit werd gedeeltelijk een bewust beoogde houding om de normaliserende werking van anderen tegen te gaan. (Een scherpzinnige verwoording van iets dat velen van ons zullen herkennen.) Het gaat in dit hoofdstuk over ascese en discipline, over ademoefeningen als opstap naar transcendentie, en over het continuüm van het fysiek-concrete, het energielichaam en het mentaal-spirituele. In non-dualiteit wordt niets terzijde geschoven, zelfs niet de dualiteit, want dan zou er weer een scheiding zijn. Tiemersma schrijft over het belang van traumatische gebeurtenissen: hoe die de ervaring van het Niets kunnen oproepen, en daarmee angst; en hoe die angst weer kan leiden tot overgave, acceptatie en bevrijding. Hoofdstukken 4, 5 en 6 behandelen drie soorten non-dualiteit: non-dualiteit in uiterlijke situaties; in het innerlijk ervaren; en de non-dualiteit van de absolute openheid en de betrekkelijke wereld. Er is een weten dat het geluk totaal kan zijn. Als je dat ooit zelf hebt ervaren, dan weet je dat het geluk geen waarneming is. Het is een opgaan in geluk, zodat er niets anders meer is. Er is zelfs geen ervaring meer; er is alleen geluk. Toch heb je er weet van. Dat weten blijft bestaan, ook al is je dagelijkse leven een puinhoop. Halverwege het boek, in hoofdstuk 4, vinden we een verhelderend betoog over religie, advaita en humanisme, waarin Tiemersma's filosofische bekwaamheid kan schitteren. Hoofdstuk 5 bevat een abstract en lastig leesbaar, maar uitermate waardevol exposé over radicaal zelfonderzoek, goed aansluitend bij de klassieke advaitaopvatting. Daarin staan de volgende twee alinea's voor mij centraal: Op elke weg van zelfonderzoek betekent een verandering van inzicht een verandering van de eigen zijnswijze. Kennen en zijn gaan hier samen in het eigen bewust-zijn. In deze sfeer betekent een groter inzicht (bewust-zijn) meteen een zijnswijze die vrijer is ten opzichte van de eerst niet-bewuste identificaties. En: Het radicale zelfonderzoek leidt dus naar een punt waar een inzicht in het onbeperkt-zijn kan doorbreken dat samengaat met de bevrijding van elk beperkend ik-aspect. Dat is het einde van het onderzoek, het einde van elke bepaling door woorden, het is het einde van het ik-zelf. Het is het inzicht dat het geloof in al deze beperkingen een illusie was, het inzicht dat je altijd al jeZelf was, de niet tot een object te maken achtergrond van alles wat verschijnt, de openheid. Het staat er zo kaal, streng en abstract. Ik moet het mezelf hardop voorlezen, meerdere keren, voor ik het vat. Maar dan bewonder ik de precisie en duidelijkheid van deze woorden. In een lezing of gesprek zou het bovenstaande me waarschijnlijk ontgaan. Nu kan ik het opnieuw lezen om het tot me te laten doordringen. Hoofdstuk 6, De non-dualiteit van het absolute en relatieve, legt uit dat we niet in het luchtledige bezig zijn (Het leven en de wereld gaan door in die openheid) en dat het belangrijk is om de momenten waar we vrijkomen van onze standaardpatronen bewust te ervaren: Als het op een half- of onbewuste manier plaatsvindt, kun je wel honderd of duizend keer dezelfde mooie ervaring hebben, terwijl je steeds in kringetjes loopt. Het laatste hoofdstuk gaat over de aard van de ervaring van de non-dualiteit. Vele van de citaten die ik verzamelde bij het lezen van dit boek, komen buiten hun context minder tot hun recht: de teksten maken deel uit van een leergang. In die zin zijn het oefeningen, stappen van een weg, zoals de oefeningen in Tiemersma's Pranayama ook het best tot hun recht komen in de context van het leerlingschap. Tiemersma's taal heeft een specifieke frequentie, en het loont de moeite de juiste afstemming te vinden.
