Mijn boeken
Catalogus
Omslag van Gezien of niet?
Achterkant van Gezien of niet?

Gezien of niet? verbeeldingen in de geestelijke gezondheidszorg

Paperback64 pagina’sNederlands
'Gezien of niet?' verkent de mate waarin mensen die behandeld worden voor geestelijke gezondheidsproblemen zich gezien voelen. De spanning tussen een professionele, diagnostiserende blik en het recht doen aan de logica en ervaringswereld van cliënten staat centraal. 'Goed gezien' worden blijkt geen gemeengoed in de geestelijke gezondheidszorg. Hoe hulpverleners cliënten innerlijk 'verbeelden' lijkt hier debet aan, maar is nog weinig onderwerp van gesprek. Verhalen van cliënten tonen misverstanden, scheve machtsverhoudingen, gemiste kansen en vooral een onvermogen tot feedback op momenten dat ze zich niet passend verbeeld weten.
Na het ontrafelen van deze ervaringen, presenteren de auteurs manieren om het proces te keren. Hoe kunnen cliënten positief verzet gaan leveren en vragen om evaluatie van de beeldvorming? Ervaringsdeskundigen kunnen hier mogelijk een bijdrage leveren aan bewustwording. Het bijhouden van een dagboek met een bepaalde focus zou ook kunnen helpen.
Aan deze uitgave zijn enkele voorbeeldkaarten toegevoegd die cliënten aan hun hulpverleners kunnen geven om over dit onderwerp in gesprek te raken. Voor ervaringsdeskundigen, cliënten en hulpverleners zijn toelichtingen opgenomen over hoe deze kaarten te gebruiken.
Recensies
Onlangs werd ik aan de deur gezet. Mijn cliënt - mevrouw A. - werd erg boos toen een uitspraak van mij haar niet beviel. Een uitspraak naar waarheid over een concrete aangelegenheid. Wanneer dit zich nog eens herhaalt, is de maat vol. Ik wordt gedacht ter kwader trouw te handelen en mag meteen vertrekken. Mijn wekenlange pogingen tot het aangaan van verbinding, in een behoorlijk moeilijke casus, lopen uit op een breuk. Ik mag dan al een hele tijd meegaan in het hulpverlenersvak, toch ervaar ik het als bijzonder confronterend dat mij dit overkomt. Kort daarop lees ik het kleine boek 'Gezien of niet?', en onwillekeurig (?) dringen de gedachten aan de breuk met mevrouw A. zich tussen de zinnen van dit boek. Hoe heeft zij mij als hulpverlener ervaren in de afgelopen maanden en in deze fase(n) van haar ziektegeschiedenis? Was zij wel 'goed gezien'? Wat stond er voor haar op het spel in dit contact? De antwoorden van mevrouw A. zullen u benieuwen. Helaas... Misschien vind ik in dit boek een plaatsvervangend antwoord? De gestelde vragen aan mevrouw A. zijn de 'richtingsvragen' die binnen een onderzoeksproject werden voorgelegd aan een groep ervaringsdeskundigen. Vanuit hun ervaringsverhalen is men op zoek gegaan naar de impact van de beeldvorming door de hulpverleners en naar hoe hulpverleners luisteren. De ervaringsverhalen tonen dat cliënten zich onteigend weten, niet gezien worden en zich afvragen in hoeverre hun pijn van tel is. Mensen verliezen iets van zichzelf, van wie-ze-ook-nog-zijn, wanneer ze 'cliënt of patiënt' worden. Aan te duiden met woorden als onteigening, vervreemding, eenzaamheid, afgeschreven worden en identiteitsverlies. "En dan ben je ineens iemand die vogelhuisjes moet timmeren, dat deed ik dan in razend tempo," schrijft een deelnemer aan het onderzoek. Het is natuurlijk de taak van de hulpverlener te kijken wat er aan de hand is. Een diagnose stellen noemen we dat. Maar hoe gaan we daarbij te werk? Hoe dwingend is ons kader? Is iemand ook nog iemand naast zijn ziekte? En hoe luisteren wij dan? Functioneel allicht, en dat hoort ook zo. Maar kan ons luisteren ook opener en ontvankelijker zijn, meer recht doend aan wie de ander