

'Van U komt, HEER, het loflied dat ik zing' vier eeuwen psalmen zingen in de Lage Landen gespiegeld in Vijf Liedbundels
Paperback134 pagina’sNederlands
Onder invloed van Luther en Calvijn begon in de zestiende eeuw de opbloei van de collectieve kerkzang. De calvinistische en lutherse impact op de zangtraditie in de Lage Landen wordt in deze studie beschreven aan de hand van vijf bijzondere berijmingen uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw, beginnend met de roemruchte berijming van Datheen (1566) tot aan de Statenberijming van 1773. Ook de voorgeschiedenis komt ter sprake, en de lijn wordt doorgetrokken naar de praktijk van het huidige kerkgezang. Aldus worden Vier eeuwen psalmen zingen in de Lage Landen in een literair- historisch, kerkhistorisch en hymnologisch kader geplaatst.Wist u dat:°de Nederlandstalige liedbundel Souter Liedekens uit 1540 het oudste berijmde volledige psalter in een Europese volkstaal is;°de psalmberijmer Jan Utenhove tot levenslange verbanning uit Vlaanderen werd veroordeeld en later als bootvluchteling het vege lijf moest redden;°in Londen voor het eerst Nederlandstalige psalmen tijdens de kerkdienst zijn gezongen;°er in sommige kerken in Nederland nog steeds wordt gezongen uit de eeuwenoude psalmbundel van Petrus Datheen (1566);°de lutherse psalmberijmer Willem van Haecht uit Antwerpen de organisator was van het grootste theaterspektakel van de zestiende eeuw;°tweeëntwintig lofzangen van Marnix van Sint Aldegonde op verzoek van graaf Enno III van Oost-Friesland zijn vertaald in het Nedersaksisch;°in katholieke kerken in Nederland pas vanaf 1984 Geneefse psalmmelodieën uit 1562 worden gezongen?Sybe Bakker (1937) werkte als docent wiskunde en Nederlands in het voortgezet onderwijs. Zijn studie Nederlands begon aan de Noordelijke Leergangen te Leeuwarden (mo-A en B) en werd voortgezet aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij zich verdiepte in de Nederlandse literatuur der Renaissance, de hymnologie en de liturgiewetenschap. Ook behaalde hij het diploma Kerkmuziek met de bevoegdheidsverklaring III als organist. Als literair criticus schreef hij o.a. voor het tijdschrift Woordwerk en het Ned. Dagblad en als organist bespeelde hij in Groningen het Vierdag-orgel in de Morgensterkerk en het Reil-orgel in de Noorderkerk. Werken: o.a. de roman Elíberis of het ene spoor (1982) en de kritiekenbundel Vuurproeven, over literatuur (1992). Sinds 2007 houdt hij zich als vrijwilliger bij de SVNT (Stichting Vrijwilligersnetwerk Nederlandse Taal) bezig met het digitaal editeren van vroegmoderne bijbelvertalingen en psalmberijmingen.
Recensies
(uit:) Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek zaterdag 27 november 2010 Web: Liesveltbijbel van 1542 gedigitaliseerd; meer dan tien miljoen woorden door vrijwilligers uitgetypt Sinds 1 november 2010 is de transcriptie van de Liesveltbijbel van 1542 voor iedereen digitaal beschikbaar. Dat laat dr. Nicoline van der Sijs (Leiden) weten. De uitgave is binnen anderhalf jaar tot stand gebracht door een team van 55 vrijwillige medewerkers, die de tekst in zijn geheel hebben uitgetypt. De transcriptie is te vinden op de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (www.dbnl.nl) en samen met de fotoscans van de originele rijk geïllustreerde druk op de site van het Nederlands Bijbelgenootschap (www.bijbelsdigitaal.nl). Het is de zevende bijbel die in kader van het Bijbeldigitaliseringsproject op het internet verschijnt. In totaal zijn er sinds de start in 2007 meer dan tien miljoen woorden uitgetypt. De uitgave van de Liesveltbijbel is gecoördineerd door de neerlandicus Hans Beelen, werkzaam aan de Universiteit van Oldenburg (Duitsland). Het project wordt ondersteund door de Nederlandse Taalunie. Behalve Nederlandse bijbelvertalingen uit de renaissance hebben de vrijwilligers vijf historische kerkboeken met psalmberijmingen en liturgische basisteksten gedigitaliseerd, waaronder de Psalmen van Petrus Dathenus (1566) en de zgn. Oude Berijming van de Psalmen (1773), waaruit de beroemde regel t Hijgend hert, der jacht ontkomen afkomstig is. Deze twee berijmingen zijn eeuwenlang in de kerken gezongen. Naar aanleiding van de digitale psalmenpublicatie is, op 1 november, het boek ' Van U komt, HEER, het loflied dat ik zing ' Vier eeuwen psalmen zingen in de Lage Landen gespiegeld in vijf liedbundels van de Groningse neerlandicus Sybe Bakker verschenen bij Uitgevershuis H.N.Werkman (isbn 978.90.75913.64.4, winkelprijs 16,95 euro)
drs. H. Beelen (Duitsland) — Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek — 27 november 2010
Vijf keer berijmd De Stichting Vrijwilligersnetwerk Nederlandse Taal heeft de afgelopen jaren, onder leiding van Nicoline van der Sijs verscheidene psalmberijmingen gedigitaliseerd. Sybe Bakker, een van de vrijwilligers, heeft op basis daarvan een handzaam historisch overzicht geschreven over vijf bundels met psalmen en gezangen: Van U komt, HEER, het loflied dat ik zing. (Groningen, Uitgevershuis H.N.Werkman, 134 blz. 16,95). Het betreft de psalmberijmingen van Petrus Datheen (1566), Willem van Haecht (1583), Philips van Marnix van St. Aldegonde (1591), Johan de Brune (1644) en de Statenberijming (1773). Bakker schetst de historie en de eigenaardigheden van de verschillende bundels. Datheen vertaalde de psalmen bijvoorbeeld zo letterlijk uit het Frans dat ze een buitengewoon kreupel Nederlands opleverden. En het Verlichtingsdenken zette een stempel op de berijming van 1773. Herman Amelink in: Boeken NRC Handelsblad, donderdag 23 december 2010, p. 12.
Herman Amelink — NRC Handelsblad — 23 december 2010
Vier eeuwen psalmen zingen Onder leiding van dr. Nicoline van der Sijs heeft de Stichting Vrijwilligersnetwerk Nederlandse Taal (SVNT) vijf oude Nederlandse psalmberijmingen gedigitaliseerd. Onder hen was ook de Groningse neerlandicus drs. Sybe Bakker (1937), die op verzoek van de SVNT een boekje over de berijmingen schreef. Het gaat om de bundels van Petrus Datheen (1566), Willem van Haecht (1583), Marnix van Sint-Aldegonde (1591), Johan de Brune (1644) en de Statenberijming (1773). Waarom precies deze vijf kerkboeken zijn uitgekozen om te worden gedigitaliseerd, wordt niet duidelijk. Had de berijming van Revius (1640) niet meer voor de hand gelegen dan die van De Brune? Of de laatste moet gekozen zijn vanwege zijn unieke aanpak: hij schafte het rijm af, om zo dicht mogelijk bij de Bijbel te kunnen blijven. Het resultaat wordt echter gezien als knutselwerk. Nee, dan het werk van Van Haecht. Mooi dat Bakker de betekenis van deze Antwerpenaar voor het lutherse kerklied in de Nederlanden voor het voetlicht brengt. Zelfs de herkomst van de melodieën en de verstechniek van Van Haecht worden uitgebreid beschreven. Een beetje te uitgebreid, waardoor het evenwicht tussen de aandacht voor de ene en de andere berijming wat zoek is. Dat neemt niet weg dat Bakker in het kort heel wat informatie samenbrengt over vier eeuwen psalmzingen in ons land, ook al omdat hij zich niet strikt beperkt tot deze vijf berijmingen. Mooi is dat hij ook aandacht besteedt aan wat er naast de psalmen aan liturgisch materiaal in de officiële kerkboeken staat. Van U komt, HEER, het loflied dat ik zing. Vier eeuwen psalmen zingen in de Lage Landen gespiegeld in vijf liedbundels, Sybe Bakker Uitgevershuis H.N.Werkman, Groningen, 2010; ISBN 9789075913644;134blz. 16,95. 10-02-2011 08:07 | Jaco van der Knijff
