Catalogus
Omslag van Ondiepwatermijnenvegers
Achterkant van Ondiepwatermijnenvegers

Ondiepwatermijnenvegers van Straelen-klasse, de Dinky Toys van de Mijnendienst

Hardback160 pagina’sNederlandsSerie →
Ook verkrijgbaar als
In 1955 besloot de Koninklijke Marine tot de bouw van zestien ondiepwatermijnenvegers. Zij waren bestemd om de mijnenleg in de Nederlandse binnenwateren,de zeearmen en de kustzee te bestrijden. Gebouwd als ranke, mooi afgewerkte,maar toch zeer zeewaardige schepen waren zij een lust voor het oog, zeker als zij zich bij slecht weer op de woelige Noordzee bevonden.Maar zo klein de notendop op zee leek, zo imposant was het schip als zij afmeerde in een kleine haven diep in het binnenland tijdens een vlagvertoonreis.Met slechts een bemanning van veertien man was het hard werken voor alle henswaarbij de dienstvakken en rangen vaak vervaagden omdat het eigenlijk een grotefamilie was die de klus moest klaren.Veel jonge officieren en onderofficieren hebben aan boord van deze schepen nietalleen de praktijklessen van het vak geleerd, maar leerden ook leiderschap, samenwerking en respect voor elkaar. Het vormde de basis voor een latere carrière.Dit is het complete verhaal over de ondiepwatermijnenvegers van de Van Straelen-klasse van de Koninklijke Marine: de Dinky Toys van de Mijnendienst.Er wordt aandacht besteed aan de besluitvorming, het ontwerp, de bouw en uitrusting van de schepen. Daarnaast wordt stil gestaan bij de naamgevers, de historie en de inzet van de schepen. Door de vele foto’s, verhalen en anekdotes geeft het boek tevens een schets van de omgeving waarin deze schepen moesten opereren. Ondanks dat deze kleinste operationele eenheden van de Koninklijke Marine vaak door mensen van de ‘grote vloot’ Dinky Toys werden genoemd verrichtten zij hun taak met verve: ‘Beter kleine baas dan grote knecht’.
Recensies
Koffiepauze bij café langs water Den Helder – Of op de toekomstige patrouillevaartuigen van de marine ooit een kok of machinist aan het roer komt te staan, valt nog te bezien. Maar dat de zeemacht kleinere bemanningen voor velerlei taken aan boord opleidt, is volgens Nieuwedieper Bob Roetering (69) beslist geënt op de praktijk op de ondiepwatermijnenvegers van weleer. “Wij waren in de jaren zestig al superfunctioneel”, aldus de kapitein ter zee buiten dienst, wiens functie tot 1993 commandant mijnendienst is geweest. “Met zijn veertienen op één schip was je op elkaar aangewezen. We vormden een heel hechte club, waarbij iedereen even belangrijk was. Rangen en standen golden vrijwel niet. Als iemand ziek was, moest een ander die rol moeiteloos vervullen. Met genoegen constateer ik dat wij toen al een heel eind op het goede spoor zaten.” Roetering werd als 26-jarige bevelvoerder op de Hr. Ms. Van Straelen, een van de zestien naoorlogse mijnenvegers die op zee en in de binnenwateren prima uit de voeten konden. Over dat type schip heeft hij een boek geschreven en laten uitgeven. Dinky Toys In Ondiepwatermijnenvegers – Van Straelen klasse, de Dinky Toys van de Mijnendienst komen ontstaansgeschiedenis, introductie, bouw, doop, naamgeving, maar ook persoonlijke verhalen en eindbestemming aan bod. In vergelijking met een fregat stelden die houten schepen van 33 meter lang natuurlijk bar weinig voor. Maar in iedere haven maakten ze toch indruk. Het was de beste leerschool voor zeemanschap. En het commando over de Van Straelen was de leukste uit mijn loopbaan. Zo verhaalt Roetering, thans parttime instructeur op een simulator aan de Scheepvaart en Transport College in Rotterdam, over de koffiepauze die zijn bemanning hield bij een café aan het binnenwater. We zorgden ook altijd dat als iemand een bruiloft of wat anders belangrijks had in de buurt van een station op tijd aan de wal stond. Dat het schip thuis kwam, regelden de anderen wel. Om aan informatie te komen spitte de Nieuwedieper onder meer het Nationaal Archief, dat van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en een geheim defensiearchief uit. Mooiste bron was echter Henk Wimmers, de ontwerper. Dat ik hem (voor zijn dood, red.) heb kunnen spreken, vind ik de grootste klapper. Die man slofte naar zijn kelder en haalde het originele scheepsdevies, hoe een ondiepwatermijnenveger van a tot z is gebouwd, plus uniek fotomateriaal tijdens de bouw op. Kreeg ik zo mee van die heer van over de tachtig. Hoewel de bemanning vaak oefende op het vegen van mijnen, zijn de schepen tussen 1960 en 1983 slechts twee keer operationeel ingezet. Bij een van die missies, ten oosten van Terschelling, was Roetering van de partij. Ons doel was met een tuig achter het schip ontploffingen van in zee gedropte mijnen uit te lokken. Vanwege het gevaarlijke werk kregen we bij die klus 2,50 gulden extra per dagdeel. We kamden met zes schepen een heel gebied uit. Buiten proeven heb ik nooit een explosie meegemaakt. Over het algemeen was het saai werk. Maar er zijn ook zat schepen, die in oorlog nooit een vijand hebben gezien of een schot hebben gelost. Flesjes bier aan boord, die wel eens mee werden genomen, was tijdens het ‘echte’ werk een doodzonde. Op de magnetische straling van een bierdop konden mijnen reageren. Ook de officierssabel mocht om die reden niet mee. De vegers van toen waren niet voor niets van hout met koperen motoren en de rest van pvc. Zoals de jagers van nu vooral van polyester zijn.
Herlderse Krant — Helderse Krant — 16 maart 2010
In het kort
ISBN-13
9789086160617
Uitgever
Verschenen
1 maart 2010
Imprint