is of zou kunnen zijn? Herkent de cliënt zich in het beeld of de verbeelding die de hulpverlener maakt? De ervaring ook hier gezien en gehoord te worden draagt bij tot een juiste afstemming. Durft de hulpverlener het lijden van de ander te zien, toe te laten en daar de ander in te vergezellen? In deze protocollaire tijden geen vanzelfsprekende vraag. Voor de cliënt gaat het er om of de ervaring van zijn of haar pijn van tel is en het er-toe-doet voor de hulpverlener. De cliënt ervaart het als belangrijk dat goed gezien en beluisterd worden leidt tot een gezamenlijke koers met betrekking tot het hoe en het wat van de behandeling. Wie bepaalt wat van waarde is en wat gehonoreerd wordt in het verhaal van de cliënt? Een deelnemer ervaart het als volgt: "Je moet niet zelf met interventievoorstellen komen voor wat ik denk dat goed voor me is. Daar houden hulpverleners niet van, die willen dat bepalen." De cliënt kan zich miskend voelen, er kan zelfs leed toegevoegd worden. Hieruit volgen een aantal pertinente vragen: wat maakt of wat zou er toe kunnen bijdragen dat hulpverleners dit bij zichzelf of bij anderen kunnen gaan zien? En hoe kunnen dienten hulpverleners helpen om te zien wat ze (nog) niet zien? Hoe kunnen cliënten feedback geven en uitspreken als de waarneming tekort schiet? En krijgen cliënten de ruimte om dit te doen? Wat hier voorafgaand is beschreven verwijst naar wat Anne Goossensens eerder heeft benoemd als reductiemechanismen. (Goossensen, A., Zijn is gezien worden. Presentie en Reductie in de zorg. Inaugurale Rede. Faculteit Geesteswetenschappen Tilburg University, 2011. Zie: www.presentie.nl/publicaties/item/download/329.) Om 'goed' waar te nemen vernauwen we onze blik (bv. het denken vanuit ons diagnostisch kader). Het houdt ook in dat we zaken kunnen missen, of niet zien, of denken dat ze er niet toe doen. Reductie kan dan verworden tot het niet erkennen van de ander en van wat mis gaat. Deelnemers aan het onderzoek nemen woorden in de mond als vriendschappelijkheid, ongeplande momenten van ongedwongen contact, luisteren zonder oplossingen te geven, sturen in de zin van 'je stimuleren om keuzes te maken', ook al maak je de verkeerde keuzes, het geven van vertrouwen daar waar je het soms zelf kwijt bent. Hoe verhoudt zich ons (noodzakelijke) reductionistisch kijken tot het ruimte geven aan de door de cliënt beleefde werkelijkheid? We kunnen kijken vanuit een participerende of ontvangende blik. Dit is een bevrijdend kijken: ik beschouw de andere als 'een mens zoals ik', ik kijk vanuit het idee dat er altijd nog 'iets' meer aan deze persoon te zien is, ik word deelgenoot vanuit een persoonlijke, betrokken benadering. Dit vraagt om aandacht die de ander intact laat, die beschermt. Een tweede manier van kijken is het registrerend of kaderend kijken. Vanuit een neutrale en afstandelijke blik gaan we op zoek naar karakteristieken of kenmerken. Het gaat er om te komen tot een classificatie (diagnose). Uit de ervaringsverhalen van cliënten komt de vraag aan de hulpverlener om beide manieren van waarnemen te combineren. Een louter afstandelijke en objectieve professionele houding wordt in vraag gesteld. Een goede professionele houding vraagt ten minste te reflecteren over de eigen wijze van waarnemen van de cliënt. Welke bijdrage kunnen cliënten, ervaringsdeskundigen en hulpverleners, ieder vanuit hun eigen positie bieden? Uit het onderzoek tekent zich een dubbel spoor af: het mogelijk maken van alternatieve ervaringen waarbij de cliënt er als mens toe doet, en het mogelijk maken van tegenspraak vanuit de cliënt in de vorm van positief verzet. Helpend