Jaco van der Knijff — Reformatorisch Dagblad — 10 februari 2011
Psalmen: eeuwenoud protestants erfgoed Boek over vier eeuwen protestantse kerkzang in de Nederlanden Sybe Bakker schreef een boek over vier eeuwen protestantse kerkzang in de Nederlanden. Hij belicht een schat aan kerkelijk erfgoed, meent K. de Jong Ozn. Worden de psalmen tegenwoordig nogal eens verdrongen door vele laagdrempelige eendagsvliegen, het zegt iets van de kracht ervan dat deze nu al bijna vijf eeuwen in gebruik zijn. gereformeerde staatskerk een internationale oriëntatie. Hoewel zijn bundel tenslotte in 1773werd vervangen door de Statenberijming, hield zij nog bijna tweehonderd jaar stand in de zware gereformeerde gemeenten, die tenslotte ook 1773 gingen zingen. Thans wordt Datheen nog in dertig oud-gereformeerde gemeenten gezongen. Een ontwikkeling die een voorbeeld was van kerkelijk conservatisme dat vele gereformeer- den zolang gevangen hield. Het boek schenkt veel aandacht aan de kritiek op Datheen, die niet mals was. Deze richtte zich niet alleen op de taal die veel minder dichterlijk was dan die van Marnix, en veel stoplappen had, maar met name op het feit dat tekst en melodie vaak slecht op elkaar pasten. Ik geef als voorbeeld het begin van psalm 74 (wijs psalm 116) (zowel alle psalmen van Datheen als die van Marnix zijn te vinden op internet via zoekmachine google). Men zong op hele noten. Zorg ervoor dat een aantal psalmen en gezangen het geestelijk eigendom van de gemeente wordt. Hoe komt dat Gij ons verstrooit, o God mijn? / Dat Uw gramschap over ons zeer ontsteken, / Dikken rook uitwerpt, zo t hier heeft gebleken, / Dat wij toch schapen Uwer weiden zijn. Zo zijn er in de bundel drieduizend gevallen geconstateerd, waarbij tekst en melodie met elkaar botsten. Het voorgaande was maar één voorbeeld uit Bakkers nauwkeurige beschrijving van de ontwikkeling van de psalmberijming in ons land. Daarnaast komt aan de orde het feit dat vele kerkboeken ook liturgieboeken waren met daarin de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis, liturgische formulieren, etcetera. Het heeft maar een haar gescheeld (het wordt in het boek niet vermeld) of de gereformeerden hadden een apart Liedboek gekregen, omdat op hun synode werd voorgesteld er ook een liturgieboek van te maken met daarin de hiervóór vermelde zaken. De synode (in besloten zitting!) verwierp dit voorstel met 34 tegen 32 stemmen
Eendagsvliegen Hoewel de ontwikkeling van de gezangen Marnix schreef ze ook! nog kort aan de orde komt, gaat het in dit boek met name over de psalmen. Ik hoop dat deze nog lang in onze erediensten de aandacht krijgen die zij verdienen en in elk geval niet zullen worden verdrongen door de vele laagdrempelige eendagsvliegen die momenteel nogal eens in onze kerkdiensten mogen vliegen. Tenslotte een oude wens: predikanten, laat niet elke zondag weer wat anders zingen, maar zorg ervoor dat een aantal psalmen en gezangen het geestelijk eigendom van de gemeente wordt, de mensen tot steun wanneer zij het moeilijk krijgen. En verder: er zouden daartoe op school ook weer psalmen en gezangen uit het hoofd moeten worden geleerd. (i) Sybe Bakker, 'Van U komt, Heer, het loflied dat ik zing'. Uitgevershuis H.N. Werkman. 16,95 euro. Momenteel hebben in ons land de 150 psalmen een plaats in vier verschillende bundels: het Liedboek voor de Kerken (1973), het Gereformeerd Kerkboek (1986), de Statenberijming (1773) en de Psalmen van Datheen. Zij worden alle gezongen op melodieën afkomstig uit het Genève van Calvijn. Daarnaast treft men nog een kleiner aantal psalmen aan in de Gezangen voor Liturgie, gebruikt door de rooms-katholieken en in Liederen voor de Gemeentezang van de unie-baptisten, waarvoor ook die Geneefse melodieën zijn gebruikt. Het zegt iets van de kracht ervan dat deze nu al bijna vijf eeuwen in gebruik zijn. Nu wij in een tijdperk leven waarin de traditie van de christelijke cultuur in ons land meer dan ooit door trends wordt aangevallen, mag men vurig hopen dat deze melodieën deze aanval zullen blijven weerstaan. Iedereen kan weten wat er met een cultuur zonder tradities gaat gebeuren
