Catalogus
Omslag van Overleven in de dierentuin
Achterkant van Overleven in de dierentuin

Overleven in de dierentuin de oorlogsjaren van Artis en andere parken

Paperback176 pagina’sNederlands
Voormalig directeur van Artis Maarten Frankenhuis verzamelde meer dan twintig jaar lang archiefmateriaal, verhalen, artikelen, foto's en andere gegevens over hoe zijn dierentuin de oorlog heeft doorstaan. Hoe hield het personeel de honderden dieren in leven in tijden van gebrek? Vooral in de Hongerwinter was ook in Artis de schaarste nijpend. Zo moesten de leeuwen soms, met grote tegenzin, hun hongergevoel bevredigen met stokvis.

Behalve de dieren vonden ook tussen de twee- en driehonderd mensen in de tuin een veilig onderkomen: Joden, mannen die dwangarbeid in Duitsland probeerden te ontlopen, en een enkele verzetsman. Deze verborgen geschiedenis van onderduikers in Artis belicht de auteur aan de hand van citaten, anekdotes en door hemzelf en anderen gedocumenteerde verhalen.

Naast het verhaal van Artis biedt Overleven in de dierentuin een overzicht van het wel en vooral wee van alle Nederlandse en veel buitenlandse tuinen in Duitsland en bezet gebied. Wat dit boek duidelijk maakt, is dat elk van deze dierentuinen op heel verschillende wijze te maken heeft gekregen met de Duitse inval, gevechtshandelingen, schaarste, hongersnood, onderduikers, collaboratie en verzet, en ten slotte de bevrijding.

Maarten Frankenhuis (1942) was van 1990 tot 2003 directeur van de Amsterdamse dierentuin Artis. In 2012 verscheen zijn novelle Droomonderduik, over de wonderlijke fantasiewereld en de traumatische belevenissen van een Joods onderduikertje in Artis.
Recensies
Als er voor mensen al niet genoeg voedsel is, hoe moet het de dieren dan vergaan? De grote katach- tigen van Artis overleefden de Hongerwinter van 1944/1945 door met enige tegenzin stokvis te eten. Veel Nederlanders aten in de Hongerwinter hun eigen hond of kat op. Volgens schattingen verdween tijdens de oorlog in West-Nederland de helft van het aantal huisdieren in de magen van hun hongerige baasjes. In dierentuinen ging het er niet anders aan toe.De roofdieren van Artis aten overtollige of gestorven dieren op. Uit de dierentuin zelf, maar ook particuliere dieren waarvan de baasjes waren gedeporteerd. Of van bazen die niets meer voor hun dieren te eten hadden. De reuzenslangen overleefden de oorlog vooral op een dieet van verwilderde katten en ratten. Artis medewerkers kregen voor elke gevangen rat 5 cent, zo is te lezen in "Overleven in de dierentuin", geschreven door voormalig Artis directeur Maarten Frankenhuis ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de Amsterdamse dierentuin. Frankenhuis schrijft dat Artis de Tweede Wereldoorlog vooral doorgekomen is door de inzet van de toenmalige directeur Armand Sunier. "Door zijn Zwitserse afkomst wist hij de bezetter in perfect Duits op zeer correcte wijze te vertellen wat een dierentuin en haar werknemers zoal nodig hadden om de zaak draaiende te houden." Een voordeel was dat Artis juist voor de oorlog een fokprogramma had opgezet voor de wisent of de Europese bizon. De Duitsers beschouwden de wisent als een echt Europees oerdier en hadden daarom een grote voorliefde voor de diersoort. Door het schrijven van honderden brieven wist Sunier te voorkomen dat er vele dieren in beslag werden genomen. Diezelfde correspondentie zorgde voor lading en veevoer. Behalve zijn dieren nam Sunier ook zijn personeel onder zijn hoede. Voor mannelijke personeelsleden wist hij allerlei vergunningen en ontheffngen te bemachtigen, zodat zij niet werden opgepakt voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Als de vergunningen niet te verkrijgen waren, maakte Sunier ze zelf onder het motto: "Als er maar een stempel opstaat, maakt het indruk genoeg." Bekend is dat er tijdens de oorlogsjaren tenminste 300 onderdui- kers in Artis hebben gezeten. Niet alleen in "Overleven in de dierentuin" wordt daarover geschreven, ook "Ik hou van Artis" heeft daar een hoofdstuk aan gewijd. Ook dit boek is verschenen naar aanleiding van het 175-jarig jubileum. Beide boeken beschrijven het onderduikersleven van ene Hartog W., die door oud-directeur Frankenhuis is geïnterviewd. Begin 1944 komt Hartog via zijn neef Andries Artis binnen. Andries is verzorger en kent de dierentuin als zijn broekzak. Verstopplekken zijn er genoeg, de Duitsers die op bezoek komen, hebben meer oog voor de dieren dan voor de opval- lend veel geblondeerde mensen die er rondlopen. Eten is een veel groter probleem. Er is wel een voorraad suikerbieten, uien, wortels en zelf gebakken brood, maar dat is vooral bestemd voor de dieren. De tante van Andries weet voor de onderduikers van resten varkensvoer gemengd met rattenkeutels brood te bakken. Het vlees ging naar de roofdieren. Eenmaal was er een uitzonde- ring. Toen er een wisent doodging, kregen de onderduikers daar een stukje vlees van. Maar het was vreselijk taai. Zelfs in tijden van honger, kou en vervolging liet de humor de Amsterdammers niet in de steek. Dat bewijst ook de mop die Artis rondging: Een man mag in Artis onderduiken vermomd als aap. Om te bezuinigen op stookkosten zijn de krokodillen bij de apenrots geplaatst. Op een gegeven mo- ment struikelt de onderduiker en kukelt zo van de apenrots af boven op een hongerige krokodil. De man verstijft van angst. Maar in plaats van toe te happen, snauwt de krokodil hem geschrokken toe: "Kun je niet uit je doppen kijken als je ergens gaat zitten?"
Gerko Verdouw — Reformatisch Dagblad — 5 juni 2013
In het kort
ISBN-13
9789490951146
Verschenen
1 april 2013