Lijkt op dit boek

NSTC 500100135 · CB-relatie 7600021 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol →
← Terug naar resultaten
Omslag van Ondiepwatermijnenvegers
Achterkant van Ondiepwatermijnenvegers

Ondiepwatermijnenvegers

van Straelen-klasse, de Dinky Toys van de Mijnendienst
Dick de Vries illustrator
Hardback160 pagina’sNederlandsSerie: Militaire Historie →
Ook verkrijgbaar als
In 1955 besloot de Koninklijke Marine tot de bouw van zestien ondiepwatermijnenvegers. Zij waren bestemd om de mijnenleg in de Nederlandse binnenwateren,de zeearmen en de kustzee te bestrijden. Gebouwd als ranke, mooi afgewerkte,maar toch zeer zeewaardige schepen waren zij een lust voor het oog, zeker als zij zich bij slecht weer op de woelige Noordzee bevonden.Maar zo klein de notendop op zee leek, zo imposant was het schip als zij afmeerde in een kleine haven diep in het binnenland tijdens een vlagvertoonreis.Met slechts een bemanning van veertien man was het hard werken voor alle henswaarbij de dienstvakken en rangen vaak vervaagden omdat het eigenlijk een grotefamilie was die de klus moest klaren.Veel jonge officieren en onderofficieren hebben aan boord van deze schepen nietalleen de praktijklessen van het vak geleerd, maar leerden ook leiderschap, samenwerking en respect voor elkaar. Het vormde de basis voor een latere carrière.Dit is het complete verhaal over de ondiepwatermijnenvegers van de Van Straelen-klasse van de Koninklijke Marine: de Dinky Toys van de Mijnendienst.Er wordt aandacht besteed aan de besluitvorming, het ontwerp, de bouw en uitrusting van de schepen. Daarnaast wordt stil gestaan bij de naamgevers, de historie en de inzet van de schepen. Door de vele foto’s, verhalen en anekdotes geeft het boek tevens een schets van de omgeving waarin deze schepen moesten opereren. Ondanks dat deze kleinste operationele eenheden van de Koninklijke Marine vaak door mensen van de ‘grote vloot’ Dinky Toys werden genoemd verrichtten zij hun taak met verve: ‘Beter kleine baas dan grote knecht’.
Recensies
Koffiepauze bij café langs water Den Helder – Of op de toekomstige patrouillevaartuigen van de marine ooit een kok of machinist aan het roer komt te staan, valt nog te bezien. Maar dat de zeemacht kleinere bemanningen voor velerlei taken aan boord opleidt, is volgens Nieuwedieper Bob Roetering (69) beslist geënt op de praktijk op de ondiepwatermijnenvegers van weleer. “Wij waren in de jaren zestig al superfunctioneel”, aldus de kapitein ter zee buiten dienst, wiens functie tot 1993 commandant mijnendienst is geweest. “Met zijn veertienen op één schip was je op elkaar aangewezen. We vormden een heel hechte club, waarbij iedereen even belangrijk was. Rangen en standen golden vrijwel niet. Als iemand ziek was, moest een ander die rol moeiteloos vervullen. Met genoegen constateer ik dat wij toen al een heel eind op het goede spoor zaten.” Roetering