De teksten van de psalmen hebben een rijke geschiedenis. In tegenstelling tot de muzikale taal werd oudere literaire taal na enige tijd soms moeilijk verstaanbaar. Dus kwamen er regelmatig nieuwe teksten. Deze ontwikkeling komt aan de orde in het boek 'Van U, Heer, komt het loflied dat ik zing' van de neerlandicus Sybe K. de Jong Ozn., Friesch Dagblad, Vrijdag 11 februari 2011, p.2
K. de Jong Ozn. — Friesch Dagblad — 11 februari 2011
Letterlijk tientallen psalmberijmingen beschrijft drs. A. Ros in zijn boek Davids soete lier. Er ontbreekt in elk geval één liedbundel: die werd (her)ontdekt door de Groningse neerlandicus Sybe Bakker. Bakker is een spil in het team van vrijwilligers dat, onder leiding van taalhistorica dr. Nicoline van der Sijs, oude teksten overtypt en op internet zet. Ze begonnen met de Statenvertaling van 1637. Onlangs bundelde Bakker zijn inleidingen bij vijf psalmberijmingen uit de zestiende tot de achttiende eeuw tot een mooi boekje. Luther maakte berijmingen van psalmen in de volkstaal. Alleen al uit de zeventiende eeuw beschrijft Ros 59 verschillende psalmberijmingen. Er is eigenlijk maar één verklaring voor dat enorme aantal, denkt Sybe Bakker: onvrede met de dominante berijming van Datheen. Dominee Petrus Datheen, volgeling van Calvijn, maakte in 1566 een integrale berijming van het psalmboek, op de melodieën die zijn leermeester in Genève ook gebruikte. Nou ja, berijming... Datheen telde lettergrepen, en als zijn lettergrepen overeenkwamen met het aantal noten, was hij tevreden. Het bijna vlekkeloze muzikale gevoel van psalmberijmer Philips Marnix van Sint Aldegonde was ook in zijn tijd uniek, in alle andere psalmberijmingen komen metrische draakjes voor, maar Datheen maakt het wel veruit het bontst. Bakker: 'Alle argumenten voor of tegen Datheen waren overbodig: Datheen had de loop der geschiedenis naar zijn hand gezet.' Er wás overigens al sinds 1540 een complete Nederlandse psalmberijming op de markt: de Souterliedekens, vermoedelijk gemaakt door Willem van Zuylen van Nijevelt. De psalmen van deze Utrechtse edelman waren zelfs nogal populair, vooral onder de jeugd. Maar zijn berijming had een nadeel: de melodieën. De Souterliedekens zijn op straatwijsjes berijmd. Ros deelt de voorkeur van de synode voor de Geneefse melodieën: de kerk moet internationaal herkenbaar zijn, niet alleen in de zuivere leer, maar als het kan ook in de zang. Opnieuw brengt Bakker een - ditmaal klein - bezwaar in: 'Het strikte onderscheid tussen amusementsmuziek en kerkmuziek is van Calvijn. Ik ben het niet met hem eens. Niet een op een in elk geval. Je kunt een melodie niet voor kerkelijk gebruik veroordelen omdat hij ook in een ander kader functioneren kan. Calvijn had wel gelijk in zijn opvatting dat beide, zowel de melodie als de tekst, kwaliteit moeten hebben.' En nu de vondst van Bakker. Een jaar of tien geleden las hij in een paar Duitstalige blaadjes uit het begin van de twintigste eeuw, dat er een Nedersaksische vertaling moet zijn geweest van liederen van Marnix. Die had een fraaie psalmberijming gemaakt - beduidend beter dan die van Datheen, maar... nou ja - en zijn liederen waren kennelijk zelfs een keer in het buitenland terechtgekomen, aan het hof van graaf Enno III van Oost-Friesland. Er zouden nog twee exemplaren van bestaan, een in een bibliotheek in Bremen, en een in een bibliotheek in Leipzig. Niet dus. Beide exemplaren waren verdwenen, ontdekte Bakker bij navraag. 