Rik Verbeek — Yoga Nieuwsbrief (Ver. v Yogaleerkrachten Ned.) 31 nr. 113 (april 2009), p. 40 - 42 — 22 december 2009
Niet alleen voor een goed begrip van de kern van de Indiase religie en voor het eigen spirituele pad is dit een belangrijk boek. Ook voor degenen die een beter inzicht willen krijgen in de dieperliggende oorzaken van de problemen in de relaties tussen mensen is dit een waardevol en nuttig boek. Uit iedere bladzijde spreekt de overtuiging dat deze problemen oplosbaar zijn als men de moed heeft alle ideeën en vooronderstelligen omtrent zichzelf en de wereld onder ogen te zien. De overtuiging waar we het meest aan gehecht zijn is de zekerheid dat we menen te weten wie we zijn. We menen zeker te weten dat we een op zichzelf staand individu zijn, dat hoogstens door middel van al dan niet toevallige en tijdelijke relaties met andere individuen en de wereld verbonden is. Dit boek ondermijnt deze zekerheid en wil ons tot het inzicht voeren dat alles in feite a-dvaita, non-duaal, niet-twee is. In dit boek wordt een zeer divers boeket van stimulansen en hulpmiddelen aangereikt om deze eenheid te ervaren. Het is geen filosofische verhandeling, maar een voortdurende uitnodiging om zelf op onderzoek uit te gaan. Deze uitnodigingen zijn vervat in teksten van zeer verschillende aard: verslagen van inleidingen en gesprekken, korte poëtische stukjes, autobiografisch materiaal, het door Douwe Tiemersma geschreven voorwoord van Nisagardattas I am That, artikelen en interviews, een bespreking van verzen uit de Drig-drishya-viveka en geleide meditaties. Voor deze losse opzet van het boek met een verscheidenheid aan teksten is gekozen om op meerdere manieren en vanuit verschillende invalshoeken het onderwerp te belichten. Ondanks deze diversiteit aan teksten kent dit boek toch een heldere en duidelijke structuur. In het eerste hoofdstuk wordt een eerste aanduiding van non-duale openheid gegeven. De woorden non-dualiteit en openheid worden hierbij afwisselend gebruikt om naar Dat te verwijzen wat je ten diepste zelf bent. Gedeeltelijk is er een argumentatie op mentaal niveau om te laten zien dat non-dualiteit de ultieme werkelijkheid is, maar het zelf ervaren van het wegvallen van alle scheidingen is het uiteindelijke doel en het jezelf vastklampen aan kennis op mentaal niveau kan hierbij een obstakel vormen. Wat zowel jij als je medemensen werkelijk zijn manifesteert zich als je al je ideeën en identificaties loslaat. In een kort poëtisch stukje wordt het als volgt onder woorden gebracht: Jij bent, ik ben dat licht, licht dat overal zijn centrum heeft; universeel stralen wij van binnenuit onbeperkt de rijkdom van het kleurenspel, zolang het doorgaat. In het Advaita onderricht is het doorgeven van eigen ervaringen van de leraar altijd een belangrijk onderdeel geweest. Niet dat aan dit autobiografische materiaal een blauwdruk ontleend kan worden hoe men verlichting kan bereiken, maar in de hoop dat de leerling in diepere lagen van zichzelf nieuwe mogelijkheden gaat ontdekken. Daartoe doet Douwe Tiemersma verslag van diverse jeugdervaringen, zijn ontdekking van hatha yoga en zijn ervaringen met bhakti yoga en jnana yoga. Via Wolter Keers krijgt hij het boek I am That van Sri Nisargadatta Maharaj in handen en hij wist meteen: naar hem moet ik toe. Gedurende zijn contacten met Nisargadatta vindt er een doorbraak plaats naar een staat waarvan gezegd wordt dat er weinig over valt te zeggen, omdat de dualiteit van kenner en gekende is weggevallen. Toch is er een weten van deze staat. Elke willekeurige gebeurtenis kan de alledaagse wereld openbreken en laten zien dat de wereld eigenlijk een oneindige diepte heeft. Een diepte waarin alle scheidingen en tegenstellingen wegvallen. In de Vedas werd dit oorspronkelijke, dat de grondslag van alles is, Brahman genoemd. In de Advaita traditie wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen Saguna Brahman, Brahman met eigenschappen, en Nirguna Brahman, Brahman zonder eigenschappen. Ondanks dat Nirguna Brahman onkenbaar is, hebben we er toch een besef van. Elke invulling met beelden en begrippen zou dualiteit aanbrengen in iets dat wezenlijk non-dualiteit is. Op dezelfde wijze als de buitenwereld onderzocht kan worden, kan men ook de blik naar binnen richten voor een radicaal zelfonderzoek. Zelfkennis ontstaat wanneer je je bewust bent van je acties en reacties in verschillende situaties, maar bij een radicaal zelfonderzoek wordt dit onderzoek voortgezet tot de wortels van je bestaan zijn blootgelegd. De openingsregels van de Kena Upanishad brengen richting en onderwerp van dit zelfonderzoek nauwkeurig onder woorden: Door wie gedreven en gericht vliegt de geest naar zijn objecten? Door wie samengevoegd gaat de oorspronkelijke levenskracht aan het werk? Door wie gewild spreken mensen woorden uit? Welke godheid richt ogen en oren? Dit zelfonderzoek kan zover worden doorgevoerd dat zelfs het laatste standpunt van het ik losgelaten moet worden. Pas dan kan het inzicht doorbreken dat je identificatie met dit beperkte ik een illusie was en dat de innerlijk ervaren non-dualiteit en de uitwendig aangetroffen non-dualiteit identiek zijn : Atman = Brahman. Dit boek wil een hulpmiddel zijn bij de bewuste herkenning van non-dualiteit en bij de uiteindelijke realisatie dat deze non-dualiteit de dragende grond van zowel mens als kosmos is. Wie de behoefte en de moed heeft om te onderzoeken of zijn huidige meningen omtrent zichzelf en de wereld wel correct zijn vindt in dit boek een overvloed aan welkome handreikingen. In alle regels van dit boek is de uitnodiging vervat om langere tijd op meer meditatieve wijze bij een kort stukje tekst stil te blijven staan. Misschien is het volgende stukje tekst uit dit boek al voldoende voor het doorbreken van het inzicht dat het zelf-zijn van jezelf samen blijkt te vallen met het zelf-zijn van al je medemensen: Brahman is niet dit en niet dat. Brahman is het zelf van alles. Het is het zelf van mij. Zelf ben ik het zelf van alles. Zelf ben ik niet dit en niet dat.
Jan Coppens — Ohm-Vani -15 nr. 2 (april-juli 2009), pag. 12-14 — 22 december 2009
In het kort
ISBN-13
9789077194065
Uitgever
Verschenen
14 november 2008
Imprint
Bibliografisch
ISBN-139789077194065
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s215
GeïllustreerdJa
Uitgave
Vorm & inhoud
ProductvormHardback BB
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Oosterse filosofie 739
NUR (alle)739 Oosterse filosofie
Medewerkers
Auteur A01Douwe Tiemersma
Herkomst
Werk-id (NSTC)100030392
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 100030392 · CB-relatie 9805091 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