Lijkt op dit boek

NSTC 500276034 · CB-relatie 7536717 · Bijgewerkt 6 augustus 2026
Bestel bij bol →
← Terug naar resultaten
Omslag van Overleven in de dierentuin
Achterkant van Overleven in de dierentuin

Overleven in de dierentuin

de oorlogsjaren van Artis en andere parken
Lianne Damen redacteur · Nel van Beelen redacteur
Paperback176 pagina’sNederlands
Voormalig directeur van Artis Maarten Frankenhuis verzamelde meer dan twintig jaar lang archiefmateriaal, verhalen, artikelen, foto's en andere gegevens over hoe zijn dierentuin de oorlog heeft doorstaan. Hoe hield het personeel de honderden dieren in leven in tijden van gebrek? Vooral in de Hongerwinter was ook in Artis de schaarste nijpend. Zo moesten de leeuwen soms, met grote tegenzin, hun hongergevoel bevredigen met stokvis.

Behalve de dieren vonden ook tussen de twee- en driehonderd mensen in de tuin een veilig onderkomen: Joden, mannen die dwangarbeid in Duitsland probeerden te ontlopen, en een enkele verzetsman. Deze verborgen geschiedenis van onderduikers in Artis belicht de auteur aan de hand van citaten, anekdotes en door hemzelf en anderen gedocumenteerde verhalen.

Naast het verhaal van Artis biedt Overleven in de dierentuin een overzicht van het wel en vooral wee van alle Nederlandse en veel buitenlandse tuinen in Duitsland en bezet gebied. Wat dit boek duidelijk maakt, is dat elk van deze dierentuinen op heel verschillende wijze te maken heeft gekregen met de Duitse inval, gevechtshandelingen, schaarste, hongersnood, onderduikers, collaboratie en verzet, en ten slotte de bevrijding.