'Verschleppt', dus in de Tweede Wereldoorlog door het Russische leger meegenomen en nu onvindbaar geworden. Maar Bakker besloot dat nieuwe medium maar eens te gebruiken. En internet leerde hem dat er nog een derde exemplaar bestond, volkomen vergeten, in de universiteits- bibliotheek in Utrecht. 'Het is een opmerkelijke verzameling. De psalmen in het boek zijn Nedersaksische vertalingen van die van Lobwasser, zeg maar de Duitse Datheen. Daarnaast zijn de berijmingen vertaald die de calvinist Marnix maakte van andere liederen uit de Bijbel'. Opmerkelijk is, zegt Bakker, dat hierin veel vrouwenstemmen te beluisteren zijn, zoals die van Mirjam, Debora, Hanna en Maria. Verder was er een aantal lutherse liederen in het liedboek opgenomen. Die vermenging van lutherse en calvinistische invloeden was niet vanzelfsprekend, weet Bakker. 'Graaf Enno had er waarschijnlijk een politiek doel mee. Maar buiten zijn eigen hofkapel zijn ze waarschijnlijk nooit gezongen. Voor dat ideaal was men nog niet rijp. De berijming is gemaakt door een predikant uit Emden. Die stad was in die tijd zo gereformeerd als wat. De dominee moet een bredere blik gehad hebben, maar hij kon het boek niet in Emden laten drukken. Dat gebeurde noodgedwongen in Bremen, net over de grens van het graafschap.' Diezelfde controverse tussen Luther-aanhangers en kinderen van Calvijn voorkwam bij meer psalmberijmingen een doorbraak op grote schaal. Willem van Haecht maakte er een in 1579, maar wist toen al dat hij niet op gebruik over de grenzen van zijn geloofsgemeenschap hoefde te hopen. Hij gebruikte 150 nieuwe melodieën, en niet die uit het psalmboek van de calvinisten. De lutheranen hebben Van Haechts bundel goed gebruikt, maar zij vormden een kleine minderheid. Bakker: 'Van Haecht heeft het gewoon met hebben, Luther verloren in onze contreien. De verhouding tussen lutheranen en calvinisten was zo gespannen. Al vlak voor de Beeldenstorm in Antwerpen wordt er verteld van een protestantse dienst in een kerk net buiten de muren van de stad. De lutheranen zitten te zingen, en op zeker moment gaan de calvinisten hun psalmen er dwars doorheen zingen. "Men zag de haat", schrijft een ooggetuige.' Gezangen Die verstarring van de verhoudingen had zijn weerslag op de psalmberijmingen, signaleert Bakker. Achteraf komt het al opvallend 'vrij' over dat Marnix die 22 Bijbelliederen opnam. Maar volgens Bakker volgt hij daarmee de inzichten van Calvijn. 'Die nam bij zijn eerste psalmen in 1537 ook al drie gezangen op. Maar Calvijns psalmboek was in 1562 af, en twee jaar later overleed hij. Toen is dat psalmboek zo'n instituut geworden dat het zingen van andere liederen in de calvinistische traditie haast taboe werd.' Als argument voor die stelling voert Bakker aan dat Beza, de leermeester van Marnix, ook meerdere cantica berijmde en in een apart bundeltje opnam. Daarvan bevindt zich het enig overgebleven exemplaar overigens nu in de bibliotheek van de Theologische Universiteit in Kampen (Broederweg). 'Beza deed dat vier, vijf jaar na Marnix. Zij hadden kennelijk goed begrepen dat dit in de lijn van Calvijn lag. Maar de 'calvinisten' dachten er anders over. Een liedcultuur met gezangen kwam bij de gereformeerden nooit echt van de grond, in Nederland niet en in Frankrijk ook niet.' Die eenzijdigheid trekt sporen tot in het heden door, ziet Bakker. 