

Vier anti-pelagiaanse geschriften
Hardback400 pagina’sNederlands
Ook verkrijgbaar als
Of we in ons leven alles op eigen kracht kunnen verwezenlijken of afhankelijk zijn van hulp is één van de meest fundamentele menselijke vragen. Het is het filosofische en theologische vraagstuk van de verhouding tussen menselijke vrijheid en goddelijke genade.
Augustinus van Hippo (354-430) is één van de belangrijkste grondleggers van de westerse en christelijke invulling van dit concept 'genade'. De persoonlijke ervaring van die genade speelde een cruciale rol in zijn eigen levensverhaal. Zijn systematische reflectie over genade ontwikkelde hij vooral in debat met het zogenaamde pelagianisme, een stroming die onder andere het denken van Caelestius, Pelagius en Julianus van Aeclanum omvat. Deze drie christelijke denkers stelden volgens Augustinus dat iedere mens de opdracht heeft om goed te leven en van God bij de schepping al de capaciteiten ontvangen heeft om dit zonder bijkomende hulp te doen. Augustinus is van oordeel dat het pelagianisme te veel steunt op de menselijke autonomie. Zodoende dreigt vergeten te worden dat de mens bij alles wat hij doet steeds de hulp van Gods genade ('gratia') nodig heeft. Deze genadeleer werkte Augustinus uit in zijn antipelagiaanse geschriften, waarvan vier geselecteerde voorbeelden hier in vertaling worden gepresenteerd.
Ingeleid door Anthony Dupont en Mathijs Lamberigts
Met een voorwoord van Paul van Geest
Augustinus van Hippo (354-430) is één van de belangrijkste grondleggers van de westerse en christelijke invulling van dit concept 'genade'. De persoonlijke ervaring van die genade speelde een cruciale rol in zijn eigen levensverhaal. Zijn systematische reflectie over genade ontwikkelde hij vooral in debat met het zogenaamde pelagianisme, een stroming die onder andere het denken van Caelestius, Pelagius en Julianus van Aeclanum omvat. Deze drie christelijke denkers stelden volgens Augustinus dat iedere mens de opdracht heeft om goed te leven en van God bij de schepping al de capaciteiten ontvangen heeft om dit zonder bijkomende hulp te doen. Augustinus is van oordeel dat het pelagianisme te veel steunt op de menselijke autonomie. Zodoende dreigt vergeten te worden dat de mens bij alles wat hij doet steeds de hulp van Gods genade ('gratia') nodig heeft. Deze genadeleer werkte Augustinus uit in zijn antipelagiaanse geschriften, waarvan vier geselecteerde voorbeelden hier in vertaling worden gepresenteerd.
Ingeleid door Anthony Dupont en Mathijs Lamberigts
Met een voorwoord van Paul van Geest
In het kort
ISBN-13
9789086871254
Uitgever
Verschenen
24 oktober 2013
Imprint
Druk
1
Bibliografisch
ISBN-139789086871254
Editie1
Druk1
TaalNederlands dut
Pagina’s400
GeïllustreerdNee
Uitgave
Vorm & inhoud
ProductvormHardback BB
SamenstellingLos product
Classificatie
NUR (hoofd)Kerk- en dogmengeschiedenis 704
NUR (alle)704 Kerk- en dogmengeschiedenis
Trefwoordengeloof · genade · menselijk handelen · devotie · voortbestemming / predestinatie
Medewerkers
Herkomst
Werk-id (NSTC)100007170
MeldingBevestigd bij publicatie 03
Bijgewerkt6 augustus 2026
Trefwoorden
Lijkt op dit boek
NSTC 100007170 · CB-relatie 7144266 · Bijgewerkt 6 augustus 2026