Maarten Frankenhuis (1942) was van 1990 tot 2003 directeur van de Amsterdamse dierentuin Artis. In 2012 verscheen zijn novelle Droomonderduik, over de wonderlijke fantasiewereld en de traumatische belevenissen van een Joods onderduikertje in Artis.
Recensies
Als er voor mensen al niet genoeg voedsel is, hoe moet het de dieren dan vergaan? De grote katach- tigen van Artis overleefden de Hongerwinter van 1944/1945 door met enige tegenzin stokvis te eten. Veel Nederlanders aten in de Hongerwinter hun eigen hond of kat op. Volgens schattingen verdween tijdens de oorlog in West-Nederland de helft van het aantal huisdieren in de magen van hun hongerige baasjes. In dierentuinen ging het er niet anders aan toe.De roofdieren van Artis aten overtollige of gestorven dieren op. Uit de dierentuin zelf, maar ook particuliere dieren waarvan de baasjes waren gedeporteerd. Of van bazen die niets meer voor hun dieren te eten hadden. De reuzenslangen overleefden de oorlog vooral op een dieet van verwilderde katten en ratten. Artis medewerkers kregen voor elke gevangen rat 5 cent, zo is te lezen in "Overleven in de dierentuin", geschreven door voormalig Artis directeur Maarten Frankenhuis ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de Amsterdamse dierentuin. Frankenhuis schrijft dat Artis de Tweede Wereldoorlog vooral doorgekomen is door de inzet van de toenmalige directeur Armand Sunier. "Door zijn Zwitserse afkomst wist hij de bezetter in perfect Duits op zeer correcte wijze te vertellen wat een dierentuin en haar werknemers zoal nodig hadden om de zaak draaiende te houden." Een voordeel was dat Artis juist voor de oorlog een fokprogramma had opgezet voor de wisent of de Europese bizon. De Duitsers beschouwden de wisent als een echt Europees oerdier en hadden daarom een grote voorliefde voor de diersoort. Door het schrijven van honderden brieven wist Sunier te voorkomen dat er vele dieren in beslag werden genomen. Diezelfde correspondentie zorgde voor lading en veevoer. Behalve zijn dieren nam Sunier ook zijn personeel onder zijn hoede. Voor mannelijke personeelsleden wist hij allerlei vergunningen en ontheffngen te bemachtigen, zodat zij niet werden opgepakt voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Als de vergunningen niet te verkrijgen waren, maakte Sunier ze zelf onder het motto: "Als er maar een stempel opstaat, maakt het indruk genoeg." Bekend is dat er tijdens de oorlogsjaren tenminste 300 onderdui- kers in Artis hebben gezeten. Niet alleen in "Overleven in de dierentuin" wordt daarover geschreven, ook "Ik hou van Artis" heeft daar een hoofdstuk aan gewijd. Ook dit boek is verschenen naar aanleiding van het 175-jarig jubileum. Beide boeken beschrijven het onderduikersleven van ene Hartog W., die door oud-directeur Frankenhuis is geïnterviewd. Begin 1944 komt Hartog via zijn neef Andries Artis binnen. Andries is verzorger en kent de dierentuin als zijn broekzak. Verstopplekken zijn er genoeg, de Duitsers die op bezoek komen, hebben meer oog voor de dieren dan voor de opval- lend veel geblondeerde mensen die er rondlopen. Eten is een veel groter probleem. Er is wel een voorraad suikerbieten, uien, wortels en zelf gebakken brood, maar dat is vooral bestemd voor de dieren. De tante van Andries weet voor de onderduikers van resten varkensvoer gemengd met rattenkeutels brood te bakken. Het vlees ging naar de roofdieren. Eenmaal was er een uitzonde- ring. Toen er een wisent doodging, kregen de onderduikers daar een stukje vlees van. Maar het was vreselijk taai. Zelfs in tijden van honger, kou en vervolging liet de humor de Amsterdammers niet in de steek. Dat bewijst ook de mop die Artis rondging: Een man mag in Artis onderduiken vermomd als aap. Om te bezuinigen op stookkosten zijn de krokodillen bij de apenrots geplaatst. Op een gegeven mo- ment struikelt de onderduiker en kukelt zo van de apenrots af boven op een hongerige krokodil. De man verstijft van angst. Maar in plaats van toe te happen, snauwt de krokodil hem geschrokken toe: "Kun je niet uit je doppen kijken als je ergens gaat zitten?"
Gerko Verdouw — Reformatisch Dagblad — 5 juni 2013 ·
In het kort
ISBN-13
9789490951146
Verschenen
1 april 2013

Lijkt op dit boek

Alles bekijken →
NSTC 500276034 · CB-relatie 7536717 · Bijgewerkt 6 augustus 2026