is dat mensen hun ervaring om 'niet gezien en gehoord te worden' delen met anderen. Dat kan via een blog, via Facebook of het bijhouden van een dagboek. Dit zijn mogelijke wijzen om stil te staan bij zichzelf en zichzelf terug te vinden, en ze bevatten ook aanknopingspunten om het gesprek met de hulpverlener aan te gaan: "Ik ben meer, anders dan jouw beeld van mij." Een eerste opstap tot het bieden van positief verzet dat er op gericht is om (nieuwe) ruimte te maken. Het boek biedt een concreet hulpmiddel om daarmee aan de slag te gaan. De kaft bevat vier kaartjes waarmee de cliënt kan aangeven in welke mate hij gezien of gehoord is of zelfs pijn gedaan wordt. Zoiets als bij de tandarts: als ik mijn hand ophef dan doet het (te veel) pijn. Ze zijn 'een' middel om 'een en ander' aan te kaarten, een middel dat zijn betekenis vindt in de intenties waarmee het verbonden is. Om dit te ondersteunen zijn praktische introductieteksten toegevoegd, een soort handleiding voor de ervaringsdeskundige begeleider, de cliënten en de hulpverlener. De hulpverlener staat hier op de laatste plaats: in het bestek van dit boek en het proces dat erin wordt 'aangekaart' zijn of haar terechte plaats. En wat nu met mevrouw A.? Ik denk dat ik haar angsten niet voldoende heb aangevoeld. Ik heb een sterk vermoeden dat zij een ander verhaal heeft. Het boek draagt als motto een uitspraak uit 'Le Petit Prince': "Void mon secret. II est tres simple: on ne voit bien qu'avec le coeur. L'essentiel est invisible pour les yeux." Ik heb niet genoeg vanuit het hart gekeken. Te kaderend, te registrerend. Zal mevrouw A. dit nog met mij willen aankaarten? Het initiatief daartoe ligt bij haar en daar hoort het ook. Dit kleine boek heeft een rijke, doch zeer gecomprimeerde inhoud. Een aanrader die zijn ontplooiing verdient bij de cliënt, de ervaringsdeskundige en de hulpverlener.
Walter Van Hecke, CGG Prisma Oostende — Tijdschrift voor Welzijnswerk, jr. 38 - nr. 343 - okt-nov. 2014 — 3 november 2014
In het kort
ISBN-13
9789077024447
Verschenen
24 december 2013

Lijkt op dit boek

NSTC 500271268 · CB-relatie 7000935 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol →
← Terug naar resultaten
Omslag van Gezien of niet?
Achterkant van Gezien of niet?

Gezien of niet?

verbeeldingen in de geestelijke gezondheidszorg
Paperback64 pagina’sNederlands
Bestel bij bol →
'Gezien of niet?' verkent de mate waarin mensen die behandeld worden voor geestelijke gezondheidsproblemen zich gezien voelen. De spanning tussen een professionele, diagnostiserende blik en het recht doen aan de logica en ervaringswereld van cliënten staat centraal. 'Goed gezien' worden blijkt geen gemeengoed in de geestelijke gezondheidszorg. Hoe hulpverleners cliënten innerlijk 'verbeelden' lijkt hier debet aan, maar is nog weinig onderwerp van gesprek. Verhalen van cliënten tonen misverstanden, scheve machtsverhoudingen, gemiste kansen en vooral een onvermogen tot feedback op momenten dat ze zich niet passend verbeeld weten.
Na het ontrafelen van deze ervaringen, presenteren de auteurs manieren om het proces te keren. Hoe kunnen cliënten positief verzet gaan leveren en vragen om evaluatie van de beeldvorming? Ervaringsdeskundigen kunnen hier mogelijk een bijdrage leveren aan bewustwording. Het bijhouden van een dagboek met een bepaalde focus zou ook kunnen helpen.
Aan deze uitgave zijn enkele voorbeeldkaarten toegevoegd die cliënten aan hun hulpverleners kunnen geven om over dit onderwerp in gesprek te raken. Voor ervaringsdeskundigen, cliënten en hulpverleners zijn toelichtingen opgenomen over hoe deze kaarten te gebruiken.