'De Herziene Statenvertaling bijvoorbeeld. Waarom heet die de Herziene Statenvertaling? Amper twintig procent van de woorden is nog gelijk gebleven. Sommige woorden zijn zo gemoderniseerd, dat ze tot voor kort alleen maar in Groot Nieuwsachtige vertalingen stonden. Het is kerkelijke tactiek, denk ik. Zo houden de gelovigen een vertrouwd idee bij een nieuwe vertaling.' Niet voor niets heeft Bakker in zijn boek de berijming van Johan de Brune uit 1644 gezet tegenover die van Jacob Westerbaen uit 1655. De Brune maakte een berijming die niet rijmde, die dankzij rigide afbreking- en razend dicht op de vertaling bleef aansluiten. Een voorbeeld uit psalm 68,14: Al laeght ghy-lieden tusschen twee Rijghen van steen soo wierdt ghy als Vleughelen eener duyve, Ghelijck met Silver overdeckt, Ende welcker vederen zijn Met uit-gesneden gheel gout. Bakker legde hem naast de Statenvertaling, en ontdekte dat De Brune deze woordelijk volgt. 'Hij heeft slechts het aantal lettergrepen van de zes regels van zijn bewerking aangepast aan het aantal noten van de melodie.' De Zeeuwse kerken waren onder de indruk van de Schriftgetrouwheid van De Brune, en zelfs de gezaghebbende theoloog Voetius was enthousiast. De Provinciale Staten van Holland en West-Friesland hebben invoering ervan in 1650 zelfs op de agenda gezet. Maar Jacob Westerbaen, een Haagse arts die zich na een huwelijk met de schatrijke regentendochter Anna Weytsen helemaal kon wijden aan de letteren, kon niet leven met de 'rymeloose regelen' van De Brune. 'Wat is doch een gedicht daer geen geest in is? Verschaelde en verwaeyde wijn is smaeckeloos en ongheacht bij den geenen die den frisschen en rijsenden wijn kennen, die de hersenen en het hert verquickt en ontvonckt als men maer sijn neus in het glas steeckt.' Die levenslust spreekt ook uit Westerbaens psalmberijming. Voor de goede vergelijking dezelfde tekst als De Brune, psalm 68,14, maar nu bij Westerbaen: Soo sult gy nochtans blincken, als De veertjes van een duive-hals Die in de Son ons schijnen Te sijn van silver en van goud Gemenght met oostersch Ameroud (= mozaïek) En gloeyende robijnen. Bakkers keuze is snel gemaakt. 'Dat van De Brune, dat is heel vreemd gedoe. Het is revolutionair zoals hij de Bijbeltekst trouw blijft, maar de afbrekingen zijn heel vreemd. Strofische melodieën vragen om rijm. De Brunes berijming is ingegeven door verafgoding van de Statenbijbel. Als je die maar volgt, is het altijd goed. Maar hij vergeet dat je deze tekst niet op zijn manier bij die melodie kunt brengen, dat bestáát gewoon niet. Hij haalt twee dingen door elkaar.' Maar het zit bij Bakker niet alleen vast op de anti-kunstzinnige gevolgen. Het is vooral de geest van De Brune die hem doet huiveren. 'Hij haalt Marnix rechts in. Marnix ging ook heel ver in zijn tekstgetrouwheid, maar bleef poëtisch, muzikaal. De Brune vond dat je met rijm de zangers vervreemdt van het zuivere woord van God. Daar zit geen millimeter rek in.' Rek zit er in Westerbaen duidelijk meer. 'Westerbaen was een vrije vogel. Zijn berijming is heel speels, daar zit leven in.'
Rien van den Berg — Nederlands Dagblad — 27 april 2011
In het kort
ISBN-13
9789075913644
Uitgever
Verschenen
1 juli 2010
Bibliografisch
ISBN-139789075913644
Editie1
TaalNederlands dut
Pagina’s134
GeïllustreerdJa
Uitgave
UitgeverUitgevershuis H.N. Werkman
CB-relatie-id8400800
Verschenen1 juli 2010
StatusOnbekend 00
BeschikbaarheidContact leverancier 99
Zonder prijsPrijs volgt
Vorm & inhoud
ProductvormPaperback BC
SamenstellingLos product
Classificatie
Medewerkers
Auteur A01Sybe Bakker
Herkomst
Werk-id (NSTC)500292499
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Lijkt op dit boek
NSTC 500292499 · CB-relatie 8400800 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