werd als 26-jarige bevelvoerder op de Hr. Ms. Van Straelen, een van de zestien naoorlogse mijnenvegers die op zee en in de binnenwateren prima uit de voeten konden. Over dat type schip heeft hij een boek geschreven en laten uitgeven. Dinky Toys In Ondiepwatermijnenvegers – Van Straelen klasse, de Dinky Toys van de Mijnendienst komen ontstaansgeschiedenis, introductie, bouw, doop, naamgeving, maar ook persoonlijke verhalen en eindbestemming aan bod. In vergelijking met een fregat stelden die houten schepen van 33 meter lang natuurlijk bar weinig voor. Maar in iedere haven maakten ze toch indruk. Het was de beste leerschool voor zeemanschap. En het commando over de Van Straelen was de leukste uit mijn loopbaan. Zo verhaalt Roetering, thans parttime instructeur op een simulator aan de Scheepvaart en Transport College in Rotterdam, over de koffiepauze die zijn bemanning hield bij een café aan het binnenwater. We zorgden ook altijd dat als iemand een bruiloft of wat anders belangrijks had in de buurt van een station op tijd aan de wal stond. Dat het schip thuis kwam, regelden de anderen wel. Om aan informatie te komen spitte de Nieuwedieper onder meer het Nationaal Archief, dat van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en een geheim defensiearchief uit. Mooiste bron was echter Henk Wimmers, de ontwerper. Dat ik hem (voor zijn dood, red.) heb kunnen spreken, vind ik de grootste klapper. Die man slofte naar zijn kelder en haalde het originele scheepsdevies, hoe een ondiepwatermijnenveger van a tot z is gebouwd, plus uniek fotomateriaal tijdens de bouw op. Kreeg ik zo mee van die heer van over de tachtig. Hoewel de bemanning vaak oefende op het vegen van mijnen, zijn de schepen tussen 1960 en 1983 slechts twee keer operationeel ingezet. Bij een van die missies, ten oosten van Terschelling, was Roetering van de partij. Ons doel was met een tuig achter het schip ontploffingen van in zee gedropte mijnen uit te lokken. Vanwege het gevaarlijke werk kregen we bij die klus 2,50 gulden extra per dagdeel. We kamden met zes schepen een heel gebied uit. Buiten proeven heb ik nooit een explosie meegemaakt. Over het algemeen was het saai werk. Maar er zijn ook zat schepen, die in oorlog nooit een vijand hebben gezien of een schot hebben gelost. Flesjes bier aan boord, die wel eens mee werden genomen, was tijdens het ‘echte’ werk een doodzonde. Op de magnetische straling van een bierdop konden mijnen reageren. Ook de officierssabel mocht om die reden niet mee. De vegers van toen waren niet voor niets van hout met koperen motoren en de rest van pvc. Zoals de jagers van nu vooral van polyester zijn.
Herlderse Krant — Helderse Krant — 16 maart 2010 ·
In het kort
ISBN-13
9789086160617
Uitgever
Verschenen
1 maart 2010
Imprint

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500100135 · CB-relatie 7600021 · Bijgewerkt 6 augustus 2026