Recensies
Onlangs werd ik aan de deur gezet. Mijn cliënt - mevrouw A. - werd erg boos toen een uitspraak van mij haar niet beviel. Een uitspraak naar waarheid over een concrete aangelegenheid. Wanneer dit zich nog eens herhaalt, is de maat vol. Ik wordt gedacht ter kwader trouw te handelen en mag meteen vertrekken. Mijn wekenlange pogingen tot het aangaan van verbinding, in een behoorlijk moeilijke casus, lopen uit op een breuk. Ik mag dan al een hele tijd meegaan in het hulpverlenersvak, toch ervaar ik het als bijzonder confronterend dat mij dit overkomt. Kort daarop lees ik het kleine boek 'Gezien of niet?', en onwillekeurig (?) dringen de gedachten aan de breuk met mevrouw A. zich tussen de zinnen van dit boek. Hoe heeft zij mij als hulpverlener ervaren in de afgelopen maanden en in deze fase(n) van haar ziektegeschiedenis? Was zij wel 'goed gezien'? Wat stond er voor haar op het spel in dit contact? De antwoorden van mevrouw A. zullen u benieuwen. Helaas... Misschien vind ik in dit boek een plaatsvervangend antwoord? De gestelde vragen aan mevrouw A. zijn de 'richtingsvragen' die binnen een onderzoeksproject werden voorgelegd aan een groep ervaringsdeskundigen. Vanuit hun ervaringsverhalen is men op zoek gegaan naar de impact van de beeldvorming door de hulpverleners en naar hoe hulpverleners luisteren. De ervaringsverhalen tonen dat cliënten zich onteigend weten, niet gezien worden en zich afvragen in hoeverre hun pijn van tel is. Mensen verliezen iets van zichzelf, van wie-ze-ook-nog-zijn, wanneer ze 'cliënt of patiënt' worden. Aan te duiden met woorden als onteigening, vervreemding, eenzaamheid, afgeschreven worden en identiteitsverlies. "En dan ben je ineens iemand die vogelhuisjes moet timmeren, dat deed ik dan in razend tempo," schrijft een deelnemer aan het onderzoek. Het is natuurlijk de taak van de hulpverlener te kijken wat er aan de hand is. Een diagnose stellen noemen we dat. Maar hoe gaan we daarbij te werk? Hoe dwingend is ons kader? Is iemand ook nog iemand naast zijn ziekte? En hoe luisteren wij dan? Functioneel allicht, en dat hoort ook zo. Maar kan ons luisteren ook opener en ontvankelijker zijn, meer recht doend aan wie de ander is of zou kunnen zijn? Herkent de cliënt zich in het beeld of de verbeelding die de hulpverlener maakt? De ervaring ook hier gezien en gehoord te worden draagt bij tot een juiste afstemming. Durft de hulpverlener het lijden van de ander te zien, toe te laten en daar de ander in te vergezellen? In deze protocollaire tijden geen vanzelfsprekende vraag. Voor de cliënt gaat het er om of de ervaring van zijn of haar pijn van tel is en het er-toe-doet voor de hulpverlener. De cliënt ervaart het als belangrijk dat goed gezien en beluisterd worden leidt tot een gezamenlijke koers met betrekking tot het hoe en het wat van de behandeling. Wie bepaalt wat van waarde is en wat gehonoreerd wordt in het verhaal van de cliënt? Een deelnemer ervaart het als volgt: "Je moet niet zelf met interventievoorstellen komen voor wat ik denk dat goed voor me is. Daar houden hulpverleners niet van, die willen dat bepalen." De cliënt kan zich miskend voelen, er kan zelfs leed toegevoegd worden. Hieruit volgen een aantal pertinente vragen: wat maakt of wat zou er toe kunnen bijdragen dat hulpverleners dit bij zichzelf of bij anderen kunnen gaan zien? En hoe kunnen dienten hulpverleners helpen om te zien wat ze (nog) niet zien? Hoe kunnen cliënten feedback geven en uitspreken als de waarneming tekort schiet? En krijgen cliënten de ruimte om dit te doen? Wat hier voorafgaand is beschreven verwijst naar wat Anne Goossensens eerder heeft benoemd als reductiemechanismen. (Goossensen, A., Zijn is gezien worden. Presentie en Reductie in de zorg. Inaugurale Rede. Faculteit Geesteswetenschappen Tilburg University, 2011. Zie: www.presentie.nl/publicaties/item/download/329.) Om 'goed' waar te nemen vernauwen we onze blik (bv. het denken vanuit ons diagnostisch kader). Het houdt ook in dat we zaken kunnen missen, of niet zien, of denken dat ze er niet toe doen. Reductie kan dan verworden tot het niet erkennen van de ander en van wat mis gaat. Deelnemers aan het onderzoek nemen woorden in de mond als vriendschappelijkheid, ongeplande momenten van ongedwongen contact, luisteren zonder oplossingen te geven, sturen in de zin van 'je stimuleren om keuzes te maken', ook al maak je de verkeerde keuzes, het geven van vertrouwen daar waar je het soms zelf kwijt bent. Hoe verhoudt zich ons (noodzakelijke) reductionistisch kijken tot het ruimte geven aan de door de cliënt beleefde werkelijkheid? We kunnen kijken vanuit een participerende of ontvangende blik. Dit is een bevrijdend kijken: ik beschouw de andere als 'een mens zoals ik', ik kijk vanuit het idee dat er altijd nog 'iets' meer aan deze persoon te zien is, ik word deelgenoot vanuit een persoonlijke, betrokken benadering. Dit vraagt om aandacht die de ander intact laat, die beschermt. Een tweede manier van kijken is het registrerend of kaderend kijken. Vanuit een neutrale en afstandelijke blik gaan we op zoek naar karakteristieken of kenmerken. Het gaat er om te komen tot een classificatie (diagnose). Uit de ervaringsverhalen van cliënten komt de vraag aan de hulpverlener om beide manieren van waarnemen te combineren. Een louter afstandelijke en objectieve professionele houding wordt in vraag gesteld. Een goede professionele houding vraagt ten minste te reflecteren over de eigen wijze van waarnemen van de cliënt. Welke bijdrage kunnen cliënten, ervaringsdeskundigen en hulpverleners, ieder vanuit hun eigen positie bieden? Uit het onderzoek tekent zich een dubbel spoor af: het mogelijk maken van alternatieve ervaringen waarbij de cliënt er als mens toe doet, en het mogelijk maken van tegenspraak vanuit de cliënt in de vorm van positief verzet. Helpend is dat mensen hun ervaring om 'niet gezien en gehoord te worden' delen met anderen. Dat kan via een blog, via Facebook of het bijhouden van een dagboek. Dit zijn mogelijke wijzen om stil te staan bij zichzelf en zichzelf terug te vinden, en ze bevatten ook aanknopingspunten om het gesprek met de hulpverlener aan te gaan: "Ik ben meer, anders dan jouw beeld van mij." Een eerste opstap tot het bieden van positief verzet dat er op gericht is om (nieuwe) ruimte te maken. Het boek biedt een concreet hulpmiddel om daarmee aan de slag te gaan. De kaft bevat vier kaartjes waarmee de cliënt kan aangeven in welke mate hij gezien of gehoord is of zelfs pijn gedaan wordt. Zoiets als bij de tandarts: als ik mijn hand ophef dan doet het (te veel) pijn. Ze zijn 'een' middel om 'een en ander' aan te kaarten, een middel dat zijn betekenis vindt in de intenties waarmee het verbonden is. Om dit te ondersteunen zijn praktische introductieteksten toegevoegd, een soort handleiding voor de ervaringsdeskundige begeleider, de cliënten en de hulpverlener. De hulpverlener staat hier op de laatste plaats: in het bestek van dit boek en het proces dat erin wordt 'aangekaart' zijn of haar terechte plaats. En wat nu met mevrouw A.? Ik denk dat ik haar angsten niet voldoende heb aangevoeld. Ik heb een sterk vermoeden dat zij een ander verhaal heeft. Het boek draagt als motto een uitspraak uit 'Le Petit Prince': "Void mon secret. II est tres simple: on ne voit bien qu'avec le coeur. L'essentiel est invisible pour les yeux." Ik heb niet genoeg vanuit het hart gekeken. Te kaderend, te registrerend. Zal mevrouw A. dit nog met mij willen aankaarten? Het initiatief daartoe ligt bij haar en daar hoort het ook. Dit kleine boek heeft een rijke, doch zeer gecomprimeerde inhoud. Een aanrader die zijn ontplooiing verdient bij de cliënt, de ervaringsdeskundige en de hulpverlener.
Walter Van Hecke, CGG Prisma Oostende — Tijdschrift voor Welzijnswerk, jr. 38 - nr. 343 - okt-nov. 2014 — 3 november 2014 ·
In het kort
ISBN-13
9789077024447
Verschenen
24 december 2013

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500271268 · CB-relatie 7000935 · Bijgewerkt 6 augustus 2026